De buienradar zat er naast

En dus werd ik al aan het begin van de fietstocht kletsnat. De rest van de middag had ik nodig om weer op te drogen.

Het zou de hele dag in onze omgeving zijn van ‘klits, klets, klandere, van de ene bui op d’andere’. Maar op de Buienradar zag ik dat het in een strook tussen Bergen op Zoom en Goes een groot deel van de middag droog zou blijven. Dus stapte ik op de trein naar Rilland-Bath.

De grens bij de Westerschelde (het Nauw van Bath)

De zon scheen en vrolijk trapte de Batavus Dinsdag de kilometers weg. Totdat ik bijna bij de dijk langs de Westerschelde aan was gekomen. De bui had ik links van mij al gezien, maar ik dacht hem keurig links van mij te kunnen laten passeren.

Er was nergens een schuilplaats te bekennen en een poncho helpt maar deels als het hard waait. Er zat niets anders op dan me gewoon nat te laten regenen. Hoewel: het waren vooral hagel en natte sneeuw. En zelfs af en toe een klap onweer.

Bij de grens met België werd het weer droog. En dat bleef het de rest van de middag. Had de Buienradar toch een beetje gelijk.

Ondertussen was mijn veter los geraakt. Die kreeg ik niet meer vast. Te koude vingers. Het leven van een bejaarde fietser gaat niet altijd over rozen. 

De Zak (vervolgd 7)

Je zou denken dat het in Rilland koud was, maar het is er buitengewoon zacht. De lente is in aantocht. Alhoewel: maart roert vaak ook zijn staart. Er wordt de komende dagen zeer fris weer verwacht. Eén zachte dag maakt nog geen lente. Zoals de barometer thuis tikt, tikt hij nergens. 

Rilland-Bath wordt vaak in één adem genoemd. Toch zijn het echt twee verschillende dorpen die nogal uit elkaar liggen. En dan heb je ook nog de Stationsbuurt rond het verstilde station van Rilland-Bath. En daar heb je meteen de oorzaak van dit duodenken: de stationsnaam.

Het dorpscentrum van Rilland

Rilland zelf is ook nogal verknipt. De autoweg heeft bij aanleg een rechte lijn door het dorp getrokken.

Het eerste dorp Rilland werd in 1530 door de golven verzwolgen. Maar zoals de Zeeuwen zeggen: Luctor et Emergo (Lukt het Vandaag Niet, dan Lukt het Morgen). Het door de zee overspoelde land werd weer herwonnen. In 1782 was hier opnieuw een dorp Rilland, al was het maar klein (tien arbeiderswoningen). Momenteel telt Rilland zo’n 3000 inwoners. Het ligt strategisch best aantrekkelijk, als poort van Zeeland én met een station én in de nabijheid van het Schelde-Rijnkanaal. Er zijn in het dorp zelf zelfs drie brievenbussen.

De molen van Rilland

Dorpen die in de 18e en 19e eeuw werden gebouwd hebben eigenlijk altijd een rechthoekig stratenpatroon. Dat kwam door Leeghwater, die bedacht dat dat wel zo efficiënt was (zie de Noordhollandse polders Schermer, Beemster, Purmer en Wormer en later de Haarlemmermeer). Zelfs de wegen en de dorpen en Iowa (USA) werden volgens dit idee aangelegd en gebouwd. Zo ook Rilland. De structuur van het dorp is daardoor best overzichtelijk. Immer gerade aus.

Fiets je over de rechte hoofdweg rechtdoor, dan zou het zomaar kunnen staan te gebeuren dat je Bath voorbij fietst. Dat dorp heeft zich wat zijdelings van de weg verstopt. Je moet echt even bewust een afslag nemen om in Bath terecht te komen. In dit niet het chique Engelse Bath, maar het uit de Zeeuwse klei getrokken dorp.

Eerdere versies van het dorp werden verzwolgen door de woeste baren. Het huidige dorp is nog maar twee eeuwen oud. Ooit was hier een groot fort (met 300 manschappen), dat een belangrijke rol speelde in de Franse tijd en tijdens de Belgische revolutie.

Bath

Bath is een dorp met nog geen 100 inwoners. Er zal niet zoveel zijn te beleven. Toch is er nog wél een brievenbus.

Maar wie van een spectaculair uitzicht wil genieten moet hier de dijk beklimmen. De Schelde maakt hier – komend vanuit België – een scherpe bocht naar het westen. De watergeul staat bekend als het Nauw van Bath. Enorme zeeschepen lijken vanaf een bepaalde plek recht op de dijk aan te varen om nog net op tijd een bocht te maken in de goede richting.

Westerschelde met hangplek voor ouderen en zicht op de kerncentrale van Doel

Op de dijk staat een schuilhuisje dat vandaag dienst doet voor een groep Zeeuwse hangouderen. Ze waren met een fietstocht bezig, maar kennelijk is het hier zo goed toeven dat ze maar moeilijk weer op gang komen.

Ik besluit nog wat verder te fietsen. De Bathseweg voert mij in de richting van de grens met Noord-Brabant.