Cognitieve dissonantie en bonbons

Cognitieve dissonantie is een term die een halve eeuw geleden bedacht werd door de Amerikaanse psycholoog Leon Festinger. Wat gebeurt er als je iets meemaakt wat niet in je ‘denkraam’ past?

In de hedendaagse discussies rond corona zie je precies wat er dan gebeurt. Er komt een statistiek in beeld waaruit naar voren komt dat na de vaccinaties het aantal ziekenhuis-opnames daalt. Nee, dat kan niet waar zijn! Dus: er is gefraudeerd met de cijfers.

Stel dat je moet afvallen. Je loopt langs de koffieautomaat en daar staat ook nog lekkere koek. Een traktatie van een jarige collega. Op de heenweg negeer je die lekkere koek, want je moet afvallen. Je hebt je handelen aangepast.

Daarna heb je een vergadering. Op de terugweg kom je weer langs de automaat. Nu neem je wel een stuk van die lekkere koek, want het was een erg inspannende vergadering. Na inspanning mag je best even ontspannen. Af en toe zondigen moet kunnen. Nu heb je dus je denken aangepast.

Gisteren kwam ik een zakje paaseieren tegen in de supermarkt. Ik heb besloten minder te snoepen, maar dat zakje kon ik niet laten liggen. Het was immers maar voor de helft van de prijs. Bovendien moeten er op Pinksteren geen paaseieren meer in de winkel liggen. Want dan zouden Pasen en Pinksteren op één dag vallen.

Kees van Kooten heeft de werking van de cognitieve dissonantie toegepast op het eten van bonbons. In deze decembermaand is dat een mooi thema…

  1. Zet de doos recht voor u op tafel, kijk er strak naar en zeg: “Ik neem er eentje”...
  2. Herhaal dit enige malen voor uzelf.
  3. Maak nu de doos open en bewonder de bovenste laag, terwijl u blijft herhalen: “Ik neem er eentje..”
  4. Neem er nu eentje.
  5. Sluit vervolgens de doos.
  6. Doe de doos weer open en tel, door met wijsvinger rechts van bonbons langs de binnenwand te wroeten, hoeveel lagen bonbons zij bevat en of het heel erg zou zijn, als u er nóg eentje nam..
  7. Beantwoord deze vraag derhalve ontkennend en neem er nog eentje.
  8. Doe de doos nu goed dicht.
  9. Zet haar hoog weg en zorg er bij dit wegzetten voor, dat er een bonbon uitvalt, die bijna op de grond terecht zou zijn gekomen, als u hem niet snel in uw mond zou hebben gestoken.
  10. Probeer nu de doos te vergeten.
  11. Zet een lekker kopje thee.
  12. Vraag u af of een bonbonnetje bij de thee, deze niet nog lekkerder zou smaken.
  13. Beantwoord deze vraag met “Ja!” en haal de doos van de kast.
  14. Drink, om de tweede laag bonbons te bereiken, nog drie kopjes thee.
  15. Verbrand of verstop overgebleven papiertjes van bovenste laag.
  16. Neem, om het aangebroken uiterlijk van nieuwe doossituatie te onderstrepen, één bonbon.
  17. Herhaal deze handeling.
  18. Zoek nu in onderliggende derde laag naar lekkere, ‘net zo’n bonbon als zoëven’ nog op bovenste laag.
  19. Verwijder deze bonbon uit derde laag en eet hem op.
  20. Maak, om ‘doorzakken’ in thans ontstane gat van derde laag te voorkomen, de tweede laag nog drie à vier bonbons lichter.
  21. Breng nu, ter correctie van de totale wanverhouding doos-bonbons, de bonbons over in schaaltje.
  22. Eet, ter vermijding van een lelijke ‘kop op het schaaltje’, diverse hinderlijke bonbons snel op.
  23. Eet, ter feestelijke opening van het zojuist tot bonbonnière gepromoveerde compôteschaaltje, nog zo’n twee à drie bonbons.
  24. Kies, voor verkrijgen van een ‘vol effect’ nu een kleiner schaaltje en laadt de bonbons hierin over.
  25. Handel bij evt. ‘lelijke kopvorming’ als in punt 22.
  26. Herhaal de stap van punt 23.27. E
  27. Eet de nu onduidelijke, niet langer presentabele bonbons terug tot twee stuks.
    28. Eet zelf de lekkerste van deze 2 bonbons.
    29. Verwijder alle bonbonsporen (denk aan de doos!)
    30. Presenteer uw partner bij binnentreden de overgebleven ‘welkom-thuis-bonbon’..!
    31. Zeg tegen je huisgenoot: ‘Je vindt ‘m lekker hè? Dan zal ik morgen eens een hele doos kopen!’