Functioneren van de hersenen en interventies bij dementie (1)

Meerdere malen plaatste ik een blog over de visie van Anneke van der Plaats op dementie. Ze heeft het over meerdere lagen in het brein: van cognitief (is boven) naar emotioneel/ voelen (is onder). Hoe meer de bovenlaag verstoord is geraakt, des te minder kan het denken je gedrag sturen.

Deze keer weer een aanvulling op die manier van denken. Want de gewenste benadering van de persoon met dementie hangt samen met de vraag hoe de lagen in/van de hersenen functioneren. Het schema komt uit een boek, maar helaas weet ik de bron niet…

De cortex is de bovenste laag van de hersenen. Dit is het gebied waar de informatie uit de rest van het lichaam ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd wordt. Dat is dus allemaal heel complex. Vervolgens wordt die informatie ook nog eens omgezet in gedachten en in aansturingen van het lichaam (het spreken en het handelen). Dat ik nu zit na te denken, wat ik bedenk in woorden omzet en ook nog eens typ heeft allemaal met die bovenste laag (de hersenschors) te maken.

Als die bovenste laag nog redelijk intact is kun je een gesprek voeren door bijvoorbeeld:

De socratische methode. Dan stel je doordenkvragen, zoals bij een mevrouw die meent dat haar buurvrouw haar portemonnee mee heeft genomen: “Is dat zo? Hoe bent u op dat idee gekomen? Kunt u mij daar meer over vertellen? Kunt u ook nog iets anders bedenken wat er aan de hand kan zijn?”

De Rationeel Emotieve Therapie. Bij deze methode probeer je met het denken de emoties bij te sturen. “Het raam staat open en u zit op de tocht. U durft daar niets van te zeggen, kunt u mij vertellen waarom niet… U denkt dat iedereen u dan een zeur zal vinden? Als mevrouw de Vries nu zou vragen of het raam dicht mag, zou u haar dan een zeur vinden?”

Realiteitsoriëntatie. Dan stel je geen vragen, maar je brengt de persoon via wat je zegt in de realiteit. “Goedemorgen meneer De Jong. Het is vandaag zondag. Ik ben zuster Brigit en ik kom u helpen met opstaan. Dan kunt u zo meteen mee naar de kerk.”

Reminiscentie. Dit is het bewust ophalen van herinneringen. Daar werd nog wel eens negatief tegenaan gekeken. Zoiets als: ‘als je dáármee begint ga je echt achteruit.’ Opa Henk 50 vertelt steeds over vroeger, hij is niet helemaal meer bij de les. Maar het kan helemaal geen kwaad om over vroeger te spreken. Als je zeventig jaar achter je hebt liggen en tien jaar vóór je is het geen wonder dat je het ook over je verleden wilt hebben. Bovendien blijkt deze methode ouderen meer bij de les te houden, waarbij ook de stemming kan verbeteren. “Vertel eens, Henk50, hoe ging dat vroeger bij u thuis met Sinterklaas. Hebt u daar leuke herinneringen aan?”

De bovenste twee interventies vragen om een behoorlijk cognitieve instelling van het denken: je moet van alles kunnen afwegen. Bij de volgende twee interventies kun je ook nadenken over wat er gebeurt of is gebeurd, maar er wordt minder een appél gedaan op het zelf analyseren.