Grote schoonmaak

Eens per jaar moet ons kerkgebouw grondig worden schoongemaakt. Er is een lijst van vijf bladzijden die allemaal aangevinkt moeten worden en dan is het klaar. Maar zo ver komt het nooit.

Dat ligt niet aan overmatig drankgebruik tijdens de activiteiten. De schoonmakers houden het bij koffie, thee en water. Maar een grote schoonmaak is veel werk. Vooral als er ook nog eens op grote hoogte werk verzet moet worden.

Nu is het kerkgebouw als gevolg van de corona-maatregelen veel minder in gebruik geweest dan in andere jaren, maar ook een gebouw dat je niet gebruikt wordt toch vies. Dat begrijp ik niet, maar het is wél zo.

Schoonmaak van de voorgevel van de kerk

Ik heb het maar laag bij de grond gehouden. Ik heb vijftig stoelen van boven en van ander gepoetst en de trap onder handen genomen. Dat deed ik kennelijk nogal krachtdadig (of ik ben niets gewend), want daarna had ik een pijnlijke pols.

Het was een goede oefening, ook al zegt de apostel Paulus dat de lichamelijke oefening van weinig nut is. Er wordt ook wel gezegd: ‘van generlei nut’. Dat zei ik ook wel eens tegen de gymleraar, maar die kon die opmerking niet waarderen. Terwijl het toch een christelijke school was en hij beter moest weten.

Bij thuiskomst viel ik tijdens het lezen van de krant in een diepe slaap. Toen ik weer wakker werd leek het alsof ik gisteren bezig was geweest met de schoonmaak. Zo kun je dus je leven verlengen. Je maakt twee dagen van één dag en je verdubbelt daarmee het aantal dagen dat je leeft.