Manipulatief gedrag (3)

Mensen die manipulatief gedrag vertonen zijn vaak te herkennen aan bepaalde patronen in de communicatie. In dit blog vind je een paar voorbeelden die je Pluis-Niet-Pluis-gevoel kunnen aanvullen. 
  1. Mensen die manipuleren hebben de neiging om de ander het gevoel te geven dat hij of zij ontoereikend is. et op of je het gevoel krijgt dat je ontoereikend bent, of beoordeeld wordt. Een veelgebruikte techniek is om je in gezelschap voor gek te zetten of je te plagen zodat je je ontoereikend voelt.
  2. Het voorgaande gebeurt niet eenmalig: de persoon lijkt bij wijze van spreken verslaafd aan het geven van kritiek. Je krijgt het gevoel dat je nooit iets goeds kunt doen. Als iets 99% op orde is ziet deze persoon meteen die laatste ene procent. Ook als het als grap gebracht wordt word je er toch onzeker door.
  3. Mensen die manipuleren vergelijken jou ook graag met de ander. Andere vrouwen doen dat wel. Iedereen doet het zo, alleen jij niet. De buurvrouw houdt de keuken wél goed schoon. “Als ik het aan Rosanne zou vragen zou ze het wél doen”.
  4. Met het voorgaande hangt samen dat de persoon jou een schuldgevoel probeert aan te smeren. Een veel gehanteerde tactiek is dat jij je verantwoordelijk moet voelen voor het geluk of welzijn van de ander. “Als jij wat meer begrip zou tonen, zou je…”, of “Als je echt van me zou houden dan zou je…”, of “Ik heb dit voor jou gedaan, waarom wil jij dit niet voor mij doen? Als je dingen doet die je normaal niet zou (willen) doen ben je waarschijnlijk het slachtoffer van een manipulatieve tactiek.
  5. Je wordt tijdelijk genegeerd. Een manipulator kan je een tijd negeren, zodat je ongerust wordt en aan jezelf gaat twijfelen. Hij of zij neemt de telefoon niet op, reageert niet op appjes. Jij vraagt je af wat er aan de hand is, waardoor de ander in feite de controle over jou heeft. Als je er wat van zegt ligt de schuld bij jou: je moet niet zo achterdochtig of ongeduldig zijn.
  6. Je moet steeds excuses aanbieden. Het ligt altijd aan jou. Daarmee stelt de manipulator zich in de bovenpositie. Sommige manipulators duiken echter in de onderpositie, om daarmee medelijden op te wekken. Ze zeggen meteen dat ze fout zitten en zeggen dat ze helaas nooit iets goed doen en je vriendschap niet waard zijn. Daarmee krijgt het gesprek meteen een andere wending, want jij zult zeggen dat het zo ook weer niet bedoeld was.
Manipuleren kunnen we allemaal, maar sommige mensen zijn er vanuit hun jeugd veel meer bedreven is dan anderen. En in een aantal gevallen is die manipulatie een gevolg van narcisme of van een borderline-persoonlijkheidsorganisatie.  

Manipulatief gedrag (2)

In manipulatief gedrag zit vaak een bepaalt patroon, een soort opbouw van de communicatie. Als je wel eens naar een programma over oplichters hebt gekeken zul je dit patroon herkennen. Maar het doet zich ook dichter bij huis voor...
  1. Manipulatieve mensen beginnen vaak heel vriendelijk. Ze geven je een compliment, waardoor je je gewaardeerd voelt. Bijvoorbeeld dat je zo’n vriendelijke uitstraling hebt, dat je je zo goed verzorgd gekleed hebt, dat je zo’n prettige stem hebt, dat je zo lekker gekookt hebt. Dat kan op zichzelf allemaal waar en welgemeend zijn. Maar bij mensen die je niet goed kent en die zo van wal steken kan er een adder onder het verbale gras verborgen zitten.

2. De ander laat jou veel vertellen over jezelf, waardoor je je gezien en gehoord voelt. Maar de persoon vertelt weinig over zichzelf. Hoewel: hij vertelt wel veel, maar weinig zaken die de binnenkant raken. Dat wat jij vertelt over jezelf wordt ingezet in de tweede fase.

3. Pas als de complimenten verwerkt en de informatie binnengehaald is komt er een tweede fase. De persoon gaat dingen van jou vragen. Je bent zo knap, hij zou best een weekendje met je op stap willen. Of hij of zij begint over tijdelijk financieel ongemak. Hij heeft genoeg geld op de bank, maar hij kan er net even niet bij en hij moet de aanbetaling doen voor een nieuwe auto, anders gaat de aankoop niet door.

4. Als je niet doet wat de persoon wil of als je aarzelt ontstaat er dwingend gedrag. Een manipulatief persoon probeert mensen over te halen. Dat kan door vriendelijk te zijn, door harder te gaan praten, door te vertellen dat het anders helemaal mis met hem gaat (‘dan is het jouw schuld als ik mezelf iets aan doe’). Jij wordt verantwoordelijk gesteld voor zijn (on)geluk.

5. Opvallend is ook vaak het zeer wisselende gedrag, waardoor je van slag raakt. Iemand wordt boos, dwingt jou en erkent daarna ruiterlijk dat hij fout zat en brengt een enorme bos bloemen voor je mee. Maar omdat hij die bloemen mee heeft gebracht smelt je hart en begint het verhaal opnieuw…

6. De feiten worden gemanipuleerd. Als iemand feiten verdraait, of probeert je te overweldigen met feiten en informatie, is er waarschijnlijk sprake van manipulatie. De feiten kunnen worden verdraaid door te liegen, smoesjes te verzinnen, informatie achter te houden, of te overdrijven. Een bekende vorm is het ‘gaslighten’: het verhaal zo verdraaien dat je aan jezelf gaat twijfelen. Het draait allemaal om de macht.

7. Iets doen voor jou waar je niet om gevraagd hebt. Dat is natuurlijk heel aardig, maar de manipulator doet het niet voor jou, maar voor zichzelf. Door je “een dienst te bewijzen”, verwacht hij/zij dat je er iets voor terug doet, en kan hij/zij klagen als dat niet gebeurt.

8. Wentelen in de slachtofferrol. De manipulator gebruikt slachtoffertaal: het is hem allemaal overkomen, hij kon er niets aan doen, hij is zielig, niemand houdt van hem en de anderen hebben hem dit allemaal aangedaan.

Waarschijnlijk herken je in dit gedrag kenmerken die passen bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis of bij de borderline persoonlijkheidsorganisatie. 

Narcisme: angst, woede en cyberpesten

Michelle E. Pence (lector aan de Universiteit van Texas) en James M. Honeycutt (lector aan de Universiteit van Lousiana) deden onderzoek naar onderliggende variabelen in de persoonlijkheid van mensen met narcisme. 

Kenmerkend voor narcisme vinden de beide onderzoekers dat deze mensen overgevoelig zijn voor kritiek en dat ze dit overcompenseren met opgeblazen zelfoverdrijving. Dat blijkt uit hun cognities (de manier waarop ze de wereld ‘verklaren’) en uit de communicatie. Onderliggend zijn een grote mate van angst en woede.

Opvallend is dat narcistische mensen een grote mate van fantasie bezitten. Ze beelden zich veel in over hun mogelijkheden. Bij sommigen gaat het zo ver dat ze o.a. diploma’s ‘verzinnen’.

Daarnaast willen narcistische mensen graag nieuwe ervaringen opdoen. Het is nooit genoeg. Als ze eenmaal een bepaald doel hebben bereikt willen ze weer een volgend doel halen. Zo kan een narcist meerdere intieme relaties tegelijkertijd aangaan, zonder zich daar echt schuldig over te voelen.

De contacten zijn vaak oppervlakkig, met weinig empathie. Mensen zijn middelen om een bepaald doel te bereiken. Een vriendin met een hoge opleiding is om mee op te scheppen, een mooie verschijning om mee te pronken.

Sociale Media

Opmerkelijk is het profiel van de narcist op Facebook. Hij heeft veel vrienden. Hoe komt dat? Niet doordat hij zo aardig gevonden wordt, maar omdat hij er alles aan doet om maar in beeld te blijven. Narcisten zijn voortdurend bezig met zelfpromotie, plaatsen veel selfies, en veranderen hun profielfoto voortdurend. Ze taggen zichzelf vaak en plaatsen zoveel mogelijk berichten over henzelf op andere sociale media.

Narcistische mensen zijn geneigd tot het hinderlijk volgen van anderen op internet en tot tal van vormen van cyberpesten. Anderen worden bespot en gekleineerd en vooral belachelijk gemaakt. Ze deinzen er niet voor terug om om compromitterende foto’s van anderen te plaatsen. Daarbij proberen ze zoveel mogelijk volgers mee te krijgen in het pestgedrag.

Samenvattend: bij narcisme is sprake van een extern zelfbeeld, ook op sociale media. Hoe meer likes, des te meer gelijk heb je. Angst en woede leiden tot het devalueren van anderen. Het jezelf verheffen ten koste van de ander is een basismechanisme binnen het narcistische proces. 

Kan een narcist empathisch handelen?

Toen ik nog jong was kende ik een meneer die op zijn vrouw ging foeteren als ze ziek was. Altijd als hij het druk had werd ze ziek. Zijn conclusie was dat ze dat expres deed, om hem dwars te zitten.

Als kind had ik weinig verstand van psychologie. Waarschijnlijk was ik weliswaar gevoelig, maar vooral erg naïef. Maar dit verhaal begreep ik niet zo. Het leek me niet zo dat de vrouw dit gedrag vertoonde om haar man dwars te zitten.

Opeens schiet me - tijdens het schrijven van dit blog - een verhaal te binnen. De man had nauwelijks vrienden en omdat mijn vader erg aardig was kwam hij regelmatig bij ons op bezoek. Mijn broer en ik kwamen binnen met ons 'paasrapport' van school. Ik had - zoals te doen gebruikelijk - een niet zo florissant rapport. Hij bekeek mijn rapport en legde het - zonder woorden - terzijde. Daarna bekeek hij het rapport van mijn jongere broer (die in dezelfde klas zat). Mijn broer had allemaal extreem hoge cijfers, zoals vier tienen voor de wiskundevakken. Toen reageerde hij met: "Jij hebt tenminste je best gedaan, zo mag ik het zien."

Als kind registreerde ik zo’n opmerking alleen maar. ‘Vreemd, wat moet ik daar nu weer mee?’ Later ging ik meer van het gezin ‘zien’. Met de kennis van nu zou ik zeggen dat deze meneer veel narcistische trekken vertoonde. Zóveel dat het ook diepe sporen bij een aantal van zijn kinderen heeft nagelaten.

Erica Hepper over narcisme

Op kwam op dit voorval door een artikel van Erica Hepper in het Personality and Social Psychology Bulletin (2014) met als titel: Moving narcism: Can narcissists be empathic?

Er zijn mensen die beweren dat narcisten niet empathisch kúnnen zijn. Het is een niet te genezen handicap. Anderen menen dat narcisten niet de moeite nemen om zich in te leven in anderen. Het is een kwestie van geen goede wil. Erica Hepper ging niet uit van een bepaald oordeel vooraf. Ze wilde weten in hoeverre mensen met narcisme in staat zouden moeten kunnen zijn om zich in te leven in anderen.

Erica Hepper in haar inleiding: “Empathie speelt een cruciale rol bij het bevorderen en onderhouden van sociale relaties. Narcisten hebben geen empathie, en dit kan hun interpersoonlijke mislukkingen verklaren. Maar waarom hebben narcisten geen empathie? Zijn ze niet in staat, of is verandering mogelijk?”

Drie studies gingen in op deze vraag.

  1. Uit het eerste onderzoek bleek dat het verband tussen narcisme en weinig empathie vaak heftiger is als het om specifieke personen gaat. Je zou daaruit bijvoorbeeld kunnen vermoeden dat degene die het meest belangrijk is voor de narcist en dus ook vaak degene die het meest nabij staat ook het grootste slachtoffer zal zijn van het narcistische gedrag. De narcist zal bijvoorbeeld op zijn rechten gaan staan en/of de ander devalueren. Daar moest ik aan denken in het eerder genoemde voorbeeld.

2. De tweede studie onderzocht in hoeverre het mogelijk is dat mensen met narcisme zich gaan leren verplaatsen in het perspectief van de ander. Je zou het gedrag van de man uit het voorbeeld kunnen zien als een vorm van controle. Als zijn vrouw ziek was had hij daar geen controle over. Ook het huishouden verliep niet meer zoals het zou moeten lopen. Hij was leraar en op school was hij ‘de’ docent en waren de rollen duidelijk. Maar in het gezin werd het een probleem als zijn vrouw niet beschikbaar was. Dan was hij de controle kwijt.

Maar als je mensen met narcisme nu eens instrueert op het nemen van perspectief: zou dat kunnen werken? Mensen met narcisme willen de ander onder controle houden. Er is geen samen: zij bepalen. Dat zie je in het samenspel van en door peuters: er is er vaak eentje die voor de ander bepaalt wat er gedaan moet worden en wat de regels zijn. Als je nu eens van die behoefte aan controle af zou stappen en eerst eens bedenkt hoe de ander naar de situatie kijkt?

3. De derde studie onderzocht het effect van deze interventie, inclusief de hartslag. Het bleek dat het leren perspectief te nemen de stress deed verminderen: de hartslag werd lager. En omdat de stress afnam (uitgelokt door de behoefte aan controle) was ook het vermogen tot (mede) lijden groter.

Empathie valt (deels) aan te leren

Erica Hepper constateert op basis van haar studie dat ook mensen met narcisme in staat geacht kunnen worden tot empathisch vermogen. Dat gaat niet vanzelf; er is een interventie nodig: het vermogen dat anderen vanzelf hebben moet mensen met narcisme worden aangeleerd.

Als nadeel van de studie noem ik dat het een laboratorium-situatie betreft. in hoeverre de man uit ‘mijn’ voorbeeld in de praktijk opeens bewogen zou kunnen reageren op zijn zieke vrouw is nog wel de vraag.

Dit onderzoek raakt aan het thema 'mentaliseren'('dat wil ik, wat wil jij?') dat ik in het kader van studies naar het behandelen van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis besproken heb. 

Drie verschijningsvormen van narcisme

Er is veel geschreven over pathologisch narcisme. De vraag is natuurlijk wel waar het 'gewone' narcisme eindigt en de pathologie begint. Dat is net zo'n geleidelijke overgang als bij achterdocht.

Een klein beetje narcisme kan geen kwaad. In bepaalde beroepen functioneer je zelfs beter met een snufje narcisme in je rugzak. Het wordt pathologie als het anderen sterk belemmert in hun functioneren.

Opmerkelijk is dat ik hierbij het accent leg op ‘anderen’. Dat komt omdat veel narcisme naar buiten toe gericht is. De narcist heeft vooral een extern zelfbeeld. Dat wil zeggen dat hij er vooral op gericht is om indruk op de ander te maken. Van dat oordeel is hij afhankelijk. Je zou kunnen zeggen: de narcist is zichzelf niet.

Uit mijn vroegere psychologieboek voor de HBO-opleiding: “de neuroot kust de hand die hem slaat, de narcist slaat de mond die hem kust. Hoe belangrijker je bent voor de narcist, des te groter de kans dat je klappen oploopt”.

En dan nu die verschijningsvormen

  1. ‘De’ narcist is er op uit om bewondering op te roepen. Eigenlijk wil hij groter worden ten koste van de ander. Als je de lijn doortrekt is het uiteindelijke doel dat de ander zich onderwerpt. De narcist is de meerdere.

2. Daarmee kom ik op het tweede – meest ingewikkelde – punt. Dat is de narcist in een zorgrelatie. Dat is degene die zich opoffert. Paula Lampe schreef in dit verband over ‘het Moeder Teresasyndroom’ (al denk ik dat met Moeder Teresa geen recht doet). Het doel van deze zorgverlener is niet om de ander recht de doen, goede zorg te bieden, maar om door die zorg zelf een beter mens gevonden te worden. Het is een verschijnsel dat Friedrich Nietzsche al heeft aangevoeld.

Daarmee wil ik zorgverleners niet verdacht maken, want zij zijn het goud voor de samenleving. Maar tussen de mensen die hulp bieden aan anderen zitten ook mensen die de afhankelijkheid van de ander inzetten voor een voor hen verheven doel: zichzelf beter voelen en daardoor gewaardeerd worden. In extreme mate doet zich dat voor bij het het Syndroom van Münchhausen by Proxy: de ander ziek maken zodat jij nét op het goede moment de reddende engel bent geweest.

3. Dan zijn er ook mensen met pathologisch narcisme die zichzelf constant uitvergroten. Zij zijn de grootste, de beste, de meest aardige en de meest sociale, zij zijn de enigen die altijd klaar staan voor de ander. Soms dichten ze zich ook titels toe die ze nooit behaald hebben (de arts die geen arts blijkt te zijn). Daar kun je misschien nog om lachen.

Maar de ernst zit in het feit dat ze zich het recht toedichten om boos te worden op de ander. Ze hebben – om iemand, al ben ik vergeten wie, te citeren: “ze hebben carte blanche om woedend te zijn”.

Ze mogen ongelimiteerd uit hun plaat gaan, want dat hoort er nu eenmaal bij als je zo belangrijk bent. Als ze ontploffen heeft de ander het er naar gemaakt. Daar passen dus ook geen excuses bij.

Als dat regelmatig voorkomt noem ik het pathologisch: het is grensoverschrijdend en gaat niet vanzelf over. 

Zichtbare vormen van narcisme

Zoveel boeken er zijn over narcisme, bijna zoveel indelingen worden er beschreven. Dit is een vrij handzame indeling, omdat hij nogal zichtbaar is.

Kenmerk van al deze mensen is dat diepgaande relaties moeizaam voor hen zijn. Daarom moeten ze de buitenkant oppoetsen.

  1. De financiële narcist: fiets eens door een wijk met protserige villa’s met vaak grote hekken en je hebt een eerste indruk van de financiële narcist. En kijk eens naar de auto’s die op de oprijlaan staan en je ziet het beeld nog eens bevestigd. Het heeft te maken met een afgeleid zelfbeeld: je moet jezelf bewijzen aan de hand van wat je bezit.
  2. De seksuele narcist: de mensen die voortdurend de aandacht willen trekken naar hun uiterlijk. Zoals Narcissus zichzelf in het spiegelende water bekeek, zo willen deze mensen dat er naar hen gekeken wordt: ze zijn ingenomen met zichzelf maar er moet ook naar hen gekeken worden. Kijk maar eens rond het strand hoe sommige mannen en vrouwen daar paraderen. Of op een modeshow. Ik zou het ‘seksuele aspect’ breder willen trekken: het narcisme kan ook zitten in buitensporige piercings, tattoos of ‘extreme’ kleding.
  3. De intellectuele narcist:  deze mensen proberen vooral op te vallen door hun intellectuele prestaties. Ze moeten bijvoorbeeld zoveel mogelijk geciteerd worden in vakbladen. Als ze zichzelf voorstellen moet er een maximaal aantal intellectuele wapenfeiten vermeld worden. Onder een ingezonden in de krant moeten nadrukkelijk de titels worden vermeld. En ze hebben natuurlijk ook altijd gelijk. Onderzoek dat hun gegevens weerspreekt deugt bij voorbaat al niet.
  4. De machtsnarcist: zij willen zoveel mogelijk gezien worden als de persoon die de macht in handen heeft. “Ik heb 500 medewerkers onder me en ik draai een omzet van 32 miljoen” (aldus de directeur van een verpleeghuis). Het ging in zijn verhaal niet om de zorg voor ouderen, maar om de omzet.
Een leidinggevende die de kenmerken heeft van een machtsnarcist veroorzaakt de meeste lijdensdruk voor zijn omgeving. Hij denkt niet inhoudelijk, maar strategisch. De inhoud wordt op den duur van ondergeschikt belang. 
"Je herkent de machtsnarcist aan de vele ontslagprocedures binnen de organisatie en de tonnen die dat kost aan afkoopregelingen. Want hoe dan ook: wie niet loyaal is aan de machtsnarcist moet binnen de organisatie het veld ruimen."

Narcisme en macht

Narcistische mensen overschatten hun eigen vaardigheden en onderschatten de kennis en mogelijkheden van anderen.

Zoals het plaatje van Narcissus die zichzelf spiegelt in het water zien narcisten vooral zichzelf, de ander is slechts het decor. Daarbij zijn ze zó gericht op hun eigen keuzevrijheid dat ze anderen zien in het licht van hun eigen gerief. De ander is er om mijn bestaan gemakkelijker te maken (Sedikides, Campbell, Reeder, Elliot en Gregg (2003).

Van narcisten wordt ook gezegd dat ze een alomtegenwoordig gevoel van ‘recht hebben op’ hebben, gezien hun grootsheid en buitensporig hoog zelfbeeld. Ze voelen zich uniek, speciaal en hebben recht op een bevoorrechte behandeling.

Een voorbeeld is een man (ik noem geen namen, maar de naam van die man is bij de redactie bekend) die steevast te laat op zijn werk bij de universiteit kwam. Volgens hem was dat normaal, vanwege zijn buitengewone verdiensten voor de universiteit. In werkelijkheid was de man met een promotie-onderzoek bezig en was hij het dus juist die afhankelijk was van de universiteit om te kunnen promoveren. Dat hij nooit is gepromoveerd lag echter niet aan hem...

Tenslotte wordt aangenomen dat narcisten een sterk verlangen hebben om hun macht te effectueren. Ze zetten hun gevoel van grootsheid en superioriteit in om anderen te imponeren.

Macht kan ook een middel zijn om bewondering te krijgen en het gevoel van grootsheid, superioriteit en ‘het recht hebben op’ in de praktijk te verzilveren. .

Theatrale narcisten vertonen ook een op macht en controle berustende ‘liefdesstijl’ in hun intieme relaties. Ze willen de controle over hun partner(s). Dat verklaart bijvoorbeeld waarom een narcistische man precies wil weten wat zijn partner op een bepaald moment doet. Omgekeerd meent hij dat hij recht heeft op zijn eigen vrijheid en dat zijn partner zich niet met zijn bezigheden moet ‘bemoeien’.

Samenvattend komen onderzoek en theorie samen in de conclusie dat narcisten verslaafd zijn aan de behoefte voelen om hun zelfbeeld van grootsheid, superioriteit, recht en macht naar de praktijk toe om te zetten in daadwerkelijk gedrag.

Een narcist droomt niet alleen van de macht. Hij wil die fantasie omzetten naar de praktijk. Hij wil daadwerkelijk macht en controle over anderen kunnen uitvoeren. 

Narcisme en perfectionisme (2)

Er blijkt een duidelijk verband te bestaan tussen narcisme en perfectionisme. Narcistische mensen zijn niet perfect, maar ze willen naar de buitenwereld de schijn ophouden dat ze dat wél zijn. 

Dat perfectionisme betreft zowel de ‘grandiose narcist’ (die we allemaal wel kennen als de bluffer) als de ‘covert’ (verborgen) narcist. Beiden ervaren het als een ramp als er ontdekt wordt dat ze tekortkomingen hebben.

Een bijkomend probleem is dat narcistische mensen extra vatbaar zijn voor psychische problemen naarmate ze ouder worden. Het wordt namelijk steeds moeilijker om de schijn op te houden dat ze alles kunnen en dat ze overal goed in zijn. Dat betreft ook het uiterlijk: elke oneffenheid moet worden weggewerkt.

Johan vermeldt op Linked In dat hij filosofie, psychologie en rechten heeft gestudeerd en dat hij eigenaar is van een adviesbureau. In werkelijkheid heeft Johan maar een paar maanden college gevolgd in deze studies en is er alleen een vage website van dit adviesbureau. Hij heeft nog nooit een opdracht binnen gehaald. Vroeger kon hij dit nog wel een beetje verbloemen (er zaten grote opdrachtgevers 'in de pijplijn'), maar dat wordt steeds ingewikkelder. Geleidelijk valt hij door de mand en dat is voor hem onverdraaglijk.  

Het is ook het probleem van topsporters die niet meer hun doelen kunnen halen. Ze zijn hun prestaties, maar wie zijn ze zelf? Zo beschrijft Rosenthal het leven van een zekere Nathan, een veelbelovend sporter die op zijn 30e wordt geplaagd door artritis, zijn doelen niet meer kan halen en terugvalt in een zware depressie. Hij komt niet meer in het nieuws, hij heeft geen fans meer en hij haalt geen prestaties meer. Hij is dus niets meer (de bekende narcistische ambitendentie: je bent alles óf je bent niets). De kans op suicide bij mensen die een extreem hoog streefniveau hebben en zeer gevoelig zijn voor faal-ervaringen is veel hoger dan bij andere mensen.

Een andere manier om een knik in de ontwikkeling te maskeren is overcompenseren. Mogelijk zou je de omslag van voormalig topvoetballer David Icke (elders op dit blog) in dit kader kunnen bekijken. Na de sport vond hij compensatie in zijn werk als sportverslaggever voor de BBC en inmiddels heeft hij zijn aandacht verlegd naar extreme complottheorieën. Hij krijgt er in elk geval veel aandacht door en mee.

Zoals ik al eerder schreef doen tal van mensen in de coronasceptische beweging zich voor als arts, als iemand die gepromoveerd is of als directeur van een ziekenhuis. Ze zijn echter nooit arts geweest, ze zijn niet gepromoveerd aan een erkende onderwijsinstelling en het ziekenhuis waar ze van zeggen directeur van te zijn heeft hen nooit in dienst gehad. Vaak hebben ze een paar jaar medicijnen gestudeerd en die studie niet afgemaakt, maar ze compenseren dat falen door zichzelf extra groot te maken. 

Een sleutelbegrip om narcisme te kunnen begrijpen is dus het onderliggende perfectionisme. Dat treft zowel de ‘grandioze’ narcist als de ‘verborgen narcist’. Beiden willen de schijn hoog houden. Daarbij blaast de grandioze narcist zichzelf extra groot op, zelfs als hij faalt (‘er is gefraudeerd’). De ‘verborgen narcist’ is gevoeliger voor (ontdekte) faalervaringen. Hij wil absoluut niet dat wordt ontdekt dat hij minder bereikt dan hij zich in zijn perfectionisme voorgesteld had.

Uit: Handbook of the Psychology of Narcissism ISBN: 978-1-63463-005-4Editor: Avi Besser © 2014 Nova Science Publishers, Inc.. Chapter 3: UNDERSTANDING THE  NARCISSISTIC PERFECTIONISTS AMONG US: GRANDIOSITY, VULNERABILITY, and the Quest for the Perfect Self, door Gordon L. Flett, Ph.D..  Simon B. Sherry, Ph.D. ,Paul L. Hewitt, Ph.D. en and Taryn Nepon, M.A.

Narcisme en perfectionisme (1)

Perfectionisme is een valkuil van veel mensen. Meestal wordt perfectionisme gerelateerd aan neuroticisme. Neurotische mensen kunnen er slecht tegen als iets niet perfect in orde is. 

Maar hoe zit het met narcisme. Willen narcistische mensen niet evenzeer perfect zijn, of althans perfect overkomen?

De hypothese van de auteurs Gordon L. Flett, Simon B. Sherry en Paul L. Hewitt is dat het bij narcistische mensen misschien nog wel meer dan neurotische mensen draait om perfectionisme. Het is daarbij echter vooral het streven om naar de buitenwereld perfect te zijn. Met andere woorden: dat er misschien van alles mislukt kan waar zijn, maar het is niet zo erg zo lang als de ander er maar niets van merkt.

Dat streven naar perfectionisme naar buiten toe maakt narcistische mensen nog meer dan neurotische mensen kwetsbaar voor negatieve ‘life events’. Het zakken voor een tentamen is niet alleen vervelend (neuroticisme: ‘zie je wel, ik haal het tóch niet’), maar het leven stort in omdat mensen met narcisme zo afhankelijk zijn van het applaus door anderen. Natuurlijk hebben ze hun afweer (‘de docent die niet goed les heeft gegeven, de fout in een examenvraag’), maar het is vooral de krenking die pijn doet.

Uit een onderzoek komt naar voren dat geheimhouden van het falen het meest kenmerkend is bij mensen met narcisme. Ze zullen er dus alles aan doen om maar te verbergen dat ze een fout hebben gemaakt. Dat is eigenlijk nog belangrijker dan het naar buiten toe opscheppen over hoe goed ze zijn. Het voorkomen dat anderen fouten opmerken is dus een nog belangrijker drijfveer in het gedrag dan het opblazen van eigen prestaties.

Mensen met narcisme vervallen automatisch in bepaalde denkpatronen en overtuigingen en slagen er niet in om anders naar een bepaalde situatie te kijken. Ze houden koste wat het kost de schijn hoog van onkwetsbaarheid, om daarmee hun kwetsbaarheid te verbergen. Dat kost veel psychische energie.

Mensen met narcisme maken het leven altijd zwaar voor zichzelf omdat ze niet met gebrokenheid om kunnen gaan. Je bent óf perfect, of je stelt niets voor in het leven. Een tussenweg is er niet (Theodore Millon). 

Persoonlijkheidsstoornis en geweld (5)

Volgens Richard Howard (2015) is een persoonlijkheidsstoornis op zichzelf geen verklaring voor het gebruit van geweld. Er moet meer aan de hand zijn. 

Tegenwoordig wordt het onderscheid gemaakt tussen de ‘overt’ narcist en de ‘covert’ narcist. De overt narcist kennen we: dat is vooral theater. De covert narcist herken je veel moeilijker. Dat kunnen stille, meegaande mensen zijn. Eén van hun belangrijkste kenmerken is de extreme gevoeligheid voor waardering en goedkeuring. En daarmee ook de gevoeligheid voor krenking.

Het is deze ‘covert’ narcist die onverwachts zeer gewelddadig uit de hoek kan komen. Dan lees je bijvoorbeeld achteraf: ‘Het was een onopvallend persoon in de wijk. Hij ging een beetje zijn eigen gang. Hij was vriendelijk en behulpzaam. Zou hij zóiets kunnen doen?’

Waarschijnlijk is er dan sprake geweest van een opeenstapeling van allerlei vormen van krenking geweest. Bijvoorbeeld: een contract wordt niet verlengd, afgewezen worden voor een meisje, zich niet gewaardeerd (voelen) door een familielid.

Terwijl bij de ‘overt’ narcist de drempel naar acting out lager ligt (ook vanwege het zoeken naar spanning) gaat het bij de ‘covert’ narcist veel meer om een opstapeling. Uiteindelijk stroomt de emmer over. Er is een trigger en dan gaat het gebeuren. Meestal niet meteen, maar na een tijdje.

De uiteindelijke trigger is dan vaak een waanidee (‘delusional ideation’). Het is de stalker die zeker weet dat een vrouw verliefd op hem is. Ze wijst hem keer op keer af, maar dat kan niet waar zijn, want ze is toch écht verliefd op hem.

Deze denkstoornissen spelen mogelijk vaker een rol dan we geneigd zijn te denken. Ze zetten zich vast in het hoofd en ze zijn bijna niet meer uit te wissen. Het speelt bijvoorbeeld een rol bij tal vanm (v)echtscheidingen, waarbij de ene partner zeker weet dat de andere partner vreemd is gegaan, de kinderen mishandeld heeft enzovoorts. In feite heeft de persoon in kwestie zichzelf gehersenspoeld.

Verborgen, covert narcisme vormt dus op zichzelf geen verklaring voor geweld. Er moet sprake zijn van gekrenkte ervaringen en dus ook van wraak. De uiteindelijke trigger lijkt te zitten in waangedachten, dus in een vorm van denkstoornis.