Wantrouwen (1)

Vorige week behandelde ik in een training de ontwikkeling van basic trust in de theorie van Erikson. Dat basisvertrouwen is een voorwaarde om zich veilig te kunnen voelen en om een positieve relatie met jezelf en met de ander te kunnen opbouwen. De keerzijde van dat vertrouwen is wantrouwen. De ander is niet te vertrouwen.

Wantrouwen uit zich in een voortdurend op de hoede zijn. “Mensen zijn niet te vertrouwen”. Of, in een andere – vaak gehoorde – variant: “Mensen kunnen je bedriegen, dieren niet.” Een deel van de mensen die grote moeite hebben met het ontwikkelen van vertrouwen in andere mensen storten zich dan ook met maximale overgave op de verzorging van dieren.

Eén van de cursisten vroeg hoe het kon dat één van haar cliënten steeds weer in dezelfde relationele fouten verviel. Ze kon inmiddels toch beter weten? Een beetje meer wantrouwen in mensen kon dan toch geen kwaad?

Ik nam echter een andere invalshoek: het steeds kiezen voor een verkeerde relatie kan ook gebeuren ondanks het wantrouwen dat je hebt. Het voorspelbare wint het van het beangstigende wantrouwen.

Herhaling van zetten

Eén van de meest wonderlijke processen bij mensen die geen vertrouwen in anderen hebben is dat juist zij zo vaak in verkeerde relaties terecht komen. De dochter van een alcoholist trouwt op háár beurt met een alcoholist. De dochter van een mishandelende vader krijgt een relatie met een man die haar mishandelt. De zoon van een moeder met een borderlinestoornis krijgt een relatie met een vriendin met borderline.

Dat dit zo gebeurt valt te verklaren uit het feit dat het zo bekend is: het is het ‘script’ dat kinderen van jongs af aan mee hebben gekregen. Hoe beangstigend ook, het is het meest bekende schema.

Jeffrey Young heeft in schema gebracht hoe mensen denken, voelen en handelen die onvoldoende vertrouwen in de ander op hebben kunnen bouwen.

Handhaving van het patroon

A). Een deel van de mensen hoopt dat het nu een keer niet waar is. Ze willen alsnog op de ander kunnen vertrouwen. Maar op dat moment komt de vicieuze cirkel naar boven. Ze storten zichzelf in een ‘bekende’ relatie die lijkt op wat ze eerder hebben meegemaakt. Het effect is dat opnieuw blijkt dat anderen niet te vertrouwen zijn. Deze relaties zijn steeds ongelijkwaardig: ze komen in de onderpositie terecht. Ik ken iemand die op die manier met zes verschillende mannen heeft samengewoond.

B). Er zijn ook wantrouwende mensen die afstand blijven houden. Ze stellen vooral grenzen, maar durven daar niet van af te wijken. Door anderen te blijven wantrouwen houden ze voor zichzelf de situatie onder controle. Het psychologisch script dat ze ontwikkeld hebben over de ander blijft daarmee in stand. ‘Het klopt nog steeds dat de ander niet te vertrouwen is’. Ze kiezen voor de bovenpositie waarbij ze de ander de baas kunnen. Dit leidt gemakkelijk tot een rigide gedragspatroon, omdat controle zo’n belangrijke plaats inneemt.

Het zou kunnen zijn dat deze kenmerken ook te maken hebben met temperament. Bij kleine kinderen heb je de goedmakers en de vermijders. De goedmakers proberen het opnieuw om de schade te herstellen. De vermijders verstoppen zich, ze durven de confrontatie niet aan.

Splitting (5)

Aan de basis van het splitten ligt het onvermogen van het kind om in grijstinten te denken. De ander is óf goed, óf gevaarlijk. Je vertrouwt iemand óf je vertrouwt die persoon niet. 

Bij dat zwart-wit denken hoort de verwachting dat de goede het altijd met jou eens zal zijn en jou ter wille zal zijn. Het valt niet te verdragen dat de ander een keer ‘nee’ zegt. Waarom wordt dat niet verdragen? Omdat het ‘nee’ zeggen wordt ervaren als een persoonlijke afwijzing. De peuter/kleuter is nog niet in staat om gedrag van persoon te scheiden. Als de volwassene stopt met met hem spelen omdat er nu eenmaal ook andere dingen in huis moeten gebeuren wordt dat als afwijzing gezien.

Nog even in de herhaling:

De Volwassene speelt met kind, moet daarna iets anders doen > kind is teleurgesteld, maar gaat daarna toch verder. Het wordt verdragen dat de volwassene tijdelijk meer afstand houdt, want straks komt het wel weer goed.

B1. Volwassene speelt met kind, moet daarna iets anders doen > kind is woedend. Voelt zich als persoon afgewezen door een oppermachtige en bedreigende omgeving.

B2. Angst camoufleren door zichzelf groot te maken: brutaal zijn tegen Zwarte Piet

C. Ieder kind is uit op controle. Controle is ook: herhaling van patronen: wéér straf krijgen.

Verschil tussen narcisme en borderline

Mensen met narcisme zijn controlerend ten opzichte van de partner; ze willen de ander onder controle houden. Dat verklaart ook de stalking die zo kenmerkend is voor mensen met narcistische trekken. Het feit dat de ander er niet voor de persoon is (op afstand is) wordt als afwijzing en als krenking ervaren.

Bij mensen met borderline zie je een andere dynamiek in de relatie: die van aantrekken en afstoten: “Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt.” Aan de ene kant is er de neiging om veel ruimte op te eisen, aan de andere kant is het ook weer bedreigend als de ander afstand neemt. Dat leidt weer tot ‘claimen’: op allerlei manieren proberen de ander terug te halen. Dat gaat korte tijd goed en daarna begint het afstoten weer omdat nabijheid ook als bedreigend wordt ervaren.

Opmerkelijk is dat uit verschillende studies blijkt dat mensen met narcisme en mensen met borderline elkaar aantrekken. Maar je ziet dus tegelijkertijd ook het mechanisme van afstoting, waarbij de narcist koste wat het kost toch de nabijheid van de partner wil behouden.

Het oordeel over de ander wisselt daarbij van 'de beste man/vrouw die ik ooit ontmoet heb' tot 'de meest wrede potentaat met wie ik ooit te maken heb gehad'. Dat iemand goede en slechte kanten heeft past niet binnen dit denken. 

Echtelijke verhoudingen

De bedenker van dit soort tekenfilmpjes is overleden. Maar zijn humor (vooral gebaseerd op menselijke onhandigheden en allerlei vormen van uit de hand lopende etiquette) is o.a. als You Tube erfgoed beschikbaar.

Zoals het filmpje over de gepensioneerde Hermann die gewoon even lekker wil zitten. Maar zijn altijd bedrijvige echtgenote vindt dat hij zich veel actiever moet opstellen. Niks lekker zitten, een eindje gaan wandelen.

Loriot is het pseudoniem voor Bernhard Victor Christoph Carl (Vicco) von Bülow, afkomstig uit een adellijke familie uit Mecklenburg-Vorpommern. De naam Loriot betekent ‘wielewaal’. Die vogel stond in het familiewapen.

In de DDR-tijd moest hij op allerlei slinkse manieren zijn observaties voor een breder publiek kenbaar maken. Na Die Wende kon hij zich helemaal uitleven.

First dates (1)

Nu ik vanwege mantelzorg-activiteiten meer aan huis gekluisterd ben kijk ik ook wat vaker televisie. Zo heb ik onlangs het programma First Dates bekeken. Zo'n eerste ontmoeting lijkt mij vooral heel ongemakkelijk. Ik heb er dan ook geen ervaring mee: ik heb nooit geoefend. 

Wat ik nu schrijf komt dan ook uit een wetenschappelijk artikel. Ik heb het niet zelf bedacht. Het schijnt dat veel jonge mannen en vrouwen hard hun best doen om op de eerste date een goede indruk te maken. Er zijn maar weinig dingen zo opwindend als een nieuwe relatie, en een deel van het plezier is de gezamenlijke inspanning om een ​​gunstige indruk te maken.

Na een paar maanden na het begin van de relatie verdwijnt de aanvankelijke opwinding echter vaak en begint het gedrag te normaliseren. Op een dag ontdek je dus dat je partner heel ander gedrag vertoont dan hij of zij bij de eerste ontmoeting deed.

Volgens de auteurs van het artikel is het in de meeste gevallen onwaarschijnlijk dat het paar op de eerste date van plan was om te misleiden: ze probeerden gewoon een goede indruk op elkaar te maken. Als het ‘nieuwe’ gedrag niet al te schokkend is, komen ze die schokjes wel teboven en kan zich een langdurige relatie ontwikkelen.

De gevolgen van bewuste misleiding aan het begin van een relatie zijn echter vaak wél ernstig. Dan kan de relatie stagneren in een ‘disfunctionele liaison vol vervelende verrassingen’.

Zo zijn er meerdere verhalen in omloop van mannen die beweren dat ze piloot zijn. En piloot: dat schijnt een bepaalde aantrekkingskracht te hebben op vrouwen. Ze willen kennelijk geen man die met beide benen op de grond staat. Er zijn ook echte piloten. Maar deze mannen faken dat ze piloot zijn. Ze trouwen zelfs met de dames in kwestie, zonder dat de dame het door heeft dat de man helemaal geen piloot is. Het gaat om slimme dames die er niettemin in zijn getuind. Eén van hen heeft achteraf een boek over deze relatie geschreven.

Eigenlijk is een sollicitatiegesprek ook een soort First Date. Bedrijven doen hun best om topkandidaten aan te trekken. Maar de sollicianten kunnen er ook wat van. Volgens onderzoekers Griffith en Converse geeft zo’n 30% van de sollicitanten onjuiste informatie door. Dat kan gaan om resultaten op school, om referenties, maar ook verwijzingen naar bijvoorbeeld persoonlijkheids-onderzoek dat nooit heeft plaatsgevonden. Ook de uitgevoerde werkzaamheden kunnen overdreven worden voorgesteld.

Uit: Human Performance, First Dates and Little White Lies: A Trait ContractClassification Theory of Applicant Faking Behavior. Door: Richard L. Griffith, Lindsey M. Lee, Mitchell H. Peterson en Michael J. Zicka

Lagen in de communicatie

In relaties en gesprekken heb je allerlei lagen. Als de één op het niveau van de ene laag communiceert en de ander op de andere laag ontstaan er al heel snel misverstanden.

Een voorbeeld is het denken en spreken in:

a) cliché’s: dan gebruik je woorden als ‘je vit altijd op mij’, ‘je ruimt nooit iets op’. 

b) feiten: je houdt nauwgezet bij wat de kosten zijn, hoe de ander zich gedraagt enzovoorts. Dat wil niet zeggen dat je die feiten altijd ‘feitelijk’ noemt, maar ze vormen wel de achtergrond voor datgene wat je zegt. Bijvoorbeeld: ‘we kopen de stofzuiger niet, want hij is veel te duur’. Apart is daarbij de woordkeuze: ‘we’ kopen die stofzuiger niet. De ander wil wél graag zo’n stofzuiger, bijvoorbeeld omdat dat gemakkelijker is in huis. Maar jij besluit toch dat we hem niet kopen omdat je 399 euro veel te duur vindt voor een stofzuiger.

c) meningen: vaak worden in gesprekken feiten geventileerd die eigenlijk ‘alleen maar’ meningen zijn. Bij een feit kun je zeggen dat iets op die manier is vastgesteld. Een feit is dat het 21 graden Celcius is. Als je dan zegt dat het in huis koud is, is dat een mening. De ander kan vervolgens zeggen: “Het is hier helemaal niet koud.” Vervolgens heb je bonje. Een mening komt veel authentieker uit de verf als je zegt: “ik vind het hier koud.”

d) gevoelens: vaak worden gevoelens toegedekt onder een dikke laag van argumenten. Naarmate mensen zich minder veilig voelen hebben ze meer de neiging om hun gevoelens te verstoppen. Je vertelt niet dat je verdrietig bent, maar je gaat hard poetsen, opruimen, het over andere onderwerpen hebben. De ander heeft kritiek op jou en daardoor voel je je afgewezen. Maar dat ga je niet zeggen. Er ontstaat een stevige discussie zonder dat iemand begint over het zich afgewezen voelen. Of je gaat hard klussen in de schuur.

Het gezonde alternatief is e) transparantie: wat je zegt klopt met hoe je je voelt. Zo’n uiting begint relatief vaak met een ik-boodschap. Als je lacht voel je je ook vrolijk, je bent verdrietig en dat uit je ook.

Vaak zijn we gewend om te zeggen wat we vinden, maar we verzwijgen wat iets met ons doet. Veel mensen vluchten dan in hun hoofd en je probeert voor jezelf alsnog helder te krijgen waarom iets is zoals jij denkt dat het is. Daardoor komen hoofd en hart los van elkaar te staan. En dat vormt vaak weer een onderliggende oorzaak van tal van onderlinge communicatieproblemen.

Coronabankje

Vanmorgen zag ik tot mijn verbijstering een zoenend stelletje op een bankje.

Het is al de vraag of het onder normale omstandigheden wel zo gewenst is om publiekelijk te zoenen op een bankje. Er zijn landen waar dat verboden is.

Maar in deze tijden is het eigenlijk helemaal ongewenst. Ik neem aan dat zoenende mensen volwassen genoeg zijn om te weten dat zoenen in Corona-tijden een gevaarlijke bezigheid is. Niet voor niets moet je 1½ meter afstand van elkaar houden. Als je wilt dan perse tóch wilt zoenen, hou dan die 1½ meter afstand aan.

Bovendien geef je aan mensen die minder volwassen zijn het verkeerde voorbeeld met alle risico’s van dien. Volwassenen dienen het goede voorbeeld te geven aan de opgroeiende jeugd.

Groot was mijn blijdschap dan ook toen ik op internet een Coronabankje aantrof. Dit lijkt me een veilige oplossing.

Zo meteen koop ik een zaag en ga ik de bankjes in Delft Coronaproof maken.

Echtelijke ruzie op zaterdagmorgen

Hans doet op zaterdagmorgen -zoals gewoonlijk - de boodschappen. Met een plof zet hij de doos op het aanrecht. Zo, dat is ook weer gebeurd!

Deze bezorging lokt bij zijn vrouw Sigrid een verbale explosie uit. “Kijk uit wat je doet. Hou je dan nérgens rekening mee?” 

Hans is stomverbaasd. Waar komt deze heftige reactie vandaan? Dan schreeuwt Sigrid: “Ik loop de hele ochtend al schoon te maken. En dan plof jij de boodschappen op het schone aanrecht neer. Heb ik voor niks schoongemaakt!”

Daarop reageert Hans met: “Zoveel stelt dat aanrecht ook niet voor. Ben je dáár de hele ochtend mee bezig?” 

Het hangt er een beetje vanaf hoe vasthoudend de beide echtelieden qua temperament zijn, maar zo’n zaterdagse escalatie zou wel eens niet veel goeds kunnen betekenen voor de rest van het weekend.

Zouden Hans en Sigrid in staat zijn om te mentaliseren dan zouden ze bij elkaar achter het gedrag van de ander kunnen gaan zoeken.

Sigrid roept: “Nooit krijg ik waardering van je!” Daar gaat Hans niet op in. Hij zegt: “Wat ben je chagrijnig. Moet je ongesteld worden ofzo?” Daarop lijkt Sigrid bijna te exploderen. Met een klap van de deur rent ze de slaapkamer in en sluit zichzelf op.

Wat Hans deed was niet achter het gedrag van zijn vrouw kijken: hij vulde meteen in. En zijn reactie legde ook de schuld bij Sigrid. Hem mankeerde niets, maar die wisselende stemmingen van zijn vrouw bezorgden de relatie toch wel een hoop ongemak.

Als Hans en Sigrid in staat waren geweest om naar elkaars bedoelingen te kijken dan hadden ze heel andere kanten kunnen ontdekken. Misschien zette Hans de doos wel met goede bedoelingen juist op het aanrecht neer. Dan hoefde ze niet te bukken om wat er wat ingrediënten uit te vissen.

En waarschijnlijk was Sigrid inderdaad niet zo lang met het aanrecht bezig geweest, maar stond dat aanrecht wel symbool voor de voortdurende achterstand in het huishouden.

Aan dat gesprek komen de beide echtelieden nu niet toe. Hans ruimt zelf de spullen op - deels mogelijk op de verkeerde plaats; volgende probleem - en Sigrid zit voorlopig op de slaapkamer zich af te vragen waarom ze zo snel aangebrand was.

“Heb ik iets over het hoofd gezien bij hem?”

Aanhakend op het blog van gistermorgen over persoonlijkheidsproblemen en ouder worden: een treingesprek.

Sommige mensen zien de trein als een mogelijkheid om tegen iemand aan te gaan praten. Zodra ze een oor zien gaan ze van start. Ik vind dat dat moet kunnen, tenzij ik dringend andere bezigheden heb. Maar dan ga ik in de Stiltecoupé zitten.

Zo ook de mevrouw die tegenover mij komt zitten en die ziet dat ik in een psychologieboek zit te lezen. Ze wil me wat vragen. Dat mag. Ik heet dan wel niet de Kwaadsteniet, maar ik ben ook de kwaadsteniet.

De vrouw vertelt dat ze 45 jaar getrouwd is, en dat ze een bijzonder huwelijk had. “Mijn man ging altijd zijn eigen gang.” Het echtpaar ontmoette elkaar tijdens de maaltijd en daarna ging elk zijn eigen weg. Of ze het bed deelden heb ik niet gevraagd.

Mevrouw vertelde ook dat elk zijn eigen routine had. De taken waren goed verdeeld in huis. Wat zij deed, daar bemoeide haar man zich niet mee en omgekeerd. Dan krijg je ook geen ruzie.

“Ging u ook samen op vakantie?” wilde ik weten. Ja, het echtpaar ging samen op vakantie. “Mijn man bepaalde waar we heen gingen. Hij stippelde alles keurig uit. Het programma was duidelijk: ‘dag 1 werd dit bezocht, dag 2 werd dat bezocht’. “Achteraf was dat toch wel een beetje bijzonder” zei mevrouw, “maar daar dacht je vroeger misschien niet zoveel over na. Ik vond het ook wel prettig dat hij alles regelde.”

“Mijn man had een prima baan, maar sinds hij met pensioen is valt er geen land meer met hem te bezeilen” aldus de vrouw. “Hij is opeens helemaal zijn structuur kwijt. Maar hij staat nog steeds om half zeven op en gaat dan op de trap zitten wachten totdat de krant door de brievenbus valt. Als de krant na 7 uur wordt bezorgd zijn de rapen gaar en gaat er meteen een klacht over de bezorging weg. Ook op zaterdag staat hij om half zeven op om te kijken of de krant op tijd is.”

Het blijkt nu thuis niet meer zo te gaan zoals het veertig jaar lang ging. “De keuken was altijd mijn domein. Misschien wat ouderwets, maar zo ging dat nu eenmaal. Maar hij bemoeit zich nu ook met de keuken en zelfs met de besteklade. Daar krijgen we dan ruzie over omdat hij vindt dat het bestek op een andere manier gesorteerd moet worden.”

De vrouw sloot af met de vraag:  "Heb ik vroeger iets over het hoofd gezien bij hem?"

Mentaliseren kun je leren (6)

Veel problemen in het dagelijkse contact ontstaan omdat we onvoldoende gewend zijn om te mentaliseren.

Zaterdagse boodschappen

Martin heeft boodschappen gedaan. Hij zet de doos met boodschappen op het aanrecht. Zijn vrouw Vanessa heeft net het aanrecht schoon gemaakt. Ze reageert (voor zijn idee) buiten proportie. Volgens haar is het hele werk van de afgelopen ochtend voor niets geweest. Martin reageert met: “Zoveel werk is dat niet. Je bent er hooguit vijf minuten mee bezig geweest”. Daarop reageert Vanessa nóg heftiger. Ze duwt de doos met een ferme duw van het aanrecht. Een paar boodschappen vallen stuk op de grond. Nu is ze alle controle over de situatie kwijt. Ze rent gillend het huis uit.

Stress

Onder invloed kan stress gaan mensen vaak gedrag vertonen dat past bij een vroeger niveau van sociaal-emotioneel functioneren. Je kunt aan de hand van zo’n incident nog geen conclusies trekken. Maar als het karakteristiek is voor het functioneren van Vanessa, dan is er wel iets aan de hand. In het voorbeeld lijkt het inderdaad of Vanessa zichzelf verliest: ze heeft geen emotie, ze is emotie.

Professionele afstand

Zouden beide partners goed kunnen mentaliseren, dan zouden ze op zoek gaan naar de beweegredenen achter elkaars gedrag.

In een persoonlijke relatie (waar je emotioneel dicht op elkaar zit) is dat best ingewikkeld. In een therapeutische relatie is meer ruimte. Dan zou de therapeut aan Vanessa kunnen vragen welk gevoel maakt dat ze van slag raakt. Bijvoorbeeld: “ik heb al zóveel moeite om het huishouden op orde te krijgen en dan gebeurt er dit…” Omgekeerd zou Vanessa dan kunnen begrijpen dat Martin misschien de boodschappen wel juist op een voor haar handige plek neer wilde zetten, zodat ze er gemakkelijker bij kon.

Kenmerkend voor mensen die niet goed kunnen mentaliseren is dat de werkelijkheid samen valt met hun beleving van de werkelijkheid. Er is geen discussie over mogelijk. Als iemand maar een klein beetje probeert te nuanceren (‘sorry, maar ik dacht dat dit handig was’) wordt dat direct als een zeer zware motie van wantrouwen te zien.

Vier elementen van mentaliseren

In het voorbeeld van Martin en Vanessa komen vier ingrediënten van het mentaliseren aan de orde.

  • je hebt gedachten en gevoelens
  • je moet nadenken over je eigen gedachten en gevoelens
  • de ander heeft gedachten en gevoelens die tot gedrag leiden
  • jij moet in staat zijn om achter het gedrag van de ander naar zijn gedachten en gevoelens kunnen kijken.

Er zijn mensen die niet kunnen nadenken over hun eigen gedachten en gevoelens. Ze zijn niet in staat om afstand te nemen. Wat ze voelen is de waarheid. Ze hebben geen ‘observerend ik’. Ze zijn dan ook niet in staat om na te denken over hoe hun gedrag de relatie met de ander beïnvloedt. Laat staan dat ze in staat zijn om achter het gedrag van de ander te kijken.

In de dagelijkse omgang met elkaar horen deze hobbels in de communicatie er gewoon bij. We zijn dan niet professioneel bezig. Maar van professionele begeleiders/ behandelaars mag verwacht worden dat een mentaliserende basishouding in hun professionele gereedsschapskist zit.