Spanning, betrekkingsidee en waan (2)

Sinds kort ziet Adri bijna iedere avond een rode auto door de straat rijden. Het is hem op gaan vallen dat die auto vaak op de hoek van de straat parkeert. Hij meent zeker te weten dat er in die auto mensen zitten die hem in de gaten houden.

Adri durft echter niet te kijken of er iemand uit de auto stapt. Als hij voor het raam zou gaan staan, zou hij een gemakkelijk doelwit kunnen zijn. Om die reden houdt hij iedere avond de gordijnen dicht. Hij gaat zo ver mogelijk van het raam vandaan zitten. Als hij door de kamer loopt doet hij eerst het licht uit. Hij vermoedt dat zijn schaduw hem anders zou verraden.

Adri is een 22-jarige student die door psychiater J.S. Reedijk wordt beschreven in zijn  ‘klassieker’ Psychiatrie (9e druk, 2017).

Gevoelig

Reedijk beschrijft Adri als een gevoelige en kwetsbare student. In de ontwikkelingsdynamische visie van deze psychiater zie je betrekkingsideeën vaak bij gespannen en kwetsbare mensen.  Hij zegt dat deze mensen op allerlei manieren proberen om zich af te schermen tegen invloeden van buitenaf, invloeden waartegen ze blijkbaar onvoldoende weerbaar zijn.

Betrekkingsidee

In het verhaal over Adri zie je tal van betrekkingsideeën (niet in het voorgaande citaat genoemd):

  • Adri voelt zich niet prettig tijdens de maaltijd aan tafel, hij heeft de indruk dat mensen steeds naar hem kijken
  • Als hij een winkel binnen komt heeft hij de indruk dat het personeel hem extra in de gaten houdt
  • Hij heeft de indruk dat iedereen in de gaten heeft hoe vaak hij aan zelfbevrediging doet.

Waansysteem

Adri probeert het oogcontact met mensen zoveel mogelijk te vermijden. Hij trekt expres zwarte kleding aan, omdat hij dan minder op zou vallen. Hij mijdt groepen mensen zoveel mogelijk. Want overal waar mensen zijn houden ze hem in de gaten.

Na een tijdje denkt Adri dat hij wordt afgeluisterd. Hij vreest dat men buiten de kamer via de stopcontacten kan horen wat hij doet. Ook via het ventilatierooster van de WC zou hij afgeluisterd kunnen worden. De stopcontacten en het ventilatierooster beplakt hij met aluminiumfolie.

Omdat het leven te gevaarlijk is besluit Adri zo veel mogelijk in bed te blijven liggen. Hij gaat niet meer naar college. Hij trekt zijn dekbed zo strak mogelijk over zich heen en probeert zo plat mogelijk te blijven liggen.

Zo ontwikkelt Adri in de loop van enkele maanden een compleet waansysteem. Eén van de kenmerken van een waan is dat je er zelf in gelooft. Er is geen discussie over mogelijk.

Lastige kwetsbaarheid (3)

Zelfbeeld

Meestal gaat men er vanuit dat de oorzaak van zelfdramatisering (een term van prof dr. P.C. Kuiper) gezocht moet worden in een negatief beeld dat de persoon heeft van zichzelf. Waarschijnlijk is de mevrouw uit het voorgaande blog wanhopig op zoek naar waardering. Door zichzelf als slachtoffer te poneren hoopt ze erkenning te vinden: dat zo’n goed iemand als jij zó slecht behandeld is!

Vaak zijn deze mensen overgevoelig naar de omgeving toe. Bij de minste of geringste twijfel aan het verhaal gaan er alarmbellen rinkelen. “Deze overgevoeligheid wordt mede bepaald door het feit dat ze het minste teken van afwijzing  zien als een bevestiging van hun geringe eigendunk. Ze zijn overmatig afhankelijk van het oordeel de omgeving en dat wordt veroorzaakt door een kwellend verlangen naar emotionele veiligheid” (alweer een citaat van Prof. dr. P.C. Kuiper).

Zie je mij?

De behoefte om gezien te worden komt sterk tot uiting als er sprake is van psychotische belevingen. Psychiater Dr. Veerkamp vertelt dat veel psychotische belevingen laten zien wat er achter het denken zit. Iemand die paranoïde is wil in feite juist graag gezien worden. Iemand die denkt dat hij Jezus is wil gewaardeerd worden. Een persoon die allerlei teksten op de muren schrijft wil ‘gelezen’ worden door anderen.

Datzelfde zou ook kunnen gelden van de zelfverminkingen die mensen zichzelf aandoen (bijvoorbeeld in de vorm van allerlei piercings op gevoelige lichaamsdelen). Daar kan achter zitten dat iemand zich wil onderscheiden van het gemiddelde. ‘Zie je mij?’ ‘Dat je dát durft!’

Volgelingen

De gevoeligheid voor het oordeel van anderen heeft vaak een bijkomend gevolg: de wereld wordt zwart-wit. De overtuiging is dat iemand met een andere mening tégen hen is. Er bestaan geen grijstinten: iemand is vóór of tégen jou. Wie maar even twijfelt aan het verhaal is meteen verdacht. Van vrienden wordt gevraagd (geëist!) om ieder verhaal onvoorwaardelijk te geloven. Eigenlijk zoeken deze mensen dus geen vrienden, maar volgelingen.

Dit kenmerk zien we in zijn uiterste consequentie zien bij dictators en bij sekteleiders. Vaak hebben ze een vergelijkbare voorgeschiedenis: ze voelen zich miskend, ze hadden een beschadigde jeugd, ze hebben het gevoel dat ze onvoldoende liefde kregen en ze willen zichzelf alsnog bewijzen.

Een predikant  vertelde onlangs in een krant over zijn ervaringen bij het pastorale werk bij justitie. Hij vertelt dat mensen in de gevangenis niet in de eerste plaats macho’s zijn, maar mensen die in hun leven geknakt zijn. Vooral de kwetsbaarheid van ‘bajesklanten’ is hem opgevallen.

Kwetsbare mensen zijn altijd bang voor kritiek en voor afwijkende meningen. Ze proberen zich staande te houden door controle over anderen uit te oefenen. Als deze mensen macht krijgen over hun omgeving wordt hun gedrag écht gevaarlijk: de ander moet zich volledig aanpassen, anders is hij (bijv.) geen goed sektelid of geen goede vaderlander.

Zwart-wit

Bij sekteleiders en dictators zien we steeds én het zwart-wit-schema én de rol van het slachtoffer. De wereld bestaat uit weinig goede en uit veel slechte mensen. Al die slechte mensen zijn er op uit om de sekte of het land te vernietigen. De sekteleider én de dictator zullen het beeld van de boze buitenwereld dagelijks cultiveren. Alle dingen die fout gaan worden op het conto van die buitenwereld geschreven. Daarom zijn bijv. sancties zelden effectief: ze bewijzen slechts hoe boosaardig de buitenwereld is.

Ook bij ‘gewone’ kwetsbare mensen zien we dit beeld: je moet altijd op je hoede zijn want de mensen hebben het slecht met je voor. Een variant op dit verhaal zijn de mensen die nergens ‘toe’ komen. Ze hebben het gevoel dat ze best veel hadden kunnen bereiken, maar het mislukt steeds. Dat ligt niet aan hen, maar dat is hen onmogelijk gemaakt door al die organisaties of al die mensen die hen dwars zaten. De schuld ligt dus altijd bij de boze buitenwereld, waar zij het weerloze slachtoffer van zijn.

Psychose en kwetsbaarheid

Op haar 45e jaar had mevrouw De Lange een ernstige psychose meegemaakt.

Later herhaalde zich die psychose nog een paar maal. Om deze reden werd ze in een instelling opgenomen. Na een aantal jaren was ze weer in zoverre hersteld dat ze begeleid zelfstandig kon wonen. Wel hielden haar begeleiders en de huisarts er nauwkeurig zicht op dat ze haar medicatie trouw in bleef nemen.

Een vuistregel is: bij een eenmalige psychose twee jaar medicatie, bij een herhaalde psychose vijf jaar medicatie, maar bij nog meer psychoses de rest van je leven medicatie gebruiken. Maar let wel: dat is een vuistregel. In ieder geval moet je in je achterhoofd houden dat wie enkele malen psychotisch is geweest levenslang een verhoogde kwetsbaarheid behoudt. 

Na haar 70e verjaardag werd mevrouw De Lange meer verward. Ze wist vaak niet meer waar ze mee bezig was, was vaak haar spullen kwijt en kon steeds moeilijker afspraken onthouden. Ook lag ze regelmatig een groot deel van de dag in bed. De indruk bestond dat er bij haar sprake was van dementie.   

De begeleiders, de orthopedagoog en de huisarts kwamen bij elkaar voor een gesprek. Was de huidige zorg nog wel toereikend?Moest er niet worden gekeken naar een andere vorm van wonen met meer toezicht?

Maar in de bespreking kwam ook de medicatie ter sprake. Er werd besloten dat heel voorzichtig de dosering iets verlaagd zou worden. Zo nodig zou er andere medicatie gegeven worden om de ‘rust in haar hoofd’ te bewaren.

Het bleek dat mevrouw De Lange binnen een paar dagen gunstig reageerde op de verlaging van de medicatie. Toen de anti-psychotische medicatie na twee maanden opnieuw verlaagd werd bleken de verschijnselen die aanvankelijk op dementie leken te wijzen vrijwel helemaal te verdwijnen.

Mevrouw De Lange bleef wel kwetsbaar. Ook een psychiater die geraadpleegd werd durfde verdere verlaging van de medicijnen niet aan. Maar met dit nieuwe evenwicht was iedereen tevreden.