Een appeltje schillen

Deze zomer ben ik betrokken bij een project rond verpleeghuizen in Rijnmond. Ooit ben ik in mijn vak begonnen met kleine kinderen, maar nu vraagt de ouderenzorg mijn meeste aandacht. Dat is wat je noemt in je vak met je eigen levensloop meegroeien...

Gisteren schreef ik al over de neiging van het management om alle risico’s uit te sluiten. Hoe staat het bijvoorbeeld met het rookbeleid? Ik ken een situatie waarbij de bewoner allerlei gaatjes in zijn brandwerende matras heeft. Hij weigert pertinent om buiten zijn kamer te roken. Het is begeleiding niet gelukt om hem op andere gedachten te brengen.

Moet je trouwens iemand die zijn leven lang in huis heeft gerookt op zijn oude dag verbieden om in eigen omgeving te roken? Aan de andere kant: personeel moet ook (redelijk) rookvrij kunnen werken.

Ik zag in een verpleeghuis een creatieve oplossing: een mevrouw die als gevolg van een CVA niet meer een sigaret vast kon houden. Ze had de beschikking over een een meter lange slang en aan het uiteinde van die slang zat de sigaret boven de asbak: de peuken vielen vanzelf in de asbak. Ze kon niet zelf de sigaret aansteken (daar had ze de fysieke mogelijkheid niet meer toe). Daarin was ze dus wel afhankelijk van de beschikbaarheid van de begeleiding. De begeleidster zei: “Mevrouw mist zo ontzettend veel, moeten we haar dan ook nog het roken afpakken?”

Maar wat te denken van deze maatregel: Mevrouw Dingemanse is al tientallen jaren gewend om ’s middags een appeltje te schillen. Inmiddels is ze dementerend. De psychologe heeft vastgesteld dat mevrouw in de tweede fase van deze vorm dementering verkeert. Het beleid is op de instelling dat mensen in deze fase van dementering geen scherpe voorwerpen meer mogen hanteren. De consequentie is dat mevrouw Dingemanse niet zelf meer haar appeltje mag schillen. Ze is afhankelijk geworden van de begeleiding. Wat moeten we van zo’n maatregel vinden?