De spirituele narcist

Ik heb het al vaker geschreven, maar toch nog maar een keer. Net zoals er veel soorten narcissen bestaan, bestaan er ook tal van vormen van narcisme. 

Eén van deze vormen is de spirituele narcist. Al eerder schreef ik over kerkleiders met narcistische trekken. Ze staan graag op de preekstoel en het voordeel van het spreken ‘ex cathedra’ is daarnaast dat je nooit tegengesproken wordt.

Ik durf de stelling wel aan dat elke sekteleider een spiritueel narcist is. Het gaat een sekteleider niet om de boodschap van de Bijbel (of van een andere goddelijke openbaring). Hij stelt zichzelf als persoon centraal, maar spant daarbij God voor zijn karretje. De boodschap wordt dan ook zó uitgelegd dat het altijd precies in het eigen straatje past.

Het narcisme herken je nog niet altijd als zo iemand op de preekstoel staat, het wordt pas duidelijk in de omgang met mensen. Zodra er sprake is van tegenspraak wordt deze leider ‘link’. Hij zoekt medestanders, probeert de geledingen te sluiten en degene die weerstand bood wordt als een bedreiging gezien.

In het protestantse kerkrecht is de kerkenraad er om op leer en leven (gedrag) van de voorganger toe te zien. In sektes bepaalt de leider wie er benoemd gaan worden in de ‘raad van oudsten’ (of hoe dat dan ook genoemd wordt). Dat is dan ook één van de eerste toetsstenen waar je naar moet kijken: hoe wordt deze raad samengesteld en wie heeft er kritisch zicht op het functioneren van de voorganger?

Je hebt het niet meteen door dat je met een narcist te maken hebt als je in aanraking komt met een spiritueel narcist. Hij (bijna altijd een hij) luistert met grote aandacht naar je, schenken je al zijn aandacht en steunt je daar waar hij maar kan. “Eindelijk iemand die mij begrijpt!” Kenmerken van de narcist zijn o.a. de gewetenloosheid en het gebrek aan empathie, maar daar merk je hier niets van. En dat merk je ook aan de gemeenschap om hem heen: die groeit! “Dit is een man van God. Zijn werk wordt gezegend!”

De spirituele narcist wil geen gesprekspartners, maar volgelingen. En dan het liefste mensen die tegen hem opzien. Die ‘ja’ en ‘amen’ zeggen bij alles wat hij naar voren brengt. Die steeds meer tijd en later ook geld bij zijn organisatie binnen brengen. En als het niet vanzelf gaat, dan worden de eisen opgeschroefd.

Zie de opkomst van Jim Jones in de door hem opgerichte People's Temple Church en de Branch Davidians, ook een groep die door de leider (David Koresh) zelf was opgericht. Beide groepen kwamen ook bloedig ten einde, maar hebben beiden toch nog 'verstooride volgelingen' die denken dat de leider weer terug zal komen op aarde. 

Ik heb de beide groepen eerder beschreven op dit weblog. Kenmerkend bij de leiders was o.a. hun grote behoefte aan waardering én de gebroken jeugd die ze hadden meegemaakt. Vanuit dat kenmerk heb je andere mensen nodig die de emotionele leegte op moeten vullen. Maar het grootste probleem is dat het nooit genoeg is.

Spirituele narcisten willen volgelingen die de leegte in hun bestaan vullen door middel van aanbidding, bewondering en aandacht. Het spirituele verwijst naar de het 'metafystisch aspect': ze voelen zich speciaal gezonden om een boodschap te brengen. Dat is geen menselijke, maar een bovenmenselijke boodschap. Toch is het bestaan van de spiritueel narcist uiteindelijk juist aards. Want zonder de voeding van de volgelingen kan een spirituele narcist niet bestaan.

Coronasektarisch denken (1)

Angst doet vreemde dingen met mensen. In je angst ga je dingen zien die er niet zijn. Er bestaat een glijdende schaal waarbij mensen uiteindelijk in hun eigen angst gaan geloven. Ze creëren hun eigen waarheid. 

Beruchte voorbeelden zijn te vinden in de wijze waarop sekten zich ontwikkelen. Wat vaak begint als een goed initiatief heeft uiteindelijk desastreuze gevolgen. Bij Jonestown en bij de Branch Davidians zagen we dat de leiders steeds extremer werden in hun standpunten. Alles wat anderen deden was verdacht. Mensen die vragen stelden werden geëxcommuniceerd. Uiteindelijk leidde het optreden van zowel Jim Jones als van David Koresh tot de dood van honderden volgelingen.

Kenmerken van sekten

Sekten hebben een groot aantal kenmerken. Die ga ik hier niet noemen, want dat zou een aparte serie worden. Ik heb destijds uitgebreid de ontwikkelingen binnen de twee bovengenoemde sekten gevolgd en daar zat steeds weer een bepaald patroon in. Het begon met een charismatische leider die veel aan het woord was en allerlei andere mensen om zich heen verzamelde: de volgelingen. Maar daarmee is een groep nog allerminst een sekte. Dat gebeurt als de leider steeds exclusiever gaat denken en zijn volgelingen daar in meeneemt. Over de persoonlijkheid van een sekteleider zou je ook nog een boek kunnen schrijven. In ieder geval zijn er bij sekteleiders narcistische en theatrale kenmerken herkenbaar.

  1. Sekten vormen steeds meer een gesloten groep. Sektarisch denken is iets anders: de volgelingen zijn vrij, maar de standpunten liggen vast. Er is één waarheid, en die is aan een beperkt aantal mensen geopenbaard. Dat zijn de mensen die ‘meer’ hebben dan de ander. Ze weten dingen die anderen (nog?) niet weten.

2. Bij het sektarisch denken hoort dat er exclusieve claims op de waarheid worden gedaan. De leider heeft de waarheid in pacht: hij weet hoe de wereld in elkaar zit. Dankzij zijn charisma blijven de mensen hem volgen. Maar omdat hij het zo goed weet staat hij niet meer open voor meningen van anderen. Het gevolg is dat de groep ook exclusiever gaat denken.

3. Een volgende stap is het oordeel over anderen. Het gaat hierbij om waarde-oordelen. De deskundigheid van anderen wordt niet serieus genomen. Immers: de leider weet het beste hoe het zit. En als anderen die waarheid niet delen zijn ze ‘zo ver nog niet’, ‘ze zijn dom’, ‘ze weten niet hoe het allemaal in elkaar zit’.

4. Het betichten van andersdenkenden van kwade opzet, van manipulatie is dan niet vér meer. De ander amoreel, destructief, mentaal ziek. Ik weet ook wel dat kwade opzet en manipulatie voor komen, maar een kenmerk van sektarisch leiderschap is dat de bewijzen schaars zijn. Mensen worden verdacht gemaakt zonder dat de leider of de groep dat met bewijzen kan staven. Het is zo omdat het zo is. En al die losse gegevens worden in een groter geheel geplaatst: het gaat allemaal hard naar de ondergang (eschatologisch denken: de eindtijd).

5. Opmerkelijk is ook de grote mate van associërend denken. Van het één komt het ander. Alles wordt aan alles gelinkt. Toeval bestaat niet: alles heeft een reden.

6. Daar hangt mee samen dat de groep fundamentalistischer gaat denken. Het relativeren van standpunten wordt steeds lastiger. Inbreng van anderen die niet past binnen het eigen denken wordt al dan niet vriendelijk afgeserveerd. “Hij bedoelt het misschien goed, maar hij snapt het nog steeds niet.”

7. Censuur is een onderdeel van het sektarisch denken. Andere meningen vormen immers een bedreiging. Een ‘sektarische’ krant wordt volgeschreven door de eigen leden (geen ingezonden brieven), een ‘sektarisch blog’ geeft geen reactiemogelijkheid.

8. Toename van paranoïde denken. Het is wij tegen de rest van de wereld. Alles wat de wereld doet en wat niet door ons bedacht is, is verdacht. Mensen buiten de eigen groep hebben geen goede bedoelingen. Ze zijn misleid óf ze hebben zelf een vooropgezet plan bedacht om de wereld onder controle te brengen en het leven van de groep onmogelijk te maken.

9. Het framen van verkeerd gedrag door er toch iets goed van te maken. In sektes die je bijvoorbeeld dat seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt goedgepraat, bij andere vormen van sektarisch gedrag dat bedreiging en geweld vanuit de groep worden gelegitimeerd.

10. Vaak is er sprake van een wonderlijk eigen taalgebruik, dat op den duur alleen maar verstaanbaar is voor de eigen leden. Vaak worden er moeilijke en abstracte woorden gebruikt. Soms worden er zeer exacte gegevens vermeld (“bij 3,072 % van de bevolking is vastgesteld dat…”). Dit is binnen het sectarisch denken vaak een vorm van schijn-exactheid. Mensen die kritische vragen stellen worden overdonderd met deze vormen van desinformatie.

In de discussie over Corona tekenen dezelfde principes zich af. De standpunten verharden zich. In plaats van met elkaar samen te werken worden 'partijen' over en weer verdacht gemaakt.