Persoonlijkheidsstoornis en geweld (slot)

Een persoonlijkheidsstoornis vormt op zichzelf geen verklaring voor geweld. Er moet meer aan de hand zijn. 
  1. Als iemand én een persoonlijkheidsstoornis heeft én op de buitenwereld is gericht (‘externalising’) verlaagt dat de drempel naar gewelddadig handelen. Maar dan nog is het onvoldoende verklaring. Er zijn meer factoren die de grens naar het toepassen van extreem geweld verklaren.

2. Als iemand een ‘denkstoornis’ heeft (waanachtige beelden) verlaagt dat de drempel naar geweld. Zo’n stoornis kan o.a. inhouden dat iemand obsessief met een bepaald thema bezig is. Gisteren noemde ik de stalker die zeker weet dat een bepaalde vrouw verliefd op hem is. Als ze dan een relatie met een ander krijgt weet hij het zeker: dat is geen vrijwillige keuze zijn geweest: ze is gedwongen tot die relatie.

In de huidige samenleving zie je steeds meer berichtgeving de kleur van een denkstoornis aannemen. Dat komt vooral tot uiting in het zwart-wit denken en het per definitue toeschrijven van kwade bedoelingen aan de ander. De kans dat er ergens vanuit dit denken een aanslag wordt gepleegd neemt daarmee ook toe.

3. Een volgende stap bij het externaliseren is het zoeken van spanning (‘thrill-seeking’). Op hoge snelheid op een motor door de stad razen en iemand neerschieten: dat is spanning.

4. Voeg je daar de behoefte aan geldelijk gewin, aan bezit, aan toe, dan heb je te maken met een giftige cocktail aan ingrediënten die de kans op geweld aanzienlijk groter maken.

Internaliseren

Er zijn ook mensen die ‘internaliseren’. Ze zijn minder op de buitenwereld gericht. Het zijn meer de ‘loners’. Ik legde in een vorig blog de link naar het ‘covert narcisme’.

Voor deze mensen gelden andere triggers. Bij hen gaat het om:

  1. De al eerder genoemde waanachte en obsessieve denkbeelden

2. in combinatie met het gevoel bedreigd te worden

3. en/of in combinatie met wraakgevoelens.

Deze combinatie zeer riskant bij vrouwen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis. Dat maakt het verhaal vooral belangrijk als het om de opvoeding van kinderen gaat. Ik schreef daar eerder over in relatie tot het onderwerp ‘borderline en kinderwens’.

Narcisme, de antisociale persoonlijkheidsstoornis, de oppositionele stoornis en welk label je ook maar wilt geven: op zichzelf verklaren ze niet waarom iemand extreem gewelddadig gedrag gaat vertonen. In combinatie met andere factoren kan er een giftige cocktail aan kenmerken ontstaan die samen een explosief mengsel vormen.

Naar aanleiding van: Richard Howard: Personality disorders and violence: what is the link? In: Borderline Personality and Emotional Dysregulation (2015). 

Borderline en relaties

Dezelfde oefening met het Ontwikkelingsprofiel zoals met narcisme (een aantal dagen geleden) kun je ook doen met borderline-kenmerken. Hoe gaat iemand met borderline-kenmerken met zichzelf om en met anderen?
  1. Hoe verhouden mensen met borderline zich ten opzichte van anderen? Ze zijn grillig in de relatie tot anderen. De ene keer ben je perfect, de andere keer deugt er niets van jou. Kernwoord: Wisselvalligheid.
  2. Wat is de rol van anderen ten opzichte van een persoon met borderline? In mijn cursussen noem ik mensen met borderline roeibootjes op een stormachtige zee: ze zoeken wanhopig naar houvast. Jij moet functioneren als vuurtoren: iemand die op zijn plek blijft. Hoe mensen met Borderline zich ook verzetten tegen de ander: diegene is tegelijk het kader, het houvast. Kernwoord: Kader.
  3. Hoe ziet het zelfbeeld van mensen met borderline er uit? Dat kan per minuut verschillen. Ze vinden zichzelf super om na één vermeende afkeurende blik meteen helemaal niet meer te deugen. Kernwoord: Grillig.
  4. Hoe gaat iemand met borderline om met normen, met regels? Ze hebben regels nodig, ze kunnen zich uitgesproken normatief uitspreken én ze verzetten zich tegen regels. Het is vaak maar net hoe het uit komt. Dat doen ze vooral op hun gevoel. De regel komt voort uit het eigen gevoel. Iets voelt goed óf het voelt niet goed. En omdat borderline een emotie-regulatiestoornis is kan dat gevoel steeds weer wisselen. Kernwoord: Intuïtief.
  5. Hoe gaat iemand met borderline om met zijn of haar behoeften? De innerlijke leegte moet worden opgevuld. Dat gebeurt vaak in de vorm van prikkels zoeken (extreem veel sporten), riskant dating-gedrag, eetproblematiek, alcoholmisbruik, zelfverwonding. Kernwoord: Prikkelhonger.
  6. Hoe gaat iemand met borderline om met cognities, met standpunten? Daar gebeurt vaak iets bizars. Het gedrag kan extreem zijn, bijvoorbeeld heftige agressie, zwaar alcoholmisbruik. Maar achteraf blijkt een persoon met borderline de daarbij behorende gevoelens niet onder woorden te kunnen brengen. Vooral angst, schuld en schaamte worden toegedekt. “Ik kreeg een waas voor mijn ogen. Dat kan iedereen overkomen.” Kernwoord: Ontbreken van subjectiviteit.
  7. Hoe lost iemand met borderline problemen die zijn emoties raken op? Hierbij zie je tal van reacties. Het is het deel van de persoon dat de omgeving het meest voor het blok zet. Aan de ene kant kan iemand met borderline buitengewoon ‘verstandig’ lijken, maar aan de andere kant weer ‘als een heel klein kind’ reageren. Vooral het splitsen komt veel voor (‘splitting’): iemand is óf goed óf fout en dat kan zomaar weer wisselen. Ook valt het plotselinge ‘tegen-gedrag’ op, bijvoorbeeld na een verschil van mening met de leidinggevende direct de baan opzeggen zonder over de consequenties na te denken (zie punt 8). De bijbehorende emoties kunnen later niet verwoord worden. “Daar heb ik niet over nagedacht, het gebeurde nu eenmaal. Dat ik mijn hypotheek niet kan betalen, ja, dat is me nu dus ook overkomen.” Abraham noemt hierbij als meest opvallend verschijnsel het vertekenen van de eigen emoties: Vervorming.
  8. Hoe lost iemand met borderline problemen op in zijn handelen? De reactie is schijnbaar zonder er over na te denken. Het gebeurt impulsief, de emoties komen direct boven, de consequenties worden niet overzien. Bijvoorbeeld: na een kleine woordenwisseling met de leidinggevende direct de baan opzeggen. Mensen met borderline zijn ook experts in het wisselen van hulpverlener. De eindstreep van de reeks behandelingen wordt vaak niet gehaald. “Ik heb u nooit vertrouwd en het blijkt dat ik voor 100% gelijk heb.”Kernwoord: Ageren.
  9. Dan nog een los thema: dat van de dissociatie. Mensen met borderline ervaren zichzelf nogal eens als opeens in een andere wereld. “Het examen was alsof ik in een film figureerde”, “Opeens liep ik door Leiden, maar ik weet helemaal niet dat ik op de trein ben gestapt.” Kernwoord: Dissociatie.
Prof. dr. R.E. Abraham: Het Ontwikkelingsprofiel. Een psychodynamische diagnose van de persoonlijkheid. Van Gorcum, 3e druk, 1999. 

Persoonlijkheidsstoornis bij ouderen

Kunnen 65-plussers alsnog een persoonlijkheidsstoornis ontwikkelen? Over het algemeen wordt verondersteld dat de contouren van een persoonlijkheidsstoornis tussen de 16 en 25 jaar helder worden. Dus dan zou je zeggen: "Pas rond de 65? Is dat niet een beetje laat?"

Noud Engelen en Bas van Alphen schrijven in hun recent verschenen boek ‘Ouderen met karakter'(Garant, 2016) dat zich ook rond de 65 jaar een persoonlijkheidsstoornis kan openbaren. Als ik er al niet eentje had, wordt het nu de hoogste tijd om duidelijkheid te verschaffen. Welke zal het zijn?

Engelen en Van Alphen schrijven dat er rond de 65 zóveel verandert dat reeds bestaande maladaptieve persoonlijkheidstrekken alsnog duidelijk naar voren kunnen komen.

Drie voorbeelden uit het boek:

a) Een persoon met narcistische trekken die veel waardering in zijn werk kreeg mist – eenmaal zonder werk – die erkenning. Daardoor kan o.a. de jaloezie, de afgunst naar anderen toe sterk toenemen (jaloezie is één van de basiskenmerken van narcisme). Ook de grootheidsfantasieën kunnen verder toenemen ter compensatie van het gemis aan waardering in het werk.

b) Een vrouw met afhankelijke persoonlijkheidstrekken kan na het overlijden van haar zorgende en relativerende echtgenoot sterk claimend gedrag gaan vertonen. Ze is erg bang dat ze haar leven niet op orde krijgt nu haar echtgenoot niet meer de dagelijkse beslissingen neemt en heeft voortdurend geruststelling van anderen nodig.

c) Een oudere met een dwangmatige persoonlijkheidstrekken krijgt als gevolg van zijn leeftijd, zijn vergeetachtigheid en de complexe leefomgeving niet meer voldoende onder controle. Hij wordt daardoor nog obsessiever in zijn denken en kan er helemaal niet meer tegen als de wereld niet meer klopt. Hij is niet meer in staat om mee te bewegen met het denken en handelen van anderen. Die trekken waren altijd al aanwezig, maar hij had in zijn denken nog wat ruimte over om om te gaan met wisselende situaties. Dat vermogen is nu – onder de stress van de angst voor controleverlies – helemaal verdwenen.

Dus: het zat er al in, maar door de veranderde levensomstandigheden ga je rond de 65 jaar pas echt zien wat er met iemand aan de hand is. De deuken en blutsen van het leven worden niet meer verstopt en soms zelfs uitvergroot.

Hoe kijk je naar jezelf, hoe kijk je naar de ander?

Het beeld dat mensen van zichzelf en van anderen hebben vormt een belangrijke indicatie voor de mate van hun geestelijke gezondheid. Ik heb dat eerder in schema gebracht op dit blog.

Plussen en minnen

Kijk je vrijwel uitsluitend negatief naar jezelf of naar anderen, dan zijn dat signalen voor psychische problematiek. Dus: een min voor jezelf en/of een min voor anderen kunnen signalen zijn voor onderliggende emotionele problematiek.

Kun je zowel (redelijk) positief naar jezelf (eigenwaarde) als naar de ander kijken (in grijstinten, meer of minder), dan functioneer je in emotioneel opzicht gezonder.

Is er sprake van zwart-wit denken (je zet de één op een voetstuk en de ander wordt verguisd = ambitendentie), dan is dat ook een signaal van psychische spanning.

‘Trekken’ van de persoonlijkheid

Vanuit het nieuwe spoorboekje van de psychiater (de DSM 5) kun je deze kenmerken in relatie met karakteristieken (‘trekken’) van de persoon in een schema zetten. Daarbij gaat het over overtuigingen over de persoon zelf en overtuigingen over de ander.

  1. Paranoïde beeld: ik ben minderwaardig, de ander wil misbruik van mij maken
  2. Schizoïde: ik ben een eenling, de ander is wil zich aan mij opdringen
  3. Schizotypisch: ik ben een vreemdeling, nabijheid van de ander vormt voor mij een bedreiging
  4. Narcistisch: ik ben heel bijzonder, de ander is minderwaardig
  5. Antisociaal: ik ben machtig, daarom kan ik de ander voor mijn doel gebruiken
  6. Borderline: ik ben hulpeloos, ik kan niemand vertrouwen, want iedereen wil altijd misbruik van mij maken
  7. Histrionisch (vroeger: theatraal, hysterisch): ik ben aantrekkelijk, ik kan de ander verleiden
  8. Afhankelijk: ik ben hulpeloos, de ander is er om mij te steunen
  9. Vermijdend: ik ben incompetent en de ander heeft altijd kritiek op mij
  10. Dwangmatig: ik ben verantwoordelijk en moet daarom alles onder controle houden, want de ander is incompetent.

Borderline

Wat de borderline stoornis (6) betreft: tegenwoordig wordt er wel gesproken over en spectrum aan borderline-stoornissen. Het ingewikkelde bij borderline is dat het gedrag en denken zo wisselend zijn. Wat hier beschreven wordt is één van de varianten binnen dat spectrum aan borderline stoornissen.

Ouderenzorg

In hun boek gaan de auteurs er verder op in hoe deze trekken zich verscherpen (of misschien juist milder worden?) als mensen op hogere leeftijd komen. Wordt (bijvoorbeeld) iemand die afhankelijk was nóg meer afhankelijk (en daardoor mogelijk ook meer als claimend ervaren door de omgeving) óf wordt het beeld milder?

Het schema ontleende ik aan: Noud van Engelen en Bas van Alphen: Ouderen met karakter (Garant, 2016).

Kenmerken van narcisme

Nu er buiten zoveel narcissen in bloei staan is het weer tijd om aandacht te besteden aan het narcisme. Er zijn allerlei varianten op dit thema, maar laat ik het simpel houden. Daarom deze keer in telegramstijl een aantal kenmerken die passen bij mensen met narcisme.
  1. Eén van de meest opvallende eigenschappen is het manipulatieve gedrag van mensen met narcisme: ze proberen de omgeving naar hun hand te zetten.
  2. Een tweede kenmerk is het stiekeme gedrag. Ze proberen achter iemands rug om van alles te regelen en voor elkaar te krijgen. Ze kunnen daarin zeer vasthoudend zijn.
  3. Daarnaast worden narcistische mensen erg boos en zelfs ‘link’ als je het niet met hun zienswijze eens bent.
  4. Ze zijn er op uit om anderen een schuldgevoel aan te praten.
  5. Naast het aanpraten van een schuldgevoel geven ze ander ook daadwerkelijk de schuld voor wat er mis gaat. De ander heeft het gedaan.
  6. Ze zullen vaak proberen om medestanders te vinden om daarmee hun gelijk te bewijzen en alsnog hun doel te bereiken. ‘Iedereen is het er over eens dat…’
  7. Narcistische mensen zien zichzelf als slachtoffer.
  8. Ze misgunnen andere mensen succes.
  9. Als een ander meer weet of meer succes heeft is dat voor hen onverdraaglijk. Ze zullen de prestaties van de ander in diskrediet brengen.
  10. Ze beschadigen andere mensen, maar voelen zich daar absoluut niet schuldig over (‘hij heeft het er zélf naar gemaakt’).
  11. Ze handelen vaak intuïtief en zetten die intuïtie in voor eigen gewin.
  12. Empathie gaat dieper dan intuïtie. Hoewel ze empathisch overkomen zijn ze niet invoelend. Het vermogen om anderen aan te voelen en hun gevoelens te verwoorden wordt omgezet in allerlei vormen van ‘misbruik’ (bijvoorbeeld geld lenen van iemand die bewogen is met anderen).
  13.  Om hun doel te bereiken kunnen ze een beminnelijke toon aanslaan, terwijl ze in werkelijkheid allerlei grimmige doelen voor ogen hebben (‘een wolf in schaapskleren’).
  14. Ze veroorzaken soms chaos om daarmee de ander in verwarring te brengen (de eerste keer standpunt A innemen, de volgende keer het tegenovergestelde standpunt B en dan bijvoorbeeld zeggen dat de ander niet goed heeft geluisterd). Daarmee houden ze controle over de ander.
  15. Tegenspraak en kritiek wordt niet als feitelijk gezien, maar als narcistische krenking ervaren. Zo’n krenking ontaardt gemakkelijk in acties ‘onder de gordel’.

(Aldus psychiater en relatietherapeut Sharie Stines, 2017).

Persoonlijkheid en ouder worden (1)

Vaak wordt gedacht dat een persoonlijkheidsstoornis 'uitdooft' als mensen ouder worden. Immers, zo denken we, het verstand komt met de jaren. Of: de scherpe kantjes gaan er wel vanaf als je meer van de wereld ervaren hebt. Maar is dat wel zo?

1. Uitgedoofde persoonlijkheidsstoornis

Eén van de kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis is dat iemand niet goed in staat is om naar zichzelf te kijken. Daardoor verstarren het denken en het handelen. Zo iemand zit vast in een bepaald reactiepatroon, bijvoorbeeld: altijd boos worden als iemand anders een aanwijzing geeft.

Volgens Noud Engelen en Bas van Alphen (2016) kan er sprake zijn van een uitgedoofde persoonlijkheidsstoornis als er op latere leeftijd een verdere narijping van de persoon plaats heeft gevonden. Op de één of andere manier heeft die persoon geleerd om beter naar zichzelf te kijken. Dat is op zichzelf logisch, soms leren mensen in de loop van hun leven om meer genuanceerd naar zichzelf en naar anderen te kijken.

Een andere factor is dat iemand beter in staat om met stress om te gaan (betere ‘coping’). Het gevolg is dan: betere impulscontrole, minder stemmingswisselingen en/of woede-uitbarstingen.

2. Laat ontstane persoonlijkheidsstoornis

Het kan ook zo zijn dat iemand redelijk heeft gefunctioneerd, en dat dat functioneren onderliggende problematiek heeft gecamoufleerd. Bijvoorbeeld: iemand was weliswaar kwetsbaar, maar dankzij de structuur van het werk en een aangepaste thuissituatie kon hij zich redelijk handhaven. Pas als er sprake was van veel stress bleek dat de persoon op dat moment niet meer goed kon functioneren. Maar als de stress niet lang aanhield kwam het functioneren van deze persoon vanzelf weer redelijk op de rails.

Martin van Dijk (55 jaar) heeft binnen de structuur van zijn werk goed kunnen functioneren. Dat veranderde toen de organisatie fuseerde. Martin raakte het overzicht kwijt. Als hij de controle kwijtraakte leidde dat tot woede-uitbarstingen. Zijn vrouw vertelde dat het ook thuis niet meer te harden was. De vraag is: is alleen de reorganisatie op het werk de reden dat het niet meer goed gaat met Martin, of is er ook sprake van leeftijdsspecifieke problematiek: de rek wordt minder en daardoor loopt Martin al sneller op zijn tenen. 

Knik

Bij mensen dankzij een bepaalde structuur, zichzelf in de omgeving konden handhaven, zie je vaak een knik in de ontwikkeling als er zich op latere leeftijd (vanaf 50 jaar) ingrijpende veranderingen in de levensomstandigheden voordoen. Zoals: werkloosheid, een echtscheiding, pensionering, verlies van gezondheid, een kleiner wordend netwerk of verlies van autonomie.

Wat onderhuids aanwezig was, maar door gunstige levensomstandigheden niet zichtbaar was, wordt dan alsnog een probleem. Dat verklaart ook waarom het leven van sommige oudere echtparen ‘getekend’ wordt door een voortdurende strijd. Het evenwicht (bijvoorbeeld de vrouw in en rond het huis met haar eigen netwerk, de man buitenshuis met zijn eigen netwerk) is verstoord geraakt. En het lukt dan niet meer om een nieuw evenwicht te vinden (Noud Engelen en Bas van Alphen geven in hun boek voorbeelden van relatietherapie voor ouderen).

3. Atypische persoonlijkheidsverandering

De persoonlijkheid kan ook veranderen als gevolg van somatische aandoeningen. Bij aandoeningen in de frontale hersendelen kan iemand bijvoorbeeld sterk ontremd raken. Bij deze vorm van aandoening is het vaak moeilijk om een ‘link’ te leggen naar het verleden. De dementering, een hersentumor of een herseninfarct maken dat het hele bouwwerk van de hersenen (zowel gedrag, als emoties) door elkaar geschud wordt.

Inkrimpend netwerk

Engelen en Van Alphen schrijven dat bij 8% van de thuiswonende ouderen sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. Vaak is deze stoornis al op jongere leeftijd zichtbaar door allerlei conflicten. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis hebben op oudere leeftijd vaak te maken met een sterk inkrimpend netwerk.

 

Schijnzwanger

Tot drie keer toe was Mary in verwachting geweest. De drie baby's waren voor de geboorte overleden.

Mary had veel aandacht besteed aan de zwangerschappen. Iedere maand stuurde ze foto’s op via Facebook en Instagram van haar zwellende buik en later ook de echo’s van de baby’s. Voor familie, vrienden en bekenden werd een babyshower georganiseerd. Groot was het verdriet bij de familie en bij Mary en haar vriend dat de drie baby’s niet levensvatbaar waren gebleken. De drie baby’s hadden wel prachtige namen gekregen, ze werden na een periode van meer dan 20 weken geboren.

Er werd een officiële uitvaart geregeld, waarbij tientallen vrienden en familieleden aanwezig waren.

Toch waren er wel wat opmerkelijke zaken. Haar vriend was nooit mee geweest naar het ziekenhuis voor de bezoeken aan de arts en het maken van de echo’s. Hij nam vrij van zijn werk, maar dan werd de afspraak door het ziekenhuis afgezegd. Kwam hij thuis uit zijn werk, dan was Mary alsnog naar het ziekenhuis geweest. Haar vriend mocht de overleden baby’s ook niet zien, dat zou te confronterend voor hem zijn.

Toen er gegevens van het lokale ziekenhuis (inclusief ambulanceritten) werden opgevraagd bleek Mary nooit in het ziekenhuis te hebben gelegen. Ook de ambulance was niet uitgereden. Ze verklaarde dit uit het feit dat ze naar een ander ziekenhuis was vervoerd. Welk ziekenhuis, dat wilde ze niet zeggen. Dat was privé.

Ze had op sociale media foto’s van de echo’s en van de baby’s direct na de geboorte gedeeld, maar volgens een gynaecologe kon haar verhaal niet kloppen met de foto’s. Mary meende dat het wel klopte, maar dat ze er om privé-redenen niets over kon zeggen. In het ene verhaal waren de baby’s begraven, maar de grafjes bleken onvindbaar. Daarna veranderde het verhaal er in dat de baby’s gecremeerd waren.

Haar ex-vriend had ook een aantal vragen aan haar. Hij wilde o.a. nogmaals weten waarom hij geen enkele keer mee had gemogen naar het ziekenhuis en waarom hij de baby’s nooit had mogen zien, terwijl hij toch de vader was.  Mary zei dat ze hem wilde beschermen tegen het grote verdriet dat ze zelf had ervaren.

En hoe zat het dan met de officiële lijkschouwing die plaats moet vinden als een ongeboren kind meer dan 20 weken oud is? Mary kon hier om privé redenen niet op in gaan. De papieren waren er wel, maar ze kon ze niet vinden.

Inmiddels was Mary een hulporganisatie voor getraumatiseerde mensen begonnen. Door het verdriet rond haar kinderen was ze zelf getraumatiseerd geraakt. Bovendien had ze haar enige broer – die veteraan was geweest – verloren als gevolg van suïcide. Bij navraag bleek dat Mary helemaal geen broer had die veteraan was geweest, wel was haar enige broertje op de leeftijd van 18 maanden overleden.

Toen Mary werd geconfronteerd met de hiaten in haar verhaal liep ze scheldend, tierend, vloekend en met dingen smijtend weg. Ze wilde ook geen therapie, want ze was inmiddels een volwassen vrouw die haar verleden achter zich had gelaten.

Boekhoudkundige precisie (over dwang)

Ieder voordeel heeft zijn nadeel. En ieder nadeel heeft zijn voordeel. Dat kun je ook zeggen van het gedrag van meneer Jansen.

Meneer Jansen is analytisch en perfectionistisch. Dat kwam goed uit in zijn vak als hoofd van de boekhouding bij een kleine zorgorganisatie. Bij geen enkele andere organisatie was de boekhouding zó op orde als bij deze instelling. De accountant en de belastingen konden er bij voorbaat vanuit gaan dat de cijfers klopten. En de directeur kon blindvaren op de gegevens die meneer Jansen aanreikte.

Eisend

Wat wel een probleem was, was de verhouding tot de medewerkers op de afdeling. Wat meneer Jansen van zichzelf eiste, eiste hij ook van zijn medewerkers: orde, tucht en perfectie. Als het stormde en een medewerker had op de fiets de storm getrotseerd, maar hij was een paar minuten te laat: daar werd aantekening van gemaakt. Als het hard stormt weet je immers dat je eerder van huis moet.

Meneer Jansen had in de tijd dat er nog nauwelijks computers waren zijn boekhouddiploma's gehaald. In diezelfde tijd werkte ik tijdelijk op de administratie van een electronicabedrijf. Daar konden ze me goed gebruiken vanwege mijn cijfers voor boekhouden en handelsrekenen én een zeer gedetailleerd handschrift. Dat werk was echt prachtig voor perfectionisten: zorgen dat alles klopte en dat alles netjes in tabellarische kasboeken met de hand was gedocumenteerd. Het gaf me orde in mijn eigen puberale chaos.

Burn out

Maar de computer deed zijn intrede. Het betekende dat het werk er heel anders uit kwam te zien. Niet het kunnen rekenen en het mooie handschrift werden bepalend, maar er werd steeds meer een beroep gedaan op ICT-vaardigheden. Meneer Jansen werd afhankelijk van andere disciplines. Lang heeft hij geprobeerd op zijn eigen manier door te werken totdat hij een burn out kreeg. Hij kon het tempo niet meer bijbenen. Het is één van de grote afbreukrisico’s voor perfectionistische mensen: een burn out.

Na een jaar kwam meneer Jansen terug. Hij kreeg minder leidinggevende verantwoordelijkheid, een eigen kamer (‘territorium’) en moest het verwerken van de administratie aan de computer overlaten. Op die manier heeft hij nog lang (tot eigen tevredenheid) kunnen functioneren.

Gedegen nota’s

Ook schreef hij ter ondersteuning van de directie nota’s met veel noten en voetnoten. Dat hielp de directie in de gesprekken met zorgkantoren en ondernemingsraad. De cijfers klopten nog steeds precies. Wel was de ondertiteling soms wat cryptisch. “In het omgekeerde geval is vanzelfsprekend het omgekeerde het geval” schreef meneer Jansen aan de ondernemingsraad. Daar werd ter plekke lang over nagedacht. Wat werd daar nu mee bedoeld?

De onderbouwing waarom geld waaraan besteed moest worden, dat was weer niet aan meneer Jansen besteed. Het was goed als de cijfers klopten.

Meneer Jansen is met pensioen (over dwang)

Nu is meneer Jansen met pensioen. Hij had geen pensioengat, dat had hij met zijn boekhoudkundige precisie voorkomen. Maar hij viel wel in een soort van pensioengat. In plaats van vijf dagen in de week om 07.27 de echtelijke woning te verlaten moest hij nu zijn eigen tijd invullen.

Meneer Jansen was een man van de klok. Hij kon zich achter de brievenbus van zijn huis lopen opwinden als de krant pas na 06.30 uur werd bezorgd. Dan had hij geen tijd meer om alles te lezen voordat hij naar zijn werk ging.

Nu hij met pensioen was bleef hij deze regel hanteren. Hij stond vroeg op om te controleren of de krant wel voor 06.30 door de brievenbus was gegleden.

De broer van meneer Jansen

Er was dus tijd over voor andere zaken. En het kon niet anders of meneer Jansen ging die andere zaken op zijn eigen perfectionistische manier invullen. Want er waren om hem heen allerlei leemtes en lacunes die hem tijdens zijn werkzame leven niet zo waren opgevallen, maar die nu opeens werden uitvergroot. Zoals de zorg voor zijn gehandicapte broer, die dezelfde achternaam had en ook hield van orde en regelmaat. Altijd ’s morgens een bruine boterham met kaas en een bruine boterham met donkere hagelslag plus een glas melk en dat al dertig jaar.

Administratie

Administratief was alles rond zijn broer perfect op orde. Meneer Jansen eiste als bewindvoerder dat alle bonnetjes perfect op orde waren. Ging begeleiding met zijn broer een kop koffie halen in de stad, dan moest het exacte aantal kilometers worden opgegeven tot op meters nauwkeurig en ook het bonnetje van de koffie moest beschikbaar zijn. Moest zijn broer tijdens een bezoek aan de stad opeens plassen, dan moest er een bonnetje van het toilet getoond worden. De kantonrechter kon weer tevreden zijn.

Tijdens het koffiedrinken op de woning ontdekte meneer Jansen dat de koffiemelk over datum was. Dat was de aanleiding voor een nieuwe exercitie. Voortaan ging meneer Jansen eerst op onderzoek uit in de koelkast. Waren er geen producten over datum? Dat was voer voor mijn vroegere collega Chiel Egberts met zijn boeken over het werken in de driehoek. Moeten we meneer Jansen toestaan om 'zomaar' in de koelkast te neuzen?

Broer gaat met vakantie

Had begeleiding vroeger de ruimte om de vakantie van de broer van meneer Jansen zelf te organiseren (als de cijfers maar klopten en bij buitenlandse reizen werden ook de valuta nog eens goed nagerekend), nu ging meneer Jansen zich inhoudelijk met die reizen bemoeien. Hij wilde inspraak in de kamer die zijn broer kreeg in het hotel, in de wijze waarop het vervoer geregeld was. En ook wie van de begeleiding toezicht zou houden op zijn broer.

Dat was wat ingewikkeld, want broer ging met een kleine groep in een begeleide reis mee op vakantie. Moesten nu alle familieleden inspraak hebben, met mogelijk allerlei botsende belangen? Opnieuw een vraag voor Chiel: hoeveel ruimte moet meneer Jansen krijgen in deze zaken?

Het was duidelijk: nu meneer Jansen met pensioen was verdween niet zijn analytische en perfectionistische inslag: hij wilde nóg meer grip op het leven hebben. Niet alleen het leven van hemzelf, maar ook van zijn omgeving.

Controle en perfectie (1)

"Controle en perfectie zijn de kernwoorden van de dwangmatige persoonlijkheid." Aldus Professor Willem van der Does. 

Boekenkast

Kijk eens in de boekenkast of de CD-kast van iemand met een dwangmatige persoonlijkheid. De boeken en/of CD’s staan allemaal keurig in het gelid. Hoe ze staan gesorteerd is weer een vraag van andere dorde. De één sorteert op kleur, de ander op grootte, weer een ander op alfabet.

Orde wordt chaos

Een probleem voor dwangmatige persoonlijkheden is echter dat ze zóveel tijd kwijt zijn aan het sorteren, dat dat hun zicht op het grotere geheel belemmert. Dat maakt dat bijvoorbeeld het huis toch een rommelige indruk kan maken. Omdat de details zo belangrijk zijn, lukt het niet meer om het grote geheel op orde te houden. Iemand met veel rommel is de woonkamer kan dus toch een dwangmatige persoonlijkheid hebben.

Niet kunnen weggooien

Een bijkomend probleem is dat mensen met een dwangmatige persoonlijkheid grote moeite hebben om spullen weg te gooien. De spullen blijven zich maar opstapelen. Her en der in huis leggen stapels aan krantenknipsels en bijlagen die ooit nog eens gelezen en/of gesorteerd moeten worden.

Sigmund Freud koppelde de dwangmatige persoonlijkheid aan een strenge zindelijkheidstraining ('het anale karakter'). Je durft niet meer los te laten en dus ook niet meer weg te gooien. De dwangmatige persoonlijkheid leidt aan obstipatie in zijn hersenen.

Passend bij deze persoonlijkheid is de neiging om op koopjes uit te zijn. Het hele huis staat vol met spullen uit de aanbieding. Overal liggen boutjes, moeren en defecte apparaten, ‘want het kan altijd nog eens van pas komen’. Op die manier verwordt dwang tot chaos.

Ziekelijk verzamelen

Nu heb je ook TV-programma’s over hoarders, mensen van wie het hele huis is volgestouwd, zodat ze zelf nauwelijks meer kunnen zitten.

Ik heb ooit eens een bezoek afgelegd bij een man, die de hele kamer vol had staan met spullen die hij langs de straat had gevonden. Hij kon zijn bed niet meer bereiken en sliep op een stoel. Ik heb het gesprek met hem in de deuropening gevoerd, want ik kwam niet verder in zijn woonkamer. Dat mocht ook niet, want hij stond geen vreemden toe in huis, ik was eigenlijk al een heel eind gekomen. Later gooide hij ook geen bedorven etenswaar weg. Toen greep uiteindelijk de woningbouwvereniging in.

Dit gedrag behoort niet meer bij de dwangmatige persoonlijkheid. Er is bij deze mensen sprake van ernstiger psychiatrische problemen, zoals schizofrenie , alcoholisme, een posttraumatische stoornis of een zeer ernstige depressie.