Langs de Hollandsche IJssel (slot)

Nee, dit is de Hollandsche IJssel niet meer. Ik fiets Capelle (nog wel aan den IJssel) binnen en sla daarna linksaf waar ik uit kom bij de Nieuwe Maas. 

Laat het duidelijk zijn: de Maas stroomt door Rotterdam, de IJssel door Gouda en de Rijn door Leiden. Alles wat we vroeger met aardrijkskunde leerden blijkt niet te kloppen.

Brienenoordbrug

Bij de Brienenoordbrug neem ik een pauze, een halve liter water en twee boterhammen tot mij. De rumbonen zijn op. Vroeger mochten fietsers niet over deze brug (vanwege de heftige winden), maar dat verbod werd zó vaak overtreden dat het werd ingetrokken. Soms helpt anarchisme dus.

Naarmate ik het centrum van Rotterdam nader wordt het uitzicht op de skyline van de stad steeds meer spectaculair. Vlak voor Feyenoord (aan de overkant) maakt de rivier een scherpe bocht, waardoor je de stad steeds weer vanuit een andere hoek kunt bekijken.

Bij de Willemsbrug

Langs de Nieuwe Maas loopt (grotendeels) een goed fietspad zodat je als fietser op je zadel op de eerste rang zit. Het mooiste deel van de route ligt deze avond voor de Willemsbrug die door floodlight beschenen wordt. In hun verwarmde auto’s zitten tientallen mensen te kijken naar dit kleurrijke feest van licht en duisternis.

Ik heb nog zo'n 20 fietskilometers te gaan. Dat betekent weer een overschrijding van de Avondklok. Als ik geen bekeuring krijg zit er straks 950 euro in de uitjespot aan uitgespaarde boetes. 

Van Schiedam naar Rotterdam (1)

Van station Schiedam-Centrum naar station Rotterdam Centraal is maar ruim vijf kilometer. Ik maakte er 77 kilometer van. Kennelijk was ik behoorlijk de weg kwijt.

Mijn fiets stond geparkeerd op (of liever: onder) station Schiedam-Centrum. Daar is een mini-onbemensde-bewaakte fietsenstalling. Waar de bewaking dan zit moet ik nog uitzoeken.

Schiedam heeft een prachtig oud centrum, maar dat laat ik rechts liggen. Ik fiets rechtstreeks naar het Oude Westen van Rotterdam. Deze wijk (met o.a. het stadsdeel Spangen) dreigde teloor te gaan aan verloedering, maar inmiddels gaat het weer beter.

De wijk Spangen is één van de armste wijken van Rotterdam. Maar liefst 85% van de bevolking heeft een (recente) migratie-achtergrond. Veel inwoners zijn nog niet gewend aan het verschijnsel fiets en lopen op het fietspad danwel steken zomaar over. Ik moet dan ook veel in de remmen knijpen.

Historisch Delfshaven, ooit de zeehaven van Delft

Even verderop ligt het historische Delfshaven: de vroegere zeehaven van Delft. Van hier uit vertrokken de Pilgrim Fathers naar het toenmalige Amerika. Ze vertrokken uit West-Europa omdat ze in Engeland geen ruimte voor de uitoefening van hun geloof kregen. De ene bevolkingsgroep ging, de andere groep kwam.

Zicht op het centrum van Rotterdam bij de Euromast

Hoe dichter bij het centrum van Rotterdam, des te meer steekt de hoogbouw de kop op. De ene ‘skyscraper’ is nog hoger dan de andere en er wordt voortdurend bijgebouwd. De Zalmhaven (215 meter hoog, 60 verdiepingen) is bijna klaar. De penthouses op de bovenverdieping zijn 650 vierkante meter groot en kosten als casco 3,65 miljoen euro, exclusief schoonmaakster. Die komt mogelijk uit de wijk Spangen. Eén nadeel van zo hoog wonen: als de lift het niet doet moet je langdurig traplopen.

Woontoren de Zalmhaven in aanbouw (60 verdiepingen)

De Erasmusbrug laat ik rechts liggen. Ik neem de oversteek van de Willemsbrug via het eiland dat hier in de Maas ligt en de ‘Oude Hef’ (de oude spoorbrug). Daarna volgt er een wijk die volop in ontwikkeling is. Alles was geld heeft trekt naar het water. Aan de rand van de wijk Feyenoord (een achterstandswijk) worden aan het water luxe wijken gebouwd.

De veerpont naar Kralingen blijkt op zaterdag niet te varen, dus ik blijf op de linkeroever van de Nieuwe Maas. In die hoedanigheid kom langs het stadion van Feyenoord. Ik heb niets met voetbal, maar al helemaal niet met Feyenoord.

Skyline van Rotterdam vanaf de Willemsbrug

Na het stadion kom ik door de wijk Oud IJsselmonde en daarna bij de jaren ’60 wijk Beverwaard: een wijk uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. En met zoals andere wijken die na de oorlog planmatig uit de grond zijn gestampt heeft ook deze wijk veel problemen. Je kunt er gelukkig niet gemakkelijk verdwalen, anders dan de trend uit die tijd is dit geen bloemkoolwijk, maar de straten zijn er recht.

Ik laat Beverwaard rechts liggen, langs de autosnelweg ligt een nieuwe fietsroute in de richting van Dordrecht. Leuk is anders, maar het fietst wel lekker door. 

Via Rotterdam (3)

Ik bevond mij in hogere sferen in de lift van metrostation Rijnhaven. Gelukkig kan ik afdalen naar de begane grond en daar weer meer frisse lucht tot mij nemen. 
De Rijnhaven in Rotterdam-Zuid

De omgeving van station Rijnhaven laat in één oogopslag de tegenstellingen binnen Nederland zien. Aan de ene kant de peperdure koopappartementen van het Manhattan aan de Maas, aan de andere kant de 19e eeuwse Afrikaanderwijk in van de wijk Feyenoord in Rotterdam-Zuid. Deze wijk werd aan het eind van de 19e eeuw uit de grond gestampt om hier Zeeuwse havenarbeiders te huisvesten. Dit deel van Rotterdam lag dan ook het dichtste bij Zeeland...

Problemen in de Afrikaanderwijk

Een halve eeuw geleden werd de Afrikaanderwijk één van de eerste wijken in Nederland waar de meerderheid van de bevolking een niet westerse achtergrond had. De problemen werden in de jaren ’70 zó groot dat de gemeente een ‘quotum’ instelde: een maximum van het aantal inwoners van buitenlandse afkomst. Dit besluit werd echter vernietigd door de Raad van State.

Het maakt niet uit of je door delen van Amsterdam-Oost fietst of door de Afrikaanderwijk: de sfeer is identiek. Alleen ken ik Amsterdam-Oost niet uit de periode van een lock-down.

Veel winkels in de Afrikaanderwijk zijn gesloten, of zo te zien: oogluikend geopend. Je kunt namelijk alles een essentieel product noemen. Zo zie ik dat verschillende eigenaars van zaken gewoon open doen als een klant aanbelt. Ook de belwinkel en de coffeeshop horen tot de essentiële winkels.

Manhattan aan de Maas

Even verderop is de markt op het Afrikaanderplein. Het aantal scootmobiels ligt ver boven het landelijk gemiddelde. Je kunt je gratis laten sneltesten voor covid-19. Je kunt ook gratis mondkapjes krijgen. Die lijken hier niet erg populair te zijn.

Een paar cijfers uit de Afrikaanderwijk:

> Van de bevolking is 32% werkloos.

> 16% van de bevolking heeft een Nederlandse achtergrond. Twee keer zoveel mensen hebben een Turkse achtergrond. Daarnaast wonen er veel mensen met een Marokkaanse of een Surinaamse achtergrond. Ik fiets hier aan het eind van de middag en aan de geuren kun je ruiken dat hier geen bieten worden gekookt en speklapjes worden gebraden.

> De grootste partijen bij de vorige verkiezingen waren DENK en de PVV.

> De meeste bewoners geven aan het liefste uit de wijk te willen vertrekken. De gemeente Rotterdam investeert in een betere bewoonbaarheid van de wijk, maar het is een hardnekkige problematiek. En er zijn zoveel wijken in Rotterdam waar problemen zijn.

De Kiefhoek

Even verderop zie ik een verrassend wijkje, zomaar gebouwd tegen de oudere bouw van de wijk. Het is De Kiefhoek, een wijkje dat op de lijst van de duizend belangrijkste architectonische gebouwen van de 20e eeuw staat. De woningen zijn ontworpen door architect J.J.P. Oud (in Hoek van Holland staat ook een blok bijna identieke huizen).

De Kiefhoek

Oud was niet alleen architect, maar ook lid van de kunstbeweging De Stijl. Het monument op de Dam is ook door hem ontworpen.

Zo’n wijkje, wie had dat hier nu verwacht? Welke toerist stapt op de trein om deze huizen te bekijken. Maar het is wel een staaltje van hypermoderne vooroorlogse architectuur.

Helaas moet ik jullie wel een geheimpje verklappen. De wijk is in 1990 afgebroken en daarna weer opgebouwd. Het was zo'n zootje geworden dat er niets anders opzat...

Geen noord, maar zuid (1)

Het leven is soms onvoorspelbaar. Mijn fietstochten zijn een metafoor voor het leven. Je begint ergens aan, maar je weet niet waar je uit komt.

De zaterdagmorgen stond thuis ingepland vanwege een aantal huishoudelijke verplichtingen. Zo neemt het lezen van onze kranten nogal wat tijd in beslag. Jullie denken misschien: ‘dat is toch geen huishoudelijke verplichting?’ Maar zo zijn we niet getrouwd. Tineke wil dat ik – vóórdat ik ga stofzuigen – eerst de kranten op ga ruimen. Maar die kan ik pas opruimen als ik ze heb gelezen. Bovendien moet ik ook weten welk deel van de krant in de kattenbak kan. Dat is een leesbaar deel waar ik nu niet aan toe kom. Dat kan ik dan de volgende week lezen als de kattenbak weer verschoond moet worden.

Tegen 12 uur stapte ik ingesmeerd van jewelste met factor 50 op de fiets. Vijf minuten later was ik weer thuis. Ik wist niet dat het zó warm was. Dus eerst maar even een kledingwissel. Dat kan ook onderweg, maar thuis is dat wat netter. Ik was van plan om ook nog weer even wat te gaan lezen, maar Tineke vond dat het nu toch echt tijd was om te vertrekken. Zij is mijn ambulant begeleider en structureert mijn chaotische bestaan.

Ik was van plan om naar het noorden te fietsen. Maar als je dat in Delft doet kom je door eindeloze steenwoestijnen. Met de herinnering aan de ruime Noordkop – eerder deze week – besloot ik dan maar oostwaarts te fietsen. Daar is iets meer ruimte. Ik fietste onder de drukste snelweg van Nederland door (de A 4 tussen Den Haag en Rotterdam). Ik kwam door Delfgauw en daarna door het natuurgebied Ruyven. Mijn route werd doorkruist door de start-en landingsbaan van Rotterdam Airport. Ik dacht dat ik vanwege het beperkte luchtverkeer gewoon rechtdoor over kon steken, maar er stond een hek in de weg. Dus fietste ik met een noordelijk ommetje de noordelijke buitenwijken van Rotterdam binnen.

Dynamisch Rotterdam

Ik wilde wel noordwaarts, maar nu ik toch in Rotterdam was kon ik ook wel zuidwaarts fietsen. Het voordeel was dat ik dan tegenwind had. Voordat jullie denken dat dat in mijn calvinistische aard besloten ligt: ik vond die tegenwind eigenlijk prettiger dan wind mee: hij werkt als airco op een verhit gemoed.

Het verschil tussen noordwaarts fietsen en zuidwaarts fietsen is dat je op verschillende plekken komt. Ik moest nu dwars door de stad. Ik heb niets tegen de stad, maar wel tegen onlogische verkeerslichten en opgebroken fietspaden. Rotterdam heeft flink zijn best gedaan in het aanleggen van comfortabel geasfalteerde fietspaden, maar Rotterdammers zijn ook goed in het openbreken van comfortabel geasfalteerde fietspaden.

Uiteindelijk kwam ik oververhit en dampend aan bij de Erasmusbrug. De brug over was een hele klim. Naar beneden gaat hier best snel. onder aan de brug sprong het verkeerslicht net op oranje. Zo kon ik ook meteen weer even mijn remmen testen.  

Fietsen in Coronatijd (5)

Dinsdag 17 maart was een onverwachtse vrije dag. Ik had de hele dag cursus moeten geven. Vanwege de corona-maatregelen viel die cursus uit. Dan val je dus in een gat...

Nadat ik bij was gekomen van die val stapte ik op de Batavus. De vrije dag was ongepland en ik had ook weer geen duidelijk plan voor ogen. Ik besloot eerst maar eens de Nieuwe Waterweg te trotseren.

Via de Beneluxtunnel kwam ik aan de overkant in Poortugaal uit en daarna in Rhoon.

De vorige keer had ik de pont over de Oude Maas naar Oud-Beijerland gemist, dit was de herkansing.  Helaas was de pont in geen velden of vaarwegen te zien. Een plaatselijke bankzitter vertelde dat de pont niet zou varen vanwege de corona-dreiging. Het leven werd er dus niet gemakkelijker op. Net toen ik een foto nam van de passerende Anja (4622 ton, lengte 100 meter, onderweg naar Immingham) kwam de pont aangedobberd.

De Hoekse Waard is een ruime en weidse polder met mooie oude boerderijen. Vanuit de Oud Beijerland wilde ik richting Dordrecht fietsen. Dat deed ik weer op mijn gevoel, met de kaart in mijn achterhoofd. Ik ‘gokte’ op een route langs de Binnenmaas: een afgedamd stuk water met een mooie bochtige weg er om heen. Dat lukte: zonder kaart en op het gevoel kwam ik precies goed uit. En inderdaad: mijn herinneringen aan de Binnenmaas stelden mij niet teleur: wat een mooi gebied. Jammer alleen dat er ook hier zoveel huizen langs het water worden gebouwd, waardoor ‘de gewone mens’ door de huizen het water van de Binnenmaas vaak niet goed meer kan zien.

Ondertussen ging de zon onder: het was nog wintertijd en dan wordt het vroeg donker. De rest van de rit was dus in duister gehuld. Gelukkig kan mijn fototoestel heel wat duisternis aan. Via de tweede tunnel van vandaag (onder de Dordtse Kil bij Dordrecht) kwam ik in Dordrecht uit. Daar fietste ik over de verkeersbrug naar Zwijndrecht. Ik wilde de uitgestrekte wijken van Ridderkerk vermijden. Het gevolg was een volkomen onvoorspelbaar gebied met plukjes oudbouw, nieuwbouw, enorme bedrijventerreinen, af en toe een stukje agrarisch gebied en tal van klaverbladen en andere ongemakken die bij snelwegen behoren. Af en toe had ik geen idee meer hoe de weg mij verder zou voeren.

Uiteindelijk fietste ik Rotterdam binnen in de wijk Reijeroord (nooit van gehoord). Wat er onderweg is gebeurd weet ik niet, maar ik kwam na een half uur weer op dezelfde plek uit (zie het Stravakaartje).  Dat overkomt me zelden. Het was al laat, het werd steeds kouder en ik moest nog heel Rotterdam door om in Delft uit te komen.

Rotterdam lag er op één van de eerste lock-downdagen verstild bij: de verkeerlichten stonden meestal voor niets (voor mij) op rood. Via de Willemsbrug fietste ik door het centrum om daarna te proberen om via Rodenrijs naar Delft te fietsen. Helaas: vanwege grootscheepse werkzaamheden (alwéér een nieuwe snelweg in aanbouw) moest ik deze avond een heel eind omrijden. Zo kwam ik door het kassengebied van Rodenrijs. Dat was weer een nieuwe ervaring en ook een foto waard.

Na bijna 100 kilometer was ik op deze onverwachtse vrije dag weer terug in Delft. Er was vrij veel bewolking geweest, de wind was zwak en zuidelijk en in de loop van de avond daalde de temperatuur tot onder de 5 graden...

Via Barendrecht (2)

Aan de zuidkant van Rotterdam lijkt de wereld wel één groot knooppunt van autowegen en spoorlijnen. Als fietser voel je je nietig temidden van zoveel gemotoriseerd verkeer, asfalt en beton.

Het dijkdorp Rhoon heeft standgehouden temidden van de economische bedrijvigheid van Rotterdam. Men profiteert er natuurlijk ook van. De agrarische sector heeft al lang plaats gemaakt voor productie en dienstverlening. Inmiddels breidt het dorp zich steeds verder uit en raak ik verstrikt in de doolhoven van woonerven in aanbouw. Daardoor mis ik de laatste pont naar Oud-Beijerland. Die vaart om kwart voor zes. Maar niet getreurd: er valt hier genoeg te zien en te beleven.

IJsselmonde

Het eiland IJsselmonde is het dichtstbevolkte eiland van Nederland. Op een oppervlakte van ruim 100 vierkante kilometer wonen zo’n 425.000 mensen (ter vergelijking: Den Haag is qua oppervlakte bijna even groot en telt 530.000 inwoners: maar dat is dan ook een stad).

Toch kun je op IJsselmonde nog behoorlijk groen fietsen, zoals op de kronkelende Essendijk, één van de dijken die de vele inpolderingen van dit gebied na de Sint Elisabethvloed in 1421 markeert. Na zes kilometer stevig fietsen met de wind in de rug kom ik in het volgende dorp uit: Barendrecht. Ik zeg dorp, maar de plaats telt 50.000 inwoners. Aan de westzijde blijft de plaats maar uitbreiden. Ik fiets door uitgestrekte nieuwbouwwijken en wijken in aanbouw. Ook de voormalige dorpen Smitshoek en Portland zijn inmiddels ingesloten door nieuwbouw.

Het is zoeken naar een overgang of onderdoorgang in de A 15. De weg gaat schuil achter een enorme afvalberg die met gras bedekt is en als park en geluidswal functioneert. Een fietstunnel brengt mij aan de andere kant en dan opeens ben ik in Rotterdam en fiets ik landelijk over een oude dorpsstraat. Dat zou je nu ook weer niet verwachten…

Aan de zuidzijde van Rotterdam zijn in de jaren ’60 enorme nieuwbouwwijken verrezen met afwisselend eengezinswoningen en vooral flats van vier hoog temidden van veel groen. Dat alles volgens een rechthoekig concept zoals toen in de mode was. Een deel van de huizen en flats wordt afgebroken om plaats te maken voor duurdere woningen. Dat is tegenwoordig de mode. De fietspaden staan af en toe onder water: kennelijk is de riolering ook aan vervanging toe…

(Kerk in) Charlois

Een groot stadspark met o.a. een molen scheidt de nieuwbouw van één van de oude dorpen binnen de gemeente Rotterdam: Charlois. Dit voormalige boerendorp werd een eeuw geleden geannexeerd om ruimte te creeëren voor (toen) het grootste havenbekken van de wereld: de Waalhaven. Het oude dorp is nog authentiek, met de Nederlands Hervormde Oude Kerk in het midden.  De kerk is springlevend, maar ook van kleur verschoten. Elke zondag worden er twee of drie kerkdiensten gehouden, deels in andere talen voor de vele mensen uit het buitenland die hier wonen. Ook de Christelijke Gereformeerde Kerk van Charlois heeft een gedaanteverwisseling ondergaan: van een klein, grijs en select gezelschap is deze gemeente nu een jonge vitale gemeente geworden met tal van nationaliteiten, waar alle kerkdiensten meertalig zijn.

Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen

Inmiddels is het donker geworden en de wind wakkert steeds verder aan. Tussen de hoogbouw moet ik echt uitkijken om niet van mijn fiets geblazen te worden. Het Maastunnelveer is niet ver meer. En dat zet mij even later netjes weer af aan de overzijde van de Nieuwe Maas.

Daarna zoek ik een redelijk beschutte fietsroute in de richting van Delft. Eerst fiets ik door Rotterdam West met één van de grootste moskeeën van Nederland, daarna door uitgestrekte bedrijventerreinen in Schiedam, door een park, door Schiedamse woonwijken en dan ben ik in Vlaardingen. Opnieuw eindeloze woonwijken met veel hoogbouw en een gierende wind. Voor de zekerheid ga ik soms even lopen.

Uiteindelijk (na ruim 10 kilometer bebouwing) kom ik aan de noordzijde van Vlaardingen weer in het Groene Hart uit: Midden Delfland. Doordat ik door de stad tegen de wind in ben gefietst kan ik nu gebruik maken van een zijwaartse wind mee. Via Schipluiden kom ik uiteindelijk weer in Delft uit. De Strava fietsteller heeft er bijna 70 kilometer bij opgeteld.

Via Barendrecht (1)

Buiten regende het. Binnen zat Henk 50 aan de voorbereiding van een cursus te werken. Maar halverwege de middag werd het droog. Toen stapte hij op zijn Batavus Dinsdag. Per slot van rekening moest deze dinsdag gevierd worden.

Eerst maar eens richting Delfgauw. Dat is een de spuigaten uitlopend dorp dat tegen Delft aan is geplakt. Het inwonertal is de afgelopen tien jaar ruimschoots verdubbeld. Maar vooral het bedrijventerrein springt in het oog. Daar is een enorm distributiecentrum van Albert Heijn gerealiseerd.

Ook nieuw zijn de fietspaden door een vers aangelegd bosgebied: Ruyven. Steeds minder koeien en steeds meer bomen.

Uiteindelijk kom ik (weer) bij de eerste en tot voorkort drukste autoweg van Nederland uit: de weg tussen Den Haag en Rotterdam (A 13). Rechts raast het autoverkeer zichzelf de file in. Even verderop staat alles stil. Links grazen (in de zomer) koeien. Verderop is luchthaven Zestienhoven: het kleine broertje van Schiphol, met vooral vluchten binnen Europa.

De snelweg loopt dwars door de bebouwing van Rotterdam Overschie. De huizen zijn zwaar geïsoleerd tegen de geluidsoverlast, maar tegen het fijnstof doe je niet zoveel. Veel huizen zien er zwart en vuil uit, alsof het een gebied is waar steenkool wordt gedolven.

Een onverwachts groene route leidt even verderop langs de Rotterdamse Schie. Langs het water staan tal van oudere huizen en op het water vechten twee woerden om één eend, waarna de derde er met de buit vandaar gaat.

Ter hoogte van Blijdorp kan ik niet verder langs het water. Ik moet de autoweg over en dan de stad in. De huizen dateren vooral uit de periode van rond 1910. In de dierentuin zoekt een groep pelikanen als allochtone groepsgenoten beschutting tegen de wind.

Na de lange onderdoorgang onder de spoorlijn bij Rotterdam fiets ik over de Heemraadsingel: een brede laan met voor de huizen een rijstrook en in het midden een lange parkachtige strook met veel vogels, waterpartijen en een aantal verslaafden.

Omdat de Maastunnel gesloten is moet ik vanuit de Sint Jobshaven met een vervangende veerpont naar de overzijde van de Nieuwe Maas. Daarna is het stevig trappen tegen de wind in langs de Waalhaven, ooit de grootste haven van de wereld.

Het volgende deel van de route is weinig aangenaam door de samenklontering van tal van autowegen en spoorlijnen. De route die ik als fietser moet nemen is (mij) onduidelijk, ik moet een paar keer terug omdat het fietspad niet op een logische manier verder loopt (deels eigen schuld: ik kijk nooit op een kaart).

Nog een fietsrondje (2)

Veerpont Christina levert tijdens de overtocht een mooi plaatje van de altijd dynamische skyline van Rotterdam. Dat mis je als je via de Maastunnel fietst. Maar daar waag ik me ook liever niet meer aan. Ik vind die roltrappen te eng.

Op de Zuidoever staat allerlei nieuwbouw. Het is helemaal ‘in’ om aan het water te willen wonen. Op tal van plekken maken oude haventerreinen plaats voor nieuwbouw. Maar je woont hier wel direct tegen de enorme bedrijvigheid van de Waalhaven aan, voor de oorlog het grootste havenbekken van de wereld.

Een kilometer of vijf volg ik de contouren van deze haven. Daarna kom ik onder een snelweg door en fiets opeens door een groenstrook. Wel omgeven door autowegen en de gespoorde bedrijvigheid van de Betuwelijn, maar het ziet er toch opeens wat groener uit.

Weer drie kilometer verderop fietst het ‘authentiek groen’: geen recent aangelegde groenstrook, maar de polder bij Rhoon. Rhoon is een voormalig dijkdorp. Het ligt trouwens nog steeds langs een dijk. Maar aan dat authentieke dorp zijn nieuwbouwwijken geplakt. Die gaan vanzelf over in Poortugaal, daarna in Hoogvliet, en vervolgens met water er tussen in Spijkenisse. Rhoon is van al die dorpen het meest authentiek gebleven, met zelfs een heus kasteel.

De bedoeling was dat het gebied ten zuiden van de Betuwelijn groen zou blijven, maar inmiddels heeft er zich een enorm distributiepark gevestigd. IJsselmonde is het meest dichtbevolkte eiland van de Zuidhollandse eilanden: op 100 vierkante kilometer wonen hier bijna 450.000 mensen. En nog steeds wordt er verder gebouwd.

Vanuit Rhoon fiets ik in noordelijke richting over een nog vrij authentieke polderweg. Bij de autoweg A 15 ligt een viaduct. Als ik boven ben zie ik voor me alleen maar haven-en industrieterreinen, vooral petrochemische industrie. Van het oorspronkelijke land is niets meer over.

Volgens Strava was dit het 'Klimmetje Slotsedijk': in 220 meter zeven meter omhoog met een hellingpercentage van 3%. Ze weten daar ook alles.

Langs Alblas, Lek en IJssel (3)

Nee, het is hier niet de IJssel, maar de Hollandse IJssel. Een echte rivier, maar wel kort: maar 46 kilometer lang. Oorspronkelijk was het een zijrivier van de Lek.

De veerpont Zeemeeuw zet mij vanuit Ouderkerk over in een buurtschap dat Groot Hitland heet. En is hier een haven met tal van oude schepen die volgens mij voornamelijk dienst doen als woning.

Ik fiets verder over de slingerende dijk in de

Zicht op Ouderkerk aan den IJssel

richting van Capelle aan den IJssel, dat één geheel vormt met de enorme nieuwbouwwijken van Rotterdam. En ook in Capelle dacht men in de jaren ’60 en ’70 dat iedereen hoog en gelijkvloers wilde wonen, dus werd er Plattenbau gepleegd van vaak 13 verdiepingen, met veel

Haven bij Groot Hitland

groen rond de flats. Oftewel het Bijlmer-concept.

Vlak voor de bebouwde kom van Capelle sla ik af: een recht fietspad brengt mij door stroken bos en weiland naar de ’s Gravenweg. Dit is één van de vroegere wegen door het vroegere tuindersdorp. Aan deze wegen woonden de tuinders, en er achter waren de kavels land met kwekerijen. Er staan nog steeds een aantal authentieke huizen, maar een deel van de percelen is nu bebouwd met protservilla’s, vaak met grote hekken en alarminstallaties. Ze komen zo van de tekentafel en onder de daken kan geen vogel meer terecht, want de klassieke dakpannen werden niet meer gebruikt. Zo verliest een oud dorp zijn oorspronkelijke sfeer.

Een groene buffer in Capelle aan den IJssel

Ik kan over de ’s Gravenweg Rotterdam binnen fietsen, maar ik laat me graag verrassen. Dus kies ik tal van slingerende fietspaden door Capelle waarbij ik op den duur nauwelijks meer weet in welke richting ik fiets. Het is bewolkt en er staat nauwelijks wind, dus ik kan me niet op de zon en de wind oriënteren.

Capelle is één van de groenste gemeenten van Nederland, dankzij de groen buffers tussen verschillende wijken.

Ik fiets door het Schollebos en kom dan in de wijk Capelle Schollevaar terecht. Dit is een echt bloemkoolwijkengebied, waarbij je maar moet raden welke kant het allemaal uit gaat. Er schijnen regelmatig mensen hun huis niet meer te kunnen vinden. Wel groen en met veel water, dat dan weer wel.

Een winkelcentrum ziet er tamelijk zieltogend, alleen de snackbar doet goede zaken. Er zal ook wel een tattooshop zijn. Een deel van de woningen lijkt aan renovatie toe te zijn. Een paar keer staan hangjongeren in donkere tunneltjes bier te drinken en te blowen. Een groepje suggereert dat  deze ‘ouwe’ er niet door mag. Maar ik kom heelhuids aan de andere kant het tunneltje weer uit.

Na de spoorlijn naar Gouda kom ik op een bedrijventerrein uit en loop daarna vast op de autoweg.  Dat krijg je als je je eigen route bedenkt zonder ook maar één keer op de kaart te kijken. Na enig zoekwerk is er een tunneltje en daarna volgt de wijk Rotterdam Zevenkamp, een wijk die in de jaren ’80 uit de grond werd gestampt. Geen bloemkoolwijk meer, dat was alweer uit de mode. Hier zijn de wegen recht en er is afwisseling tussen hoog en

Zevenhuizerplas

laagbouw. In dat soort wijken ontstaan vroeg of laat toch weer problemen. Er is geen sprake van natuurlijke groei, opeens wonen er zo’n 20.000 mensen en na een tijd verdwijnt de eerste generatie die het kan betalen naar een andere wijk.

Zicht op Nesselande

Ik heb alweer geen idee waar ik uit kom, maar opeens fiets ik een groen gebied binnen, langs een oude dijkweg. Dat is het aardige van Rotterdam: er zijn nog steeds tal van mooie landelijke gebieden bewaard gebleven. Dit is een stukje ‘oud land’ dat niet is opgespoten, met ook oude woningen en boerderijen. En dan is er een grote waterplas. Dit is de Zevenhuizerplas, ontstaan door zandwinning ten behoeve van de wijk Zevenkamp.

Achter mij de nieuwbouw en hoogbouw van de Vinex-locatie Nesselande. Voor mij de lintbebouwing van een dijkdorp: Oud Verlaat. Die kant moet ik uit, wil ik straks nog weer in Delft uit kunnen komen.

Weer op de fiets (4)

Na Kralingen volgt Crooswijk, de wijk van bokser Bep van Klaveren en schrijfster Nelleke Noordervliet. 

Crooswijk is – net als Kralingen – een heel gemêleerde wijk. De gemeente Rotterdam had een plan bedacht om de wijk toekomstbestendig te maken. Dat hield in dat veel oude sociale woningbouw tegen de vlakte zou moeten. Maar die oude wijken hebben vaak ook een grote mate van sociale cohesie. De buurtwinkel wint het er vaak nog van de XL supermarkt. Er kwam veel verzet tegen de plannen van de gemeente en het resultaat is een wat meer bescheiden plan van aanpak. Er is op tal van plekken nieuwbouw gekomen, maar oudere huizen werden ook gerenoveerd voor de duur van 35 jaar.

Nu ik dat zo lees vraag ik me trouwens ook af hoe lang de gemeente ons huis aan levensduur heeft toebedacht. Het is nu bijna 25 jaar oud.

Na Crooswijk kom ik in het Oude Noorden. Laat ik eens de fietsborden richting Delft gaan volgen. Ik ben benieuwd wat voor fietsroute er voor mij bedacht wordt. En ziedaar: ik word meteen de wijk uit gedirigeerd om onder en over de autoweg en over de spoorlijn heen via een groenstrook de stad uit geleid te worden. Voor mijn gevoel buig ik teveel af naar het Noorden, maar de bewegwijzeraars hebben vast een strak plan voor mij bedacht.

Uiteindelijk word ik ten noorden van vliegveld Zestienhoven omgeleid en kom ik op het terrein van de voormalige gemeente Berkel en Rodenrijs. Dit waren tuindersdorpen, maar ook hier heeft de Vinex toegeslagen. Een nieuw fietspad leidt door één van de schaarse stukjes overgebleven weiland, alwaar de zon net bezig is onder te gaan.

Via de polder Schieveen kom ik weer bij de buurtschap Zweth uit, waar een nieuwe fietsbrug mij over het Schiekanaal brengt. De avondlucht is erg helder en ik kan in de gloed van de avondlucht tal van omringende plaatsen herkennen: de skyline van Rotterdam, de hoogbouw van Schiedam en Vlaardingen, het Europoortgebied en rechts van mij de torens van Delft en de skyline van Den Haag. 

Op de brug fiets ik de gemeente Rotterdam uit en Midden Delfland in. Het is nog vijf kilometer fietsen langs het water naar ons huis. Daar staat de koffie klaar. De teller heeft er vanmiddag vijftig kilometer bij opgeteld.