De narcistische voorganger en de megakerk (8)

Voor iemand met narcistische trekken kan het ambt van predikant aantrekkelijk zijn. Dat geldt zeker ook voor vroegere tijden, toen dit beroep in hoog aanzien stond. Letterlijk (de hoge preekstoel) en figuurlijk stond de predikant in hoog aanzien.

Bovendien: vanuit de kerk word je niet tegengesproken. Tegenspraak is lastig voor narcistische mensen. Welnu: tijdens de preek kun je gewoon je gang gaan. Je wordt nooit geïnterrumpeerd.

Je zou kunnen zeggen: als er geen gezonde tegenkrachten zijn vormt de preekstoel een prima plek om sluimerend narcisme zich verder te laten ontwikkelen.

Nog steeds krijgt de voorganger tijdens de preek geen (of zelden) weerwoord. Maar in het kerkelijke werk is dat tegenwoordig toch anders geworden. Veel gemeenteleden hebben een eigen mening over de inhoud van de preek, over de muziek, over de standpunten van de kerkenraad. Een keerzijde is dat gemeenteleden in toenemende mate gaan ‘shoppen’.

Een reactie van voorgangers (maar ook van een synode) kan zijn dat ze het belang van het ambt gaan onderstrepen. Die discussie is niet verkeerd, maar het is wel van belang om te kijken in welke omstandigheden dat gebeurt. Wat is de achterliggende gedachte om je eigen beroep ‘groter’ te maken?

Mensen in de kerk zijn net gewone mensen. Als ze de Bijbel kennen weten ze dat ook. Ze zijn geen haar beter dan andere mensen. Eén van de kenmerken van narcisme is dat je je eigen fouten niet toe kunt geven. En als je ze wel toegeeft doe je dat om verdere reputatieschade te voorkomen. Er is wel zicht op de fouten van de ander, maar weinig zicht op de eigen gebrokenheid. Het berouw zit dus aan de buitenkant, maar niet van binnen. Hoe dat precies zit kunnen buitenstaanders moeilijk beoordelen, dat is vooral aan de persoon zelf. Maar als het berouw inderdaad alleen aan de buitenkant zit maakt dat de kans op herhaling ook groot.

Nog een keer: het verhaal van theoloog Chapman

Hoe is het ondertussen met Joshua Chapman gegaan (derde en zesde blog)? Het contact tussen Chapman en de eerste kerkelijke gemeente (geen mega-kerk, maar een wijkgemeente in een grote stad) die contact met hem zocht was vastgelopen. Kerkenraad en gemeenteleden lieten zich niet meteen door hem op sleeptouw nemen.

Maar er was een andere kerk die wel mogelijkheden zag om met de (bijna) predikant in zee te gaan. Het was een kerkelijke gemeente met veel doeners. Een streek met harde werkers, vooral tuinders. De kerk was een verlengstuk van het werk: niet kletsen maar doen. Men hield van aanpakken. De kerkenraad vond dat Chapman precies in het profiel paste: stevig aanpakken en niet moeilijk doen. Dat hij al tijdens de kennismaking tal van taken naar zich toe had getrokken zag men eerder als een pré dan als een nadeel. Drie maanden later werd hij als predikant bevestigd in zijn eerste gemeente. De pastorie was door de hardwerkende gemeenteleden in korte tijd helemaal verbouwd. Het gezin kon er zó in.

Ruzie met de organist

Binnen enkele maanden ontstonden de eerste scheuren in het contact. Chapman had een bepaalde visie op de manier waarop sommige liederen gezongen moesten worden. Hij meende dat hij meer verstand had van de muziek dan de organist en dat hij dus kon bepalen hoe bepaalde liederen begeleid moesten worden. Dat was de organist niet van plan. Het werd al snel een fors conflict. De organist zei uiteindelijk: “Dominee, als u het zo goed weet gaat u zélf op de orgelbank zitten, ik speel op mijn manier.” Beiden gaven niet toe. De organist trok zich terug en kwam niet meer in de kerk. Voor Chapman was deze gang van zaken niet zo ongewoon. Hij had op zijn werk meerdere reorganisaties meegemaakt. Daar waren ook altijd mensen bij vertrokken. Hij zag het vertrek van de organist ook als een soort reorganisatie. Nu er een dwarsligger verdwenen was kon het er alleen maar beter op worden in de kerk.

Botsing met de kerkenraad

Maar ook binnen de kerkenraad ontstond al snel een verschil van mening. Maandelijks werden standaard de preken besproken. Enkele leden van de kerkenraad stelden kritische vragen bij sommige uitspraken die de dominee had gedaan. Ze vroegen zich af waar hij zich op baseerde en of de dominee wel voldoende rekening hield met het levensverhaal van sommige gemeenteleden. Was het wel pastoraal om vanaf de preekstoel een hard oordeel te vellen zonder dat je weet welk verdriet er speelt? Van die opmerkingen was dominee Chapman niet gediend. Hij baseerde zich op de Bijbel en als er leden van de kerkenraad waren die daar anders over dachten waren ze niet voldoende onderlegd. Misschien waren ze dan misschien toch niet zo gelovig als ze zich voor deden.

De afgelopen decennia is er meer aandacht gekomen voor pastorale psychologie in de opleiding van voorgangers. Ook wordt het steeds belangrijker geacht dat aanstaande predikanten supervisie volgen. Voordat je de gemeente in gaat moet je jezelf goed kennen. Als Chapman dat traject had gevolgd had je kunnen verwachten dat hij zich niet meteen zo zou hebben opgesteld. Wat was er aan de hand?

De narcistische pastor in de megakerk (3)

Net zoals een dieet dat alleen maar bestaat uit chocoladetaart, vervaagt de aantrekkelijkheid van narcistische kerkleiders (Maccoby, 2000; Ong, et al., 2016). Maar ja, dan zit je wel met de gebakken peren of preken.

Het probleem voor de omgeving is dat narcistische mensen in het begin vaak zo sympathiek en overtuigend overkomen. ‘Overwhelming’ wordt er wel in de Engelse taal gezegd. Iemand  maakt zóveel indruk dat je jezelf kwijt raakt.

Maar het kan ook anders. Ooit maakte ik een sollicatiegesprek mee waarbij de sollicitant meteen een stevig verhaal hield hoe het allemaal in de zorg aangepakt moest worden. Hij ging prat op zijn enorme staat van dienst. Eigenlijk hoefde hij nooit te solliciteren, "hij werd gevraagd". 
Vreemd was wel dat hij nu dus wél solliciteerde, wij hadden hem niet gevraagd. Maar daar had hij wel een verklaring voor. Hij had een nieuwe relatie en zij wilde zekerheid. Dus hij moest nu een baan hebben voor de komende jaren en deze baan leek hem daarbij uitermate passend. 
Tijdens het gesprek viel het me op dat de vrouwelijke leden van de sollicitatiecommissie allemaal achteruit schoven. Ze namen letterlijk steeds meer afstand. Tijdens het nagesprek hadden we het hier over. Ze vonden hem zó 'overwhelming' dat ze het gevoel hadden dat ze meer ruimte voor zichzelf moesten maken. De chocoladetaart was dus al meteen misselijkmakend. De man werd niet aangenomen. 
Een andere organisatie nam hem wél aan, hoorde ik een paar weken later. Daar kregen ze spijt van. Na een half jaar was hij met conflicten vertrokken. 
Die situatie herhaalde zich bij de daarop volgende organisatie, waar ik ook af en toe contact mee had. Overal maakte hij grote en grootse brokken. 
Nu maar hopen voor hem dat zijn vriendin het wél langer dan zes maanden met hem heeft uitgehouden. Voor hem, voor haar is het maar de vraag of het te hopen was.

Kritiek lokt een zwaardere tegenaanval uit

Eén van de tactieken die narcistische leiders hanteren is volgens psycholoog M. Higgs (2009) is dat ze – na een beschuldiging – de ander pareren met een nóg zwaardere beschuldiging. Ze gaan totaal niet in op de kritiek die een ander geeft. Ze leren er ook niet van. Ze omzeilen de kritiek door meteen (en publiekelijk) zwaarder geschut in te zetten. Dat alles past in het mechanisme om het eigen ego in stand te houden ten koste van de ander. De ander krijgt de schuld en moet zich incompetent gaan voelen. Het fnuikende is dat ze hun verhaal zó overtuigend doen dat je aan jezelf gaat twijfelen.

Mediation wordt afgewezen

Een narcist wil koste wat het kost de controle over de situatie houden. Daarom is hij ook niet toegankelijk voor bemiddeling. De zaak overlaten aan een ander is veel te bedreigend. Narcistische mensen zijn als de dood voor mediation: dan moeten ze echt naar het verhaal van de ander luisteren en dat komt te dichtbij.

Joshua Chapman is beroepbaar

Dan toch weer even terug naar de positie van de voorganger in een kerkelijke gemeente. Want dat zou het thema zijn van deze serie…

Joshua Chapman heeft een carrière in het bedrijfsleven achter de rug. Maar rond zijn 45e jaar kreeg hij een roeping. “God gaf het hem op zijn hart om zijn leven in dienst van de Heer te stellen.” Dankzij het feit dat hij goed had kunnen sparen kon hij én zijn gezin onderhouden én de studie betalen. En nu was hij ‘beroepbaar’ zoals dat in calvinistische kerken heet (niet de Paus stelt iemand aan in een gemeente, de voorganger wordt door de gemeente ‘geroepen’.

Er volgde een kennismaking. Die verliep op zijn minst opzienbarend. Na een inleidend woordje van de voorzitter van de kerkenraad nam de heer Chapman meteen het roer over. Hij pakte er een whiteboard bij en tekende meteen een schema van de doelen die hij met deze gemeente wilde bereieken. Dat werd spannend. Hoe zou dit verhaal aflopen?

De narcistische pastor in de megakerk (2)

Het beeld is ontstaan dat er in de Amerikaanse megakerken nogal veel voorgangers rondlopen met narcistische trekken. Wat zijn de effecten van narcisme op het uitoefenen van een leidinggevende taak?
  1. Narcistische mensen ontsteken eerder in woede bij het horen van een voor hen onprettig bericht dan andere mensen. Omdat mensen die onder hun gezag moeten werken beducht kunnen zijn voor deze boosheid hebben ze de neiging in informatie te verbloemen of achter te houden. Daardoor krijgt degene die de leiding heeft niet voldoende informatie.

2. Narcisten mensen steken weinig energie in het verbeteren van hun houding. Dit beperkt de persoonlijke groei op gebieden die hen als leiders effectiever zouden maken. Als iemand een advies geeft wordt dit meteen als kritiek opgevat. En daarmee ontstaat een vicieuze cirkel: de narcistische persoon ontsteekt in woede en de volgende keer laat iemand het wel uit zijn hoofd om nog een keer een advies te geven.

3. Narcistische mensen nemen te snel beslissingen zonder de voors-en-tegens goed af te wegen. Ze zijn er van overtuigd dat hún plan het beste is en luisteren dus niet naar mensen die met een ander advies komen.

4. Narcistische mensen overschatten hun eigen kennis, ook ten aanzien van onderwerpen die niet op hun terrein liggen. Zo’n voorganger van een megakerk zou zich zomaar kunnen gaan bemoeien met de financiën, zonder overleg uitgaven doen of besluiten een nieuw kerkgebouw te laten bouwen zonder een goed doordacht plan te hebben gemaakt. Als daar dan kritische vragen op volgen wordt degene die dat doet bijvoorbeeld verweten dat hij niet voldoende geloof heeft. De voorganger is immers een gezant van God en dus onaantastbaar (dit patroon is vooral bekend bij sekteleiders).

5. Narcisme vertroebelt het vermogen om tot juiste morele afwegingen te komen. Dat geldt ook voor predikanten die vanwege hun positie geacht worden er een hoge morele standaard op na te houden (Majorie J. Cooper, Chris Pullig en Charles Dickens, Journal of Psychology and Theology, 2016).

6. Narcistische mensen vertonen veel vaker dan anderen grensoverschrijdend gedrag.Bekend en berucht is het seksueel grensoverschrijdende gedrag naar gemeenteleden toe- soms gepaard gaande met sterke emotionele druk – waar een aantal voorgangers van megakerken inmiddels van beschuldigd is.

De kandidaat past uitstekend in het profiel…

Het ingewikkelde is dat de kenmerken van narcistische voorgangers vaak passen in het beeld dat gemeenteleden (maar ook kerkenraden) hebben van de gewenste predikant. Hij beantwoordt (te) vaak aan het profiel van de gedroomde kerkleider.

Narcistische mensen zijn vaak extravert, sociaal vaardig én ze komen charmant en innemend over. Bovendien zijn ze bereid om lijnen uit te zetten en de leiding op zich te nemen. Ideaal voor een kerkenraad die overbelast is: eindelijk iemand die hen werk uit handen neemt. En ook de gemeenteleden zijn onder de indruk: wat een energie, wat een power…!

In relaties met narcistische mensen is dat maar tijdelijk. W. Keith Campbell (2011) schreef met betrekking tot narcisme over het chocoladetaartmodel. Eerst smaakt de taart verrukkelijk, zoiets lekkers heb je nog nooit gegeten. Maar na een tijdje word je misselijk. De taart blijkt op den duur veel te machtig te zijn en te zwaar op de maag te liggen. En dan zit je met de gebakken peren...

De narcistische pastor in de megakerk (1)

Voorgangers in Amerikaanse megakerken worden nogal eens afgeschilderd als narcistische persoonlijkheden. Ze trekken veel aandacht, ze krijgen veel waardering, maar blijkt er achteraf ook sprake te zijn van tal van communicatie problemen en ook wel van allerlei vormen van grensoverschrijdend gedrag.

Onderzoekers David R. Dunaetz, Hannah L. Jung, en Stephen S. Lambert wilden weten of het narcistische gedrag van deze voorgangers te maken kan hebben met de ruimte die ze krijgen. Is het zo dat bezoekers van megakerken minder kritisch staan tegenover hun voorgangers dan leden van kleinere kerken? (in: Great Comission Research Journal, Volume 10, nummer 1, herfst 2018).

Kenmerkend voor de narcistische persoonlijkheid zijn o.a. de mate van arrogantie, het bezig zijn met zichzelf (‘de selfie-cultuur’), het steeds maar weer van mening zijn dat je in je recht staat en de vijandigheid die je hebt ten opzichte van mensen die het niet met jou eens zijn.

Eén van de directe gevolgen op het communicatieve vlak van deze combinatie van kenmerken is dat narcistische mensen niet goed kunnen samenwerken. Ze omringen zich met volgelingen, mensen die tegengas geven worden gediskwalificeerd.

In de praktijk heeft ieder mens narcistische kenmerken. Er zijn mensen die laag in narcisme scoren, mensen die gemiddeld scoren en er zijn mensen die veel narcistische trekken vertonen (dat is nog wat anders dan een narcistische persoonlijkheidsstoornis).

Voor mensen die veel narcistische trekken laten zien is het hebben en behouden van een machtspositie een belangrijke drijfveer. Ze ‘kicken’ op status en bewondering. Ze zijn niet zozeer bewogen met de mensen binnen de organisatie als wel met de status die die organisatie hen oplevert.

In de kerken kan die behoefte aan status tot uiting komen in de behoefte aan het tellen van het aantal ‘bekeerlingen’, of het aantal ‘genezingen’ dat iemand op zijn naam heeft staan. Het gaat dan niet om empathie met de personen in kwestie, maar om de indruk die de verhalen maken op anderen. En soms ook: de geldstromen die als gevolg van die verhalen binnen komen.

Narcistische mensen ontwikkelen met name in machtsposities allerlei tactieken om die macht te behouden. Als hen dat niet lukt, als de macht afbrokkelt, proberen ze soms mensen op sleutelposties te manipuleren. Als dat niet lukt reageren ze met woede en agressie.

Narcisme gaat altijd gepaard met dominant gedrag. Dat heeft te maken met de behoefte aan controle over anderen. Het valt in mijn ‘ontwikkelingsdynamische kijk’ ook te herleiden tot een stagnatie in de sociaal-emotionele ontwikkeling. De narcist is nog niet in staat tot samenspel, hij speelt alleen samen voorzover hij kan bepalen hoe het spel verloopt.

Dit dominante gedrag is een ramp voor een kerkelijke gemeenschap. Niet voor niets wordt er in de Bijbel op tal van plaatsen gewaarschuwd tegen het heersen over de ander. Een voorganger hoort een voorbeeld te zijn voor de 'kudde' en hij hoort zijn schapen niet te overheersen.

Etaleren van deskundigheid

Hoe gaan narcistische mensen om met zaken die ze niet weten? Die vraag stelde een onderzoeker waarvan ik de naam niet meer weet... Maar daar kom ik eerlijk voor uit...

In dat onderzoek werden aan narcistische én aan niet-narcistische mensen een aantal vragen voorgelegd. Die vragen fingen over ‘fake’ onderwerpen, over niet bestaande thema’s.

Bijvoorbeeld: vroeger gebruikten timmerlieden vaak heibeldijfjes om timmerwerk beter te vergrendelen. Weet u wat een heibeldijfje is? Je hoefde als antwoord alleen maar ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen.

Of: In de stad Albridge werd in 1910 een nieuwe techniek voor het winnen van kolen bedacht.  Weet u in welk deel van Groot-Brittannië deze stad ligt? (Ja/Nee),

De bekende hoogleraar Professor George Demiras heeft een koninklijke onderscheiding gekregen. Weet u in welk vak deze hoogleraar doceert? (Ja/Nee).

Het verschil tussen narcisten en mensen met minder kenmerken van narcisme is dat narcisten veel vaker aangeven dat ze het antwoord wel weten. Dat ze iets niet weten is voor hen nauwelijks te verdragen. Met name als er een competitie-element wordt ingebracht zal de narcist zijn kennis groter willen etaleren.

Mensen die minder narcistische trekken hebben geven een veel eerlijker antwoord op de vraag of ze iets wél of niet weten. Ze zullen hun deskundigheid niet etaleren. Ze vallen dan ook niet door de mand als je doorvraagt.

Ze zullen dus niet gokken dat Professor George Demiras natuurkunde doceert aan de Technische Universiteit in Delft. Dat doet hij dan ook niet, want Professor George Demiras is een gefingeerd naam.

Narcisme en westerse samenleving (2)

Brené Brown schrijft dat het geen zin heeft om narcisten flink de oren te wassen. ook al vind je dat het nu eindelijk eens afgelopen moet zijn met het (van zichzelf) denken dat ze het middelpunt van de wereld vormen.

“Het begrip narcisme wordt geassocieerd met een gedragspatroon dat onder andere bestaat uit zelfoverschatting, een voortdurende behoefte aan bewondering en een gebrek aan empathie. Wat echter vrijwel niemand beseft, is dat aan deze diagnose, in welke gradatie dan ook, schaamte ten grondslag ligt. Dat betekent dat we het narcisme niet kunnen ‘verhelpen’ door mensen op hun plek te zetten en te herinneren aan hun tekortkomingen en nietigheid.” Aldus Brené Brown.

(Niet) tegen een stootje kunnen

Of vrijwel niemand dat beseft, vraag ik me af. Als iemand stevig in zijn schoenen staat kan hij wel tegen een stootje. Mensen met een gezonde emotionele ontwikkeling zijn in staat om de zaak van de persoon te scheiden. Ze kunnen er tegen als je tegen hen zegt dat er iets niet goed is gegaan, want ze voelen zich niet persoonlijk aangevallen. Ze zijn ook in staat om in grijstinten te denken: iets is in meerdere mate goed of verkeerd.

Dat leren kinderen geleidelijk, in de loop van hun ontwikkeling. Peuters zijn daar nog niet toe in staat. Kleuters leren het al een klein beetje. Het kunnen mentaliseren vormt de basis voor deze processen (zie daarvoor andere blogs).

Ontwikkelingsdynamiek

Vanuit o.a. de ontwikkelingsdynamische theorieën wordt duidelijk dat narcisme ook als ontwikkelingsstoornis kan worden gezien. Om het wat cru te zeggen: de narcist lijkt op een peuter die zichzelf als middelpunt van de wereld ziet. Hij is nog niet in staat om te bedenken dat een ander op een andere manier kijkt dan hijzelf. Misschien kan hij het verstandelijk wél, maar in emotioneel opzicht ‘voelt’ het anders.

De peuter legt nog geen twee dingen naast elkaar. "Ik wil op de ipad, maar mamma wil nu eten." Nee, hij wordt boos op mamma omdat ze niet begrijpt dat hij op de ipad wil.

Kwetsbaarheid

Dat is bij de peuter geen egoïsme, maar egocentrisme. Het hangt samen met het nog te weinig ontwikkeld zijn van de persoonlijkheid. Omdat die zo weinig ontwikkeld is, is die persoonlijkheid ook kwetsbaar. Een klein beetje tegenwind wordt ervaren als een zware storm.

Brené Brown schrijft dat de kwetsbaarheid van de narcist de kern vormt voor diens problematiek. Ze voegt daar een ander kernbegrip aan toe: schaamte. In feite is er bij de narcist voortdurend sprake van schaamte. Diep van binnen voelt hij aan dat hij niet perfect is en dat is zó onverdraaglijk dat er een muur moet worden opgebouwd. Die muur bestaat voornamelijk uit het oppeppen van de eigen persoon (zichzelf opblazen).

Wat heeft dat met elke westerling en dus ook met mij te maken? Daarover gaat het boek 'De kracht van kwetsbaarheid' door Brené Brown (Uitgeverij Lev, 2017, 17e druk).

Narcisme en westerse samenleving (1)

"Je kunt geen kat rondzwaaien zonder een narcist te raken".  Aldus professor Brené Brown tijdens een lezing in Texas. Die opmerking werd haar niet in dank afgenomen. Dat gezegde werd gezien als een vorm van dierenmishandeling. Maar het is gewoon een Texaans gezegde.

Wat Brené Brown bedoelde was dat de samenleving alle aanleiding geeft tot het ontwikkelen van narcistische trekken. Uit haar onderzoek komt naar voren dat in de afgelopen twee decennia de hang naar narcisme in de USA nog eens enorm versterkt is. Er valt niet meer aan te ontkomen: het is een besmettelijke ziekte geworden in de USA. Iedereen raakt besmet door het narcisme-virus. Dus ook Brené zélf.

Wat in de USA geldt, geldt ook voor West-Europa. De manier waarop de samenleving wordt ingericht levert enorme groeikansen voor het narcisme-virus. Dus ook in Nederland. En dat geldt ook voor mijzelf.

Even een zijspoor. In een artikel in het Great Commission Research Journal schrijven de onderzoekers  David R. Dunaetz, Hannah L. Jung, and Stephen S. Lambert (2017) hoezeer het narcisme om zich heen heeft gegrepen in prediking en pastoraat in de grote Amerikaanse kerken (denk daarbij met name aan de zogenaamde ‘televisiekerken’). Hoe meer publiek, des te meer waardering. En hoe meer waardering, des te meer komt de voorganger op een voetstuk te staan bij de eigen kerkgangers en de kerkenraad. De kritische blik verdwijnt omdat de voorganger steeds meer onaantastbaar  lijkt te zijn geworden.

Volgens Brené Brown past deze ontwikkeling in de wijze waarop de cultuur in de USA in de afgelopen decennia is veranderd. Hoe meer likes, des te meer word je gewaardeerd. Hoe meer je wordt gewaardeerd, des te meer worden je fouten gemaskeerd of verdwijnen ze onder het vloerkleed.

Voor wie Journaal van vorige week vrijdag heeft gezien: Donald Trump geeft als suggestie dat je corona kunt bestrijden met zonlicht en een desinfectiemiddel en hij komt er mee weg door te zeggen dat het maar een grapje was. En zijn volgelingen gaan in de aanval tegen degenen die menen dat de president te ver is gegaan in zijn uitspraken. Ze zijn weer bezig fake news te verspreiden.

Ik ga er gemakshalve vanuit dat Donald Trump een narcist is. Maar dat kan ik natuurlijk niet weten, ik heb hem nooit ontmoet, laat staan dat ik een diagnose zou kunnen stellen. Hij laat wel gedragingen zien die aan narcisme doen denken.

Mijn automatische reactie is dat ik denk is dat Donald Trump eens goed op zijn nummer moet worden gezet. “Dat zal hem leren.” Zo lang hij zijn eigen gang maar kan gaan zal hij doorgaan met het spuien van deze onzin. Volgens Brené Brown is die opvatting veel te kort door de bocht. Kijk eens anders naar narcisme, zo roept ze de lezers van haar boek op.

Brené Brown: De kracht van kwetsbaarheid, Uitgeverij Lev Boeken, 17e druk, 2017