Enkele reis Zwijndrecht (1)

Een mens moet toch wat. Na een dag ploeteren op het digitale papier dat vandaag weinig buigzaam was stapte ik aan het eind van de middag op de fiets. Met onbekende bestemming, zoals gebruikelijk.
Van Delft naar Zwijndrecht

Ik begin fietstochten doorgaans tegen de wind in. Zoals ik het lekkerste van het toetje het liefste voor het laatste bewaar, zo kan ik dan op de terugweg genieten van de wind mee. Met zuidenwind moest ik dus naar het zuiden. En dat was naar Schiedam. In die stad staan de zes hoogste ‘klassieke’ windmolens van de wereld.

De stad Schiedam is internationaal bekend. Zo spraken wij in Oslo een Noor die twee Nederlandse plaatsen kende: Skiedam en Katendrekt. Oftewel drank en vrouwen. Rare jongens, die Noormannen.

Er staan zes van deze hoge stadsmolens in Schiedam

Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn historische steden, waarvan het centrum maar een klein flintertje aan oppervlakte beslaat. Voor Rotterdam is dat Delfshaven: de haven van Delft. Schiedam is van dat rijtje steden de meest rijke. Dat kwam door de drank, die de stad de bijnaam Zwart Nazareth had gegeven. Het zwart heeft te maken met de enorme vervuiling:

Een onafboenbre roetkorst kleeft
(Dat ’s waar) er aan iederen gevel,
En over havens en straten hangt
Er een eeuwige steenkolennevel.

De herkomst van de naam Nazareth is wat minder duidelijk. Is dat de geboorteplaats van Jezus ‘waar niets goeds uit voort kon komen?’ Anderen beweren een verband te zien met de Belgische plaats Nazareth, dat tegenwoordig vooral bekend is vanwege een wegrestaurant dat vanwege lock-down gesloten is waardoor veel truckers tegen de plaatselijke bomen zijn gaan wateren.

Benevelde hoogbouw in Rotterdam

Omdat ik bijna altijd kaartloos fiets en liever ook geen borden volg fiets ik mezelf vast bij een coffeeshop waar een rij van zeker 30 mensen staat te wachten. Je zult er er maar last van hebben. Nu de jenever grotendeels uit de stad verdwenen is zoeken veel inwoners hun heil in andere bedwelmende middelen. Daarna volgen een bedrijventerrein en een haven, waar ik omheen moet. Via een opgebroken weg en klimmend en klauterend over tal van obstakels kom ik weer op de begaande weg uit. Ik had natuurlijk gewoon mijn fout toe kunnen geven en terug kunnen fietsen…

Na Schiedam volgt kilometers lang aan bedrijventerrein tot aan het historische Delfshaven: een oase in de drukke stad. 

Fietsen door drie provincies (1)

De zon scheen uitbundig en de felle oostenwind van de afgelopen dagen was gaan liggen. Er stond slechts een zacht oostelijk briesje. Hoogste tijd om op de fiets te stappen.

Maar voordat het zo ver was moest er eerst voor mijn werk nog enig corona-overleg gevoerd worden. We leven immers in corona-tijden, daar valt niet aan te tornen. De klok van de Nieuwe Kerk sloeg elf en precies op dat moment besteeg ik het zadel van de Batavus Dinsdag. Dat was opmerkelijk, want het was donderdag.

Midden Delfland

Drie kilometer lang fietste ik door de nieuwbouwwijken van Delft en toen was ik in Midden Delfland: de laatste buffer aan groen tussen de regio Rijnmond en de regio Den Haag. Slechts een schamele vijf kilometer is er over gebleven van deze buffer. De aanleg van de A4 en straks van de Blankenbergtunnel maken het schaarse natuurgebied nóg schaarser.

Van Delft naar het centrum van Schiedam is het slechts tien kilometer fietsen. En het aardige is dat je in Schiedam eerst helemaal niet door hebt dat je je in een stad met zo’n 80.000 inwoners bevindt. Eerst is er de

Weggetje in de buurtschap Kethel

buurschap Kethel, waar het nét lijkt of de wereld helemaal niet veranderd is. Daarna kun je door een park, omgeven door volkstuinen: nog drie kilometer groen verder fietsen. Daar eindigt de fietsroute in de buurt van station Schiedam Centrum in een wirwar van wegen: hier is het echt de beton-en asfaltjungle.

Als je hier niet bekend bent raak je hopeloos verstrikt in een doolhof aan wegen, zijwegen, viaducten, opbrekingen en wegomleggingen. Want Schiedam gaat deels op de kop: wijken uit de jaren ’60 worden opgekalefaterd en routes verlegd. Soms moet je lang voor een verkeerslicht wachten om dan aan de overkant de haakse bocht te nemen. Daar staat uiteraard ook een verkeerslicht. Daar sta je ook weer te wachten. En dan ontdek je dat je daar niet verder kunt omdat het fietspad geheel omgeploegd is. Adequate borden ontbreken vaak. Kortom: na die aardige start kom je hier behoorlijk in de fietsproblemen. Je zou vanwege de frustratie bijna een Schiedamse oude klare tot je nemen. Maar ik drink geen alcohol en ik zou als gevolg van een paar slokken van mijn fiets storten.

Ik besluit een stukje de metro te nemen. Het betekent dat ik ondergronds ga. Het centrum van Rotterdam gaat aan mijn neus voorbij: dat scheelt een groot aantal verkeerslichten. Na ongeveer zes kilometer stap ik op het metrostation van de Gerdesiaweg weer uit de metro en kom ik weer bovengronds. Hier heb ik een goede uitgangspositie om oostwaartse te fietsen. Eerst door 19e eeuwse Rotterdamse wijken, dan door naoorlogse nieuwbouw en tenslotte fiets ik Capelle aan den IJssel binnen.

Capelle aan den IJssel is weer zo’n uit de hand gelopen groeikern die verkleefd is met Rotterdam. De plaats telt bijna 70.000 inwoners en Jan Peter Balkenende. Van oorsprong is Capelle een tuindersdorp: een aantal parallelwegen lopen van west naar oost en tussen die wegen waren tuindersgebieden.

Het aardige van Capelle is dat die oude wegen – zoals de kilometers lange ’s Gravenweg – hun karateristieke kenmerken redelijk hebben weten te bewaren: je hebt bijna niet door dat je door een uitgestrekte forensenplaats fietst. Wel zijn er helaas tal van oudere huizen afgebroken en op die percelen verschijnen dan protservilla’s met vogelonvriendelijke pannendaken en twee of drie auto’s op het eigen erf. Nog een groot hek er voor en je bent hier in België.

Hoewel er best veel hoogbouw uit de jaren ’60 en ’70 is bezit Capelle aan den IJssel opmerkelijk veel groen,waaronder een enorm stadspark met veel koolzaad, maar ook veel in corona-tijd illegale samenscholingen.

Eén van de weinige stukjes authentiek Nieuwerkerk aan den IJssel

Aan de oostzijde van Capelle is nauwelijks meer groen over gebleven. De laatste stukken buffer tussen Nieuwerkerk en Capelle worden volgebouwd. Aan de noordzijde van Nieuwerkerk aan den IJssel is de Vinex-wijk Nesselande gebouwd. Er zijn nog maar een paar stukjes authentiek Nieuwerkerk over gebleven. Langs de oudere wegen hebben ook hier de authentieke huizen plaats moeten maken voor wanstaltige nieuwbouw. Waar halen architecten tegenwoordig hun diploma. Ik hoop niet dat dat in Delft is.

Een aardige bijzonderheid van Nieuwerkerk aan den IJssel is dat hier het laagste punt van Nederland ligt: min 6,76 meter onder NAP. Dankzij het droge weer kom ik toch droogvoets aan de andere kant van de gemeente.

Via Spijkenisse (2)

Al snel stap ik in Spijkenisse weer op de fiets. Ik fiets oostwaarts. Er is maar één optie om de Oude Maas over te steken: dat is via de Spijkenisserbrug.

Vanaf de brug heb je een mooi zich op de rivier, maar ook op de torenhoge nieuwbouw aan het water. Er staan diverse woontorens met een hoogte van ruim 80 meter.

Aan de overkant ligt Hoogvliet. Ook dit stadsdeel van Rotterdam heeft te maken met nogal wat grootstedelijke problemen. Als steden letterlijk in korte tijd uit de grond worden gestampt heb je daar een generatie later last van. Op allerlei plekken wordt jaren ’60 bouw afgebroken en komt er nieuwbouw (vaak grotere eengezinswoningen) voor in de plaats.

Ik volg de fietsborden richting de Waalhaven, maar ergens heb ik een bordje gemist. Op je richtinggevoel kun je hier niet goed fietsen, want dan strand je op bedrijventerreinen of enorme verkeersknooppunten. Ik maak daardoor een wat vreemde lus, want ik moet weer over de A 15 en de Betuwelijn. Als dat eenmaal gelukt is ben ik bijna in Pernis, dat een paar weken geleden beschreven werd op dit weblog.

Ik fiets nu in noordelijke richting en heb de wind pal tegen. Die voel je wel in dit open industriegebied: er is geen boom te bekennen en op enige afstand staan alleen maar tanks voor de opslag van olie.

Na een paar kilometer duik ik de Beneluxtunnel in. Over de volle lengte staat een tekst die ik later nog maar eens uitgebreider moet bestuderen. In ieder geval krijgt Ari te horen dat het leven eindig is en dat de mensen slecht zijn.

Aan de overkant van het water ben ik in Schiedam. Ik maak even een ommetje via het historische centrum. Veel mensen denken bij Schiedam aan vervuilende industrie, havens en eindeloze nieuwbouw uit de jaren ’60, maar de stad heeft een schitterend centrum.

Bovendien telt de stad de hoogste (‘klassieke’) windmolens van de wereld. Ooit waren het er 20, er zijn er zeven overgebleven. De laatste is overigens gewoon een windturbine, die een klassieke vorm heeft gekregen. Dat zou men vaker moeten doen, want die metalen turbomolens die op land en in zee worden neergezet verstoren het landschap.

Via uitgebreide bedrijventerreinen fiets ik aan de noordkant bij de Poldervaart en Kerkbuurt Schiedam weer uit. De provincie probeert al een halve eeuw om Midden Delfland als groene buffer te behouden, maar er wordt alweer een bedrijvenpark aangelegd. Toch kun je tussendoor nog steeds aardige weggetjes vinden. En als je het land ‘zo’ bekijkt zie je ook dat de lente in aantocht is.

Het is nog tien kilometer fietsen naar ons huis in Delft. Je kunt vanuit ons huis in drie uur fietstijd heel verschillende gebieden befietsen. Dat is trouwens ook wat het fietsen in Nederland zo aardig maakt. Niks geen eindeloze prairie of uitgestrekte bossen: welke route je ook kiest: je ziet continu verschillende landschappen.

Nog een fietsrondje (3)

Zo'n veertig kilometer lang strekken zich de Rotterdamse havens van oost naar west uit. Ik steek dwars door, van zuid naar noord. Dat is hier maar vijf kilometer.

Dan ben ik in Pernis, een groene oase temidden van enorme petrochemische industrie. Het schijnt dat Rotterdam het liefste zou zien dat dit dorp geheel ontvolkt zou worden (in het Antwerpse havengebied worden nog steeds dorpen afgebroken). Maar voorlopig ligt Pernis er nog. Het is ook weer een karakteristiek dijkdorp. Vroeger had het dorp een agrarisch karakter; daar is aan de westzijde nog een klein beetje van te zien. Maar er was ook een vissersvloot (zowel op zee als in de binnenwateren: op zalm).

Tijdens mijn rondje Pernis kom ik twee hotels, drie snackbars en vier  kerkgebouwen tegen: een groot uitgevallen Hervormde dorpskerk, een Gereformeerde Kerk, een Baptistengemeente en een Ethiopische Kerk. Die laatste had ik hier niet verwacht, maar het zal wel een streekgemeente zijn.

Vroeger lag Pernis sterk geïsoleerd, maar sinds de opening van de Beneluxtunnel is er een snelle verbinding met Schiedam en dus ook met Rotterdam. Voor fietsers is er een lift, maar die doet het niet. Dat heb ik vaker meegemaakt. De route voor brommers is verboden voor fietsers, maar ik heb geen alternatief. Op hoge snelheid duik ik de diepte in en kom veel langzamer weer aan de andere kant boven water. Dit is het havengebied van Schiedam.

Verderop fiets ik wat kris-kras door een paar ‘volksbuurten’ van Schiedam met vooral arbeidershuizen uit het begin van de 20e eeuw. Daarna volgen  uitgebreide wijken uit de periode na de Tweede Wereldoorlog. Dit zijn ook hier probleemwijken, met lage huren, weinig sociale samenhang en veel werkloosheid. Tussen de oude flats worden nieuwe koophuizen gebouwd.

Zo langzamerhand wordt het tijd om even wat bij te tanken. Er zijn voldoende snackbars, maar ik zie geen koffie(leut)tentje.

Het wordt het plaatselijke ziekenhuis. Ik moet hier wel uitkijken, want mijn moeder heeft dit ziekenhuis niet levend verlaten. Ik neem een kop koffie benevens de aanbieding van de dag.

Tijdens het nuttigen van de aanbieding  blijf bijna steken in een niet te stoppen hoestbui. Dat kun je beter niet doen als er sprake is van angst voor een oprukkend virus. Een toevallig aanwezige zuster vraagt of het nog een beetje met me gaat. Ik vind dat het uitstekend gaat en dat het toepassen van de Heimlichgreep niet nodig is, maar ik vertrouw de zuster niet. Straks word de dokter geroepen en word ik in quarantaine geplaatst. En dat alleen omdat ik vorige week een keer Chinees heb gegeten. Zo’n qurantaine heb ik een keer eerder meegemaakt. Zonder dat ik er op verdacht was werd ik vastgehouden in een krankenhuis en kon ik opeens geen kant meer uit. Dat alles vind ik niet voor herhaling vatbaar. Hoogste tijd om het ziekenhuis weer te verlaten.

Ten noorden van Schiedam ligt een enorm park. Als je het in de lengte door fietst kom je na 5 kilometer bij het voormalige dorp Kethel in de polders van Midden Delfland uit. De zon is net onder gegaan, maar de lucht kleurt nog mooi oranje.

Ongeveer parallel aan de spoorlijn fiets ik door de polders en daarna door het Abtswoudse Bos terug naar Delft. Nog drie kilometer door grootschalige nieuwbouw uit vooral de jaren '60 en '70 en dan fiets ik weer onze garage binnen. De fietsteller heeft er vanmiddag bijna 48 kilometer bij opgeteld.

Niet zeiken

Ja, als je een gebouwtje neerzet dat lijkt op een bushalte, maar geen bushalte is.

Maar als de mannelijke inwoners vervolgens gaan denken dat het een urinoir is omdat het toch wel erg op een mannelijke plasgelegenheid lijkt…

Dan ontkom je er bijna niet aan om wel heel nadrukkelijk in neon-licht te vermelden dat het niet de bedoeling is dat mannen hier gaan wateren.

Bij nader inzien blijkt het gebouwtje trouwens een kunstobject te zijn. Oorspronkelijk stond hier het Schreihuisje, waar vrouwen van zeelieden hun varende echtgenoot konden uitzwaaien.

Het Schreihuisje staat in het stadspark aan de Nieuwe Maas in Schiedam.

Langs de Schie (5)

"Waar in de nauwe straten de vunze walm neerslaat van zwart besmookte branderijen, waar de huizen oud en goor tegen elkaar staan geleund, en laag tussen de smalle kaden in de donkere, drabbige gracht, daar tieren de branders in kamerhokken met grote gezinnen."

Aldus literator Henri Hartog in 1896 over zijn geboorteplaats Schiedam. De plaats had als bijnaam: Zwart Nazareth. Naast zeer bittere armoede en hoge kindersterfte was er ook sprake van grote rijkdom. De sloppen zijn grotendeels verdwenen, de rijkdom is goed af te zien aan de panden langs de ‘grachten’ van Schiedam.

De stank moet enorm zijn geweest. Volgens Piet Paaltjens (1880) werd bewoners en bezoekers van de stad de adem benomen door een mengsel van gist, roet van steenkool en van zure spoelingdampen. Dominee Piet Paaltjens (pseudoniem voor F. Haverschmidt) zag het allemaal niet meer zitten en maakte in 1894 een einde aan zijn leven.

"Ook zou alleen een verkouden mens op zijn erewoord durven ontkennen, Dat het gemakkelijk valt, om aan de geur van deze stad te wennen."

Tegenwoordig is de lucht in Schiedam ook niet schoon, o.a. als gevolg fijnstof (autoverkeer) en ook door de vele industrie, maar de kwaliteit van lucht en water zijn wel aanzienlijk verbeterd vergeleken met het einde van de 19e eeuw.

Maar laten we nu gewoon maar genieten van de plaatjes van historisch Schiedam. 

Na een paar rondjes historische binnenstad zet mijn Batavus koers in noordelijke richting. Eerst moet ik door een schil aan woningbouw uit de  jaren ’50 en ’60. Bij station Nieuwland kruis ik de spoorlijn naar Hoek van Holland, waar al meer dan een half jaar geen treinen rijden. In februari 2018 gaat de nieuwe Hoekse Lijn (metroverbinding met Hoek van Holland) open.

Langs de Schie (3)

Kilometerslang strekken zich de nieuwbouwwijken van Vlaardingen en Schiedam zich in noordelijke richting uit. De beide plaatsen werden gescheiden door een buffer van een paar honderd meter breed. Daar ligt nu - ingegraven in een talud - een nieuwe autoweg. Samen tellen de steden ruim 150.000 inwoners.

Toen we ooit door Oslo fietsten werden we aangesproken door een aangeschoten Noor. Hij vroeg waar we vandaag kwamen. Toen we zeiden dat we uit Nederland kwamen begonnen zijn ogen te glanzen. “Ah! Skiedam! Katendrekt!”

Uit Schiedam komt vanouds één van de meest bekende exportproducten: jenever. Ooit had ik een fles jenever op mijn studentenkamer staan: daar heb ik jaren over gedaan. En tegenwoordig drink ik helemaal geen alcohol. Dus ik heb geen idee of het een goed exportproduct is.

Schiedam noemt zichzelf ook wel de Brandersstad, vanwege het stoken van deze jenever. En de grootse vroegere rijkdom van de stad komt vanwege die jenever. Als je met de trein langs Schiedam komt zie je bijna alleen bedrijventerreinen en bouw uit de tijd van de wederopbouw (jaren ’50), maar even verderop vind je één van de mooiste historische centra van Nederland.

In Schiedam staan maar liefst zeven hoge stellingmolens: de hoogste molens van de wereld (als je de huidige windturbines niet meetelt). Eén van die molens is hypermodern: de Noletmolen. Deze molen wekt energie op voor een destilleerderij. Die molen is zo’n 45 meter hoog en ziet er verder identiek uit aan de andere Schiedamse stellingmolens.

Het centrum van Schiedam bevindt zich rond de Schie, die hier het karakteristieke beeld van oud-Hollandse grachten heeft. Langs het water bevinden zich tal van aanzienlijke gebouwen die ooit te maken hadden met de jeneverstokerij. Ook vind je er grote herenhuizen. Want in Zwart Nazareth viel ook geld te verdienen.

Langs de Schie (2)

Inmiddels heb ik de Schie even achter me gelaten. Vanuit Kandelaar fiets ik naar Driesprong. Daarna kom ik in Kerkbuurt. Daar zijn er meer van in Nederland. Deze buurtschap ligt bij Schiedam.

In het meest noordelijke puntje van Schiedam liggen twee agrarische dorpen: Kethel en Kerkbuurt.

Kethel is het oudste dorp. Dat is gesitueerd rond de Nederlands Hervormde Dorpskerk. De Rooms-Katholieken hielden hun kerkdiensten in een boerderij buiten het dorp. Deze boerderij werd later uitgebreid. En in 1890 werd er een eigen kerkgebouw met toren geopend. Dit complex valt tegenwoordig onder Monumentenzorg.

Achter de Kerkbuurt denderen de vele treinen over het tweesporige spoortraject tussen Rotterdam en Den Haag. Hier ligt een brug over de Poldervaart. Inmiddels zijn de voorbereidingen begonnen om hier een viersporig traject van te maken. Op de foto de Intercity naar Eindhoven via de HSL. 

Dan volgt er weer een buurtschap: (het) Windas. Hier werden vroeger schepen over een dam getrokken met behulp van een zogenaamde windas. Je kunt het vergelijken met de katrol waarmee emmers water uit een put opgediept werden.

Windas is tegenwoordig bijna helemaal omsloten door de nieuwbouw van Schiedam. Eindeloos strekken zich de nieuwbouwwijken uit, maar inmiddels is de grens bereikt: verder kan niet.

Schiedam betekent: dam in de Schie. Daar moet ik de Schie dus weer terug kunnen vinden.

Rondje Westland (4)

Eindeloos strekken zich de nieuwbouwwijken van Delft uit ten zuiden van het historische centrum van de stad. Voorhof (met hoge flats uit de jaren ’60 en een Molenbeek in Nederland vanwege een aantal Syriëgangers), Buitenhof en Tanthof. Gelukkig is men zo vriendelijk geweest goede fietsroutes aan te leggen, al zullen ze door eenzame dames in de duisternis misschien als minder prettig worden ervaren.

Kethel en Pernis 003Tussen de buitenwijken van Delft en Schiedam ligt een groenstrook van 4 kilometer, één van de laatste stukjes weiland in dit gebied en een buffer tussen de eindeloze woongebieden rond Den Haag en de agglomeratie Rotterdam. Het oogt nog wel als authentiek gebied, maar in feite is het een reservaat waar de Randstadbewoner nog een plaatselijke koe kan waarnemen.

Rechts van mij heeft de nieuwe autoweg naar het Knooppunt Kethelplein een aanslag gepleegd op dit laatste stuk groen. De overlast heeft men geprobeerd te beperken, maar het land is nog verder versnipperd.

Kethel en Pernis 006Schiedam kun je bijna helemaal groen van noord naar zuid per fiets doorkruisen, met af en toe een onderbreking vanwege een autoweg of spoorlijn. Een aardig stukje historisch erfgoed is het dorp Kethel met de Kerkbuurt. Je zou bijna zeggen dat de tijd hier stil heeft gestaan. Maar op de achtergrond hoor je helaas het geraas van de autowegen.

Ook Schiedam heeft uitgestrekte nieuwbouwwijken en daarnaast honderden hectare aan bedrijventerreinen. Maar als je die een beetje weet te omzeilen kom je ook mooie plekjes tegen. Een in Schiedam oude centrum 03 (2)Nederland veel te onbekend gegeven is het historische centrum van Schiedam met maar liefst zeven stadsmolens, waaronder de hoogste molens van de wereld. Dat oude centrum heb ik vaker bekeken, ik fiets er nu alleen maar door, onderweg naar de Beneluxtunnel. Daar duik ik als fietser onder de Nieuwe Waterweg door, onderweg naar het dampende Europoort.