Zie je wel-isme (3)

Er zijn mensen die beweren dat de trein altijd te laat is. Ik zit vaak in de trein en soms is hij te laat. Dat kan aan het traject liggen of aan de tijd. Een medeforens die destijds vaak dezelfde trein nam was ook vaak aan het mopperen op NS.

Ik turfde toen een maand de vertragingen en hoe vaak ik had moeten staan. Zes keer vertraging en één keer gestaan. Hij bleef echter volhouden dat de trein bijna altijd te laat was en dat hij bijna altijd had moeten staan. Het was op zich al een hele concessie dat het woordje ‘bijna’ werd toegevoegd. Maar hoe kan het dan dat die meneer niet van standpunt verandert? Dat is een vraag die Gerben Hellinga aan de orde stelt.

Communistische vader

Jolande Withuis schreef een boek over haar communistische vader. Het kreeg de afgelopen weken in de media veel aandacht. Bij die vader zag je hetzelfde patroon. Rusland was de heilstaat en informatie die liet zien dat er onder Stalin ook wel eens iets mis ging kwam gewoon het denkraam van haar vader niet binnen. Die informatie werd weggefilterd.

Dit is de tweede stap van het ‘zie je wel-isme’: je neemt zó selectief waar dat er geen enkele opening meer is naar anders gekleurde informatie. Je bent alleen maar bezig met het bevestigen van je eigen standpunt.

De derde stap is wat er ook bij de CPN gebeurde: iedereen werd dusdanig gemanipuleerd dat er geen ontkomen meer aan was. Wie ‘anders’ geloofde werd geëxcommuniceerd. Je zou kunnen zeggen: psychose en de derde stap van het zie je wel-isme hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat de hele omgeving wordt ingekaderd en aangepast aan dat ene plaatje. Wie tóch anders denkt moet wel gek zijn. 

Kinderen maken schema’s

Volgens Gerben Hellinga kun je dit verschijnsel verklaren omdat de wereld te complex is. Er gebeurt zóveel dat we niet begrijpen, dat we schema’s nodig hebben om houvast te kunnen hebben. Peuters en kleuters zijn daar voortdurend mee bezig. Peter niest en valt van zijn krukje. Als je niest val je van je krukje. Mamma doet de deur open en er valt een spin op haar hoofd. Mamma gilt. Op die manier worden allerlei toevallige gebeurtenissen aan elkaar gekoppeld en beladen.

Kinderen op een wat oudere leeftijd (vooral tussen de acht en twaalf jaar) proberen dat soort toevalligheden met rituelen onder controle te krijgen. Je moet perse met je rechterbeen boven aan de trap uitkomen. En voordat je onder de douche gaat moet je drie keer de deurknop aanraken.

Eén van de mechanismen die helpt bij het ordenen van de wereld is dat je zaken die kloppen gaat accentueren en dat je gebeurtenissen die niet kloppen met jouw ‘denkraam’ gaat negeren. Zo blijft de wereld tenminste een beetje voorspelbaar.

Hoe aardig de donkere meneer in jouw straat ook doet, het kán niet waar zijn dat hij echt aardig is. Je negeert de informatie over hem, beschouwt het als toeval en je blijft bij je standpunt dat 'gekleurde' mensen onbetrouwbaar zijn.

Het gevaar opzoeken

Eén van de meest wonderlijke verschijnselen in de psychologie is dat mensen zichzelf schade toebrengen om de wereld kloppend te maken. Er vindt een herhaling van zetten plaats.

De dochter van een alcoholist trouwt op haar beurt weer met een alcoholist. En het meisje met negatieve seksuele ervaringen vertoont seksueel wervend gedrag. De mannen die daar op ingaan bevestigen weer het beeld dat alle mannen ‘hetzelfde zijn’.

Het verhaal van Mirjam

Mirjam groeide op in een gezin met een autoritaire vader en een dominante oudere broer. Zij heeft een beeld ontwikkeld dat mannen met macht per definitie die macht misbruiken.

Haar eerste baas is een autoritaire werkgever die geen tegenspraak duldt. Mirjam pikt het niet dat ze wordt aangesproken dat ze haar werk niet op tijd af heeft. Ze wordt binnen haar proeftijd ontslagen. Mirjam vindt dat ze  helemaal gelijk had. Opnieuw wordt haar beeld bevestigd: mannen met macht maken daar misbruik van.

Dan krijgt Mirjam een nieuw, veel milder denkende, werkgever. Op een gegeven ogenblik meent de werkgever dat ze op een bepaalde handeling moet worden aangesproken. Dat doet de werkgever op een milde manier. Maar Mirjam ontsteekt in woede: zó ga je niet met werknemers om.

Door haar levensverhaal ervaart Mirjam veel meer autoriteit in het verhaal van de baas dan hoe zijn werkgever het bedoeld heeft.

De werkgever vindt dat Mirjam buiten proportie reageert op zijn poging tot bijsturing. Ze krijgt een waarschuwing. Opnieuw ontsteekt ze in woede: nu wordt ze ook nog gechanteerd! Daarop is voor de werkgever de maat vol: Mirjam wordt ontslagen.

Door het gedrag van Mirjam is ze er zelf mede de oorzaak van dat haar  beeld van autoritaire bazen 'klopt'. "Je mag nergens een foutje maken, mannen deugen niet, en mannelijke werkgevers al helemaal niet."

Pathologie?

Is er sprake van pathologie? Dat hangt van veel meer factoren af. Het is wel zo dat als mensen geen inzicht hebben in hun eigen aandeel in de strijd en als blijkt dat ze dit kennelijk ook niet kunnen ontwikkelen dat dat een signaal is dat er mogelijk sprake is van veel meer onderliggende problematiek.

Onveranderbaarheid in het denken over anderen (ondanks aantoonbare bewijzen dat het anders is)  en geen inzicht in het eigen handelen houden – aldus psychiater Hellinga -nogal eens  eens verband met onderliggende persoonlijkheidsproblematiek.

Gerben Hellinga: Lastige lieden, een inleiding over persoonlijkheidsstoornissen; Boom, Amsterdam, 5e druk, 2007
Advertenties

Zie je wel-isme (1)

Hoe kan het dat je iemand niet kunt overtuigen? Hoe je ook je best doet, de ander blijft aan zijn standpunt vasthouden. En dat ook als je meent veel bewijsmateriaal te hebben. Daarover ging o.a. een artikel in de Volkskrant van zaterdag 17 maart 2018. Maar ik begin bij een inmiddels al klassiek geworden boek van een veelschrijvende psychiater.

Psychiater Gerben Hellinga noemt dit vasthouden aan het eigen standpunt een Zie je wel-isme (in: Lastige Lieden, Boom, 2007, 5e druk). Maar hij ziet er wel ‘graden van ernst’ in. Er zijn mensen die koste wat het kost, in alle omstandigheden, vasthouden aan een eenmaal ingenomen idee. Anderen zijn in staat om hun mening geleidelijk bij te stellen.

Brigitte heeft een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis. Ze meent dat alle mensen er op uit zijn om misbruik van haar te maken. "Alleen dieren kun je vertrouwen, mensen niet" (dat is een klassieker in de psychiatrie). Dit beeld van Brigitte over anderen wordt niet milder, ze ziet zichzelf dag-in, dag-uit bevestigd. De buurvrouw groet haar niet. Zie je wel: die buurvrouw deed gisteren misschien wel aardig door haar te helpen, maar dat was alleen maar de buitenkant.

Nooit, alwéér, altijd

Je ziet dit ‘zie je wel’ verschijnsel in veel relaties, aldus Hellinga. Het is o.a. te zien in de woordkeuze. Nooit, alwéér en áltijd zijn typische ‘zie-je-wel’ woorden. Je kunt als partner regelmatig de rommel proberen op te ruimen, en tóch krijg je te horen dat je nooit je troep opruimt. Je hebt vroeger wel eens ruzie gehad met je zus en nu meldt ze dat je haar altijd hebt gepest.

Persoonlijkheidsstoornis

Een persoonlijkheidsstoornis kun je – aldus Hellinga – o.a. herkennen aan de mate waarin iemand niet in staat is om zijn of haar mening te herzien. Als iemand – ondanks alle bewezen tegendelen – de nieuwe informatie niet meeneemt kan dat een signaal zijn van een onderliggende persoonlijkheidsstoornis.

Twintig jaar geleden heeft Arno de Vries een ernstig conflict gehad met zijn oom, die tevens zijn werkgever was. Sinds die tijd kan de oom geen goed meer doen bij Arno. Diezelfde oom heeft zich erg ingespannen om de ouders van Arno door een moeilijke periode heen te helpen, maar volgens Arno deed hij dat toch uit kwade bedoelingen. Onlangs heeft zijn oom geprobeerd om weer contact met Arno te leggen, maar dat voorstel werd afgewezen. De oom kan het in de ogen van Arno nooit meer goed doen. Zelfs al zou de oom alle schuld van het conflict op zich nemen: het komt niet goed. Arno is niet in staat om nieuwe informatie mee te nemen in het denken over zijn oom.

Volgens Gerben Hellinga nemen we dagelijks de informatie die bij ons binnen komt selectief waar. Dat kan niet anders. Voor een deel  verklaart dat ook onze (psychologische) allergieën.

Er stopte een dure Bentley voor ons huis en er stapte een dure meneer uit in een maatkostuum. Ik had al direct een plaatje bij hem klaar.  Geen idee wie het was, hij belde ergens anders aan. Toch had ik al een plaatje gemaakt en daarmee ook een voorraadje 'zie je wels' klaarliggen.

Drie stappen

  1. We selecteren allemaal de informatie die bij ons binnen komt. Dat is heel normaal en niet pathologisch.

2. Je interpreteert informatie van anderen verkeerd en je blijkt niet in staat om dit beeld bij te stellen

3. Je manipuleert je omgeving dusdanig waardoor de ander geen kant meer uit kan, zodat je voortdurend bevestigd wordt in het ‘zie je wel!’

De tweede en de derde stap van dit proces zijn wel pathologisch van aard. 

Dwang en winderigheid

Een mens produceert gemiddeld een 0,5 tot 1,5 liter darmgas. Dat heb ik niet zelf berekend, ik las het in een boek. Dat gas moet er ook weer uit, anders zouden we ontploffen. 'Flatulare necesse est'. Eén van die manieren is het 'op anale wijze laten ontsnappen van lucht' zoals ik dat las in een wetenschappelijke studie. Gemiddeld laten mensen zo'n 25 winden per dag, gelukkig voor een aanzienlijk deel reukloos. In ieder geval voor jezelf.

De heer Jansen is een gepensioneerd boekhouder. Zijn kracht lag in de zorgvuldigheid waarmee hij zijn werk verrichtte. Ook na zijn pensioen ziet hij er altijd keurig verzorgd uit. Het huis is ook pico bello op orde, behalve dan de stapels kranten. Hij weet nooit wanneer hij ze weg kan doen, want er kan altijd nog een artikel in staan dat van pas kan komen.

Na zijn pensioen heeft de heer Jansen van zijn winderigheid een vak gemaakt. Waar andere mensen nauwelijks iets merken van het op anale wijze laten ontsnappen van lucht heeft de heer Jansen het verschijnsel tot buitenproportionele omvang opgeblazen. Hij heeft elke kramp, elke ontlasting en zelfs elke wind in grafieken en zelfs in kleur in kaart gebracht.

De perfectionistische, dwangmatige benadering van zijn werk, zijn huishouden, maar ook van zijn lichamelijke klachten zou bij Sigmund Freud passen binnen de kaders van het anale karakter. Alles moet zó precies in kaart worden gebracht dat het het eigen leven van de heer Jansen, maar ook het gezonde leven van zijn omgeving dreigt te verstoren. Daarbij valt het analytische en detailgerichte aspect op: de aandacht voor het detail is zó nadrukkelijk aanwezig dat het grote geheel zoek raakt.

Spreekuur bij de huisarts

Met die grafieken en analyse komt meneer Jansen op het spreekuur van de huisarts. Hij wil alles tot in detail bespreken. De huisarts meldt: “Elke poging van mijn kant om de exercitie kort te houden is gedoemd om te mislukken. Van zijn ritueel (alles doornemen) kan geen millimeter worden afgeweken.” (aldus Marc America, 2016)

De huisarts meldt dat meneer Jansen niet in staat is de spreekkamer te verlaten zonder dat hij alle details heeft kunnen bespreken. Ook als de huisarts zegt dat de tijd om is en dat andere patiënten zitten te wachten weerhoudt dit de heer Jansen niet om verder te gaan met zijn analyse van de winderigheid die hem voortdurend parten speelt.

Obsessief-compulsief

Het gedrag van de heer Jansen past bij de obsessief-compulsieve  persoonlijkheidsstoornis. Kenmerkend zijn het analytische denken dat tot in detail wordt doorgevoerd, het perfectionisme (de andere kant van ditzelfde palet aan gedragingen) en de behoefte om ook tot in detail het gesprek te bepalen. De heer Jansen geeft niet alleen zichzelf weinig ruimte, hij laat aan anderen ook weinig ruimte. Het is in dermate sterke mate aanwezig dat het grensoverschrijdend is.

Ouder worden

Toen de heer Jansen boekhouder was viel het gedrag thuis minder op. Hij kon het meeste van zijn analytische energie kwijt in zijn vak. Wel was hij niet gemakkelijk voor de andere mensen op de administratie. Het werk moest allemaal op zijn manier worden uitgevoerd. Nu hij met pensioen is wordt het gedrag in zijn eigen (woon)omgeving nog meer als verstorend ervaren. Het is voor voorbeeld van hoe een persoonlijkheidsstoornis met het klimmen van de jaren niet milder, maar juist ernstiger wordt.

Controle en perfectie (2)

"Dwangmatige persoonlijkheden zijn zeer georganiseerd, maar ze zijn zó bezig met de organisatie, dat ze daardoor weer improductief zijn." Aldus Professor Willem van der Does.

Johannes wilde graag alles goed doen. Hij wilde ook goed plannen. Iedere ochtend was hij twee tot drie uur bezig met het plannen van wat hij die dag zou gaan doen. Als hij zich niet aan dat zelf bedachte schema kon houden raakte hij gefrustreerd en ging weer een nieuwe lijst maken. Hij besteedde uiteindelijk meer tijd aan het maken van lijsten, dan aan het daadwerkelijke werk. 

Het is een vreemd verschijnsel. Mensen die hun werk niet afkrijgen kunnen dwangmatige perfectionisten zijn. Maar omdat ze zo perfectionistisch zijn verliezen ze zich in de details. En daardoor komt hun werk niet af.

Nemen van beslissingen

Het nemen van beslissingen is voor dwangmatige mensen erg moeilijk. Ze willen een perfecte keuze maken. Maar als ze het één kiezen zijn ze bang dat ze daar achteraf spijt van zullen krijgen. In de moeite om te kiezen zit een overlap met depressieve mensen, maar de oorzaak van het probleem ligt anders.

Koppig vasthouden

Als er eenmaal een besluit is genomen zie je bij depressieve mensen dat ze al snel weer gaan twijfelen. Maar dwangmatige mensen zijn niet van hun eenmaal genomen besluit af te krijgen. Ze houden koppig vans aan hun manier van denken en van doen. Dat vasthouden aan de eigen manier geeft hen het gevoel van controle.

Dwangmatige mensen ook koppig vasthouden aan een eenmaal ingenomen standpunt, zelfs als er ondertussen andere informatie beschikbaar is. De angst om de controle kwijt te raken is zó groot dat ze in hun eigen waarheid gaan geloven.

Controle over andere mensen

Daarmee zitten we meteen bij een ander thema. Dwangmatige mensen zijn geen teamplayers. In een team waarin iedereen in principe gelijk is ervaren ze onvoldoende controle. Ze hebben liever een wat meer solistische functie of gaan aan de slag als bijvoorbeeld ZZP’er.

Zitten ze in een meer leidinggevende functie, dan valt de behoefte aan controle over andere mensen op. Ze willen alles tot in detail weten. Om eventueel onverwachtse zaken voor te zijn moet allerlei procedures minitieus worden uitgeschreven.

Het is voor medewerkers niet gemakkelijk om onder een dwangmatige leidinggevende te werken, want je doet het zelden goed. En als de baan die leidinggevende boven het hoofd groeit wordt de controlebehoefte ook nog eens veel sterker.

Persoonlijkheidsstoornis en normaliteit (2)

Op welke terreinen kun je een persoonlijkheidsstoornis signaleren?

  1. Op het gebied van de cognities. Het gaat om waarnemen, informatie verwerken, leren, denken, problemen oplossen. In verband met de persoonlijkheidsstoornissen is vooral het interactieve aspect van belang: hoe neemt de persoon zichzelf en anderen waar, hoe interpreteert hij het gedrag van de ander, hoe kijkt hij naar bepaalde gebeurtenissen?
Mevrouw Loonstra heeft visite. Ze is gespannen. Ze heeft de hele tijd de indruk dat er over haar wordt gesproken. Als er gelachen wordt denkt ze dat ze uitgelachen wordt. Na afloop van het bezoek weet ze het zeker: de visite kwam niet op bezoek om aardig te zijn. Ze hadden het op haar geld en sieraden gemunt.Ze wilden weten waar ze dat verstopt had.

2. Op het terrein van de affecten: de wijze waarop de emoties worden geuit, de adequaatheid van de emotionele reacties.

De buurvrouw heeft mevrouw De Vries een tijdje niet gezien. Als ze haar op straat tegen komt vraagt ze hoe het gaat. Mevrouw de Vries gaat helemaal uit haar plaat. "Waar bemoei je je mee? Anders kijk je ook niet naar mij om. Ik praat nooit meer met jou!"

3. Op het terrein van het functioneren in het contact met anderen. Dat zit ook al in de twee voorgaande voorbeelden. Maar nu gaat het om de rol die anderen voor de persoon spelen. Zijn ze bijvoorbeeld een gelijkwaardige gesprekspartner of is er sprake van een zeer asymmetrische relatie?

Als er problemen zijn is meneer Doornspijk daar ook al heel snel te vinden. Hij heeft meteen zijn adviezen klaar en regelt van alles. Als iemand zegt dat het al goed geregeld is en dat er geen hulp nodig is voelt meneer Doornspijk zich zwaar gegriefd. Ze hebben niet op hem gewacht en nu is hij niet meer nodig. Meneer Doornspijk heeft andere mensen nodig om te laten zien dat hij een goede hulpverlener is.

4. Op het gebied van de beheersing van de impulsen: in hoeverre is de persoon in staat om wensen en behoeften uit te stellen en/of te doseren.

Overal waar mevrouw Jongsma komt heeft ze de neiging om spullen verplaatsen of recht te zetten. Tijdens het consult bij de dokter kan ze het niet laten om even een stapeltje papier op zijn bureau te ordenen.

Persoonlijkheidsstoornis en normaliteit (1)

Mijn grootvader schreef er al een boekje over. "Wat is normaal?" In de psychologie is het een voortdurende worsteling. Steeds meer mensen krijgen een etiket opgeplakt. Wie afwijkt van een bepaalde norm krijgt een diagnose. Kun je niet goed leren, dan heb je een verstandelijke beperking. Ben je op leeftijd, dan ben je bejaard. Laat je het eten aanbranden en kun je geen namen meer onthouden, dan ben je dement.

Als we het over persoonlijkheidsstoornissen hebben ontkomen we echter toch niet aan de vraag: ‘wat is normaal?’ Mensen met een persoonlijkheidsstoornis wijken af van datgene wat we als normaal zien in onze samenleving.

Een algemeen kenmerk van een persoonlijkheidsstoornis is een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die binnen de cultuur van de betrokkene duidelijk afwijken van de verwachtingen.

Tegelijkertijd begeef je je met zo'n definitie op glad ijs. Op basis van deze definitie werden in de Sovjet-Unie duizenden mensen zonder vorm van proces opgesloten in psychiatrische instellingen. Ze weken af van de Sovjet-ideologie, dus ze moesten wel gek zijn.
  1. Bij een persoonlijkheidsstoornis gaat het om een duurzaam patroon van denken en van handelen. Wie een delier heeft (tijdelijk) heeft dus niet om die reden een persoonlijkheidsstoornis.

2. Een persoonlijkheidsstoornis is ook pervasief: het dringt door in alle lagen van het bestaan. Dus zowel thuis, als op het werk en bij sociale contacten.

3. In de derde plaats veroorzaakt een persoonlijkheidsstoornis lijden. Bij de meeste stoornissen lijdt de persoon er zelf niet onder, maar de omgeving ervaart wel lijdensdruk. Het inzicht in het eigen functioneren is bij de meeste mensen met een persoonlijkheidsstoornis zeer beperkt.

Empathie (2)

Empathie ontwikkelt zich in de relatie tot de mensen aan wie het kind zich het meeste hecht. Het identificeert zich met empathisch spiegelende ouders.

Bijvoorbeeld: de peuter doet zich pijn, de moeder herkent het signaal van de pijn en benoemt het, en biedt het kind troost. Of: het kind is boos omdat het zijn zin niet krijgt, de vader benoemt de emotie van het kind en ondersteunt het om ‘verder te gaan met de dag’.

Moeders die in aanwezigheid van hun kind vooral op hun smartphone zitten te kijken missen deze signalen en nemen ook niet de tijd om te reageren. Ze belemmeren daarmee de ontwikkeling van empathie bij hun kind.

Ontbreken van empathie (kinderen)

Als een kind van een jaar of zeven nog steeds én geen emotionele én geen cognitieve empathie heeft ontwikkeld zie je vaak dat het kind veel agressie vertoont en daar geen rem in heeft. Zo’n kind lijkt niet eens te beseffen dat het de ander pijn doet.

Als een kind van zeven jaar wél cognitieve empathie heeft ontwikkeld (het heeft geleerd wat het de ander aan doet en weet ook dat het daar straf voor kan krijgen), maar de emotionele empathie is weinig ontwikkeld, dan kan zo’n kind de agressie uitstellen (het heeft er weet van). Deze kinderen weten echter ook heel goed wat de zwakke plek van de ander is, en ze kunnen op een bepaald moment toch iemand perfect op de zwakke plek raken.

Ontbreken van empathie (persoonlijkheid)

Empathie het het vervoermiddel om intermenselijk gedrag te reguleren. Als je met de ander mee kunt leven zul je de ander minder snel pijn doen. Zoals jij behandeld wilt worden zul je ook de ander willen behandelen.

Het klopt precies, maar toch klopt er iets niet. Dat is het gevoel dat ik soms heb bij mensen die een prachtige -en logisch opgebouwde - beschrijving geven over hoe mensen tot bepaalde keuzen komen. Cognitief zit het goed in elkaar, maar waar is de emotionele kant?

Marc America (2016) heeft in een schema een drietal persoonlijkheidsstoornissen geplaatst in relatie tot het vermogen tot empathie. Ik vul zijn schema nog iets aan met eigen bevindingen.

  1. Wel cognitieve, maar nauwelijks emotionele empathie: psychopatiform gedrag (kijk bijvoorbeeld naar het programma ‘Opgelicht’: precies wéten waar de zwakke plekken van de ander zitten en daar misbruik van maken).

2. Weinig cognitieve, maar wél emotionele empathie: borderline persoonlijkheidsstoornis. Mensen met borderline voelen de ander wel aan (emotionele empathie), maar ze kunnen niet denken vanuit de ander, door een onvermogen om te mentaliseren.

3. Weinig cognitieve en weinig emotionele empathie: narcisme. Bij mensen met narcisme draait alles om henzelf, ze (h) erkennen niet de bedoelingen, behoeften en wensen van de ander.

"Alle opvoeding is gedragstherapie. Een kwestie van goed belonen en op het juiste moment straffen". Aldus de gedragstherapeut. Volgens mij miste er iets in deze redenering...