Oudejaarsdienst 1939

Waarom ging die deftige en liberale notaris met de dubbele achternaam uitsluitend op Oudejaarsavond over het kerkpad langs onze ramen naar de nodende deur der Vaderlandse kerk? 

Om het jaar nog gauw eventjes goed te maken, zeiden de mensen. Of was het omdat hij behoefte had om zich te vergewissen van het aanwezig zijn van een hoger heil?

Het is 31 december 1939. Ook in de Gereformeerde Kerk aan de Herengracht in Leiden wordt een dienst gehouden. Broeder Jansen noemt het een snertkerk:  een vierkante zaal die tot kerk is omgebouwd. Voorganger is ds. H.A. Wiersinga. De geloofsbelijdenis wordt uitgesproken en daarna volgt het Doopformulier. Dat vind ik bijzonder, want er wordt geen kind gedoopt. Ds Wiersinga is ‘een man van bijzondere accenten’. Het in de Heere Jezus wassen krijgt door de klemtoon een bijzonder accent. ‘De hoorder staat nu helder het wassen in de betekenis van het dagelijks toenemen in gewicht voor ogen. Hij ziet de moeder gebogen over de weegschaal, gretig aflezend, dat de baby wéér zoveel ons is gegroeid.’    

Dan komt de tussenzang. Vóór die Psalm was het spreken door de voorganger al dringender en luider geworden. ‘De stem was tot almaar groter capaciteit opgevoerd. Maar nu is die stem opvallend zacht en kalm geworden. Zoals bij een klokkenspel de klokken nog op volle kracht luiden, maar de man die ze zoëven met grote krachtsinspanning aan het zwaaien bracht hoeft nu nog slechts moeiteloos mee te geven met het touw.’

Broeder Jansen raakt er niet door gesticht. De dienst bestond volgens hem uit drie punten: 1. snertkerk, 2. snertpreek en 3. snertdominee. Maar de verslaggever is wél onder de indruk. De voorganger was een boodschappenjongen met een blijde boodschap. Hij was opgetogen van verwondering: dat de boodschap voor ons is, en ook voor hem. Hij deelde zijn boodschap uit, voor u, voor u én voor u. O zaligheid, nooit af te meten!

Zo eindigde het jaar 1939 in de Gereformeerde Kerk aan de Herengracht in Leiden. De donderbussen knalden door de straten. En in het oosten zwol de dreiging van de oorlog aan.

Deze week sluiten we het jaar onzes Heren 2020 af. Ook een jaar met veel dreiging. Voor de meesten van ons nu zelfs zonder fysieke kerkdienst in het eigen kerkgebouw. Maar ook in het nieuwe jaar mogen we weten dat de tijden in Gods hand zijn.   

Een column die ik schreef voor het Nederlands Dagblad. Het verslag van de kerkdienst is ontleend aan: D. van der Stoep en H.H. Felderhof, In de houten broek (1940).