Ik ben de baas (1)

In 2012 verscheen een boek over Erich Honnecker, geschreven door één van zijn medewerkers (Lothar Herzog). Eén van de thema's in het boek is de verslaving aan de macht bij deze voormalige DDR-dictator. 

Ik ben altijd benieuwd naar de jeugd van latere dictators en van latere sekteleiders. Zo heb ik me verdiept in de jeugd van Adolf Hitler, Joseph Stalin, Nicolae Ceaușescu en van Saddam Hoessein. Daarnaast van de sekteleiders Jim Jones en van David Koresh. Bij Adolf Hitler is het patroon minder duidelijk, maar bij de andere vier zie je dat er duidelijk sprake lijkt te zijn geweest van emotionele verwaarlozing. De band met de vader was op grote afstand, in combinatie met lijfstraffen, De band met de moeder was vooral ambivalent.

Voor Honnecker telden persoonlijke relaties niet. Mensen waren voor hem inwisselbaar. Hii wlde de macht, de controle over iedereen. Maar als macht een obsessie is heeft dat een andere kant: je wordt ook steeds banger om de macht te verliezen. En dus zag je bij al deze machthebbers een toenemende mate van paranoia. Zelfs als beste vriend of als uitgesproken aanhanger van de leider was je je leven niet zeker. Tal van hoge partijfunctionarissen belandden op die maner in Stasi-gevangenissen.

Daarnaast is het voor deze alleenheersers overduidelijk wie de vijand is. Voor Hitler waren dat de Joden, voor Honnecker de imperialisten of fascisten, voor Pinochet de communisten, voor Mahmoud Ahmadinejad in Iran was dat Israël. Je kunt eigenlijk altijd al uit het taalgebruik herleiden hoe deze leiders functioneren. Ze kunnen niet zonder vijanddenken en dat vijanddenken bepaalt ook de retoriek.

Het maakt ook niet uit wat voor type dictatuur het was: communisme, fascisme, moslim-fundamentalisme: overal zie je dezelfde patronen. De partij en de dictator grijpen steeds meer de macht, de clan om hen heen wordt steeds kleiner, het menselijke aspect verdwijnt steeds meer en de paranoia neemt alsmaar toe.

Het alleen maar kunnen kiezen voor de boven-positie (‘ik bepaal’) is kenmerkend voor onvolwassen communicatie. Het past bij de jonge kleuter die in zijn spel wil bepalen hoe de ander moet handelen. Bij peuters en kleuters is dat een normale fase in het leven. Pas vanaf vijf jaar leert het kind steeds meer samen te spelen zonder dat er perse de hele tijd een volwassene in de buurt hoeft te zijn.

Als die persoon op alle levensgebieden bepalend is, is er iets mis met het functioneren. Het kan te maken hebben met een narcistische persoonlijkheid en mogelijk ook met kenmerken van borderline. Ik kan natuurlijk geen diagnose stellen, maar de kenmerken van narcisme waren bij alle dictators aanwezig en bij de beide sekteleiders zag je ook kenmerken van borderline. 

Disfunctionele managers (3)

Professor R.E. Abraham volgt in het schema van managementstijlen de lijnen van zijn zogenaamde ontwikkelingsdynamische ontwikkelingsprofiel. 

Bij de eerste twee fasen vroeg ik me af: hoe kan zo iemand leidinggevende worden? Als chaos en wisselvalligheid kenmerkend zijn voor de persoon, hoe wil je dan voor continuïteit binnen de organisatie zorgen? Hoe zijn de gesprekken gevoerd? Heeft er een assessment plaatsgevonden? Heeft niemand (in) gezien wat voor vlees men in de kuip had?

Het derde type leidinggevende is veel meer bekend binnen organisaties. De kenmerken komen in de buurt van het narcisme. Gisteren noemde ik deze manager al, vandaag het vervolg.

3. De egocentrische manager

Eén van de kenmerken van egocentriciteit is dat het moeilijk is om je te verplaatsen in de leefwereld of de denkwereld van anderen.

"De zaak hoeft nu niet geregeld te worden" zei een directeur van een zorginstelling, "want tussen kerst en oud en nieuw werkt er toch niemand." De directeur dacht vanuit zijn eigen kaders en had kennelijk niet in de gaten dat op een instelling de zorg dag en nacht doorgaat. Alleen het hoofdgebouw was tussen kerst en oud-en nieuw leeg en verlaten.

Andere kenmerken van egocentriciteit die mij zijn opgevallen:

  • Medewerkers dienen het doel van de manager. Als de manager iemand goed kan gebruiken heeft die persoon goede kansen binnen de organisatie. Iemand die minder ‘te vertellen heeft’ heeft ook minder kansen.
  • De PR staat hoog genoteerd binnen de organisatie. Breidt de PR afdeling aanzienlijk uit, komt de directeur zoveel mogelijk in het nieuws, dan heb je een aanzienlijke kans dat je met een egocentrische baas te maken hebt. De buitenkant moet flink worden opgepoetst.
  • In de publiciteit zie je dat ‘projecten’ waarbij een organisatie naar buiten toe goed kan ‘scoren’ veel meer kansen krijgen, terwijl de andere – meer stille – aspecten van het werk onderbelicht blijven.
  • Egocentrische leidinggevenden lijken ook een voorkeur te hebben voor opvallende en dure bouwprojecten. Daarmee zetten ze een standbeeld voor zichzelf neer.
  • Egocentrisch personen kunnen slecht met kritiek om gaan. Dat geldt ook voor egocentrische leidinggevenden.
Verschillende lezers van dit blog kunnen deze kenmerken nog met een aanzienlijke voorraad uitbreiden.

Splitting (5)

Aan de basis van het splitten ligt het onvermogen van het kind om in grijstinten te denken. De ander is óf goed, óf gevaarlijk. Je vertrouwt iemand óf je vertrouwt die persoon niet. 

Bij dat zwart-wit denken hoort de verwachting dat de goede het altijd met jou eens zal zijn en jou ter wille zal zijn. Het valt niet te verdragen dat de ander een keer ‘nee’ zegt. Waarom wordt dat niet verdragen? Omdat het ‘nee’ zeggen wordt ervaren als een persoonlijke afwijzing. De peuter/kleuter is nog niet in staat om gedrag van persoon te scheiden. Als de volwassene stopt met met hem spelen omdat er nu eenmaal ook andere dingen in huis moeten gebeuren wordt dat als afwijzing gezien.

Nog even in de herhaling:

De Volwassene speelt met kind, moet daarna iets anders doen > kind is teleurgesteld, maar gaat daarna toch verder. Het wordt verdragen dat de volwassene tijdelijk meer afstand houdt, want straks komt het wel weer goed.

B1. Volwassene speelt met kind, moet daarna iets anders doen > kind is woedend. Voelt zich als persoon afgewezen door een oppermachtige en bedreigende omgeving.

B2. Angst camoufleren door zichzelf groot te maken: brutaal zijn tegen Zwarte Piet

C. Ieder kind is uit op controle. Controle is ook: herhaling van patronen: wéér straf krijgen.

Verschil tussen narcisme en borderline

Mensen met narcisme zijn controlerend ten opzichte van de partner; ze willen de ander onder controle houden. Dat verklaart ook de stalking die zo kenmerkend is voor mensen met narcistische trekken. Het feit dat de ander er niet voor de persoon is (op afstand is) wordt als afwijzing en als krenking ervaren.

Bij mensen met borderline zie je een andere dynamiek in de relatie: die van aantrekken en afstoten: “Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt.” Aan de ene kant is er de neiging om veel ruimte op te eisen, aan de andere kant is het ook weer bedreigend als de ander afstand neemt. Dat leidt weer tot ‘claimen’: op allerlei manieren proberen de ander terug te halen. Dat gaat korte tijd goed en daarna begint het afstoten weer omdat nabijheid ook als bedreigend wordt ervaren.

Opmerkelijk is dat uit verschillende studies blijkt dat mensen met narcisme en mensen met borderline elkaar aantrekken. Maar je ziet dus tegelijkertijd ook het mechanisme van afstoting, waarbij de narcist koste wat het kost toch de nabijheid van de partner wil behouden.

Het oordeel over de ander wisselt daarbij van 'de beste man/vrouw die ik ooit ontmoet heb' tot 'de meest wrede potentaat met wie ik ooit te maken heb gehad'. Dat iemand goede en slechte kanten heeft past niet binnen dit denken. 

Splitting (4)

Ik ga (eindelijk) weer verder met het onderwerp 'splitting'. Volgens de meest simpele omschrijving houdt dat in dat de één op een voetstuk wordt gezet en dat de ander juist totaal verguisd wordt. Splitting is o.a. een bijproduct van narcisme en van de borderline persoonlijkheidsstoornis.

Een belangrijk verschil daarbij is dat het splitting bij narcisme de ander treft. De persoon met narcisme zet zijn volgelingen op een voetstuk en trapt degene die hem tegenspreekt de grond in. Mensen met narcisme verheffen zichzelf boven de ander en dat gaat ten koste van de ander.

Het zelfbeeld van mensen met narcisme is daarbij vrij consistent, al zit er bij het ‘verborgen narcisme’ meer variatie in. Maar ook dan zal de ‘klassieke narcist’ ontkennen dat het probleem bij hem ligt. Het ligt altijd aan de ander. Alleen als er winst de behalen valt (bijvoorbeeld strafvermindering, of iemand terughalen binnen de relatie) zal iemand met narcisme voor de buitenwacht erkennen dat hij fout zat.

De borderline persoonlijkheidsstoornis wordt tegenwoordig wel omschreven als een emotieregulatiestoornis. Niet alleen het beeld van de ander, maar ook het beeld dat de persoon van zichzelf heeft kan sterk wisselen. Mevrouw Janssen vindt zichzelf geweldig, maar een klein beetje kritiek is al voldoende om zichzelf totaal niets waard te vinden. Het is dus himmelhoch jauchzend oder bis zum Tode betrübt.

Mensen met een borderline stoornis zetten anderen vaak op een voetstuk, maar diezelfde persoon kan daar ook heel hard vanaf storten. Er bestaan geen grijstinten. En soms kan iemand vervolgens weer opeens ‘dé’ held zijn en opnieuw op dat voetstuk terecht komen.

Een oud voorbeeld dat ik toch weer even noem: ik was betrokken bij een patiënt die tegen de tandarts zei: "Eindelijk iemand die me begrijpt. Wat bent ú een geweldige tandarts!" Daarop zei ik tegen de tandarts: "Hou je dossier op orde!" Na het volgende consult lag er een klacht bij de directie van dezelfde patiënt. Ze had nog nooit zó'n slechte behandelaar meegemaakt. 

Vormen van narcisme (2)

Er zijn tal van indelingen van narcisme mogelijk. En voor allerlei indelingen valt wat te zeggen. Als we ons maar realiseren dat narcisme niet één beeld omvat, maar een breed scala aan verschijningsvormen. 

Exhibitionistisch narcisme

Ronningstam (2005) noemt het exhibitionistische narcisme. Deze persoon vertelt overal hoe geweldig hij is. Het is de klassieke betweter die  met een uurtje op internet beter weet hoe virussen zich verspreiden dan virologen die dag-in, dag-uit met hun vak bezig zijn.

Kenmerkend voor deze mensen met narcisme is dat ze voortdurend de strijd aangaan. Het leven is voor hen één grote wedstrijd, waarbij ze er niet tegen kunnen als een ander beter presteert dan zijzelf. Op den duur gaan ze verbaal om zich heen slaan en de ander degraderen om alsnog hun gelijk te halen. Dus het zichzelf verheffen gaat ten koste van de ander (‘splitting’).

Ze hebben vaak geen gelijk, maar ze willen wel de schijn ophouden en ze zijn er ook nogal eens van overtuigd dat ze ‘toch’ gelijk hebben. Ze zijn – volgens Runningham – ook opmerkelijk veerkrachtig. Als ze een keer enorm door de mand vallen hindert dat hen niet om even later gewoon weer op dezelfde voet verder te gaan. Zie ook de notoire oplichters die af en toe op TV verschijnen. Ze draaien met hun mooie verhalen uiteindelijk de gevangenis in, maar zodra ze vrij zijn begint ze weer van voren af aan.

Fragiel narcisme

In de tweede plaats is er het fragiele narcisme. Deze mensen hebben eveneens als doel om boven de ander te staan, maar ze zijn ook snel gekwetst. Zó snel, dat ze soms voor een isolement kiezen, omdat ze er niet tegen kunnen dat een ander meer succes heeft.

Mensen met exhibitionistisch narcisme walsen over alles en iedereen heen, maar mensen met fragiel narcisme zijn juist breekbaar. Ze overrulen de ander niet, maar ze trekken zich terug als de grond hen te heet onder de voeten wordt.

Er wordt in dit verband ook wel gesproken over depressief narcisme. Deze mensen kunnen wel ‘toetsenbordridders’ worden als het gaat om sociale media, omdat ze dan anderen kunnen blocken en zo een eigen groep van volgers in stand kunnen houden.

Agressie naar buiten of naar binnen

Als je kijkt naar deze beide vormen van narcisme zie je dat de eerste groep zijn agressie externaliseert; de ander moet lijden onder zijn behoefte aan aandacht en groot-zijn. Ook heeft de exhibionistische narcist een enorme behoefte om de controle te behouden. Hij helpt graag mensen uit de goot (de redder), maar daarna moeten ze hem wel levenslang uitermate loyaal blijven.

De tweede groep internaliseert de agressie. De agressie keert zich uiteindelijk tegen de persoon zelf. Hij trekt zich terug en verbreekt alle contact. Deze mensen zijn ook meer verslavingsgevoelig (drinken om de ellende maar niet te hoeven voelen).

Zoals al eerder gesteld: er worden inmiddels tal van vormen van narcisme onderscheiden, maar de indelingen die ik in deze twee blogs heb vermeld vond ik zelf wel herkenbaar. 

Vormen van narcisme (1)

In de afgelopen decennia is autisme uitgewaaierd tot een ‘spectrum aan autistische stoornissen. Datzelfde geldt ook voor de borderline persoonlijkheidsorganisatie. En algemeen’ wordt evenzeer erkend dat ‘de’’ narcist’ niet bestaat. Net zoals de narcis in de tuin in tientallen varianten bestaat, zo is er ook een breed scala aan mensen die allemaal kenmerken vertonen van narcisme, maar op een heel verschillende manier.

Bekend was al het verschil tussen ‘overt’ narcisme (het prototype van ‘de narcist’: hij is nadrukkelijk aanwezig) en de ‘covert’ narcist, de heimelijke, verborgen narcist. De verborgen narcist heeft dezelfde verlangens als de openlijke narcist, maar dat merk je pas als je het door hebt en dan ben je te laat. De tweede groep komt in eerste instantie heel bescheiden en innemend over, maar is er net zo goed op uit om controle over anderen te verkrijgen. Narcisme en ‘samen’ gaan eigenlijk niet samen.

Grandioos of verborgen?

In het onderscheid tussen het grandioze narcisme en het verborgen narcisme zagen Miller e.a. (2012) het volgende (uit een factor-analyse rond trekken van de persoonlijkheid):

  • De grandioze narcist blaast zichzelf op (ik kan alles, in begrijp alles, ik heb overal verstand van, deze persoon met narcisme is extravert, stapt op iedereen af, lijkt niet gauw van zijn stuk te zijn (weet overal wel weer een antwoord op te verzinnen) en hij schaamt zich ook niet voor zijn eigen agressieve uitingen naar anderen toe (meestal verbaal, maar als het fysiek is heeft de ander het er naar gemaakt).
  • De verborgen narcist daarentegen is overgevoelig voor kritiek. Hij voelt zich direct aangevallen en gekrenkt. De persoon met deze vorm van narcisme is in emotioneel opzicht juist erg instabiel, schiet gemakkelijk in de stress en kan daarbij ook doorschieten in wreedheid. Bij de verborgen narcist past ook de passieve agressie, de vermomde vijandigheid. De agressie wordt niet openlijk geuit, maar komt via een omweg. Je zou kunnen stellen dat veel pubers (tijdelijk) in zo’n stadium verkeren.

Meer vormen?

Maar als je dit onderscheid maakt, dan blijken er toch allerlei mensen met kenmerken van narcisme niet in het plaatje ‘openlijk’ en ‘verborgen’ te passen.

Qua persoonlijkheidstrekken zie je bij narcisme steeds weer dat er een negatief verband bestaat met empathie, met vriendelijkheid en met het gewetensvol zijn, met betrouwbaarheid. Dat lijkt in eerste instantie niet zo te zijn. Veel mensen die met verborgen narcisten in aanraking komen beschrijven hen juist als bijzonder empathisch, buitengewoon vriendelijk en ze komen ook hun afspraken na. Maar dat is de tijdelijke ‘omhulling’ om maar aardig gevonden te worden. Dit houden ze niet lang vol. In een langduriger relatie komt de ware narcistische aap uit de mouw.   

Drie vormen

Vandaar dat er pogingen zijn ontwikkeld om narcisme nog nader te differentiëren. Zo komen Russ, Shedler, Bradley, & Westen (2008) op basis van de factoren ‘reguleren van eigenwaarde’, emotionele aanpassing en mate van interpersoonlijke problematiek tot de volgende driedeling:

  • Het arrogante type (dat lijkt het meest op openlijk, grandioos narcisme): hij ziet zichzelf als centrum van de wereld en schaamt zich daar niet voor, hij heeft overal het recht toe, heeft overal verstand van. Die mensen zie je ook regelmatig op Twitter hun ondeskundigheid etaleren.
  • Het verlegen type (dat lijkt het meest op verborgen narcisme) oogt vele meer bescheiden en sociaal teruggetrokken, maar heeft dezelfde behoefte: belangrijk gevonden worden, boven de anderen staan.
  • En tenslotte het psychopatische type, dat opvalt door het voortdurende grensoverschrijdende gedrag, het manipuleren van anderen en van omstandigheden en frequent, antisociaal gedrag.
Ik zou opnieuw als centraal kenmerk willen noemen: alle drie vormen kenmerken zich door onvoldoende ‘samen’. Mensen met narcisme stellen zich (gezien vanuit de Transactionele Aanalyse) boven de ander op en hebben de behoefte om controle over de anderen te verwerven en te behouden. 

Het cirkelgesprek (slot)

Het mooie van vermelding van je gevoelens is dat niemand je kan tegenspreken. Hoewel sommige mensen dat wel zullen proberen. Maar als je zegt: 'Ik voel me hier niet prettig over' is dat jouw gevoel. Daar gaat een ander niet over. 

Beëindig het gesprek.

Als de ander jou klem probeert te zetten is je neiging misschien om meteen te vertrekken de deur hard dicht te slaan. Maar dat is niet effectief. Het is ook niet effectief om alsnog het laatste woord te krijgen. Dat verlies je.

De beste manier in een cirkel gesprek is: ‘gewoon stoppen’. Dus zo rustig mogelijk blijven, niet schelden, niet met de deuren slaan. Als je erg gestresst bent en de spanning is opgelopen is dat wel ingewikkeld, maar het is toch de beste manier.

Het is uiteraard erg lastig als dit soort discussies steeds weer gebeuren met iemand die je bijna niet kunt ontlopen. Maar het gaat nu om wat er het beste werkt in zo’n loopgravenoorlog en dat is stoppen met de discussie over dit onderwerp.

Trap niet in de valkuil van een ‘jij-boodschap’. ‘Jij luistert weer eens niet!’ Daarmee hou je namelijk het cirkelgesprek juist in stand. Gebruik een ‘ik-boodschap’.. Of “Laten we dit later bespreken.”. Maar dan is het ook klaar. Je hebt je grens aangegeven.

Misschien hoop je dat de ander jou alsnog tegemoet komt. Maar wacht daar op dit moment niet op. Het is voor dit moment klaar. Ga gewoon weg.

Bedenk ook dat jij de gevoelens van de ander niet kunt veranderen. De ander heeft zijn eigen gevoelens, net zoals jij. Je kunt het hartgrondig met de ander eens zijn, maar dat verandert niets aan de situatie. Als je alsnog probeert om de ander te veranderen stap je opnieuw in het cirkelgesprek. Daarom kunnen die gesprekken maanden en jaren voortduren zonder dat je ook maar een stap verder komt.

Stap ook niet in de valkuil dat jij gaat eisen hoe de ander zich moet voelen. “Ik zou me maar een flink schuldig gaan voelen!” Dat soort opmerkingen – hoe verleidelijk ook – maken nu juist dat het cirkelgesprek niet kan stoppen. uiteindelijk daar dan gewoon eindigen.

Laat de ander bij zijn of haar gevoelens. Beoordeel de ander op het gedrag, niet op het gevoel. Als het gedrag aanvaardbaar is en genoeg veilig voor jou is om in de buurt te zijn: dan is contact mogelijk. Zo niet, dan moet je uit de weg gaan en daar blijven zolang het zo is. Ga je desondanks het gesprek weer aan, dan begint de cirkel van voren af aan.

Vrij naar de Vlaamse orthopedagoge Annemie Declerq en met dank aan Henk R die mij dit artiekel toestuurde.

Cirkelgesprek (3)

Een gesprek is geen communicatie, geen dialoog, voor een persoon met een narcistische persoonlijkheidsstoornis, maar het is een verbale wedstrijd. 

Narcisme hangt per definitie samen met angst voor controleverlies. In relaties houdt dat in dat de persoon in kwestie niet in de eerste plaats ‘samen’ is met de ander, maar probeert de ander controle te krijgen en te houden. Vandaar dat het ‘stalken’ vaak samengaat met narcisme.

Je bent in een eindeloze discussie terecht gekomen en daarbij kom je geen stap verder. Het lijkt op de loopgravenoorlog tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarbij de fronten jarenlang maar een klein beetje verschoven, dan weer vooruit, dan weer achteruit. Achteraf kun je zeggen: ‘Waar was dat allemaal goed voor?’ Maar de strijdende partijen bleven maar hopen op de overwinning.

Uit het voorstaande vloeit logischerwijze voort dat je eerder aan de bel zou moeten trekken. De eerste stap is dan ook: ‘Herken het patroon!’ Zie in dat er sprake is van een herhaling van zetten, waarbij je geen stap verder komt.

De tweede stap is dat je nog eens bekijkt welke emotie de ontmoeting met de ander bij jou oproept. Gevoelens zijn niet verkeerd, ze horen er bij. Als je constateert dat je je boos voelt, of machteloos, dan is dat dus zo. Dat is op dat moment jouw reactie op de situatie. Over gevoelens heb je ook geen controle. Er bestaan wel therapieën (zoals de Rationeel Emotieve Therapie), maar die maken niet dat je niet boos wordt, ze helpen je om je denken over je emoties te veranderen.

De stap die je vervolgens in de interactie neemt is niet opnieuw over de feiten beginnen. Dat was immers de inzet van die verbale loopgravenoorlog? Je geeft een ik-boodschap die te maken heeft met jouw gevoel.

“Ik heb het gevoel dat je liegt” is geen gevoelsuiting, dat is een mening. Een ik-boodschap met een mening. Houd het bij jezelf. “Ik voel me gekwetst.” “Ik voel me niet veilig.”

Gemakkelijk gezegd en geschreven op dit blog. Maar wie weet: toch de moeite waard om ons dit bewust te zijn...

Cirkelgesprek (2)

Dat we zo lang vast kunnen blijven zitten in een gesprek heeft met onze principes te maken. Of - met een andere aanvliegroute - met een hoge Expressed Emotion. 

Dat wil trouwens niet zeggen dat het perse gaat om een belangrijk thema. Mensen kunnen ook heel lang terugkomen op iets wat ooit gebeurd is, maar wat voor een buitenstaander als heel onbelangrijk gezien wordt. Zoals een opmerking die verkeerd valt.

Vaak is de onderliggende reden een gevoelskwestie, zoals ‘Ik voel me niet gerespecteerd’. Alleen ervaar je dat misschien niet zo. Je hebt ruzie over de buitenkant, terwijl het probleem aan de binnenkant zit. Bij wijze van spreken: je hebt ruzie over het dopje dat wéér niet op de tube tandpasta is gedaan, terwijl het onderliggende gevoel is dat je in huis alles maar in je eentje moet doen.

Feit of mening?

Als dit met een persoon gebeurt met een persoonlijkheidsstoornis dan heb je het recept voor een nooit eindigende cirkel-discussie. Dat komt doordat de persoon met een persoonlijkheidsstoornis vaak niet in staat is om dezelfde werkelijkheid te zien die jij ziet. Aldus de Vlaamse orthopedagoge Annemie Declerq.

Ze noemt daarbij als voorbeeld de narcistische persoonlijkheid. Bij narcistische mensen dicteert de manier waarop ze zich voelen wat de feiten zijn. Dus als ze het gevoel hebben verraden te worden dan ben je een verrader.

Mensen met een narcistische persoonlijkheid zetten de ander op een voetstuk zolang die ander hen waardeert en voor hem/haar applaudiseert. Maar wanneer hun gevoel niet samenvalt met dat van de ander val je van je voetsuk af en word je gedegradeerd. En daarmee komen we via een omweg weer bij het thema ‘splitting’ uit.

Het probleem met de weergave van de werkelijkheid is dat die gekleurd is. Dat geldt voor ons allemaal. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis hebben echter veel meer moeite om zich dat te realiseren. Voor hen zijn meningen feiten. En dan kun je eindeloos discussiëren, je komt er uiteindelijk nooit uit.  

Het ging drie maanden goed…

In de eerder genoemde Amerikaanse docu over het recherchewerk komen nogal eens mannen naar voren die hun vriendin naar het leven staan. Vaak blijkt er achteraf sprake te zijn geweest van een hele reeks aan incidenten.

De man (25 jaar oud) belt de politie dat zijn vriendin (22 jaar oud en moeder van kinderen van 7, 5 en 3 jaar oud) zelfmoord heeft gepleegd. De rechercheurs gaan op onderzoek uit en vinden tal van aanwijzingen dat het geen zelfmoord is geweest. Lastiger is het om het bewijs rond te krijgen.

Tijdens hun onderzoek stuiten de rechercheurs op eerdere aangiftes van drie verschillende vrouwen tegenover dezelfde man. En alle drie vertellen ze hetzelfde verhaal. De man was de eerste maanden buitengewoon vriendelijk, behulpzaam, attent en invoelend.

Na drie maanden ontstonden er strubbelingen. De man werd ‘controleerderig’. Eén vriendin was in elkaar geslagen omdat hij meende dat ze naar een andere man keek. Een ander was bijna gewurgd omdat ze hem tegen sprak. Ondertussen bleek de man er zelf meerdere relaties tegelijk op na te houden.

Vanuit de gevangenis overlegde de man met zijn broer. Hij zette zijn huidige vriendin op om de vrouwen te intimideren dat ze niets negatiefs over hem mochten zeggen. De vrouwen vreesden voor hun leven, want de broer was van hetzelfde agressieve ‘kaliber’.

Eén van de vrouwen durfde alsnog bij de politie te getuigen. “Het was geen relatie, ik zat gevangen in een legerkamp en werd alleen maar gedrild. Als ik niet precies deed wat hij zei sloeg hij me totdat ik bewusteloos was.” De vrouw was 24 jaar en ook moeder van drie kinderen. Ze had opdracht gekregen om tegen de andere vrouwen te getuigen en voor de rechtbank te vertellen hoe vriendelijk en zachtmoedig de aangeklaagde man was.

Wat je hier uit leest is een patroon van narcistische en antisociale eigenschappen. Eerst weten deze personen zich keurig te gedragen, maar dat houden ze niet lang vol. De psychiater met wie ik het meest heb samengewerkt sprak van ‘de psychopatentermijn’ (drie maanden).

Ook bij zijn laatste vriendin leek het aanvankelijk goed te zijn gegaan. Maar die maanden is niet genoeg voor een relatie. Toen ze hem tegengas gaf (zij werkte als verpleegkundige, hij had geen werk en ze vond dat hij ook wel iets voor het gezin kon doen) was voor hem de maat vol. Hij schoot haar dood. De eerste drie relaties voorspelden al wat er in een volgende relatie zou gebeuren. Met de dood tot gevolg.

De man kreeg levenslang en zijn broer kreeg tien jaar cel vanwege het geven van onjuiste informatie. De kinderen van de vrouw werden bij opa en oma ondergebracht.