Depressief narcisme (1)

Er bestaan tientallen soorten narcissen. Inmiddels zijn er ook steeds varianten op het thema narcisme.

Een bekende indeling is die van overt en covert narcisme. De overt narcist is de theatermaker. Hij of zij valt direct op. Niet gehinderd door enige kennis van zaken etaleert hij met nadrukkelijke stem overal zijn ondeskundigheid.

De covert narcist valt niet meteen op. Hij of zij komt in eerste instantie vaak innemend en empathisch over. Daardoor is het beeld nogal verraderlijk. Je hebt het pas door als het te laat is, zou lezer Jan zeggen.

Stephen Huprich e.a. (2012) noemen depressief narcisme ook hypersensitief narcisme. Een kleine nuancering door een ander kan als een grote krenking worden.

Je denkt dat het gesprek prettig en harmonieus verloopt en opeens vindt er een enorme verbale ontploffing plaats. Dat verbaast jou, want de heer J. leek jou altijd zo vriendelijk en innemend. Maar de heer J. is kennelijk kwetsbaarder dan je denkt.

Huprich e.a. noemen als kenmerken van dit kwetsbare narcisme o.a.:

  • veel angstgevoelens
  • neiging tot depressieve gevoelens
  • gevoelens van schaamte die moeten worden onderdrukt
  • hypergevoelig voor de (vermeende) afwijzing door anderen
  • een weinig ontwikkeld gevoel van eigenwaarde (dat wordt gecaoufleerd door het zich stoerder voor doen dan de persoon is)
  • de neiging om op te gaan in een permanente vorm van zelfbeklag.

Russ e.a. (2008) noemden als kenmerken voor ‘fragiele narcisten’ o.a. de neiging tot depressiviteit en de neiging om ‘onder te duiken’ (vermijding van situaties die bedreigend zijn). Er zouden overeenkomsten zijn met borderline-trekken en met de afhankelijke persoonlijkheidsstructuur.

Je zou denken: dan komen die mensen ‘dus’ aardig over. Maar de andere kant is dat ze – als iemand dichterbij komt – juist zeer kritisch blijken ten opzichte van opvattingen van anderen. Je krijgt gemakkelijk het gevoel dat je het nooit goed doet. Om confrontaties te vermijden ga je op eieren lopen (precies hetzelfde als wat er bij borderline gebeurt). De boosheid van de depressieve narcist wordt al heel snel erg onredelijk en buitenproportioneel.

Depressief narcisme kun je vergelijken met een sterk opgeblazen ballon. Een klein beetje wrijving kan al leiden tot een explosie aan boosheid. Depressieve narcisten staan altijd op scherp.  

Covert narcisme en relaties

De openlijke ('overt') narcist herken je vrij gemakkelijk. Hij valt meteen op door zijn theatrale gedrag, zijn behoefte aan aandacht en waardering en het etaleren van zijn 'vaardigheden' en 'verdiensten'.

De gesloten (‘covert’) narcist herken je pas in een later stadium. Hij is namelijk juist heel goed in het verbergen van zijn narcisme. Wat in eerste instantie een empathische houding lijkt blijkt achteraf juist de valkuil te zijn waar je maar al te gemakkelijk intuint.

Het duurt dus een tijdje voordat de gesloten narcist zijn ware aard laat zien. Ooit werkte ik samen met een psychiater die de term ‘psychopatentermijn’ gebruikte. Het woord ‘psychopaat’ wordt zelden meer gebruikt, maar er is een overlap tussen het klassieke begrip ‘psychopathie’ en het huidige begrip ‘narcisme’. Volgens deze psychiater duurt het drie maanden voordat een ‘psychopaat’ zijn ware aard laat zien.

Elders schreef ik dat er sprake is van een wonderbaarlijke aantrekkingskracht tussen narcistische mannen en vrouwen met borderline. Wat je ook bij beiden ziet is dat ze meteen tot over hun oren verliefd worden en dan zo snel mogelijk bij elkaar intrekken. Om er daarna al heel snel achter te komen dat men in een wel heel heftige relatie is beland. Na drie maanden vallen de eerste fysieke klappen.

Maar het zijn natuurlijk niet alleen mensen met borderline die in de charmes van de narcist trappen. Omgekeerd: narcistische mensen voelen zich aangetrokken tot mensen met bepaalde kenmerken van hun persoonlijkheid.

Wie zijn extra kwetsbaar voor de charmes van de narcist?

  1. Empathische mensen (die uitgerekend niet aanvoelen dat de schijnbare empahtie van de narcist slechts aanvoelen en niet invoelen is)

2. Op de één of andere manier voelen mensen met narcisme gemakkelijk aan wie er een gevoelige persoonlijkheid heeft. Bij die mensen weten ze dan ook een gevoelige snaar te raken.

3. Mensen die ‘codependent’ zijn worden gemakkelijk ‘gezogen’ in de richting van narcistische personen. ‘Codependency’ is vaak een reactie op een traumatische jeugd in een disfunctioneel gezien en heeft raakvakken met de afhankelijke persoonlijkheid. Daar heb ik ook al eerder over geschreven op dit weblog.

4. Mensen die onlangs een heftige levenservaring hebben meegemaakt (zoals een overlijden, echtscheiding of een traumatische situatie) zijn ook vatbaarder voor de toenadering door mensen met narcisme.

5. Narcisten worden ook aangetrokken door mensen die ‘meer’ hebben. Een fysiek knappe vrouw wordt voor een narcistische man een ‘etalagepop’. Het hebben van zo’n partner geeft het ego een ‘boost’.

Het gevaarlijke bij het 'covert' narcisme is dat je dit pas later door krijgt. Deze mensen verbergen hun narcisme. De eerste tijd denkt de partner dat het gewoon een geweldige relatie is. 'Nooit eerder heb ik zo'n bijzonder persoon ontmoet'. 

Narcisme en opvoeding (slot)

Als ouders een narcistische persoonlijkheidsstoornis hebben heeft dat gevolgen voor de opvoedingsstijl. Aldus vier Engelse psychologen, verbonden aan de University of Southampton. 

Uit de studie komt in zijn algemeenheid naar voren dat persoonlijkheidstrekken van invloed zijn op de opvoedingsstijl. Dat verbaast me niets, het kan zelfs niet anders. Dat is dus een open deur, die men nu probeert te onderbouwen.

Het tweede aspect is dat de auteurs constateren dat er een variatie aan narcisme bestaat en dat die variatie leidt tot een genuanceerder beeld dan wanneer je alleen de term narcisme gebrukkt. Dat komt overeen met mijn onderzoek in het afgelopen voorjaar toen ik (illegaal) maar liefst 24 soorten aan narcissen wist te plukken.

De sleutel is het vermogen tot empathie

Maar nu alle gekheid op een stokje. De sleutel voor het goed kunnen opvoeden is volgens de auteurs het begrip empathie. Narcistische mensen die veel vormen van ongezonde coping vertonen scoren vaak ook laag op empathie.

Met coping bedoelen we de manier waarop iemand problemen oplost. Bijvoorbeeld: je krijgt een klein beetje kritiek en je gaat volledig uit je plaat. Je krijgt een bekeuring en je staat te schelden tegen de politie-agent. Je ziet ergens tegenop en je stelt de handeling eindeloos uit totdat het te laat is. Je zit in de problemen en je probeert dat te vergeten door veel te gaan drinken. Je hebt gefaald en om dat te verbloemen blaas je je prestaties extra hard op.

Het bleek dat narcistische mensen die niet in staat waren om goed met problemen om te gaan aanzienlijk lager in empathie scoorden. Ze hadden niet de antenne om goed aan te voelen wat hun kind nodig had. Ze reageerden bijvoorbeeld niet op pijnsignalen van het kind, negeerden de pijn of zeiden: ‘stel je niet zo aan.’

Leerproces?

Kun je dan als opvoeder leren om meer sensitief te reageren? Daar is onderzoek naar gedaan. Dat blijkt te kunnen. Je kunt ouders trainen op het beter en meer sensitief reageren op hun kind. We weten niet hoe lang die resultaten beklijven.

Ik denk dat er een voortdurende onderhoudsdosering nodig is bij ouders die niet van nature gewend zijn om sensitief te reageren op hun kind. Bovendien vraagt elke fase in de ontwikkeling van kinderen ook om nieuwe sensitieve vaardigheden. Een puber heeft een andere sensitiviteit nodig dan een peuter.

Een veronderstelling van de auteurs is dat de behoefte aan controle van de kant van de narcistische opvoeder leidt tot vormen van het kleineren van het kind (verbaal), tot pestgedrag van de kant van de opvoeder, tot het gebruik van fysiek geweld.

Narcistische mensen kunnen slecht met tegenstand omgaan. Het zijn geen teamplayers. Ze doen het goed als ze de baas kunnen spelen. Een peuter die niet doet wat pappa zegt of een puber die tegen zijn ouders in gaat: een narcistische opvoeder kan dat gedrag niet in perspectief zien. “Ik ben je vader, dus ik bepaal!”

Het gevolg is dat er een machtsstrijd ontstaat waarbij er alleen maar verliezers zijn. En als het kind zich thuis niet gehoord voelt leidt dat buitenshuis ook vaak weer tot nieuwe problemen: kinderen houden zich thuis in, maar zoeken buitenshuis de grenzen op. 

Narcisme en opvoeding (1)

Kan een narcistische ouder wel goed opvoeden? Ze vinden zelf meestal van wel. Maar hoe pakt dat in de praktijk uit? 

De Amerikaanse pedagoge Diana Baumrind (vertaald: de godin van de jacht die als koe in een boom is geklommen) maakte al meer dan een halve eeuw geleden het onderscheid tussen:

  • de toegeeflijke opvoedingsstijl (‘permissive’) : er worden weinig eisen gesteld aan het kind, er zijn weinig grenzen, het kind krijgt vaak zijn zin.
  • de autoritaire opvoedigsstijl: de ouder is de baas en legt de regels eenzijdig op, er is sprake van (soms) belonen, maar vooral vaak van sancties, van straffen
  • de autoritatieve opvoeding: een opvoedingsstijl die zowel betrokken, begripvol en accepterend als controlerend, veeleisend en gezaghebbend is tegenover het kind.

Uit alle onderzoeken komt naar voren dat de autoritatieve opvoedingsstijl tot de minste gedragsproblemen leidt bij het kind en ook tot het hoogste gevoel van eigenwaarde: ‘te mogen zijn die ik ben’. Met als kanttekening: een kind is geen appeltaart (Professor Wim ter Horst). Het is niet: ‘ik stop deze stijl er in en dan komt er zo’n kind uit’.

Wat kun je verwachten bij narcistische ouders? Mensen met narcisme zijn egocentrisch, ze hebben ‘grandioze’ gevoelens over zichzelf en ze vertonen weinig empathie.

Tijdens de zitting verscheen de eigenaar van een Amsterdamse buurtwinkel die was overvallen en die sindsdien in een rolstoel zat. De overvaller: "Dan had hij maar niet zo'n winkel moeten runnen. Dan vraag je er om."

De consequentie van de kenmerken van mensen met narcisme is dat ze wel uit kunnen blinken in oppervlakkige contacten (‘keeping up appearances’), maar dat ze zwak zijn in het onderhouden van dieperliggende contacten. Een huwelijk, het opvoeden van kinderen: dat zijn relaties die het moeten hebben van dieperliggende contacten.

  • Je kunt verwachten dat narcistische ouders vaker autoritair zijn in de opvoeding (strenge regels, straffen). Verzet tegen de ouders roept een narcistische krenking op. En dus ook buitenproportionele straffen (zie de documentaires over Ruinerwold).
  • Er zullen ook narcistische ouders zijn die zó met zichzelf bezig zijn dat ze er een ‘laat maar waaien-opvoeding’ op na houden (pedagogische verwaarlozing). Misschien krijgt het kind wel veel luxe kado’s, maar het krijgt weinig aandacht en begrenzing. ‘Als ik er maar geen last van heb.’
  • Je kunt verwachten dat narcistische ouders weinig autoritatief zullen zijn. Bij zo’n opvoedingsstijl hoort een grote mate van empathie. Een kenmerk van narcisme is: weinig empathische vermogens.

Allerlei observatie-onderzoeken laten zien dat narcistische ouders veel minder responsief zijn. Ze pikken de signalen van de kinderen minder op en spelen niet goed in op de behoeften van het kind. Je zou kunnen zeggen: ze hebben er geen antenne voor, ze zien het niet. En ze stellen zichzelf op de eerste plaats.

"Alles is voor niets geweest" zei de vader van een 14-jarige dochter. Hij had ten doel gesteld dat ze topzwemster zou worden. Maar opeens wilde de dochter niet meer. "Mijn hele leven is naar vernieling, elke ochtend om zeven uur naar het zwembad, alles voor niets." 

Narcistische leiders (2)

Ooit was ik betrokken bij een sollicitatieprocedure voor een nieuwe manager. De man had een prachtig verhaal en een klinkende CV. Daarmee bedoel ik niet een Centrale Verwarming. 

De man stak tijdens het gesprek meteen van wal. Hij had veel ervaring bij tal van organisaties waar hij was aangetrokken als interim-manager. Hij had een hele stapel referenties bij zich en hij noemde meteen maar een paar beroemdheden. Maar hij wilde nu wat meer vastigheid, dus hij was op zoek naar een baan waar hij een aantal jaren zou kunnen blijven.

Het klonk allemaal heel geloofwaardig. En dankzij deze positieve eerste indruk kunnen narcisten – bijvoorbeeld bij selectiegesprekken – eerder een voet tussen de deur krijgen en zich omhoogwerken. Barbara Nevicka constateerde zelfs dat narcistische managers op het moment van indiensttreding nogal eens lager gekwalificeerd zijn en er tóch in slagen de mensen met de betere papieren tijdens de procedure te passeren.

Er zijn zelfs mensen die er in slagen om binnen te komen zónder dat ze in het bezit zijn van die papieren. Als de afdeling P & O dan niet even de diploma’s langsloopt haal je bij wijze van spreken iemand binnen als chauffeur zonder dat die persoon een rijbewijs heeft.

De dokter die geen dokter was

Zoals de man die solliciteerde als arts en werd aangenomen. Hij had op zijn CV gezet dat hij van 1985 tot 1991 medicijnen had gestudeerd in Nijmegen. Dat klopte, maar hij was nooit afgestudeerd. Om dat zonder blikken of blozen te kunnen moet je wel érg overtuigd zijn van je kwaliteiten. Toch had hij de man niet gelogen. Er was alleen onvoldoende doorgevraagd…

Opvallend was ook dat deze man binnen de kortste tijd buitengewoon populair was binnen de instelling. Hij wist iedereen om zijn vingers te winden en hij kon met het grootste gemak allerlei medische feiten boven water halen.

Na verloop van tijd, als de narcistische leiders eenmaal een machtspositie hebben, wordt hun negatieve kant echter zichtbaarder. Dat gebeurde ook bij deze (niet echte) arts. Hoe steviger hij zich waande, des te negatiever werd hij over mensen die het niet met hem eens waren. Hij kon totaal niet tegen tegenspraak. Een invaller die aan hem vroeg waar hij een bepaald ‘wetenschappelijk feit’ vandaan haalde kon meteen vertrekken. Je zou kunnen zeggen: naarmate de persoon zichzelf méér overschat wordt zijn houding negatiever naar mensen die niet volgzaam genoeg zijn.

Afgewezen

Terug naar de sollicitant. Binnen enkele minuten had hij het gesprek helemaal over genomen. Hij gaf een soort van college wat er allemaal niet deugde in de zorg. En hij wist wel hoe dat allemaal veranderd kon worden.

Ik zag de drie dames in de sollicitatiecommissie steeds verder weg schuiven. Ze voelden zich duidelijk niet op hun gemak. Dit was geen gesprek: hier werden mensen overdonderd. De man werd niet aangenomen. Vervolgens benaderde hij op hoge poten de P & O – medewerker dat het geen stijl was dat men ‘zo’ met sollicitanten om ging.

Aangenomen

Tot mijn schrik werd diezelfde man aangenomen bij de volgende organisatie waar ik werkte. Hij wist precies hoe het allemaal werkte. Je hoefde hem niets te vertellen. Voor de staf hield hij een gloedvol betoog voor een reorganisatie. Daarbij kon je je voorstellen dat één van de poppetjes boven aan de ladder deze meneer zou zijn.

Na een half jaar werd zijn contract niet verlengd. Hij was woedend en belde allerlei mensen op. Er was achter zijn rug om een coup gepleegd….

Nee, ik weet natuurlijk niet of de man een narcist was. Maar toen ik dit patroon meemaakte moest ik daar wel erg aan denken.

Eén van de kenmerken van narcistische mensen is dat ze zich aan de top als een vis in het water voelen. Ze willen mensen controleren, bepalen hoe anderen zich moeten gedragen. Dat was bij deze man overduidelijk het geval. 

Overgevoelig Narcisme

'De' narcist bestaat niet. Er zijn tegenwoordig tal van dimensies bedacht. De meest bekende is die van 'overt' en 'covert' narcisme. Oftewel: de narcist met toeters en bellen en de narcist die die toeters en bellen probeert te verbergen. 

Jonathan Cheek schreef een artikel over het overgevoelige narcisme. Het is een vorm van ‘covert’ narcisme. Deze mensen proberen bescheiden te blijven en niet op de voorgrond te treden. Ze zijn echter wel snel gekrenkt als ze niet de aandacht krijgen die ze menen te verdienen. Ze worden ook erg boos als ze het gevoel hebben afgewezen te worden.

Voorbeelden van dit overgevoelige narcisme:

  • Het gevoel dat iedereen op je let als je ergens binnen komt. Dat gevoel hebben meer mensen. Soms is daar ook wel reden toe (bijvoorbeeld omdat je te laat een collegezaal binnen loopt en vergeten bent je broek aan te trekken).
  • Overgevoelig zijn voor de manier waarop anderen naar de persoon kijken (bijvoorbeeld: ‘hij wierp mij een kille blik toe’ terwijl de andere persoon zich nergens van bewust is). Ook het steeds weer het gevoel hebben dat je uitgelachen wordt (er wordt gelachen om een opmerking tijdens het gesprek en de persoon in kwestie denkt dat hij of zij uitgelachen wordt).
  • Overgevoelig zijn voor de manier waarop anderen over de persoon spreken (een kleine neutraal bedoelde opmerking wordt opgevat als snoeiharde kritiek). Hier zit een verband met de ‘narcistische krenking’.
  • Algemeen bedoelde opmerkingen steeds weer als persoonlijk opvatten.
  • Problemen waar een ander over vertelt pareren met eigen ervaringen (de persoon vertelt rugklachten te hebben, en de ander heeft vervolgens nog véél ergere rugklachten. ‘Kind, ik weet precies wat je hebt meegemaakt. Ik zal je nog wat vertellen…’ Dat kan natuurlijk ook allemaal waar zijn, maar als iemand jou wat wil vertellen moet je eerste reactie niet zijn dat jij jezelf direct centraal stelt).
  • Het gevoel hebben zeer speciaal te zijn en dus ook speciale aandacht te verdienen. Het niet de speciale aandacht krijgen wordt ervaren als persoonlijke afwijzing. Let op: de hypergevoelige narcist maakt hier niet direct theater van, je merkt het eerder aan het zuchten en steunen, het passieve onbehagen.
  • Grote moeite hebben met het delen van aandacht. In de wetenschap: de discussie welke naam er vooraan moet staan bij een te publiceren artikel. Of persé genoemd willen worden tijdens een dankwoord. Met veel gevoelige narcisten in de zaal duurt het dankwoord van de voorzitter dus langer dan de rest van het programma.
  • Veel behoefte hebben aan erkenning van de eigen deskundigheid. Het bijvoorbeeld fijn vinden als anderen met hun problemen naar jou toe komen, want dan word je erkend. Tegelijkertijd niet open staan voor de ander, het mag de eigen plannen en behoeften niet in de weg staan.
  • Graag een rol op je nemen die publieke erkenning met zich meebrengt. ‘Voor minder doe ik het niet’. ‘Ik ben degene die hier verantwoordelijk voor is’, ‘ik ben in de buurt aangesteld als’, ‘ik ben de wettelijke vertegenwoordiger van…’ Als die publieke erkenning doorkruist wordt (iemand anders neemt een initiatief) is de reactie: controle, op de strepen gaan staan.
  • Invullen voor een ander. De persoon met de afstandsbediening van de TV in de hand die vindt dat we het allemaal leuk vinden om samen naar voetballen te kijken. ‘We zijn het er allemaal over eens dat…’
  • Zo op het oog toegankelijk zijn voor de ideeën van de ander, maar als het er op aan komt vol blijken te zijn van de eigen ideeën. Maar opnieuw: dit liever niet openlijk tonen, maar wel achteraf bijvoorbeeld zeggen: ‘ik heb het altijd al gedacht dat dit geen goed idee was’.
Een 'overt' narcist is gemakkelijk herkenbaar: je doorziet vaak al heel snel het theater. Dat is bij overgevoelige narcisten niet zo. Ze lijken in eerste instantie coöperatief en prettig in de omgang. Maar dat is meteen ook de valkuil. Je hebt het pas door als je het door hebt. 

Een speciale patiënt

Mevrouw Moens vraagt een behandeling aan bij een kliniek. Er is een wachtlijst, maar daar gaat ze niet mee akkoord. Ze drukt net zo lang door met haar wens om vandaag nog gezien te worden, dat een behandelaar uiteindelijk 'ja' zegt. Eenmaal binnen in de spreekkamer steekt ze direct van wal. Ze vertelt welke ziekten ze allemaal heeft en dat geen specialist meer weet wat hij daar mee aan moet. Op de vraag welke behandelaar haar gezien heeft komt ze met een lange lijst. Ze komt niet eens aan werken toe, zóveel onderzoeken heeft ze ondergaan. Maar - zo vertelt ze erbij - niemand wil haar behandelen, want de medische risico's zijn te groot. Ze verwacht echter van de behandelaar dat deze direct een verwijsbrief schrijft voor de beste specialist die hij kan bedenken. Deze zegt dat dat niet kan, want hij moet zich eerst meer verdiepen in haar verhaal. Daarop ontsteekt mevrouw Moens in grote woede. Ze laat doorschemeren dat het is dat ze zo meegaand is, anders zou ze vanavond al een klacht indienen tegen deze specialist.                  

Volgens Martin Appelo, auteur van het boek ‘Een spiegel voor narcisten’ is mevrouw Moens een voorbeeld van een vrouw met een ernstige vorm van narcisme. In vroegere DSM-tijden zouden we hebben gesproken over een theatrale persoonlijkheid.

Er bestaat een aanzienlijke overlap tussen de kenmerken van de theatrale persoonlijkheid, de borderline persoonlijkheidsstoornis en de narcistische persoonlijkheidsstructuur. Al deze mensen willen op een ongezonde manier gezien worden.

Appelo: “Je bent gericht op uiterlijk vertoon, op aandacht, bewondering en erkenning. Je vindt dat de wetten en de regels niet voor jou gelden en dat jij een speciale behandeling verdient” (blz. 73, in Een spiegel voor Narcisten). Je verwacht dat iedereen voor jou klaar staat. Alle mensen hebben een doel in hun leven: ze zijn er ten dienste van jou.

De angstig-depressieve cirkel

Appelo meent dat deze mensen in feite erg bang zijn. Dat wordt gecamoufleerd door zichzelf groter te maken. Hij schrijft in dit verband over de angstig-depressieve cirkel.

  1. Het begint met de instabiele basis: “Ik wil het zelf doen, maar het mag niet.”
  2. Daarna volgt (weer) het opblazen: “Omdat ik zo bijzonder ben gaat de ander alles voor mij doen.”
  3. Er is (weer) geen sprake van wederkerigheid. De boodschap luidt: “Bevredig mij!”
  4. Het vervolg is: Afstoten. “Weg jij, want je bent er niet 100% voor mij.”

Wie is mevrouw Moens?

a. Terug naar mevrouw Moens. We weten niet hoe de basis van haar jeugd is geweest. Wel opvallend is dat ze, ondanks een vermoedelijk hoge intelligentie, nooit een baan heeft gehad. Alsof ze zelf niet aan de slag wil, kan of durft. Dat zou een signaal kunnen zijn van onderliggende angst om te falen, om door de mand te vallen.

b. Mevrouw Moens vindt het eigenlijk heel normaal dat ze de wachtlijsten gewoon kan passeren. Zij is héél speciaal en dat vraagt om een speciale behandeling. Mevrouw Moens verwacht ook direct een behandeling. Ze gaat niet aan de behandelaar in de wijk vragen om een doorverwijzing. Die verwijzing kan de behandelaar van de kliniek toch wel regelen? Bovendien: eigenlijk is die verwijzing helemaal niet nodig. Iedereen kan toch aan haar zien dat zij een speciale behandeling nodig heeft?

c. De boodschap die de behandelaar uitzendt komt eigenlijk niet binnen. Hij wil zich meer verdiepen (dat zou ook een bewijs kunnen zijn hoe speciaal ze is). Maar dat wil mevrouw Moens niet, ze wil direct doorverwezen worden. Is ze misschien bang dat ze bij nader onderzoek met haar verhaal door de mand gaat vallen?

d. Omdat de behandelaar niet meewerkt (in de ogen van mevrouw Moens) klinkt er al direct een klacht in door. ‘Bij deze kliniek zien ze niet hoe speciaal ik ben en weigeren ze mij te behandelen’.  Dat is nog maar een paar stappen verwijderd van een formele aanklacht… Het gevolg van deze houding kan zijn dat behandelaars hun handen niet willen branden aan een patiënt zoals mevrouw Moens. In plaats van samen te werken ontstaan er (van beide zijden) afstotingsmechanismen.

e. Het gevolg is vermoedelijk dat mevrouw Moens zichzelf opnieuw heel bijzonder vindt. Zelfs bij een speciale kliniek wil men haar niet behandelen. Dan moet ze wel héél erg speciaal zijn…

N.a.v.: In: Een spiegel voor narcisten, door Martin Appelo (Boom, 2013).

Klem tussen een moeder met borderline en een narcistische vader

"Kinderen van ouders met een borderline persoonlijkheidsstoornis of van ouders met een narcistische persoonlijkheidsstoornis zijn hun leven lang bezig om zichzelf te bevrijden uit hun verwrongen jeugd".

Aldus het begin van een artikel uit Psychology Today door Randi Kreger. Zie hiervoor de reactie van Catharina op Borderline en kinderen (2).

Eén van de thema’s die het probleem nóg complexer maken is dat vrouwen met een borderline-stoornis en mannen met een narcistische persoonlijkheid zich nogal eens tot elkaar aangetrokken voelen. Natuurlijk is dat niet standaard het geval, maar het komt nogal eens voor. Daar heeft Martin Appelo uitgebreid over geschreven in zijn boek ‘Een spiegel voor narcisten’ (al eerder beschreven op dit blog).

Verdriedubbeling

Kinderen van een ernstig narcistische vader en een moeder met ernstige borderline-problematiek moeten niet alleen zien te overleven met de complexiteit die beide stoornissen met zich mee brengen, ze moeten ook nog hun weg vinden in de spanningen die onvermijdelijk zijn in de relatie tussen narcistische mannen en borderline vrouwen. In feite hebben ze te maken met een verdriedubbeling van de problematiek.

(let wel: ik schrijf hier over ernstige problematiek, niet over lichte trekken. De meeste mensen hebben af en toe wel wat trekjes van borderline en alle mensen hebben af en toe narcistische eigenschappen).

Al eerder heb ik beschreven hoe jaloers een moeder was dat haar dochter werd uitgenodigd door een vriendje op een schoolfeest. De moeder kon het niet verkroppen dat haar man haar weinig aandacht gaf en dat haar dochter opeens een vriendje had. Ze zag haar dochter als haar vriendin en nu ging die vriendin er met een ander vandoor. Dat werd door haar als verlating ervaren. Uit boosheid knipte de moeder de jurk die haar dochter aan wilde trekken in stukken.  

Waar is de vader?

Maar hoe zat het met de vader? De man wilde zich niet mengen in de strijd tussen moeder en dochter. Dat vond hij ‘typische vrouwenzaken’: jaloers zijn op elkaar en de ander geen aandacht gunnen. De dochter vond geen gehoor bij haar vader: hij was de grote afwezige in dit conflict. Hij verliet het pand en ging op stap met vrienden.

Een jaar later won de dochter een plaatselijk muziekfestival. Nu was de vader opeens wél in beeld. Hij ging op bezoek bij allerlei lokale media om aandacht te vragen voor de prestatie van zijn dochter. Hij stelde zich op als haar manager. En daar waar ze aandacht kreeg van de media had haar vader het hoogste woord. Hij stond ook iedere keer nadrukkelijk op de foto.

Verlengstuk

In feite was de dochter een verlengstuk van de vader. De vader gebruikte zijn dochter om daarmee zélf in de schijnwerpers te komen.

Bij de moeder kon de dochter niet terecht, want op kritieke momenten zag de moeder haar dochter als concurrent. Bij de vader kon ze niet terecht omdat hij haar slechts zag als verlengstuk van zichzelf. En omdat er voortdurend spanningen waren tussen beide ouders was de dochter zich altijd zeer op haar hoede. Ze stelde zich bij voorkeur verdekt op, dan was er de minste kans op allerlei aanvaringen.

Stop walking on Eggshells  is de titel van één van de meest bekende boeken over de borderline persoonlijkheidsstoornis. Niet zo voorzichtig doen, stop met op eieren lopen. Dat is een mooie opdracht voor volwassenen, voor contacten op afstand. Maar van jonge kinderen kun je dat niet vragen...

Loekasjenko en Engel

Aleksandr Grigorjevitsj Loekasjenko is één van de machthebbers in de geschiedenis een democratisch model hebben misbruikt om zichzelf absolute macht toe te eigenen.

In 1994 won Loekasjenko de verkiezingen in Wit Rusland. In 2006 zou hij moeten aftreden, maar door middel van een referendum slaagde hij er in om zijn presidentschap te verlengen naar een derde, vierde en inmiddels vijfde termijn.

Vorige week kwam hij in opspraak doordat via een valse bommelding een toestel met een Wit-Russische oppositeleider moest landen in het vliegveld van Minsk. Daar waren andere landen het niet mee eens. Maar een dictator tegenspreken, dat kan natuurlijk niet.

In zijn TV-toespraak zei Loekasjenko de volgende woorden:

  • zoals we hadden voorspeld zijn onze tegenstanders te ver gegaan: ze hebben een rode lijn overschreden
  • daarmee hebben ze aangetoond dat ze geen moraal kennen
  • ze voeren geen informatieoorlog, maar een hybride-oorlog, gericht op de vernietiging van het wit-russische volk
  • maar hij zal nooit zwichten voor deze aanslag op zijn land. De tegenstanders zullen hun gerechte straf niet kunnen ontlopen en zwaar gestraft worden.

Hier zie je karakteristieke psychologische eigenschappen van een narcistisch leider.

Hij stelt zich op als slachtoffer. Vervolgens gooit hij het op de ethische toer: de ander kent geen normen en waarden. De volgende stap is dat er door de tegenstander een vuil spel wordt gespeeld, een strijd beneden de gordel. Maar gelukkig is er een redder die het beste voor heeft met zijn volk. Dat is de heer Aleksandr Grigorjevitsj Loekasjenko in hoogst eigen persoon.

De verhalen van Willem Engel kennen hetzelfde patroon:

De mensen die covid-19 als een gevaarlijke pandemie beschouwen zijn met hun maatregelen en oproep tot vaccinatie over de rode lijn gegaan

Daarmee hebben ze aangetoond dat ze geen moraal kennen: ze voeren een medisch massa-experiment uit zoals zelfs in Hitler-Duitsland niet gebeurde

Het virus is ongevaarlijk, het gaat dus niet om de strijd tegen een virus, maar om het vestigen van een absolute macht

Maar gelukkig zijn er de verzetsstrijders die zich nooit bij deze gang van zaken zullen neerleggen, nooit een mondkapje zullen dragen, geen afstand zullen houden, nooit een PCR-test laten afnemen en nooit gevaccineerd zullen worden.

En degenen die de maatregelen hebben afgekondigd en de vaccinaties hebben gepropageerd zullen hun straf niet ontlopen. Ze zullen veroordeeld worden tijdens de Neurenberg 2.0 processen die momenteel voorbereid worden. 

Narcisme en levensdoel

Nu de narcissen bijna zijn uitgebloeid besteed ik vandaag weer wat aandacht aan narcisme. Want dat is nog niet uitgebloeid. 

Kun je narcisme herkennen aan het stellen van levensdoelen? Wat is je plan voor het leven? Hoe zie je de toekomst voor je?

Het blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen narcisme en het type levensdoel dat (jonge) mensen zich stellen. Aldus de sociaal psychologen Brent W. Roberts en Richard Robins in het Personality and Social Psychology Bulletin.

Bij narcisme zie je een hoge mate aan:

  • hedonistische doelen: een groot huis, een mooie en dure auto, verre reizen kunnen maken
  • economische doelen: een hoog salaris, ‘voor minder doe ik het niet’
  • politieke doelen: invloed hebben, zo mogelijk een politieke carriere, aanzien hebben via de politiek

Er was een negatieve correlatie met sociale doelen. Het ging – bij wijze van spreken – vooral over het wat ik wil bereiken en niet over wat we met elkaar kunnen gaan doen.

Narcistische (jonge) mensen noemden naar verhouding niet vaak:

religieuze doelen (ik wil lid zijn van een kerk, ik wil iets doen met een geloofsovertuiging)

en ook weinig esthetische doelen (ik wil vaak een museum bezoeken, mijn huis moet smaakvol zijn ingericht, ik wil me verdiepen in de kunst).

Bij narcisme draait het om de blingbling en de pingping

Narcistische (jonge) mensen wilden graag:

  • een hoge mate van welvaart
  • een belangrijke functie waar mensen tegenop kijken (representatief, veel aanzien)
  • veel invloed uit kunnen oefenen op hun omgeving, een leidinggevende functie (dus kunnen bepalen voor anderen)

Maar willen we dat niet allemaal? Misschien wel een beetje. Bij vragenlijsten bij narcisme springen deze kenmerken er duidelijk meer uit dan bij bijvoorbeeld neurotische mensen. Die willen juist liever niet opvallen, functioneren liever in de luwte en hebben meer de neiging 0m te vermijden.

Bij narcisme draait het meer om blingbling en pingping. Geluk is voor hen: welvaart, aanzien en kunnen bepalen voor anderen. Liever bepalen voor de ander dan samenwerken met de ander.