Pijnsignalering

Zo'n 20 jaar lang heb ik last gehad van een pijnlijke vinger. Het zat in de familie, mijn moeder had dezelfde pijnklachten aan dezelfde vinger. Niet helemaal dezelfde vinger, want het was mijn moeder. 

Vooral als ik een koude hand had (als de R in de maand was) was de pijn erg vervelend. Ik kon soms eerst een uur niet schrijven. En als ik mijn vinger stootte kon ik wel door de vloer zakken. Gelukkig kregen we later een betonnen vloer in huis.

De dokter had een vermoeden, maar volgens hem was er niets aan te doen. Voor de zekerheid verwees hij me naar een neuroloog. Zij vond dat ik mijn broek uit moest doen. Dat begreep ik niet, want het ging om mijn vinger. Gelukkig had ik een schone onderbroek aan. Dat deed ik toen nog minstens één keer in de week.

Uiteindelijk kwam ik op eigen initiatief bij een handenteam in Utrecht terecht. Dat was handig, want dan kon ik meteen naar het Spoorwegmuseum. De meneer van het handenteam was heel enthousiast en wist meteen het antwoord. Dat ben ik vergeten. Het slechte nieuws was dat ik geopereerd moest worden, het goede nieuws was dat er iets aan gedaan kon worden.

De dokter van het Academisch Ziekenhuis wilde meteen een foto maken. Ik had geen kammetje bij me, maar het ging om mijn vinger. En of die foto ook elders voor onderwijsdoeleinden gebruikt mocht worden. Zo kreeg ik een pijnlijke doch beroemde vinger.

Op 11 september 2001 werd ik geopereerd. Dat bleef niet zonder gevolgen. Meteen na de operatie vlogen er twee vliegtuigen door de Twin Towers. Bovendien kreeg ik een ademhalingsdepressie, waardoor de schrik toeslag op de afdeling en de belendende percelen. Gelukkig overleefde ik de aanslag en de ademhalingsdepressie.

En ziedaar: de pijn was verdwenen. Na 20 jaar pijn was ik pijnvrij. Alleen kon ik mijn trouwring niet meer om omdat de ringvinger wat verkreukeld was geraakt. Die moest voortaan links gedragen worden. Vroeger was dat: Rooms-Katholiek en getrouwd.

Onbegrepen gedrag als gevolg van pijn

Dit was de inleiding op een ander verhaal. Ik dacht: ‘Stel je voor dat ik een bewoner was van de instelling waar ik destijds werkte. Ik zou niet kunnen vertellen dat ik pijn had. Maar ik legde wel de associatie: naar buiten is pijn. En vervolgens zou ik me tegen elke wandeling verzetten en daar straf voor krijgen. Hoe onbegrepen zou dat zijn?’

Momenteel zijn we (een werkgroepje) aan het zoeken naar effectieve scholingen voor pijnsignalering. Want als je in de zorg werkt moet je goed pijn kunnen signaleren. Helaas zijn die scholingen er weinig en ze worden nog minder ingezet.

Vragen waar ik aan denk zijn de volgende:

  • Wat is pijn?
  • Hoe beïnvloeden pijn, beleving en gedrag elkaar?
  • Hoe observeer je pijn? Welke signalen zijn er?
  • Is pijn persoon verschillend? (individuele pijnkenmerken)
  • Wanneer besluit je als begeleider om iemand door te verwijzen bij een vermoeden van pijn?
Wie weet is er nog een lezer van dit blog die hier iets meer vanaf weet. Ondertussen zwaai ik naar jullie met een niet meer pijnlijke hand.