Spektakel of kerkdienst?

Er waren verschillende reacties op de (s)preekstijl van dominees.
Bij kerkgangers in Nederland is dat ook regelmatig onderwerp van gesprek.
Daar zit oprechte betrokkenheid en zorg bij, maar het komt ook regelmatig voor dat de discussies een gevolg zijn van het feit dat  kerkgangers nogal eens consumenten zijn geworden. Waar het meest te halen valt ga je naar de kerk.

Dat leidt er toe dat er voorgangers zijn die in de fuik belanden dat het allemaal steeds meer spectaculair moet worden. Hoe meer spektakel, des te meer publiek. Alsof de kerkdienst het net als de omroep van de kijkcijfers moet hebben. Een voorbeeld zijn de kerkdiensten van Hour of Power: veel spektakel, maar met een oppervlakkige en goedkope inhoud.

In een analyse in het Nederlands Dagblad werd de vraag gesteld waarom sommige voorgangers steeds speculatiever gaan preken. Met allerlei diepzinnige quasi-exegetische spitsvondige vondsten menen ze bijvoorbeeld allerlei gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis bijbels te kunnen duiden. Daar gaan ze vervolgens de mist mee in, zoals bijvoorbeeld bleek uit de ontwikkelingen rond ‘bijbelleraar’ Frank Ouweneel. 

Op mijn weblog stelde ik ooit de vraag: van welke docent heb je het meest geleerd op school? Bijna iedereen geeft aan dat het om docenten gaat met liefde voor hun vak en waarbij je tegelijk denkt: hij/zij staat achter de boodschap. Wat hij zegt klopt met wie hij is.

Van welke predikanten neem ik het meeste mee naar huis? Van predikanten van wie duidelijk is dat ze helemaal vol zijn van de boodschap die ze brengen. En waarbij ik niet denk: je staat hier wel heel spannend te doen, maar het is eigenlijk maar een stuk toneel. 

Daarnaast wil ik wel graag iets ‘leren’. Dat is spannend in deze tijd, met de roep om laagdrempelige kerkdiensten voor iedereen. Maar ik vind dat het één het ander helemaal niet uitsluit.

Zoals de kerkdiensten van zondag. Twee kerkdiensten over één thema. ’s Morgens preekte de dominee over het onderwerp, ’s middags kon je daar op verder studeren, daarna kon je de vragen aan hem voorleggen.

In de avonddienst (in een ander kerkgebouw met meer ruimte voor interactie) behandelde de dominee de vragen die door gemeenteleden gesteld waren. Op die manier werd vieren en leren op een goede manier met elkaar verbonden. Niet voor een select publiek van studiebollen, maar voor de hele gemeente.

Helemaal geen spektakel, twee redelijk traditionele kerkdiensten en een bevlogen voorganger…

Boem! Krrrrakkkerrrrdekrrrak!

Mijn grootvader (Pake) wilde als jongen predikant worden.

Hij werd echter niet toegelaten tot de Theologische Hogeschool in Kampen.

Dus studeerde hij in de avonduren (na de lange dagen werk op het land) voor leraar. Hij werd leraar geschiedenis en Nederlands aan de Gereformeerd Gymnasia van Kampen en van Leeuwarden. Dat bleek de opstap voor nog allerlei andere bezigheden. Zo schreef hij o.a. dagelijks een blog (en soms twee) voor het Friesch Dagblad, waar hij 35 jaar hoofdredacteur van was.

Twee van zijn kinderen, zijn oudste zoon (mijn vader) en zijn jongste dochter, studeerden wél theologie. Toch bleef ook mijn Pake een buitengewone interesse voor het predikantsschap bewaren. Hij imiteerde erg graag dominees. Hij vond dat iedere dominee uit het hoofd moest preken en daarbij ook beeldend moest kunnen spreken. En microfoons waren ook niet nodig. Waarschijnlijk zou een beamer voor hem grote onzin zijn geweest. Je kon als dominee immers prima uitbeelden wat er aan de hand was?

Tijdens de zondagse middagmaaltijden aan de Huizumerlaan in Leeuwarden (waar hij bijna 60 jaar woonde) voerde hij voor zijn kleinkinderen graag een act op als predikant. Diverse predikanten passeerden de revue. Eén van de beroemdste stukken was het begin van een preek over de ark van Noach.

Om de aandacht te trekken moest je volgens hem verbaal vuurwerk vanaf de preekstoel leveren.

(stilte, de dominee kijkt eerst eens de gemeente rond) 

en dan (héél hard):

“Boem!”

(stilte)

“Krrrrakkkerrrrdekrrrak!”

(stilte)

“Dáááárrrr zat de arrrk vast op de Arrraarrrat!”