Dansende letters

Marjon geeft aan dat ze soms bijna niet kan lezen. De letters blijven niet op het papier staan. Ze gaan dansen en het lukt haar dan niet meer om die letters te vangen. Het lezen lukt dan dus niet meer. Wat is er aan de hand? 

Dat weet ik ook niet. Hoewel: het is mij ook wel (een enkele keer) overkomen. Dat lag niet aan mijn ijdelheid (geen leesbril), maar – voor mijn idee – aan een te vol hoofd. De hersenspons zat vol: er kon geen nieuwe informatie meer bij. Het enige wat mij dan hielp was ‘even niks’.

Overbelasting van de ogen

Mijn indruk was (al) dat die dansende letters te maken zouden kunnen hebben met overbelasting van de zintuigen. Toen ik op zoek ging kwam ik het verschijnsel o.a. tegen in een artikel over Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Inderdaad: als de ogen teveel informatie te verwerken krijgen kan er een soort van kortsluiting optreden: de boel gaat op slot. Kenmerken van die overbelastig zouden kunnen zijn:

  • Dubbel zien
  • Wazig zien
  • Slecht kunnen lezen
  • Dansende letters
  • Oogvolg bewegingen (niet vloeiend, snel heen en weer)
  • Veel knipperen met de ogen
  • Overgevoeligheid voor licht (graag een zonnebril op hebben)

Horen én zien is (te) veel

In de loop van de jaren heb ik de indruk gekregen dat met name de combinatie van veel horen én van veel zien het hoofd sneller vol maakt. Er zijn dan ook mensen die bewust in een drukke ruimte oordoppen in doen of omgekeerd zich meer afsluiten van wat ze zien. Het lijkt een combinatie van een neurologisch probleem en een zintuiglijk probleem: er komt teveel binnen en dat kan niet verwerkt worden: de waarneming gaat op slot. Het leidt ook tot problemen in de motoriek en het evenwicht.

Lichaamsbesef en – ordening

Daarmee kom ik op een volgende waarneming: die van het proprioceptieve systeem. Hoe zit je lichaam in elkaar? Hoe reguleer je je handelen? Bijvoorbeeld: als ik een heel klein schroefje aan moet draaien moet ik langzamer handelen. Als ik een volle beker water op de tafel wil zetten moet ik voorzichtig manoeuvreren. Als ik een ijshoorntje aan pak moet ik daar niet in knijpen. Proprioceptie is eigenlijk het leren hanteren en kennen van je eigen lichaam. Het is heel goed zichtbaar bij het wassen en bij het tandenpoetsen.

Bij mensen met een verstoorde proprioceptie zien we:

  • Vaker struikelen of vallen (onvoldoende kijk op je lichaam in de ruimte en oneffenheden in de ruimte en de consequenties die dat voor je lichaam heeft
  • Onhandig, zoals veel dingen laten vallen (problemen met doseren van bewegingen)
  • Onvoldoende samenwerking tussen beide handen en vaak ook voeten
  • Problemen in ritme en volgorde in handelen en soms ook in de mogelijkheden van de taal
  • Vaker emotionele problemen (zelfbeeld/zelfvertrouwen)
  • Lagere alertheid, niet bij de les kunnen zijn, beperkte aandacht regulatie
  • Moeite met dubbeltaken: dingen na elkaar in plaats van tegelijk
  • Meer moeite met het snel opnemen van informatie.
Naarmate mensen ouder worden hebben ze meer moeite met de afstemming van de proprioceptie. Het valgevaar neemt bijvoorbeeld toe, ze kunnen maar één handeling tegelijk. Dat maakt het noodzakelijk dat ook het tempo verlaagd wordt.