De schizotypische persoonlijkheid (5)

De reeks over de schizo-typische persoonlijkheid bleef even liggen. Maar vandaag vat ik nog even een paar kenmerken van mensen met een schizotypische persoonlijkheid samen.

Als er sprake is van een schizotypische persoonlijkheid valt vaak op dat de omgeving zo’n persoon altijd al als ‘apart’ ziet. De persoon is anders dan andere mensen. Dat heeft te maken met de ideeën over vreemde krachten, het geloof in telepathische gaven of het idee dat anderen hun gedachten kunnen lezen.

Wat echter vooral wordt genoemd is de bemoeilijkte communicatie. Deze lijkt onvoldoende wederkerig: de persoon volgt zijn eigen gedachtenspoor.

Kinderen

De persoonlijkheidsstoornis ontwikkelt zich pas als de volwassen leeftijd wordt bereikt, maar op jonge leeftijd zijn er al vaak kenmerken te zien. Zo ligt het tempo van de kinderen vaak aanzienlijk lager dan van andere kinderen. Ze zijn meer op zichzelf, ze hebben weinig vrienden.

De jongens zijn vaak al op jonge leeftijd al bezig met magische thema’s zoals ‘transformers’, dinosaurussen en buitenaardse krachten die mensen kunnen beïnvloeden.

De meisjes meer met allerlei mystieke sprookjes, muziekstukken en magische kleuren. later verschuift dat naar bijvoorbeeld veel nadenken over aura’s en behandelingen door magische alternatieve genezers.

Enkele kenmerken:

Een aantal van de volgende verschijnselen kan aanwezig zijn:

  • Betrekkingsideeën (meer dan andere mensen denken dat allerlei gebeurtenissen, en het gedrag van anderen op jou betrekking hebben. “De Koning keek speciaal mijn kant uit om naar mij te kunnen zwaaien”).
  • Bijgelovige ideeën die een invloed hebben op het gedrag (helderziendheid, telepathie, zesde zintuig en dergelijke). Het zijn dus niet alleen de ideeën, het gaat ook om het gedrag. Door deze ideeën past de persoon zijn gedrag aan: hij slaat een trein over omdat hij aanvoelt dat er in die trein vreemde krachten een rol spelen.
  • Vreemde waarnemingen of lichaamssensaties (‘ik voel steeds een elektrische trilling in mijn kuiten”)
  • Niet te volgen gedachten (ook als je heel goed oplet kun je toch niet volgen hoe de persoon in zijn denken van A naar B komt (“Omdat mijn moeder 80 jaar wordt ga ik dit jaar geen rijles nemen”)
  • Vreemde spraak, intonatie, mimiek (bijvoorbeeld nauwelijks gebaren of juist opgaan in bewegingen, weinig of juist veel te veel oogcontact)
  • Bijzondere verschijningsvorm (zoals bijzonder excentrieke kleding die niet passend lijkt: een pet van de Aldi, een kunstzinnig gemaakte dure jurk en versleten gympen)
  • Wel contacten, maar nauwelijks netwerk
  • Achterdocht en wantrouwen (niet in de slaapkamer durven slapen omdat er dan iets uit de woonkamer gestolen kan worden: dus slapen op de bank)
  • Bij toenemende stress en spanning nemen de slaapproblemen sterk toe en kunnen er zich psychotische belevingen voordoen. In tegenstelling tot bij schizofrenie zijn deze psychotische belevingen goed te behandelen door herstel van de regelmaat, de nachtrust en een lage dosering aan medicatie.
Toen ik enkele demonstraties van groepen rond Willem Engel meemaakte viel me op dat daar heel wat mensen bij liepen die aan deze kenmerken zouden kunnen voldoen. Ze waren solisten in de groep en voerden hun eigen dansjes uit. Ze zouden geen vlieg kwaad doen en mij dus ook niet).  

De schizotypische persoonlijkheid (4)

“Ik voel steeds dat anderen boodschappen uitzenden. Altijd als er andere mensen in de buurt zijn voel ik die zendende krachten. Het maakt me onrustig. Wat kan ik er mee doen?” Aldus een mevrouw met schizotypische kenmerken. 

Een deel van de mensen met deze kenmerken probeert deze ‘krachten’ te controleren. Ze spreken van een zesde zintuig, waarmee ze anderen aanvoelen en ook de toekomst kunnen voorspellen. De controle die je daarmee jezelf denkt te geven maakt dat je minder angstig wordt. Dat was bij deze mevrouw niet zo. Ze voelde een voortdurende straling vanuit andere mensen, maar ze kon er niet veel mee. Daardoor dreigde ze het slachtoffer te worden van haar eigen gedachten en gevoelens.

Kernstrategieën

Bij schizotypische mensen zien we twee kernstrategieën. Daarmee wordt bedoeld: manieren om spanning en angst te kunnen hanteren. Een vorm van coping, maar dan gericht op de emoties.

Deze mevrouw was een voorbeeld van de eerste kernstrategie: het zich afsluiten. Ze dreigde overspoeld te worden door het idee dat anderen allerlei boodschappen uitzenden. Daardoor ging ze zich steeds meer afsluiten van de omgeving.

De tweede strategie is dat mensen grip proberen te krijgen op hun ideeën over anderen. Ze worden van ontvanger: zender. Ze gaan zelf boodschappen uitzenden. Het is bedreigend als een ander boodschappen uitzendt waar je geen grip op hebt. Maar als je voor de ander invult welke boodschappen hij uitzendt, dan heb je er weer grip op. Je kunt bijvoorbeeld voorspellen wat de ander zal gaan meemaken.

Uiteindelijk kunnen deze gedragingen een dwangmatig karakter krijgen. Het gedrag leidt er toe dat anderen dwangmatig gecontroleerd worden. Er worden allerlei voorspellingen gedaan waar de ander zich aan moet houden. “Je moet niet aan deze kant van de straat lopen, want ik voel dat er hier sprake is van verkeerde krachten.”

Betrekkingsidee

Mensen met een schizotypische persoonlijkheid hebben veel betrekkingsideeën. Daarmee wordt bedoeld dat ze van alles op zichzelf betrekken. Als er twee mensen aan een tafeltje zitten de praten en één van beiden kijkt even opzij, dan wordt dat geïnterpreteerd als: ‘ze praten over mij’.

Bij alle mensen is wel sprake van een bepaalde mate van betrekkingsidee, maar schizotypische mensen is het idee overheersend. Alternatieve verklaringen (‘ze keek toevallig mijn kant uit’) worden niet in overweging genomen.

Intimiteit

“Herman is verliefd op mij. Ik voel het aan alles. Er hangt iets tussen ons in, wat je niet kunt ontkennen.”

Aldus mevrouw De Rooy na een drietal consulten bij een psycholoog. De psycholoog (voor zijn vrienden: Herman) staat bekend als zeer empathisch. Door zijn luisterende houding en vriendelijke bejegening was mevrouw De Rooy gaan denken dat hij iets extra’s voor haar voelde. Het was wel duidelijk dat hij verliefd was.

Je zou deze uitspraak kunnen zien als een variant van een betrekkingsidee. Ze betrekt de houding van de therapeut op een bijzondere manier op zichzelf. Het is ook best mogelijk dat zij in feite verliefd is geworden op haar behandelaar.

Maar mensen met een schizotypische persoonlijkheid zijn ook bang voor intimiteit. Het is voor hen een belangrijk thema, maar nabijheid roept ook angst op. Hier zit een overeenkomst met de borderline persoonlijkheid. De boodschap is: “Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt”.

Rond een afgebakende therapeutische sessie is dit gedrag nog redelijk te hanteren. De sessie duurt drie kwartier en dan is het weer afgelopen. Als er sprake is van meer frequent en minder gekaderd contact kun je op deze manier allerlei problemen verwachten.

De schizotypische persoonlijkheid (3)

Eerst even een algemeen uitstapje. Wat is geestelijke gezondheid? Daar kun je natuurlijk tot diep in de nacht over discussiëren, maar daarmee kom je er niet uit. Hoe later op de avond, hoe ingewikkelder het wordt.

Daarom een simpele indeling:

a) hoe kijkt de persoon in kwestie naar zichzelf?

b) Hoe kijkt die persoon naar de ander?

Wie ben ik?

Mensen met een schizotypische persoonlijkheid ervaren zichzelf als anders dan anderen. Daarin zit een overlap met de theatrale persoonlijkheid. Maar bij mensen met een theatrale persoonlijkheid zie je vooral de verhevenheid: de ander moet naar mij kijken. Zonder ‘publiek’ zijn ze niets.

Mensen met een schizotypische persoonlijkheid hebben de ander als klankbord. Zoals ze tegen zichzelf praten, zo kunnen ze ook tegen de ander praten. Het gaat minder om het publiek, maar meer om het kunnen praten. “Als ze ergens een oor zien moeten ze er tegenaan praten.”

Voorspellen

Daarnaast gaan ze er vaak vanuit dat ze een voorspellende geest hebben. Daar hoort ook de neiging bij om veel zaken op zichzelf te betrekken. Als er iemand op het fietspad van zijn fiets valt terwijl ik op de stoep loop zal ik mijn wandeling niet snel in verband brengen met het valgevaar van de fietser. Iemand met een schizotypische persoonlijkheid zal kunnen vertellen dat hij of zij al een voorgevoel had dat er iets mis zou gaan. “Had ik daar niet gelopen, dan was die meneer niet van zijn fiets gevallen.”

Wie is de ander?

Mensen met een schizotypische persoonlijkheidhebben een negatief beeld over anderen. Niet in de vorm van een oordeel over de ander, maar in de vorm van het op de hoede zijn voor de ander.

Schizotypische mensen zoeken wel contact, maar ze zijn vooral op hun hoede. Komt de ander te dichtbij, dan kunnen ze onverwachts opeens het contact verbreken. Ze maken als het ware voortdurend een inschatting. Als ze zich bij iemand wat meer op het gemak voelen hebben ze de neiging om die persoon langdurig aan de praat te houden. Maar als de ander teveel nabijheid zoekt of vragen stelt die te dichtbij komen sluiten ze zich af.

Voor mensen met een schizotypische persoonlijkheid zijn sociale media vaak wel een goed contactmiddel. Je hoeft de ander niet aan te kijken, je hoeft niet direct in te gaan op wat de ander zegt, je kunt het contact verbreken. 

Mensen met een schizotypische persoonlijkheid hebben dan ook veel tijd voor zichzelf nodig.

Verdwaald in het leven

Iemand met een schizotypische persoonlijkheid ervaar ik vaak als min of meer verdwaald in het leven. Er is behoefte aan contact, maar zo’n persoon voelt zich maar moeilijk ergens werkelijk thuis. De eigen wereld lijkt meer een thuis dan het zich bewegen in familie en kennissenkring.

De criteria voor het zelfbeeld, het beeld van de ander en het model van de kerngedachten zijn ontleend aan een schema van psychiater Aäron Beck. 

Schizotypisch (vervolg)

In de DSM-V (het nieuwste handboek voor de GGZ) wordt als kenmerkend voor de schizotypische persoonlijkheidsstoornis omschreven:  ‘een hardnekkig en allesdoordringend patroon van sociale en interpersoonlijke problemen’. Deze problemen komen tot uiting in het zich onprettig voelen bij nauwe persoonlijke contacten (deze worden heel snel als beklemmend ervaren en dus ook vermeden). Je zou kunnen parafraseren dat mensen met deze stoornis niet in de treincoupé zullen gaan zitten, ze blijven in het halletje staan.

Daarnaast worden er ‘bijzondere gedragingen’ gesignaleerd, zowel a) in de wijze waarop de persoon zijn omgeving zintuiglijk waarneemt als b) in de wijze waarop hij de omgeving betekenis verleent.

Besmettelijk

Meneer Van Vliet staat in het halletje. Op het volgende station komt er iemand met een fiets binnen. Deze meneer blijft ook in het halletje, om zicht te houden op zijn fiets. Meneer van Vliet schrikt van de man met de fiets: deze heeft namelijk gehoest en nu ziet de man ook nog dat deze meneer hoge koorts moet hebben: hij straalt warmte uit. Dat klopt ook wel, want het is warm en de fietser zweet, maar dat zweten wordt niet in verband gebracht met de hitte (geen hallucinaties, wel illusies en illusionaire vervalsingen). In ieder geval concludeert meneer Van Vliet dat het niet anders kan dan dat deze meneer een ernstige besmettelijke ziekte heeft. Nu moet de trein zo snel mogelijk verlaten worden, want besmettelijke ziektes kunnen dodelijk zijn.

Twee vormen

Psychiater Theodore Millon stelt twee vormen van de schizotypische persoonlijkheid voor:

a) de onopvallende vorm die als een schaduw door de straten loopt en

b) de actieve ‘spiedende’ vorm: een persoon die voortdurend alert is op mogelijk onheil.

Sommige onderzoekers menen dat aanhangers van complottheorieën onder de tweede vorm zullen vallen. In de praktijk is er vaak sprake van een mengvorm. Je zou je in het voorbeeld van het halletje kunnen voorstellen dat meneer Van Vliet bij de eerste groep hoort: hij verdwijnt. Iemand uit de tweede groep zou misschien de man met de fiets op een bijzondere manier (woordkeuze enz) hebben aangesproken dat het geen pas geeft om met een besmettelijke ziekte in de trein te stappen.

Angst

De DSM V gaat er vanuit dat mensen met een schizotypische persoonlijkheid geen contact willen. Ik denk dat er veeleer sprake is van angst voor contact. Als je zoveel achter het denken en handelen van de ander moet denken, dan heb je de neiging om contact te vermijden, terwijl je misschien best iemand zou willen spreken. Soms zie ik mensen die deze diagnose hebben gekregen wel degelijk nieuwsgierig zijn naar andere mensen, ‘als er maar voldoende afstand blijft’.

Behandeling

1.Wat de behandeling betreft ligt mijns inziens de eerste prioriteit met het begrenzen van draaglast en het versterken van de draagkracht. Als iemand met deze kenmerken perse zoveel mogelijk aan het arbeidsproces moet deelnemen weet je bijna zeker dat het mis zal gaan. Op een gedoseerde manier aan het werk is echter wel goed en biedt ook structuur.

2. Het tweede is het schrijven en bewaken van een goed signaleringsplan. Dat wordt opgesteld als het goed gaat met de persoon. De bedoeling is dat de persoon een beeld kan hebben van hoe het met hem gaat en dat de omgeving daar ook een beter beeld van kan krijgen.

3. Het derde aspect is het bewaken van het dag/nachtritme. Onvoldoende nachtrust leidt binnen enkele weken tot aanzienlijke risico’s op het ontstaan van een psychose.

4. Als iemand met een schizotypisch beeld begeleid wordt (bijvoorbeeld: ambulante begeleiding) vraagt dit van begeleiders ‘nabijheid met behoud van distantie’. Beslist geen kille benadering, maar wel gedoseerd. Goed omgaan met ‘expressed emotion’ is een sleutelbegrip (daarover werd eerder een serie geschreven).

5. Daarnaast kan een cognitieve therapie (‘leren om anders te denken’) bij een aantal mensen positief werken.

6. Vaak kan deze benadering niet zonder medicamenteuze ondersteuning. Soms wordt er eerst gekozen voor antipsychotica (als er veel ‘bijzondere denkbeelden’ zijn, als het denken verward en onnavolgbaar is geworden). Bij andere mensen hebben antidepressiva nogal eens een gunstiger effect, vooral als de betrokkene veel dwanggedachten heeft en  dwanghandelingen vertoont.

Hoe gaat het met Johan?

Johan was één van mijn vroegere cliënten. Zijn programma werd aangepast aan de vraag hoe het met hem ging. Hij had perioden dat hij redelijk op tijd naar zijn dagbesteding kon gaan, maar er waren ook perioden dat hij dat niet voor elkaar kreeg. Op zijn werk had hij een vaste plek tussen twee kasten, waardoor hij niet in de groep hoefde te functioneren. Wel kon hij een lijntje met de omgeving onderhouden.

De begeleiding kwam dagelijks op zijn appartement. Opnieuw afhankelijk van zijn stemming hielden we (ook letterlijk) wat meer afstand of was er meer nabijheid mogelijk. Ze hielpen Johan met het ordenen van zijn denken en stappen te maken om beter te kunnen te begrijpen hoe zijn omgeving in elkaar zit. Als Johan bijvoorbeeld dacht dat iemand het op hem gemunt had kon dat denken soms worden bijgestuurd. Dan zei Johan: “Dan heb ik het verkeerd begrepen. Dat kan nu eenmaal gebeuren.” Als hij gespannen was, was het denken niet te veranderen.

Met de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige was om de drie maanden contact, met de psychiater twee maal per jaar. Met een vrij lage dosering aan medicatie in combinatie met een dagprogramma op maat heeft Johan jaren lang zonder intensieve begeleiding kunnen functioneren. Hij zocht zelfs geleidelijk aan meer contact met mensen uit zijn omgeving. De begeleiding stuurde deze contacten wel wat bij, want in ‘goede perioden’ nam hij toch gemakkelijk wat teveel hooi op zijn vork.