Is het dementie?

Soms word je er opeens bij bepaald. Ik was helemaal vergeten dat ik een cursus moest geven over 'dementie'. Gelukkig werd ik er op tijd aan herinnerd en kon ik de bijbehorende spullen nog verzamelen. 

Voor alle duidelijkheid: dementie is een zeer ernstig ziektebeeld. Vaak lijdt de persoon zelf ernstig aan het dementiële beeld (vooral in de eerste fasen van dementie). Maar ook voor de naasten betekent dementie veel groot leed. Soms zelfs nog sterker dan voor de persoon in kwestie.

Toch heb ik in de loop van mijn werkzame leven ook een aantal keren meegemaakt dat de diagnose dementie was gesteld, maar dat de verschijnselen veroorzaakt werden door andere factoren. Er was sprake van schijndementie.

Op de check-list die ik nog altijd hanteer staan tal van zogenaamde ‘differentiaal-diagnoses’. Dat zijn zaken die je éérst moet uitzoeken, voordat je van een redelijk vermoeden van dementie kunt spreken.

De bekendste misvatting is het niet maken van onderscheid tussen depressie en dementie. Depressie kan tot een beeld leiden dat lijkt op dementie. Toch zijn er ook duidelijke verschillen, maar die zie je pas als je het door hebt. Oftewel, als je er een lijst bij hebt die je alert maakt op die verschillen.

Beginnende dementie en depressie kunnen ook samengaan. Dan helpen anti-depressiva wel om de stemming enigszins te verbeteren, maar het cognitieve functioneren verandert maar weinig. 

De tweede belangrijke factor is het functioneren van de schildklier. Als de schildklierwaarden te laag zijn leidt dat tot verschijnselen die sterk lijken op dementie.

Deze gang van zaken heb ik meerdere malen gezien bij mensen met down-syndroom. Zelfs bij een waarde aan de ondergrens (maar officieel niet té laag) kunnen mensen met down-syndroom een dementieel beeld vertonen. 

De derde oorzaak is een chronisch slaaptekort. Mensen kunnen lang in bed liggen en toch onvoldoende slaapkwaliteit hebben. Dan rusten ze niet goed uit. Hoe ouder je wordt, des te belangrijker wordt een goede nachtrust voor het ‘organiseren’ van je hoofd.

Mevrouw de Block moet op woensdag naar de tandarts. Ze vindt het spannend, omdat ze niet weet of de taxi wel op tijd komt. Daardoor slaapt ze slecht. Het effect is dat ze de volgende dag haar leven nauwelijks kan organiseren, ghaar medicatie vergeet in te nemen en de deur bij vertrek open laat staan. Zou ze goed hebben geslapen, dan had ze deze dag beter kunnen organiseren.

Een vierde reden is het medicijngebruik. Bij sommige medicijnen moet dit bij het ouder worden naar beneden worden bijgesteld.

Mevrouw de Groot gebruikte al jarenlang een antipsychoticum. Het afgelopen jaar raakte ze steeds meer verward. De inschatting werd gemaakt dat ze in de tweede fase van dementie verkeerde. Nadat de dosering antipsychotica was verminderd verdween ook de verwardheid. 

Een belangrijk onderwerp zijn de zintuigen, vooral het gehoor, maar ook het (niet goed) kunnen zien. Naarmate mensen ouder worden heeft de achteruitgang van de zintuigen ook een groter effect op het dagelijks functioneren. Zo kunnen mensen zich gaan terugtrekken uit de groep of passief worden. De gedragingen kunnen lijken op bepaalde vormen van dementie.

Tenslotte noem ik een tekort aan ijzer, en aan bepaalde vitaminen, vooral aan vitamine B 12. Mensen die (te) weinig buiten komen of die niet gezond eten lopen daarbij extra risico.

Los van het voorgaande: het hoort bij het ouder worden dat functies minder worden. Vanaf je 27e treedt de achteruitgang in de hersenen in. Ik ga al veel langer achteruit dan dat ik vooruit ben gegaan. Geen wonder dat mensen soms gaan twijfelen aan mijn functioneren... Maar dat hoeft daarom nog geen dementie te zijn.