Rivaliteit (de betweter 2)

Mensen die voortdurend de ander voorbij willen streven zijn in feite angstig. Onder hun 'beweterige gedrag' zit een grote mate van angst dat ze niet kunnen voldoen aan de eisen. Ze moeten zichzelf bewijzen door de ander te overtreffen. Het leidt er ook toe dat ze hoge eisen aan zichzelf stellen. "Een voldoende is een onvoldoende."

Een gevolg van dit denken is een hoge taakspanning, een grote mate van faalangst en een onnodig grote kans op mislukkingen. Dat is een gevolg van het steeds te hoog willen grijpen.

Bij de één leidt de confrontatie met die hoge eisen tot het zich terugtrekken (bijvoorbeeld een examen uitstellen, want je weet nog niet alles), bij de ander tot een kramp waarbij alles op alles wordt gezet om de beste te moeten zijn. Dat laatste zie je ook nogal eens in de lichaamshouding terug (zoals gespannen, brede kaken, vingers die straks staan, wiebelen met de benen).

Oordeel

De betweter moet niet(s) weten van de grauwe middelmaat. Hij is namelijk speciaal, veel specialer dan andere mensen. Mensen die gewoon zijn tellen niet mee. Ze zijn zelfs ontzettend dom, vreselijk doorsnee, super-burgerlijk. Hier komen narcistische trekken naar voren.

Tegelijkertijd vormen andere ‘speciale’ mensen ook weer een bedreiging. Als je altijd de hoogste cijfers haalt op school vormt iemand die nóg hoger scoort natuurlijk een grote bedreiging. Een scholier die zich gezond ontwikkelt zal het jammer vinden dat hij niet het hoogste cijfer haalt, maar het is geen ramp. Voor iemand die vanuit rivaliteit handelt is het een existentiële ramp als een ander beter scoort: zijn bestaan wordt er door bedreigd.

Devalueren

Hoe komt een betweter bij de psycholoog terecht? Dat zal niet gauw gebeuren. Je laat toch niet zien dat je een ander nodig hebt? Een ander om hulp vragen is een vorm van falen.

Een betweter laat zich pas behandelen als alles uit de hand is gelopen. Zijn bedrijf is failliet, zijn huwelijk is op de klippen gelopen, vanwege schulden moet hij zijn huis uit. Maar ook dan is hij in de behandelkamer een lastige patiënt.

    De betweter zal er naar streven om de therapeut tot een minderwaardig wezen te devalueren (‘een psycholoog van de koude grond’), waar de patiënt triomfantelijk boven kan staan (in: R.E. Abraham, Het Ontwikkelingsprofiel). “Een goede therapeut woont niet in zo’n eenvoudige woonwijk.” “Het interieur van uw behandelkamer is toch wel érg uit de tijd”. “U bent eigenlijk te jong om mijn problemen te kunnen begrijpen.”

Behandeling

Het betweter-zijn kan zijn oorsprong vinden op verschillende (vroege) ontwikkelingsniveaus. Bij mensen die op een heel vroeg sociaal-emotioneel niveau zijn gestagneerd kan ieder klein kritiekpuntje al leiden tot ‘desintegratie’. De behandelaar moet dus de verleiding weerstaan om in discussie te gaan. Precies zoals de tandarts (vorige blog) niet met de betweter in discussie moet gaan. “Een kind moet nu eenmaal altijd het laatste woord hebben.”

Wat de therapeut wél kan doen bevindt zich binnen smalle marges. Het gaat in feite om steunen en om orde aan te brengen (“U noemt vijf problemen, waar wilt u mee beginnen?”). Deze groep patiënten heeft een langdurige behandeling nodig, maar blijft zeer kwetsbaar voor invloeden van buitenaf. Ze kunnen ook zomaar de therapie afbreken omdat alles weer goed gaat (ze hebben bijvoorbeeld sinds een week een nieuwe relatie).

Bij mensen bij wie wel meer sociaal-emotionele basis aanwezig is, is ook de ruimte voor de behandeling groter. In tegenstelling tot de eerste groep mensen zijn ze (mits onder veilige condities) enigszins in staat om naar hun eigen gedrag te kijken (zelfreflectie). Als voordeel bij deze mensen geldt dat ze veel beter in staat zijn om hun eigen leven te ordenen. De structuur komt dus niet van de behandelaar, ze kunnen hun leven (vaak zelfs punctueel) ordenen. Het probleem zit niet in de ordening van ruimte en tijd, maar in de relatie met andere mensen.

Geciteerde literatuur: R.E. Abraham, Het ontwikkelingsprofiel, Van Gorcum, 2005; Martin Appelo, Socratisch Motiveren, Boom, 2011; Rita Kohnstamm, Kleine Ontwikkelingspsychologie deel 1, Bohn, Stafleu, Van Loghem, 2009

Passieve agressie (3)

Er is in de wereld van psychiaters die de DSM V (het internationaal erkende spoorboekje van de psychiater) veel discussie over wat er onder een passief-agressieve persoonlijkheid moet worden verstaan.

Sommige psychiaters menen dat het een persoonlijkheidsstoornis betreft. Anderen menen dat het om een bepaalde trek gaat in het omgaan met problemen. Mij lijkt het meest aannemelijk dat het meeste passief-agressieve gedrag voorkomt bij mensen met kenmerken van verborgen (‘covert’) narcisme en bij de meer gesloten (‘geheimzinnige’) vormen van de borderline persoonlijkheidsorganisatie.

Nu is passief-agressief gedrag niet iets wat alleen wordt ingezet door mensen met een bepaalde persoonlijkheidsproblematiek. We kunnen het gedrag allemaal op bepaalde momenten inzetten.

Stilte

Stel: je hebt een hele tijd niets van een familielid gehoord. Opeens komt er een joviaal bericht hoe het met jou gaat en of je allemaal wel weet waar dat familielid mee bezig is geweest. Je zou in principe uit blijdschap direct kunnen reageren. Maar dat doe je niet. Nu moet dat familielid maar eens leren wachten totdat jij het de tijd acht.

Deze stiltebehandeling is één van de meest voorkomende verschijnselen van passief-agressief gedrag. Niet reageren, stil blijven, doen alsof de ander lucht is. Sommige echtparen schijnen dat ook lang vol te kunnen houden. 

Passieve soldaten

De term “passief-agressief” lijkt voor het eerst gebruikt te zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog door kolonel en psychiater William Menninger. Hij ontdekte dat er soldaten waren die zich steevast aan hun plichten onttrokken “door passieve maatregelen, zoals pruilen, koppigheid, uitstelgedrag, inefficiëntie en passief obstructief gedrag”. Ze zeiden dus niet dat ze het ergens niet mee eens waren, maar ze boycotten wel de gang van zaken. Ze deden op een slinkse manieren niet te doen wat hun was opgedragen.

Nog een paar voorbeelden van (mogelijk) passief-agressief gedrag

  • Een schijnbare kalmte als de persoon in kwestie veel kritiek over zich heen krijgt. Het is alsof het gewoon bij de persoon afglijdt, alsof het hem niets doet. In werkelijkheid zal hij of zij erg boos zijn, maar dat wordt niet geuit. Je krijgt die boosheid later via een omweg – en soms als een boemerang – terug.
  • Sarcasme, en dat niet eenmalig, maar steeds meer weer. Je krijgt steeds het gevoel dat je een trap onder de gordel krijgt of op zijn minst dat je elke keer belachelijk wordt gemaakt. Het kunnen ook als compliment verpakte beledigingen zijn. “Aan Ingrid hebben we een hele goede, zo’n goede collega hebben we nog nooit gehad”. Als je er een opmerking over maakt meent de persoon dat je kennelijk geen gevoel voor humor hebt.
  • Kenmerkend is dat die opmerkingen vooral tegen een derde worden geplaatst, maar niet tegen jouzelf. Dat is immers het kenmerk van passieve-agressie: vermijden van de confrontatie.
  • Passief-agressieve mensen bieden heel snel hun excuses aan, maar daarna duiken ze onder in de slachtofferrol. Dat het zo gelopen is lag niet aan hen, maar het waren de omstandigheden of het werd veroorzaakt door andere mensen.
  • Plotselinge en onverwachte afwezigheid: de persoon blijkt opeens te zijn verdwenen. Als hij terugkomt worden er geen excuses gemaakt, waar maakt de ander zich druk over, hij had gewoon wat frisse lucht nodig.
  • Pruilgedrag, zich verongelijkt voelen, maar daar niets over willen vertellen. “Er is niks”.
Bij passief-agressief gedrag past de ontkenning. Het is allemaal niet zo. passief-agressieve mensen vinden zichzelf helemaal niet passief-agressief. Net zoals narcistische mensen zich ook niet narcistisch vinden. 

De Dark Triad

Jan Vlek wees al op het bestaan van de Dark Triad. In de psychologie en met name binnen de management-psychologie is deze term bekend geworden: de donkere driehoek. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden heeft dit niets met pure chocolade te maken. 

Zoals je in het schema kunt zien vormt ‘de donkere driehoek’ een combinatie van machiavellisme, narcisme en psychopathie. Er bestaat speciale vragenlijsten voor om deze combinatie vast te stellen. Degenen die verdacht worden van deze kenmerken hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze de vragenlijsten liever niet invullen.

Een paar kenmerken die wijzen op deze ‘dark triad’:

  1. De omgang met woede. Normale boosheid is dat iemand met enige stemverheffing gaat spreken of rode vlekken in de nek krijgt. Dat laatste kun je voorkomen door een coltrui te dragen of door een lange baard te laten staan. Bij mensen met kenmerken van de ‘dark triad’ missen de nuances: de boosheid kan onverwachts komen, disproportioneel zijn en mensen extreem onder druk zetten. Het zou best eens zo kunnen zijn dat de beschuldigingen die de afgelopen maanden in de pers kwamen over grensoverschrijdend gedrag te maken hadden met deze aspecten. Even gevaarlijk is de passieve agressie, maar dat is een verhaal apart.

2. Pestgedrag. Pestgedrag is onder de gordel, bedoeld om iemand te kleineren. Negeren kan hier ook onder vallen: degene die gepest wordt, wordt niets meer gevraagd. Roddels, het verspreiden van kwade geruchten, kan ook onder het pestgedrag vallen.

3. Manipulatie is een typisch kenmerk van machiavellisme. Als iemand deze trekken heeft probeert hij of zij vaak via een verborgen omweg het doel te bereiken. Bekend bij het machiavellisme is het kameleon-gedrag: de persoon vertoont naar de één heel ander gedrag dan naar de ander. Ook kan de omgeving op een dwaalspoor worden gezet: doel A wordt nagestreefd, maar uiteindelijk blijkt men onverwachts bij doel B uit te komen.

4. Dominant gedrag is vooral een kenmerk van narcisme. Narcisten zijn niet goed in samenwerking, ze zijn bepalend. Het doel is dat ze zelf centraal komen te staan. Een werknemer komt met een mooi idee en de narcist vertelt vervolgens aan de buitenwereld dat hij dat idee bedacht heeft. Eén van de groepen narcisten is de ‘overte’ narcist die er alles aan doet om maar in de schijnwerpers te blijven.

Delroy Paulhus en Kevin Williams, psychologen aan de Universiteit van British Columbia (Canada) , stelt dat de kenmerken van narcisme, machiavellisme en psychopathie elkaar overlappen, maar dat het toch om verschillende accenten gaat.

Duidelijk gemeenschappelijke kenmerken van de Dark Triad zijn: oneerlijkheid en een gebrek aan nederigheid.  In: Paulhus, DL, en Williams, KM (2002). De donkere triade van persoonlijkheid: narcisme, machiavellisme en psychopathie. Journal of Research in Personality, 36 (6). 

Machiavellisme (2)

De bekendste 'macchiavellist' op TV is waarschijnlijk Rowan Atkinson in de serie Blackadder.

Waarschijnlijk is van de Italiaanse Macchiavelli de zinsnede afkomstig: ‘het doel heiligt alle middelen’. Hij schreef dat in zijn boek De Vorst en hij bedoelde daarmee dat je niet naar de ethiek van het handelen moet kijken, maar of het handelen het gewenste resultaat oplevert.

Blackadder verzint van alles om zichzelf te verrijken en hogerop de maatschappelijke ladder te klimmen. Maar het gaat niet altijd goed. Hij moet ook plannen bedenken om zich te redden van de galg. Zijn onderdanige knecht Baldrick heeft al die sluwe plannen niet door en gooit voortdurend roet in het eten.

Een overeenkomst tussen narcisme en macchiavellisme is dat beiden andere mensen maar dom vinden. Bij de macchiavellist vloeit daar uit voort dat je die minderwaardige wezens mag gebruiken zoals het jou uitkomt. Hij heeft het alleen over onethisch gedrag bij anderen als die hem dwarsbomen.

Twee typerende machiavellistische uitspraken: ‘Vertel nooit wat je echt van plan bent, tenzij je er zelf baat bij hebt’. ‘De beste manier om met mensen om te gaan is ze vertellen wat ze willen horen.’

Dus de macchiavellist is iemand die de ander uithoort en precies de dingen zegt die de ander wil horen. Maar terwijl hij kans ziet het vertrouwen van de ander te winnen smeedt hij ondertussen snode plannen. De macchiavellist is de duivel die Jezus paait met de woorden: ‘U kunt toch alles? U bent toch almachtig? Uw engelen hebben zóveel macht van u gekregen, ze vangen u op”.

De Macchiavellist is een intrigant. Hij zegt het een en doet het ander. Naar buiten toe is hij dus zoals een kameleon. Maar het ingewikkelde is dat je te laat achter komt wat hij werkelijk denkt en wil. Hij smeedt complotten en gaat allerlei verbonden aan. Maar als er bij een ander meer valt te behalen blijkt dat verbond helemaal niets waard te zijn.

Het is niet gemakkelijk om dit spel te kunnen blijven spelen. Vandaar dat de machiavellist het goed doet in wisselende verbanden. Overal even stoken en winst behalen en dan weer door naar de volgende klus. 

Machiavellisme

Eigenlijk is mijn leven veel te kort. Elke dag weer ontdek ik nieuwe dingen. Misschien moet ik eens gaan proberen om een dag aan onthouding te doen. Ik wil een dag geen nieuwe dingen leren.

Vorige week vielen mijn ogen op het thema machiavellisme. Daarna ging mijn hoofd er over nadenken. Deze term komt niet in het spoorboekje van de psychiater (DSM V) voor. Ik had iets met grootheidswaanzin in mijn hoofd, met grotesk gedrag. Een latte macchiato is dan ook een veel te groot uitgevallen kop koffie. Maar het ligt allemaal wat subtieler.

Machiavellisme is vernoemd naar Niccolò Machiavelli, politiek adviseur van de vijftiende- en zestiende-eeuwse Florentijnse familie de’ Medici. Zijn politieke tactiek was: ‘Het doel heiligt de middelen’. Daarom was hij tegen de instelling van ethische commissies, die hielden de zaak alleen maar op.

Alle effectieve technieken waren toegestaan om het doel te bereiken. Geen enkel probleem om te vleien bij iemand van wie je niets moet hebben. Doe maar gewoon of je een groot aanhanger van zijn standpunten bent. Als hij er helemaal van overtuigd is dat je een volger van hem bent is het tijd om toe te slaan.

Even een zijspoor: in de geestelijke hulpverlening kennen we mensen die zich de eerste maanden na opname voorbeeldig gedragen. Pas na een maand of drie draaien ze als een blad aan een boom om. Dan hadden ze alle zwakke plekken binnen het team ontdekt. De psychiater met wie ik destijds veel samenwerkte noemde die drie maanden dat de 'psychopatentermijn'. 

Toen psycholoog Richard Christie meer over de geschiedenis van Machiavelli had gelezen zei hij: daar is niets bijzonders aan. Ik zie dit ook om mij heen gebeuren.

Christie ontwikkelde een test die later de Mach IV vragenlijst ging heten. Mensen die hoog scoren op deze test worden als hoge Machs beschouwd. Ze geven bijvoorbeeld als antwoord: “Vertel nooit iemand de echte reden waarom je iets hebt gedaan, tenzij het nuttig is om dat te doen”. Ze hebben ook een negatief oordeel over mensen, dus ze zijn het niet eens met de stelling dat de meeste mensen in wezen goed en aardig zijn.

Opmerkelijk is dat mensen die hoog scoren op de schaal ook echt niet zo aardig zijn. Ze worden ervaren als kil en weinig toegenegen. Dit in tegenstelling tot de narcist die vaak in eerste instantie als vriendelijk wordt ervaren. Machiavellisten zijn vooral doelgericht. Ze willen zo snel mogelijk een bepaald doel bereiken.

Narcisme, impulsiviteit en zelfdestructie

Er lijkt een verband te bestaan tussen narcisme en impulsiviteit. Daarnaast lijkt het dat er ook een verband is tussen narcisme en zelfdestructie. Narcistische mensen nemen op de koop toe dat ze ook zelf de pineut zijn als ze de ander maar kunnen domineren.

Zelfdestructie

Je zou kunnen stellen dat dat laatste typerend is voor despoten en voor sekteleiders. Als het dan toch allemaal mis gaat dan moet ik het ook écht helemaal uit de hand lopen en dan neem ik mezelf maar mee in al dat onheil. Denk aan sekteleiders Jim Jones (Peoples Temple Church) en David Koresh (The Branch Davidians). Ook de vernietigende zelfdestructie van het hele Duitse volk onder leiding van Adolf Hitler. “Als ik er aan ga, gaan jullie er ook aan.”

Agressie

Bestaat er een verband tussen narcisme en agressie? Dat verband is aangetoond. Maar hoe zit dat dan precies? Het is bekend dat bij extraverte mensen de drempel naar agressie lager ligt dan bij introverte mensen. En narcisme en extraversie houden verband met elkaar. Narcistische mensen zijn op de omgeving gericht omdat ze vanuit die omgeving applaus verwachten. Ze reageren dan ook negatief als ze die bewondering niet krijgen.

Impulsiviteit

Een tweede aspect is dat de neiging tot impulsief handelen bij narcisme ook lager ligt. En het je moeilijk in kunnen houden, oftewel sneller en heftiger reageren, is uiteraard ook een drempelverlagende factor bij agressief gedrag en bij zelfdestructie.

Zelfbeheersing

Impulsiviteit is de tegenpool van zelfbeheersing. Onder zelfbeheersing valt het kunnen weerstaan van verleidingen, het afzien van slechte gewoontes, het beheersen of althans doseren van de emoties, en – opmerkelijk genoeg ook in dit onderzoek – het kunnen hanteren van een gezond voedingspatroon. Je kunt dus een snackbar voorbij fietsen.

Conscientiousness

Er is ook een verband met het begrip gewetensvol uit de zgn Big Five persoonlijkheidskenmerken. Er bestaat een korte schaal die dit begrip een beetje meer in kaart brengt. Toch kan hieruit de impulsiviteit van narcistische mensen niet goed verklaard worden. Volgens mij komt dat omdat de term gewetensvol in dit verband een andere lading heeft dan moraliteit. Narcistische mensen staan bekend om hun minder gewetensvolle houding naar anderen toe; ze gaan zelf voor. Maar als je de term ‘gewetensvol’ toepast op het je kunnen inhouden, op de mate waarin je jezelf in de hand hebt, heb je het over iets anders.

De onderzoekers Foster en Trimm hebben het dan ook over een ander concept: op meetbaar gedrag in de vorm van impulscontrole, zelfcontrole, egocontrole, het vermogen om bevrediging uit te stellen, en geduld of ongeduld. Dat lijken aspecten te zijn waar narcistische mensen meer moeite mee hebben: het moet nu gebeuren.

Spanning zoeken

Maar, om het ingewikkeld te maken, er speelt nog een factor mee. Narcistische mensen lijken eerder geneigd om spanning op te zoeken (‘sensation seeking’). Daarbij zijn ze minder gevoelig voor de effecten op de lange termijn en meer gericht op de winst die hier en nu behaald kan worden.

De snelle jongens met hun blingbling, die geen opleiding afmaken en tal van verkeersovertredingen begaan, zijn een voorbeeld van dit gedrag. Ze willen het hier en nu en ze denken er niet bij na dat dat gedrag later in hun nadeel uit kan pakken. 

Narcistische mensen zijn dus meer op de buitenwereld gericht, ze willen hoog op de aandachtsladder staan, ze zijn minder in staat om hun behoeften uit te stellen, ze zijn gericht op de winst op korte termijn en denken weinig na over het nadeel op langere termijn.

Als ik dit zo op een rijtje zet zijn er nogal wat overeenkomsten tussen mensen met narcisme en jongeren (vooral jonge mannen) met een lichte verstandelijke beperking. 

Narcisme en hechting

Naar mijn mening hebben narcisme en onveilige hechting alles met elkaar te maken. Maar is dat ook zo? Of is het een idee dat uit mijn brein is ontsproten en dat nergens op is gebaseerd? 

Mijn gedachte is gebaseerd op het idee dat narcistische mensen niet goed in staat zijn tot samenspel. Andere mensen zijn voor hen bedreigend en dus moeten ze ‘gecontroleerd’ worden. De narcist is als kind in zijn spel en als volwassene in zijn werk en in relaties vooral bepalend, controlerend naar anderen toe.

We laten iemand die hier uitgebreid studie naar heeft verricht aan het woord. “In overeenstemming met eerdere rapporten in onze studie was pathologisch narcisme, significant en substantieel geassocieerd met onveilige hechtingsstijlen bij zowel niet-klinische als klinische deelnemers.” Dus of mensen narcistisch zijn en buiten de hulpverlening blijven, of dat ze professioneel hulp krijgen, in beide gevallen zagen de onderzoekers dat er sprake was van onveilige hechting. Het gaat daarbij zowel om de polen ‘grandiositeit’ als ‘kwetsbaarheid’. Bij grandiositeit zie je het zichzelf opblazen, bij kwetsbaarheid het snel gekrenkt en gekwetst worden.

Angstig-vermijdend gehecht

Bij het narcisme lijkt vaak sprake te zijn van angstig vermijdende hechting. Dat wil zeggen dat de persoon het liever allemaal zelf in zijn eentje regelt: hulp zoeken is er niet bij. Mensen met narcisme zijn vooral met zichzelf bezig waardoor ze minder energie over hebben om te investeren in gelijkwaardige relaties met anderen.

In feite is er sprake van een diepe onderliggende angst om anderen te vertrouwen en om afhankelijk te zijn van anderen. En als je bang bent om je aan anderen over te geven, dan kun je die ander vermijden, maar je kunt ook de baas gaan spelen over de ander. Beiden kunnen een rol spelen bij narcisme.

Neem de man die solist is in zijn werk (hij kan niet tegen zijn collega's op), maar die thuis alles doet om zijn vrouw en kinderen onder controle te houden.

Coping

Het beeld lijkt gewettigd dat de dominante neiging die mensen met narcisme hebben ten opzichte van anderen terugkomt in de manier waarop ze met stress en tegenslag omgaan (coping). Ze zijn niet voldoende in staat om tegenslag op een gezonde manier te incasseren. Een klein steentje in de schoen kan leiden tot een groot ongemak voor de omgeving.

Zoals bij de manager die een kleine oneffenheid binnen de organisatie meteen straft met ontslag, omdat hij naar buiten toe de schijn op wil houden dat hij alles onder controle heeft. 

De narcist maakt gebruik van primitieve afweermechanismen, die eigenlijk niet passen bij zijn leeftijd. Hij is een klein kind in een groot lijf. Krenking, woede, afgunst en agressie liggen dicht onder de oppervlakte.

Vertaal je dat in termen van hechting, dan zie je dat de narcist niet gewend is om te delen. Hij zoekt het allemaal in zijn eentje uit en dat doet hij door geen hulp te vragen, maar door de ander te domineren. Er zit veel stress in het eigen lichaam en dat leidt gemakkelijk tot een overmate aan primitieve reacties.

Therapie

Narcistische mensen stappen niet gemakkelijk naar de therapeut. Dan moeten ze de controle uit handen geven. Om dezelfde reden wijzen ze mediation af totdat ze geen kant meer uit kunnen.

Voor de therapeut houdt dit gegeven in dat de behandeling ‘low level‘ moet zijn. De narcist is zeer gevoelig voor elke vorm van mogelijke kritiek, die namelijk als afwijzing wordt ervaren.

Een narcistische manager die gewend is met grote stappen door de organisatie te benen en direct beslissingen te nemen zal zich ergeren aan het tempo van de behandeling (‘zonde van de tijd’).

Maar als de therapeut zich laat opjagen door deze patiënt leidt dat tot grote brokken omdat hij te snel wordt geconfronteerd met zijn eigen mogelijke tekortkomingen.

THE STRUCTURE OF PATHOLOGICAL NARCISSISM AND ITS
RELATIONSHIPS WITH ADULT ATTACHMENT STYLES:: A
Study of Italian Nonclinical and Clinical Adult Participants
Andrea Fossati, Judith Feeney, Aaron Pincus, Serena Borroni, and Cesare Maffei, 2014

Spiritueel narcisme

Het komt overal voor. Ook binnen allerlei geloofsgemeenschappen. Mensen die menen dat ze beter zijn dan anderen. 

Bijvoorbeeld omdat ze een bijzondere ervaring ‘in de Heer’ hebben gehad. Omdat ze in tongen kunnen spreken. Maar ook – veel gewoner – omdat ze op een bepaalde manier heel gelovig zijn. Ze doen dagelijks aan Bijbelstudie. Ze kennen bijzondere ervaringen. Ze worden op een bijzondere manier geleid.

Dat kan allemaal waar zijn. Maar het wordt spiritueel narcisme als de persoon daarmee zichzelf centraal stelt. Hij is een betere gelovige dan de ander. Hij zet zichzelf bijvoorbeeld tussen God en de ander; zonder mijn inzichten kun je niet goed geloven. Die ander ‘ is zo ver nog niet’ klinkt het dan nogal eens. Dat narcisme vormt ook de voedingsbodem voor sekteleiders.

Hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk noemde dit ooit spiritueel narcisme. Narcisme is een vorm van denken waarbij je jezelf centraal stelt. Dat zichzelf centraal stellen kan vermomd zijn onder de dekmantel van het geloof.

Het narcisme wordt spiritueel als het vermomd gaat onder de dekmantel van het geloof. Zoals binnen het Boeddhisme. Dat ervoer kunsthistorica Mariëlle Hageman. Ze dacht in Nepal te kunnen onthechten aan de westerse wereld. Maar juist deze religieuze omgeving blijkt een slangenkuil van jaloezie en intriges te zijn. Mensen die dingen zien die anderen niet zien en dus betere gelovigen zijn. Wie zo verheven is mag hard oordelen over de ander. Dat past volgens Lurie allemaal in het narcistische plaatje: het creëren van een voor mij perfecte geloofswereld waarin ik de beste geloofspapieren heb.

Roos Vonk noemt nog een gevolg van dit spiritueel narcisme. Wie zo ‘verheven’ is hoeft natuurlijk weinig narigheid te vrezen. Onprettige gevoelens worden vermeden. “Sinds ik geloof heb ik daar helemaal geen last meer van. Het doet me allemaal niks meer wat ze van me zeggen.” In werkelijkheid zou het best eens zo kunnen zijn dat ze die gevoelens gewoon niet hebt toegelaten.

Geloof kan bergen verzetten. Maar geloof wordt spiritueel narcisme wanneer jij beweert dat je zo goedgelovig bent dat je het zelf bent die die bergen kan verzetten. En dat je daarom beter bent dan alle anderen.

Manipulatief gedrag (3)

Mensen die manipulatief gedrag vertonen zijn vaak te herkennen aan bepaalde patronen in de communicatie. In dit blog vind je een paar voorbeelden die je Pluis-Niet-Pluis-gevoel kunnen aanvullen. 
  1. Mensen die manipuleren hebben de neiging om de ander het gevoel te geven dat hij of zij ontoereikend is. et op of je het gevoel krijgt dat je ontoereikend bent, of beoordeeld wordt. Een veelgebruikte techniek is om je in gezelschap voor gek te zetten of je te plagen zodat je je ontoereikend voelt.
  2. Het voorgaande gebeurt niet eenmalig: de persoon lijkt bij wijze van spreken verslaafd aan het geven van kritiek. Je krijgt het gevoel dat je nooit iets goeds kunt doen. Als iets 99% op orde is ziet deze persoon meteen die laatste ene procent. Ook als het als grap gebracht wordt word je er toch onzeker door.
  3. Mensen die manipuleren vergelijken jou ook graag met de ander. Andere vrouwen doen dat wel. Iedereen doet het zo, alleen jij niet. De buurvrouw houdt de keuken wél goed schoon. “Als ik het aan Rosanne zou vragen zou ze het wél doen”.
  4. Met het voorgaande hangt samen dat de persoon jou een schuldgevoel probeert aan te smeren. Een veel gehanteerde tactiek is dat jij je verantwoordelijk moet voelen voor het geluk of welzijn van de ander. “Als jij wat meer begrip zou tonen, zou je…”, of “Als je echt van me zou houden dan zou je…”, of “Ik heb dit voor jou gedaan, waarom wil jij dit niet voor mij doen? Als je dingen doet die je normaal niet zou (willen) doen ben je waarschijnlijk het slachtoffer van een manipulatieve tactiek.
  5. Je wordt tijdelijk genegeerd. Een manipulator kan je een tijd negeren, zodat je ongerust wordt en aan jezelf gaat twijfelen. Hij of zij neemt de telefoon niet op, reageert niet op appjes. Jij vraagt je af wat er aan de hand is, waardoor de ander in feite de controle over jou heeft. Als je er wat van zegt ligt de schuld bij jou: je moet niet zo achterdochtig of ongeduldig zijn.
  6. Je moet steeds excuses aanbieden. Het ligt altijd aan jou. Daarmee stelt de manipulator zich in de bovenpositie. Sommige manipulators duiken echter in de onderpositie, om daarmee medelijden op te wekken. Ze zeggen meteen dat ze fout zitten en zeggen dat ze helaas nooit iets goed doen en je vriendschap niet waard zijn. Daarmee krijgt het gesprek meteen een andere wending, want jij zult zeggen dat het zo ook weer niet bedoeld was.
Manipuleren kunnen we allemaal, maar sommige mensen zijn er vanuit hun jeugd veel meer bedreven is dan anderen. En in een aantal gevallen is die manipulatie een gevolg van narcisme of van een borderline-persoonlijkheidsorganisatie.  

Manipulatief gedrag (2)

In manipulatief gedrag zit vaak een bepaalt patroon, een soort opbouw van de communicatie. Als je wel eens naar een programma over oplichters hebt gekeken zul je dit patroon herkennen. Maar het doet zich ook dichter bij huis voor...
  1. Manipulatieve mensen beginnen vaak heel vriendelijk. Ze geven je een compliment, waardoor je je gewaardeerd voelt. Bijvoorbeeld dat je zo’n vriendelijke uitstraling hebt, dat je je zo goed verzorgd gekleed hebt, dat je zo’n prettige stem hebt, dat je zo lekker gekookt hebt. Dat kan op zichzelf allemaal waar en welgemeend zijn. Maar bij mensen die je niet goed kent en die zo van wal steken kan er een adder onder het verbale gras verborgen zitten.

2. De ander laat jou veel vertellen over jezelf, waardoor je je gezien en gehoord voelt. Maar de persoon vertelt weinig over zichzelf. Hoewel: hij vertelt wel veel, maar weinig zaken die de binnenkant raken. Dat wat jij vertelt over jezelf wordt ingezet in de tweede fase.

3. Pas als de complimenten verwerkt en de informatie binnengehaald is komt er een tweede fase. De persoon gaat dingen van jou vragen. Je bent zo knap, hij zou best een weekendje met je op stap willen. Of hij of zij begint over tijdelijk financieel ongemak. Hij heeft genoeg geld op de bank, maar hij kan er net even niet bij en hij moet de aanbetaling doen voor een nieuwe auto, anders gaat de aankoop niet door.

4. Als je niet doet wat de persoon wil of als je aarzelt ontstaat er dwingend gedrag. Een manipulatief persoon probeert mensen over te halen. Dat kan door vriendelijk te zijn, door harder te gaan praten, door te vertellen dat het anders helemaal mis met hem gaat (‘dan is het jouw schuld als ik mezelf iets aan doe’). Jij wordt verantwoordelijk gesteld voor zijn (on)geluk.

5. Opvallend is ook vaak het zeer wisselende gedrag, waardoor je van slag raakt. Iemand wordt boos, dwingt jou en erkent daarna ruiterlijk dat hij fout zat en brengt een enorme bos bloemen voor je mee. Maar omdat hij die bloemen mee heeft gebracht smelt je hart en begint het verhaal opnieuw…

6. De feiten worden gemanipuleerd. Als iemand feiten verdraait, of probeert je te overweldigen met feiten en informatie, is er waarschijnlijk sprake van manipulatie. De feiten kunnen worden verdraaid door te liegen, smoesjes te verzinnen, informatie achter te houden, of te overdrijven. Een bekende vorm is het ‘gaslighten’: het verhaal zo verdraaien dat je aan jezelf gaat twijfelen. Het draait allemaal om de macht.

7. Iets doen voor jou waar je niet om gevraagd hebt. Dat is natuurlijk heel aardig, maar de manipulator doet het niet voor jou, maar voor zichzelf. Door je “een dienst te bewijzen”, verwacht hij/zij dat je er iets voor terug doet, en kan hij/zij klagen als dat niet gebeurt.

8. Wentelen in de slachtofferrol. De manipulator gebruikt slachtoffertaal: het is hem allemaal overkomen, hij kon er niets aan doen, hij is zielig, niemand houdt van hem en de anderen hebben hem dit allemaal aangedaan.

Waarschijnlijk herken je in dit gedrag kenmerken die passen bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis of bij de borderline persoonlijkheidsorganisatie.