Feiten of fabels?

De TV-uitzending van Op 1 afgelopen zondag riep nogal wat reacties op. Volgens kamerlid Wybren van Haga was er geen oversterfte in 2020, had ook de WHO nu ingezien dat lockdowns geen effect hadden en lag er een kant-en-klaar IC-schip met 500 bedden inclusief personeel klaar in Italië.
  1. Er was in 2020 geen oversterfte, want 2019 was een jaar met weinig sterfgevallen en dan krijg je automatisch in het volgende jaar méér sterfgevallen.

Wat zegt het CBS? Er was wel degelijk sprake van een aanzienlijke oversterfte, namelijk van 14.000 mensen. Het CBS heeft dit niet vergeleken met 2019, maar aan de hand van het gemiddelde over een reeks van jaren. Dat dat hogere cijfer te verklaren valt uit de vergrijzing is een statistische kronkel, want als mensen ouder worden sterven ze gemiddeld ook later. Dat aantal spreidt zich. De bevolking wordt gemiddeld niet veel ouder omdat er jonge migranten binnen zijn gekomen. Daar heeft het CBS een statistische correctie op toegepast.

2. De WHO zegt nu ook dat een lock-down niet werkt. Dat is geen nieuws, want dat zegt de WHO al sinds maart. Vanwege de grote schade op andere gebieden adviseert men géén lockdown, tenzij er sprake is van een grote uitbraak waarbij het gezondsheidszorgsysteem overbelast raakt. Die lockdown is dan nodig om de omstandigheden ‘te hergroeperen’. Een lockdown is dus geen doel, maar een ingreep voor korte tijd. Maar als je te snel uit de lockdown gaat ontstaat er opnieuw een ongecontroleerde uitbraak van het virus, waardoor er een nog grotere schade wordt aangebracht aan de samenleving. Dus tijdens de lockdown moeten en gefaseerde stappen klaar liggen om veilig weer naar meer normaal te kunnen.

3. Er ligt in Italië een IC-schip klaar met 500 bedden inclusief personeel. Het schip betreft een omgebouwde veerboot met 31 hutten op de ene verdieping en 25 hutten op de andere verdieping. De hutten zijn te krap voor intensieve zorg. Er is nauwelijks ventilatie, er is wel zuurstof, maar er is niet de mogelijkheid voor intensieve zorg zoals die op de IC gebruikelijk is. Als het hier niet goed met je gaat moet je alsnog naar de IC die al overbelast is.

Aldus onderzoek van BNR-radio, die navraag deden bij het CBS, bij de WHO en bij de eigenaren van het zogenaamde IC-schip. 

De ander om de tuin leiden

Dagelijks worden we om de tuin geleid met nepnieuws. Maar hoe krijgen mensen het voor elkaar om anderen op het verkeerde been te zetten?

Ter relativering: het is niet zo dat mensen per definitie de ander om de tuin willen leiden. Veel mensen geloven zelf in wat ze bedacht hebben. Ze zijn alleen niet kritisch naar hun eigen denken. Of ze generaliseren heel snel.

Chocolade en hoofdpijn

Uit tal van wetenschappelijk onderzoek komt naar voren dat het eten van veel chocolade kan leiden tot hoofdpijn. Daarmee zet ik jullie meteen al op het verkeerde been. Want met de suggestie van het wetenschappelijk onderzoek als rugdekking doe ik meteen alsof ik de waarheid in pacht heb…

Niettemin: toen ik een keer zei dat het eten van veel chocolade tot hoofdpijn kan leiden kwam er meteen een reactie. “Dat is niet waar. Mijn man gaat juist chocolade eten als hij hoofdpijn heeft.” Dat werd met grote stelligheid beweerd. En dus vond die mevrouw dat het niet klopte dat mensen hoofdpijn van chocolade krijgen. Want bij haar man was dat niet het geval, dus het onderzoek klopte niet.

Associatief ordenen

Het op die manier voorbeelden geven past bij de zogenaamde associatieve ervaringsordening (een term van orthopedagoge Dorothea Timmers-Huigen). Je hoort iets, je ziet iets en je koppelt er meteen een associatie aan. Je was een keer misselijk toen je bloemkool bij de groentenman zag liggen, dus je wordt misselijk als je bloemkool eet.

Anekdotisch bewijs

Politici maken graag gebruik van dit fenomeen. Je maakt iets concreet en mensen koppelen dat meteen aan hun emotie. Het is het formuleren van een zogenaamd anekdotisch bewijs.  Dat deed Donald Trump in het kader van de opwarming van de aarde. Hij stond op een koud vliegveld en zei: “Hoezo opwarming van de aarde?”  “It is freezing cold here!”

Zo’n anekdote is niet representatief voor het grotere geheel. Als je echtgenoot chocolade gaat eten als hij hoofdpijn heeft wil dat niet zeggen dat de rest van Nederland ook chocolade gaat eten als men hoofdpijn heeft.

Maar waarom werkt dat voorbeeld toch (een beetje)? Omdat we moeite hebben met abstractie. Als we ons iets concreet voor kunnen stellen helpt dat ons bij het vormen van onze overtuiging. Dat komt omdat bijna alle mensen visueel zijn ingesteld.

We zijn geneigd om dingen die we ons voor kunnen stellen eerder te geloven dan abstracte zaken. En als je daar handig op inspeelt slaag je er in om meer mensen jouw verhaal te doen geloven.