First dates (1)

Nu ik vanwege mantelzorg-activiteiten meer aan huis gekluisterd ben kijk ik ook wat vaker televisie. Zo heb ik onlangs het programma First Dates bekeken. Zo'n eerste ontmoeting lijkt mij vooral heel ongemakkelijk. Ik heb er dan ook geen ervaring mee: ik heb nooit geoefend. 

Wat ik nu schrijf komt dan ook uit een wetenschappelijk artikel. Ik heb het niet zelf bedacht. Het schijnt dat veel jonge mannen en vrouwen hard hun best doen om op de eerste date een goede indruk te maken. Er zijn maar weinig dingen zo opwindend als een nieuwe relatie, en een deel van het plezier is de gezamenlijke inspanning om een ​​gunstige indruk te maken.

Na een paar maanden na het begin van de relatie verdwijnt de aanvankelijke opwinding echter vaak en begint het gedrag te normaliseren. Op een dag ontdek je dus dat je partner heel ander gedrag vertoont dan hij of zij bij de eerste ontmoeting deed.

Volgens de auteurs van het artikel is het in de meeste gevallen onwaarschijnlijk dat het paar op de eerste date van plan was om te misleiden: ze probeerden gewoon een goede indruk op elkaar te maken. Als het ‘nieuwe’ gedrag niet al te schokkend is, komen ze die schokjes wel teboven en kan zich een langdurige relatie ontwikkelen.

De gevolgen van bewuste misleiding aan het begin van een relatie zijn echter vaak wél ernstig. Dan kan de relatie stagneren in een ‘disfunctionele liaison vol vervelende verrassingen’.

Zo zijn er meerdere verhalen in omloop van mannen die beweren dat ze piloot zijn. En piloot: dat schijnt een bepaalde aantrekkingskracht te hebben op vrouwen. Ze willen kennelijk geen man die met beide benen op de grond staat. Er zijn ook echte piloten. Maar deze mannen faken dat ze piloot zijn. Ze trouwen zelfs met de dames in kwestie, zonder dat de dame het door heeft dat de man helemaal geen piloot is. Het gaat om slimme dames die er niettemin in zijn getuind. Eén van hen heeft achteraf een boek over deze relatie geschreven.

Eigenlijk is een sollicitatiegesprek ook een soort First Date. Bedrijven doen hun best om topkandidaten aan te trekken. Maar de sollicianten kunnen er ook wat van. Volgens onderzoekers Griffith en Converse geeft zo’n 30% van de sollicitanten onjuiste informatie door. Dat kan gaan om resultaten op school, om referenties, maar ook verwijzingen naar bijvoorbeeld persoonlijkheids-onderzoek dat nooit heeft plaatsgevonden. Ook de uitgevoerde werkzaamheden kunnen overdreven worden voorgesteld.

Uit: Human Performance, First Dates and Little White Lies: A Trait ContractClassification Theory of Applicant Faking Behavior. Door: Richard L. Griffith, Lindsey M. Lee, Mitchell H. Peterson en Michael J. Zicka

Lagen in de communicatie

In relaties en gesprekken heb je allerlei lagen. Als de één op het niveau van de ene laag communiceert en de ander op de andere laag ontstaan er al heel snel misverstanden.

Een voorbeeld is het denken en spreken in:

a) cliché’s: dan gebruik je woorden als ‘je vit altijd op mij’, ‘je ruimt nooit iets op’. 

b) feiten: je houdt nauwgezet bij wat de kosten zijn, hoe de ander zich gedraagt enzovoorts. Dat wil niet zeggen dat je die feiten altijd ‘feitelijk’ noemt, maar ze vormen wel de achtergrond voor datgene wat je zegt. Bijvoorbeeld: ‘we kopen de stofzuiger niet, want hij is veel te duur’. Apart is daarbij de woordkeuze: ‘we’ kopen die stofzuiger niet. De ander wil wél graag zo’n stofzuiger, bijvoorbeeld omdat dat gemakkelijker is in huis. Maar jij besluit toch dat we hem niet kopen omdat je 399 euro veel te duur vindt voor een stofzuiger.

c) meningen: vaak worden in gesprekken feiten geventileerd die eigenlijk ‘alleen maar’ meningen zijn. Bij een feit kun je zeggen dat iets op die manier is vastgesteld. Een feit is dat het 21 graden Celcius is. Als je dan zegt dat het in huis koud is, is dat een mening. De ander kan vervolgens zeggen: “Het is hier helemaal niet koud.” Vervolgens heb je bonje. Een mening komt veel authentieker uit de verf als je zegt: “ik vind het hier koud.”

d) gevoelens: vaak worden gevoelens toegedekt onder een dikke laag van argumenten. Naarmate mensen zich minder veilig voelen hebben ze meer de neiging om hun gevoelens te verstoppen. Je vertelt niet dat je verdrietig bent, maar je gaat hard poetsen, opruimen, het over andere onderwerpen hebben. De ander heeft kritiek op jou en daardoor voel je je afgewezen. Maar dat ga je niet zeggen. Er ontstaat een stevige discussie zonder dat iemand begint over het zich afgewezen voelen. Of je gaat hard klussen in de schuur.

Het gezonde alternatief is e) transparantie: wat je zegt klopt met hoe je je voelt. Zo’n uiting begint relatief vaak met een ik-boodschap. Als je lacht voel je je ook vrolijk, je bent verdrietig en dat uit je ook.

Vaak zijn we gewend om te zeggen wat we vinden, maar we verzwijgen wat iets met ons doet. Veel mensen vluchten dan in hun hoofd en je probeert voor jezelf alsnog helder te krijgen waarom iets is zoals jij denkt dat het is. Daardoor komen hoofd en hart los van elkaar te staan. En dat vormt vaak weer een onderliggende oorzaak van tal van onderlinge communicatieproblemen.

Coronabankje

Vanmorgen zag ik tot mijn verbijstering een zoenend stelletje op een bankje.

Het is al de vraag of het onder normale omstandigheden wel zo gewenst is om publiekelijk te zoenen op een bankje. Er zijn landen waar dat verboden is.

Maar in deze tijden is het eigenlijk helemaal ongewenst. Ik neem aan dat zoenende mensen volwassen genoeg zijn om te weten dat zoenen in Corona-tijden een gevaarlijke bezigheid is. Niet voor niets moet je 1½ meter afstand van elkaar houden. Als je wilt dan perse tóch wilt zoenen, hou dan die 1½ meter afstand aan.

Bovendien geef je aan mensen die minder volwassen zijn het verkeerde voorbeeld met alle risico’s van dien. Volwassenen dienen het goede voorbeeld te geven aan de opgroeiende jeugd.

Groot was mijn blijdschap dan ook toen ik op internet een Coronabankje aantrof. Dit lijkt me een veilige oplossing.

Zo meteen koop ik een zaag en ga ik de bankjes in Delft Coronaproof maken.

Echtelijke ruzie op zaterdagmorgen

Hans doet op zaterdagmorgen -zoals gewoonlijk - de boodschappen. Met een plof zet hij de doos op het aanrecht. Zo, dat is ook weer gebeurd!

Deze bezorging lokt bij zijn vrouw Sigrid een verbale explosie uit. “Kijk uit wat je doet. Hou je dan nérgens rekening mee?” 

Hans is stomverbaasd. Waar komt deze heftige reactie vandaan? Dan schreeuwt Sigrid: “Ik loop de hele ochtend al schoon te maken. En dan plof jij de boodschappen op het schone aanrecht neer. Heb ik voor niks schoongemaakt!”

Daarop reageert Hans met: “Zoveel stelt dat aanrecht ook niet voor. Ben je dáár de hele ochtend mee bezig?” 

Het hangt er een beetje vanaf hoe vasthoudend de beide echtelieden qua temperament zijn, maar zo’n zaterdagse escalatie zou wel eens niet veel goeds kunnen betekenen voor de rest van het weekend.

Zouden Hans en Sigrid in staat zijn om te mentaliseren dan zouden ze bij elkaar achter het gedrag van de ander kunnen gaan zoeken.

Sigrid roept: “Nooit krijg ik waardering van je!” Daar gaat Hans niet op in. Hij zegt: “Wat ben je chagrijnig. Moet je ongesteld worden ofzo?” Daarop lijkt Sigrid bijna te exploderen. Met een klap van de deur rent ze de slaapkamer in en sluit zichzelf op.

Wat Hans deed was niet achter het gedrag van zijn vrouw kijken: hij vulde meteen in. En zijn reactie legde ook de schuld bij Sigrid. Hem mankeerde niets, maar die wisselende stemmingen van zijn vrouw bezorgden de relatie toch wel een hoop ongemak.

Als Hans en Sigrid in staat waren geweest om naar elkaars bedoelingen te kijken dan hadden ze heel andere kanten kunnen ontdekken. Misschien zette Hans de doos wel met goede bedoelingen juist op het aanrecht neer. Dan hoefde ze niet te bukken om wat er wat ingrediënten uit te vissen.

En waarschijnlijk was Sigrid inderdaad niet zo lang met het aanrecht bezig geweest, maar stond dat aanrecht wel symbool voor de voortdurende achterstand in het huishouden.

Aan dat gesprek komen de beide echtelieden nu niet toe. Hans ruimt zelf de spullen op - deels mogelijk op de verkeerde plaats; volgende probleem - en Sigrid zit voorlopig op de slaapkamer zich af te vragen waarom ze zo snel aangebrand was.

“Heb ik iets over het hoofd gezien bij hem?”

Aanhakend op het blog van gistermorgen over persoonlijkheidsproblemen en ouder worden: een treingesprek.

Sommige mensen zien de trein als een mogelijkheid om tegen iemand aan te gaan praten. Zodra ze een oor zien gaan ze van start. Ik vind dat dat moet kunnen, tenzij ik dringend andere bezigheden heb. Maar dan ga ik in de Stiltecoupé zitten.

Zo ook de mevrouw die tegenover mij komt zitten en die ziet dat ik in een psychologieboek zit te lezen. Ze wil me wat vragen. Dat mag. Ik heet dan wel niet de Kwaadsteniet, maar ik ben ook de kwaadsteniet.

De vrouw vertelt dat ze 45 jaar getrouwd is, en dat ze een bijzonder huwelijk had. “Mijn man ging altijd zijn eigen gang.” Het echtpaar ontmoette elkaar tijdens de maaltijd en daarna ging elk zijn eigen weg. Of ze het bed deelden heb ik niet gevraagd.

Mevrouw vertelde ook dat elk zijn eigen routine had. De taken waren goed verdeeld in huis. Wat zij deed, daar bemoeide haar man zich niet mee en omgekeerd. Dan krijg je ook geen ruzie.

“Ging u ook samen op vakantie?” wilde ik weten. Ja, het echtpaar ging samen op vakantie. “Mijn man bepaalde waar we heen gingen. Hij stippelde alles keurig uit. Het programma was duidelijk: ‘dag 1 werd dit bezocht, dag 2 werd dat bezocht’. “Achteraf was dat toch wel een beetje bijzonder” zei mevrouw, “maar daar dacht je vroeger misschien niet zoveel over na. Ik vond het ook wel prettig dat hij alles regelde.”

“Mijn man had een prima baan, maar sinds hij met pensioen is valt er geen land meer met hem te bezeilen” aldus de vrouw. “Hij is opeens helemaal zijn structuur kwijt. Maar hij staat nog steeds om half zeven op en gaat dan op de trap zitten wachten totdat de krant door de brievenbus valt. Als de krant na 7 uur wordt bezorgd zijn de rapen gaar en gaat er meteen een klacht over de bezorging weg. Ook op zaterdag staat hij om half zeven op om te kijken of de krant op tijd is.”

Het blijkt nu thuis niet meer zo te gaan zoals het veertig jaar lang ging. “De keuken was altijd mijn domein. Misschien wat ouderwets, maar zo ging dat nu eenmaal. Maar hij bemoeit zich nu ook met de keuken en zelfs met de besteklade. Daar krijgen we dan ruzie over omdat hij vindt dat het bestek op een andere manier gesorteerd moet worden.”

De vrouw sloot af met de vraag:  "Heb ik vroeger iets over het hoofd gezien bij hem?"

Mentaliseren kun je leren (6)

Veel problemen in het dagelijkse contact ontstaan omdat we onvoldoende gewend zijn om te mentaliseren.

Zaterdagse boodschappen

Martin heeft boodschappen gedaan. Hij zet de doos met boodschappen op het aanrecht. Zijn vrouw Vanessa heeft net het aanrecht schoon gemaakt. Ze reageert (voor zijn idee) buiten proportie. Volgens haar is het hele werk van de afgelopen ochtend voor niets geweest. Martin reageert met: “Zoveel werk is dat niet. Je bent er hooguit vijf minuten mee bezig geweest”. Daarop reageert Vanessa nóg heftiger. Ze duwt de doos met een ferme duw van het aanrecht. Een paar boodschappen vallen stuk op de grond. Nu is ze alle controle over de situatie kwijt. Ze rent gillend het huis uit.

Stress

Onder invloed kan stress gaan mensen vaak gedrag vertonen dat past bij een vroeger niveau van sociaal-emotioneel functioneren. Je kunt aan de hand van zo’n incident nog geen conclusies trekken. Maar als het karakteristiek is voor het functioneren van Vanessa, dan is er wel iets aan de hand. In het voorbeeld lijkt het inderdaad of Vanessa zichzelf verliest: ze heeft geen emotie, ze is emotie.

Professionele afstand

Zouden beide partners goed kunnen mentaliseren, dan zouden ze op zoek gaan naar de beweegredenen achter elkaars gedrag.

In een persoonlijke relatie (waar je emotioneel dicht op elkaar zit) is dat best ingewikkeld. In een therapeutische relatie is meer ruimte. Dan zou de therapeut aan Vanessa kunnen vragen welk gevoel maakt dat ze van slag raakt. Bijvoorbeeld: “ik heb al zóveel moeite om het huishouden op orde te krijgen en dan gebeurt er dit…” Omgekeerd zou Vanessa dan kunnen begrijpen dat Martin misschien de boodschappen wel juist op een voor haar handige plek neer wilde zetten, zodat ze er gemakkelijker bij kon.

Kenmerkend voor mensen die niet goed kunnen mentaliseren is dat de werkelijkheid samen valt met hun beleving van de werkelijkheid. Er is geen discussie over mogelijk. Als iemand maar een klein beetje probeert te nuanceren (‘sorry, maar ik dacht dat dit handig was’) wordt dat direct als een zeer zware motie van wantrouwen te zien.

Vier elementen van mentaliseren

In het voorbeeld van Martin en Vanessa komen vier ingrediënten van het mentaliseren aan de orde.

  • je hebt gedachten en gevoelens
  • je moet nadenken over je eigen gedachten en gevoelens
  • de ander heeft gedachten en gevoelens die tot gedrag leiden
  • jij moet in staat zijn om achter het gedrag van de ander naar zijn gedachten en gevoelens kunnen kijken.

Er zijn mensen die niet kunnen nadenken over hun eigen gedachten en gevoelens. Ze zijn niet in staat om afstand te nemen. Wat ze voelen is de waarheid. Ze hebben geen ‘observerend ik’. Ze zijn dan ook niet in staat om na te denken over hoe hun gedrag de relatie met de ander beïnvloedt. Laat staan dat ze in staat zijn om achter het gedrag van de ander te kijken.

In de dagelijkse omgang met elkaar horen deze hobbels in de communicatie er gewoon bij. We zijn dan niet professioneel bezig. Maar van professionele begeleiders/ behandelaars mag verwacht worden dat een mentaliserende basishouding in hun professionele gereedsschapskist zit.

Emotionele chantage en narcisme

Het begon allemaal heel aardig. "Nog nooit zo'n aardige man ontmoet." "Ik was in de zevende hemel." "Bij hem voelde ik me volledig op mijn gemak." 

Kijk maar naar TROS Opgelicht en je ziet in bijna iedere uitzending het patroon van een supervriendelijke onbekende die al heel snel vertrouwd voelt. Maar dat is dan ook meteen de valkuil waarbij vooral vrouwen binnen de kortste keren al hun spaargeld kwijt raken.

Als de relatie (vaak al heel snel) een meer vaste vorm krijgt wordt geleidelijk steeds meer duidelijk dat de persoon in kwestie helemaal niet zo aardig is.  Sterker nog: hij denkt alleen aan zichzelf. En de vrouw is slechts het middel voor de man om zich beter te voelen of om gemakkelijker aan geld of onderdak te komen.

Het gaat opvallend vaak om vrouwen die zich in de steek gelaten voelen. En dan komt er een man die zich als redder aandient. Het patroon dat vervolgens ontstaat ziet er als volgt uit:

* Eerst wordt iemand ingepalmd met mooie woorden en charmes.

* Daarmee worden de eerste doelen bereikt. Zoals binnen een week samen gaan wonen.

* Vervolgens worden de eerste vragen gesteld. “Heb je nog geld voor mij? Mijn pinpas doet het niet en ik heb beloofd voor zaterdag de garage te betalen.”

* Die vragen worden al heel snel eisen. “Ik wil geld van jou, want anders….”

* Die eisen worden afgewisseld met vriendelijke woorden: “Je weet toch dat je op mij kunt vertrouwen? We hebben toch een prima relatie? We houden toch van elkaar? Dan weet je toch dat je van elkaar op aan kunt en dat je alles kunt delen?”

*  Als vriendelijke woorden niet helpen wordt de druk opgevoerd. De persoon in kwestie gaat niet in op de emoties of de argumenten van de ander. Onder die vriendelijke woorden komt nu stevige morele druk te zitten. “Als je mij geen geld geeft ben jij er de oorzaak van dat we toch niet die goede relatie hebben die ik dacht te hebben.”

* Tussendoor wordt de persoon weer met lieve woorden gepaaid. “Wat ben ik toch blij met jou. Ik heb me nog nooit zo prettig gevoeld als bij jou.”

* Daarna wordt de druk verder opgevoerd. In vervolg op de morele druk komen nu de dreigementen. “Als je mij geen geld geeft loop ik bij je weg.” Of: “als ik die rekening niet betaal raken we allebei flink in de shit. Dan lopen de schulden op. Dan zul je je huisje moeten verkopen.”

* Niet zelden worden de dreigementen uiteindelijk ook nog gevolgd door fysiek geweld. Dat wordt weer afgewisseld met het goed willen maken en het nooit weer zullen doen. Maar juist het feit dat iemand zegt het nooit meer te zullen doen maakt dat de kans op herhaling erg groot is (vergelijk: “denk niet aan die roze olifant!”).

Rust is zeer tijdelijk

Als de persoon in kwestie toegeeft is het even rustig. Maar dat is maar schijn. Het volgende probleem is alweer in aantocht.

Het is net als bij de gok-automaat. Juist omdat er soms uitbetaald wordt blijf je hopen op betere tijden. Maar mensen die anderen met emotionele chantage voortdurend onder druk zetten veranderen zelden. Omdat de ander niet centraal staat, maar zij zelf. Dat is een kenmerk van narcisme.

Discussies over feitenkwesties

Over feiten valt niet te discussiëren. Dat denken we tenminste. Maar de meeste discussies ontstaan juist over feiten. Althans: over wat we denken dat feiten zijn.

Voor de meeste Nederlanders is het zonneklaar dat de MH 17 door een Russische raket is neergeschoten. Voor de meeste Russen is het helemaal duidelijk dat de MH 17 vanuit de Oekraïne is neergeschoten. Beiden denken de waarheid aan hun kant te hebben en zich te baseren om feiten. Maar in een tijd van veel fakenews is steeds minder duidelijk wat nu de feiten zijn.

Je kunt een hele dag bij elkaar gaan zitten. Je kunt elkaar die hele dag bestoken met wat jij beschouwt als feiten. Maar je zult er niet uit komen. Op zo’n manier je gelijk willen halen gaat niet lukken.

Het probleem begint al bij de start. De posities zijn al ingenomen. En dus zit er geen beweging meer in het front. Er is natuurlijk wel een feit. Althans: door goed onderzoek te doen waarbij iedereen open kaart speelt zou het mogelijk moeten zijn om de feiten echt boven water te krijgen. Maar dan moet iedereen dat wel willen.

Ook op ‘kleiner niveau’ barst het van de verschillen van mening over wat beide partijen als feit zien. Ik denk dat ik gelijk heb, de ander denkt dat hij gelijk heeft, ik denk dat het probleem bij hem ligt, hij denkt dat het probleem bij mij ligt. “We vinden beiden dat we een redelijk verhaal hebben en we beseffen niet dat we allebei onze eigen versie van het verhaal hebben.We blijven dus gewoon langs elkaar heen praten.” Aldus Marc America, opleider van huisartsen die ook vaak met tal van dit soort tegenstrijdigheden in hun praktijk te maken krijgen.

Marc America: “Zonder wederzijds begrip kun je niet bij elkaar komen. Je kunt alleen uit een onenigheid komen als je je eerst inleeft in het verhaal van de ander.”

Natuurlijk is dat best ingewikkeld. Dat is ook een thema bij Marc America. Want stel dat je te maken hebt met iemand met waanachtige beelden. Of met iemand die erg paranoïde is. Of als je een conflict hebt met een narcistisch persoon. Dan weet je ook dat de waarheid vertekend wordt. Maar dan nóg is het belangrijk om ook die kant mee te nemen: hoe komt iemand tot zijn of haar waarheid?

Mevrouw Veenstra is hulpbehoevend. Ze is er zeker van dat haar man vreemd gaat. Als hij de boodschappen doet blijft hij opvallend lang weg. Het kan niet anders of hij is ondertussen bij een vriendin op bezoek. Hoe reageer je als huisarts op dat verhaal?

America: Je moet niet uitgaan van óf-óf, maar van én-én. Zelfs al vind je dat de ander er helemaal naast zit, toch zul je ook moeten begrijpen dat de ander zijn eigen beweegredenen heeft om tot zijn verhaal te komen.

Narcisme en liefde

Kan een narcist echt liefhebben? Dat is een vraag die therapeute Darlene Lancer uit Santa Monica (Californië) stelt.

Het probleem is dat narcisten (net als mensen met borderline) heel wisselend zijn in hun uitingen. De ene keer word je overladen met liefdebetuigingen, op het andere moment stel je weer helemaal niets voor. De één houdt zich krampachtig vast aan de momenten dat de narcist wel met een enorme bos bloemen voor de deur stond, de ander gaat er vanuit dat de partner uiteindelijk geen liefde voelt: het is schone schijn.

Narcisten zelf beweren ontzettend veel van hun partner te houden. Zelfs na een agressieve handeling waarbij de ander bedreigd werd kunnen ze op het politiebureau bij hoog en bij laag beweren dat ze ontzettend veel van hun partner houden.

Het valt Darlene Lancer op dat narcisten in de eerste periode van het daten enorm veel passie vertonen. Maar die liefde is altijd gericht op de eigen projecties, de eigen verwachtingen, de eigen fantasieën. “Het is een liefde van henzelf, niet een liefde van de ander.” De persoon zélf staat dus centraal. Ze spelen een spel en winnen is het doel.

Soms zie ik een aankondiging van een dating programma op televisie (de naam van die programma's weet ik niet), met jonge mannen en jonge vrouwen in een kamer of bij het zwembad. Ik heb dan zomaar de indruk dat er sprake is van een broeivijver van hoge ik-gerichtheid veroorzaakt door een hoge dosering aan narcisme. Bij de mensen die in zo'n programma zeggen dat de ander helemaal de ware is verwacht ik dat de relatie niet lang stand zal houden. Het past allemaal bij die eerste periode van het daten.

Het spelen van een spel bij narcisten ziet Darlene Lancer o.a. bij de zogenaamde Amoureuze Narcist: de Don Juan of de Mata Hari. “Het zijn geboren verleiders, ze zijn bedreven en overtuigende minnaars, ze hebben vele ‘veroveringen’ op hun naam staan en toch blijven ze single.”

Een psychiater met wie ik in het verleden veel heb samengewerkt noemde wel eens de 'psychopatentermijn'. Mensen met psychopatische trekken kunnen zich drie maanden voorbeeldig gedragen, maar daarna vallen ze door de mand. Datzelfde kan gebeuren met klassieke narcisten. Als je de fout begaat om na zes weken zo iemand in huis te halen heb je een groot probleem in huis gehaald...

Darlene Lancer: narcisten verliezen hun interesse als ze het spel hebben gewonnen. Dan gaan ze op zoek naar een nieuwe prooi. Bij het spel van de narcist hoort dat ze met meerdere partners tegelijkertijd daten of flirten. Ze geven prioriteit aan macht boven intimiteit. In een relatie met een narcist is er geen sprake van gelijkwaardigheid. De narcist zal altijd de controle over de ander willen houden.

Liefde betekent voor de narcist: de baas willen zijn. De ander is zijn bezit. Daar wil hij de controle over houden. En als dat te gewoon wordt, dan komt er een ander in het spel.