De schizotypische persoonlijkheid (1)

“Ik voel aan wat anderen niet aanvoelen” aldus de mevrouw in de trein. “Ik heb op dat punt bijzondere gaven. Ik heb bij wijze van spreken een zesde zintuig. En juist dat zintuig staat altijd op scherp. Met die gave voel ik aan of anderen te vertrouwen zijn of niet. Ik dacht net: ‘naast u kan ik wel gaan zitten, want u bent te vertrouwen’. 

Maar mijn zesde zintuig is ook een last, dat kan ik u wél vertellen. Want ik heb net een trein voorbij laten gaan. Ik voelde het aan: er is iets aan de hand. Wat het is, dat weet ik dan weer niet. Maar ik voel wel aan dat er iets mis is. Daarom wist ik: deze trein moet ik voorbij laten gaan. Een kwartiertje later thuis. Er rijden hier genoeg treinen…

Aan lezen kwam ik gedurende de treinreis verder niet meer toe. De mevrouw had een uur nodig om al haar bijzondere gaven aan mij voor te leggen. Toen moest ze er uit en ik moest nog een uur verder. Ze had dát uur ook wel vol kunnen praten, maar nee, ze moest er uit. Want ze had vandaag nog een paar bijzondere dingen te doen.

Best mogelijk dat deze mevrouw paste in het beeld van wat de schizotypische persoonlijkheidsstoornis wordt genoemd. Deze mensen kennen een patroon van eigenaardigheden in gedachten en gedrag. Opvallend vaak zien we bij deze mensen bijgelovigheid, ‘wonderlijk’ gedrag, excentrieke hobby’s, het overtuigd zijn van een eigen voorspellende geest, breedsprakigheid en magisch denken (NB: bijv. spreken over ‘een zesde zintuig’!).

Veel mensen met een schizotypische persoonlijkheid zijn hardop met zichzelf in gesprek. Ze zoeken wel contact, maar ze hebben vaak moeite met (en angst voor) diepergaande relaties. Bij de diagnose wordt vaak een sterke overlap met depressies gezien, maar ook wel met lichtere vormen van schizofrenie.

Wanen en hallucinaties?

Als er sprake is van duidelijke wanen of hallucinaties wordt gesproken over een schizofreen beeld. Bij de schizotypische persoonlijkheid is wel sprake van een groot risico op psychoses (vooral als gevolg van overvraging). De belastbaarheid is dus beperkt. De meeste mensen met dit beeld kunnen geen betaalde baan aan, omdat ze dan vaak teveel moeten in te korte tijd (denk alleen maar aan de drukte van het opstaan t/m het op je werk komen).

De ongebruikelijke zintuiglijke waarnemingen die vaak worden beschreven (zoals de mevrouw die aanvoelt dat er iets mis is met de trein) worden soms ‘geduid’ als psychotische belevingen. Volgens mij is dat niet terecht. Bij psychoses is veel meer sprake van een manier van denken die allesoverheersend is: het denken en het voelen zijn verstoord.

Een voorbeeld van een illusie zoals bij schizotypische mensen voor kan komen is dat je bijvoorbeeld een trein ‘over slaat’ omdat ‘je voelt dat er iets mis is met die trein’. Een ander voorbeeld is dat iemand zegt dat hij voelt dat er nog iemand in de kamer is. Hij kan wel begrijpen dat de ander dat niet voelt, hij heeft immers een extra zintuig? De nadruk ligt dus op het voelen. Als het denken ook ernstig verstoord is weet iemand zeker dat er een ander door de kamer loopt en hij gaat zijn gedrag daar helemaal op aanpassen (bijvoorbeeld achter het gordijn gaan staan).

Schizofrenie of autisme?

Wat dat laatste punt betreft: er heeft in de loop der jaren een verschuiving plaatsgevonden. Oorspronkelijk leunde de schizotypische persoonlijkheid in de wetenschappelijke literatuur sterk tegen schizofrenie aan. Volgens psychiater Johan Cullberg zou later bij 20 tot 50% van de mensen de diagnose schizofrenie worden gesteld. Het werd ook wel ‘latente schizofrenie’ genoemd.

Momenteel wordt veel meer geschreven over het verband tussen de schizotypische persoonlijkheid en autisme. Ook een overeenkomst is dat de diagnose ‘schizotypische persoonlijkheidsstoornis’ veel vaker bij mannen dan bij vrouwen voor zou komen, wat ook in relatie tot autisme wordt beweerd (hoewel: ook daarin zijn de meningen aan het verschuiven, er zijn auteurs die beweren dat autisme nét zoveel bij vrouwen als bij mannen voorkomt).