Levende voorbeelden

Soms ben je als docent een levend voorbeeld. De afgelopen week gaf ik drie maal cursus voor medewerkers in de ouderenzorg. Maar er vielen af en toe hiaten in mijn verhaal.

Die hiaten ontstonden vooral doordat ik niet op namen kon komen. Dat heet een ‘opdiepprobleem’. Het niet op namen kunnen komen staat op 1 in de ergernissen-lijst van ouderen. Ik zou zeggen: ‘Mens erger je niet. Er zijn ergere dingen’. Maar op zo’n moment zit je denken anders in elkaar. Het ingewikkelde was dat ik vaak niet op de namen kan komen, maar wel op de plaatsnaam waar de persoon in kwestie woont danwel zijn vak uitoefent. Professor Dinges is verbonden aan de universiteit van Dundee in Schotland en geriater IJ is woonachtig in het Limburgse Montfort.

Naarmate de stress toeneemt, nemen de opdiepproblemen ook toe. Maar het kan ook met vermoeidheid te maken hebben. De beste manier om je namen te binnen te laten schieten is om ze je niet te binnen te laten schieten. Dan ploppen ze vanzelf op. Maar dat is dan weer hetzelfde als het ‘Denk niet aan die roze olifant’.

Omdat ik mijn gehoorapparaat was vergeten begreep ik ook een deel van de vragen niet. Vraag: Meneer A, wat hebt u gisteren gedaan? Antwoord: ‘Goede vraag, de komkommers zijn ook in de aanbieding’.

Toen ik thuis kwam zei Tineke: ‘Heb je echt zó les gegeven?’ Ik vroeg: ‘Hoe anders?’ Volgens Tineke was mijn kleding niet op orde. ‘Dat kon zo echt niet’. Daar kun je je van alles bij voorstellen. Vroeger was ik daar altijd bang voor. Als er cursisten begonnen te giechelen vreesde ik als mannelijke docent tussen bijna alleen vrouwelijke cursisten het ergste. Later bedacht ik dat er ergere dingen zijn.

Van de cursisten heb ik geen opmerking gehoord. Ik wacht de evaluatie maar af. 'De docent paste zijn wijze van optreden goed aan aan de inhoud van de lesstof'. 

Pincode vergeten

Eén van mijn veelgeprezen tantes woonde al zo’n 25 jaar in hetzelfde huis. Ook voor mij was het een beetje thuis. Mijn ouders verhuisden regelmatig, maar dit gezin bleef immer en altoos op hetzelfde adres wonen.

Toen ze een keer de politie moest bellen vanwege een plaatselijk ongemak vroeg de agent op welk nummer ze woonde. Ze wist het niet meer. Ze moest naar buiten lopen om het nummer te zien. Toen wist ze het weer. Het is nu dertig jaar later en deze tante is nog aardig bij de les. Het was geen kwestie van beginnende dementie. Ze was het gewoon even kwijt.

Onder een bepaalde psychische druk kunnen mensen opeens vaardigheden kwijt zijn. Zo werd door een collega ooit een vrouw getest die een HBO-opleiding met mooie cijfers had afgerond. Je zou verwachten: bovengemiddeld intelligent. Maar uit een IQ-test (die tien jaar later werd afgenomen) bleek dat deze mevrouw op verstandelijk beperkt niveau functioneerde. Dat verval in intelligentie kan plaatsvinden na een herhaalde psychose, maar deze mevrouw had geen psychose gehad. Ze had wél meer last op haar schouders te dragen dan dat ze aan kon.

Omdat ik bij allerlei organisaties betrokken ben moet ik regelmatig – maar ook op wisselende tijden – wisselen van wachtwoorden. De wachtwoorden die ik zelf moet bedenken kan ik doorgaans wel onthouden. Maar de wachtwoorden die een ander voor mij bedenkt zijn heel wat ingewikkelder. Zo kreeg ik onlangs een wachtwoord dat bestaat uit 22 cijfers. Dat is zeker om de inhoud van mijn hersenen in beweging te houden…

Maar er zijn ook codes en wachtwoorden die ik al een paar jaar gebruik. Toch ging het vanmorgen mis. Ik wist helemaal het wachtwoord van het account van mijn digitale agenda niet meer. Nog steeds niet, trouwens.

En toen ik gisteravond wilde pinnen bleek dat ik ook de code van mijn pinpas ben vergeten. Dat is wel voordelig, maar ook lastig… Ik moet nu in etappes boodschappen doen, zodat ik steeds contactloos een klein bedrag kan pinnen…