Persoonlijkheidsstoornis en geweld (5)

Volgens Richard Howard (2015) is een persoonlijkheidsstoornis op zichzelf geen verklaring voor het gebruit van geweld. Er moet meer aan de hand zijn. 

Tegenwoordig wordt het onderscheid gemaakt tussen de ‘overt’ narcist en de ‘covert’ narcist. De overt narcist kennen we: dat is vooral theater. De covert narcist herken je veel moeilijker. Dat kunnen stille, meegaande mensen zijn. Eén van hun belangrijkste kenmerken is de extreme gevoeligheid voor waardering en goedkeuring. En daarmee ook de gevoeligheid voor krenking.

Het is deze ‘covert’ narcist die onverwachts zeer gewelddadig uit de hoek kan komen. Dan lees je bijvoorbeeld achteraf: ‘Het was een onopvallend persoon in de wijk. Hij ging een beetje zijn eigen gang. Hij was vriendelijk en behulpzaam. Zou hij zóiets kunnen doen?’

Waarschijnlijk is er dan sprake geweest van een opeenstapeling van allerlei vormen van krenking geweest. Bijvoorbeeld: een contract wordt niet verlengd, afgewezen worden voor een meisje, zich niet gewaardeerd (voelen) door een familielid.

Terwijl bij de ‘overt’ narcist de drempel naar acting out lager ligt (ook vanwege het zoeken naar spanning) gaat het bij de ‘covert’ narcist veel meer om een opstapeling. Uiteindelijk stroomt de emmer over. Er is een trigger en dan gaat het gebeuren. Meestal niet meteen, maar na een tijdje.

De uiteindelijke trigger is dan vaak een waanidee (‘delusional ideation’). Het is de stalker die zeker weet dat een vrouw verliefd op hem is. Ze wijst hem keer op keer af, maar dat kan niet waar zijn, want ze is toch écht verliefd op hem.

Deze denkstoornissen spelen mogelijk vaker een rol dan we geneigd zijn te denken. Ze zetten zich vast in het hoofd en ze zijn bijna niet meer uit te wissen. Het speelt bijvoorbeeld een rol bij tal vanm (v)echtscheidingen, waarbij de ene partner zeker weet dat de andere partner vreemd is gegaan, de kinderen mishandeld heeft enzovoorts. In feite heeft de persoon in kwestie zichzelf gehersenspoeld.

Verborgen, covert narcisme vormt dus op zichzelf geen verklaring voor geweld. Er moet sprake zijn van gekrenkte ervaringen en dus ook van wraak. De uiteindelijke trigger lijkt te zitten in waangedachten, dus in een vorm van denkstoornis. 

Persoonlijkheidsstoornis en geweld (4)

Richard Howard omschrijft twee trekken die mogelijk samenhangen met gewelddadig gedrag: impulsief gedrag en een emotieregulatiestoornis.

Impulsiviteit houdt in dat je handelt zonder eerst na te denken over de gevolgen. Dit is een bekend symptoom bij tal van psychiatrische stoornissen.

Toch is het verband tussen impulsiviteit en agressie niet zo eenduidig als het in eerste instantie lijkt. Niet alle geweld valt te verklaren uit impulsiviteit en er is ook verschil in de oorzaken waarom iemand impulsief gedrag vertoont.

Er bestaan verschillende vormen van impulsiviteit. Zo zijn er mensen die gewoon altijd ‘snel’ zijn in hun handelen: ze ‘doen’ meteen zonder eerst na te denken. Dat is bijvoorbeeld vaak het geval bij mensen met ADHD. Maar dat eerst doen en dan pas denken is lang niet altijd een reden voor agressie.

Na tal van overwegingen komt Howard tot de conclusie dat emotionele impulsiviteit een verklaring vormt voor agressief handelen. Je voelt een emotie en daarop reageer je direct, zonder na te denken.

Verband agressie en persoonlijkheidsstoornis

Maar wat is dan het verband met de persoonlijkheidsstoornis? En opeens komt daar dan toch de narcistische persoonlijkheidsstoornis om de hoek zeilen.

Mensen met een narcistische persoonlijkheid zijn vaak spanningzoekers. Ze testen dus in hun omgeving, dagen uit, kijken hoe ver ze kunnen gaan. Ze kunnen dus ook agressie vertonen om de ander uit de tent te lokken. Dat zal vaak in de vorm van woorden zijn, maar het kan ook in de vorm van daden gebeuren. Narcistische mensen kijken vaak tot hoe ver ze kunnen gaan in hun gedrag.

Bij de Borderline Persoonlijkheidsstoornis zien we dat uitdagende gedrag veel minder. Ze reageren direct op een emotionele prikkel. Ze kunnen er door ontregeld raken en gaan vervolgens direct uit hun plaat, zonder er de tijd voor te nemen om even na te denken.

Dat ligt bij narcisme anders. Mensen met narcisme kunnen ook doelbewust een slachtoffer uitkiezen en pas na een (gekozen) opbouw van spanning komt het tot een escalatie.

Narcisme bij vrouwen

Er is een tijd geweest dat men dacht dat autisme een typisch mannelijke stoornis was. Dat is trouwens nog steeds de veronderstelling van een onderzoeker als Simon Baron Cohen. Inmiddels bestaat het vermoeden dat narcisme nét zoveel bij mannen als bij vrouwen voor komt. 

Hetzelfde verschijnsel doet zich voor bij narcisme. Er is decennia lang gedacht dat narcisme een mannelijke stoornis is. Dat is niet zo. De meest opvallende vorm van narcisme zie je wel het sterkste bij mannen, het zogenaamde ‘overt narcisme’. “Ik ben de grootste, de beste, heb bewondering voor mij!”

Maar er zijn tal van varianten op het thema narcisme. Het zijn de meer verstopte vormen van narcisme. In feite zijn die riskanter omdat je het (eerst) niet door hebt. Je tuint er met ogen open in. En het zou kunnen zijn dat die vorm zelfs meer vrouwen voor komt.

Inpalmen

Eén van de kenmerken van vrouwen met narcisme zou te zien zijn in de manier waarop ze mannen versieren. Ik heb hier geen ervaring mee, dus ik moet deze kennis van elders ‘lenen’.

Vrouwelijke narcisten zouden zich – volgens een artikel – profileren door vooral de slechte kanten van anderen te benadrukken. Als ze al één of meerdere relaties achter de rug hebben gaat het vooral om de ‘exen’. Ik citeer: “Met de verhalen over het zware leven met een ex hoopt ze bij de nieuwe partner medelijden op in de hoop op medeleven. Zijn er kinderen in het spel dan zal ze niet schromen deze in te zetten in haar spel om het medelijden en groot medeleven met hen bij de potentiële partner aan te wakkeren.”

Wat opvalt als dat het verhaal al heel snel over de slechte ander gaat (bij de mannelijke narcist zou het vooral over zijn eigen prestaties gaan). Dit is eigenlijk een vorm van ambitendentie (op een voetstuk of in de goot, er bestaan geen tinten grijs).

Niet voor niets wordt er door sommige auteurs geschreven dat er een overlap is tussen narcisme en borderline bij vrouwen. Beiden willen zichzelf centraal stellen. Dat lukt beter als je de ander zwart weet te maken.

Gaslighting

Het tweede fenomeen is dat van het gaslighting. Dat is eigenlijk het de ander in verwarring brengen zodat hij aan zichzelf gaat twijfelen.

Een voorbeeld: je hebt je sleutels op het kastje in de gang gelegd. Opeens ben je ze kwijt. Wat je niet weet is dat je partner die sleutels op een andere plek heeft gelegd. Je vraagt hem om mee te helpen met zoeken. Hij vindt uiteindelijk de sleutels terug op een andere plek.

Wat de dader jou bijvoorbeeld wil laten geloven is dat je best vergeetachtig bent. Er is dus iets mis met je geheugen.

Het gevolg van gaslighting is dat de partner op den duur - door de langdurige emotionele manipulatie - gaat twijfelen aan zijn geheugen. Hij heeft het verkeerd onthouden, het lag dus niet aan de ander. Waarbij voor hij zij kan worden gelezen en omgekeerd. 

Hoe herken je een narcistische schrijver?

'Zonder een bepaalde mate van narcisme valt er niet te overleven'.  Aldus een psychiater waarvan de naam mij ontschoten is. 

Ik denk dan ook dat er bij narcisme sprake is van een spectrum aan narcisme, waarbij het uiteinde wijst op een stoornis.

Kun je narcisme ook herkennen in het schrijfwerk? Ik waag een poging. Maar dat is ook een gewaagde poging. Ik ben immers zelf ook een beetje een schrijver van kortstondige verbale oprispingen.

De onderstaande kenmerken voor narcistisch schrijfgerei vormen natuurlijk geen diagnostisch handboek. Ze geven slechts enkele aanwijzingen. Oftewel: signalen voor herkenning, maar geen hard bewijs. Bij het verzamelen van de kenmerken heb ik enkele bronnen gebruikt, zowel van internet als uit analoge bestanden.

1. Tel eens het aantal woorden ‘ik’ in verhouding tot de totale tekst. Mocht je erg veel ‘ik’ in je eigen blog tegen komen, dan kun je natuurlijk overwegen om op een kinderlijke schrijfvorm over te gaan. “Marieke had het weer erg druk vandaag. Bovendien had Marieke last van haar rug.”

2. De voortdurende neiging om allerlei verdiensten te benadrukken. Prestaties in de sport, werkprestaties, de wijze waarop de schrijver zorgt voor bijvoorbeeld een hulpbehoevende buurvrouw, een ziek kind of een zieke moeder. Of bijvoorbeeld de inzet voor goede doelen en als vrijwilliger. De bedoeling van het schrijven is om hier zoveel mogelijk krediet bij de lezer (‘likes’) voor te verkrijgen.

3. Zoekt actief de waardering op, is snel boos of geeft de moed op als waardering uitblijft. Je ziet dat laatste soms bij bloggers die stoppen als er weinig lezers zijn of reacties komen. Ze schrijven dus niet omdat schrijven leuk is, maar omdat ze behoefte hebben aan aandacht.

4. Schrijft ‘hardvochtig, afgunstig’ over resultaten die anderen behalen. Die prestaties worden voortdurend van kritisch commentaar voorzien of bij voorkeur onderuit gehaald. De manier waarop wetenschappelijk onderzoekers elkaars resultaten bekritiseren zou wel eens aardig in de buurt van deze trek kunnen komen en dus kunnen wijze op een geneigdheid tot narcisme.

5. Reageert als een wesp gestoken als een ander (een blogger bijvoorbeeld) met kritiek komt. Kan het niet laten om een eventueel kritisch commentaar direct van tegenkritiek te voorzien.

6. Heeft de voortdurende neiging om publiekelijk over anderen te oordelen en anderen te veroordelen. Ziet in de sfeer van interactie het eigen aandeel niet ‘in de strijd’. De ander is degene die het probleem veroorzaakt. Dit wordt wel als een kenmerk van kwaadaardig narcisme gezien.

7.  Er zijn ook auteurs bij wie het accent ligt op de slachtofferpositie. Ze laten bij voorkeur lezen aan anderen hoe zwaar ze het hebben. Daar zit ook boosheid onder, maar het accent ligt eerst bij het eigen ongemak en in de tweede plaats bij de rol die anderen hebben bij al dat leed (‘wat anderen mij hebben aangedaan’).  Het beeld past meer bij het depressief narcisme.

8. Soms kun je munt uit je opvoeding slaan. Joop Stolk had (nog in de guldentijd) als één van de stellingen aan zijn proefschrift toegevoegd: “Op de boekenmarkt is een Gereformeerde opvoeding een daalder waard”.

De ego-documenten zijn daarom een verhaal apart: de auteurs die hun levensloop publiekelijk verspreiden. De motieven kunnen (net als bij het bloggen) heel verschillend zijn. Maar je kunt de voorgaande 7 kenmerken ook naast deze publicaties leggen. Daarmee is niet gezegd dat ze dan dus minder waard zijn. De kenmerken laten wel motieven van de auteurs boven water komen.

Afweermechanismen (4)

Ook psychiater Otto Kernberg - net zoals Sigmund Freud afkomstig uit Wenen - heeft veel studie gedaan naar afweermechanismen. Daarbij is het onderwerp dat het meest in de aandacht staat de borderline persoonlijkheidsorganisatie (Kernberg spreekt dus niet van een stoornis, maar van een organisatie). 

Narcisme en borderline

Opmerkelijk is dat Otto Kernberg narcisme en borderline op één lijn plaatst. Hij noemt narcisme in feite een verdedigingsmechanisme tegen de borderline persoonlijkheidsorganisatie. Om het plat te zeggen: narcisme is een verdrongen borderline-stoornis.

Mensen met borderline zijn (in feite) erg afhankelijk van (de mensen in) hun omgeving. De narcist heeft tegen dat idee een muur voor zichzelf opgebouwd. Hij heeft die ander helemaal niet nodig. Om afhankelijkheid uit te sluiten is hij heel tevreden met zichzelf. Maar – aldus Kernberg – van binnen zit dezelfde leegte als bij borderline.

In de therapie zal de narcist ook nooit erkennen dat hij de therapeut nodig heeft, want afhankelijkheid wordt als een ramp ervaren. Hij weet het dus beter dan de therapeut. Niet zelden ontstaat er een soort van wedstrijd tussen de therapeut en de persoon met narcisme, waarbij de persoon met narcisme de kennis van de therapeut bagatelliseert of zelfs belachelijk maakt.

Primitieve en rijpe afweer

Evenals Vaillant (blog van gisteren) maakt ook Otto Kernberg in zijn model over de persoonlijkheidsorganisatie onderscheid tussen primitieve afweer en rijpe afweer. Primitieve afweer brengt hij in verband met een psychotische persoonlijkheidsstructuur en rijpe afweer brengt hij in verband met een neurotische persoonlijkheidsstructuur. Mensen met een borderline persoonlijkheidsstructuur maken wisselend gebruik van zowel primitieve als rijpe afweer. Dat maakt hen ook onvoorspelbaar in het contact.

Polder en persoonlijkheidsorganisatie

Mensen hebben afweermechanismen nodig om te kunnen functioneren. Iedereen komt in zijn leven zaken tegen die hij of zij moeilijk kan verwerken. Om overeind te blijven heb je afweer nodig, precies zoals een polder een dijk nodig heeft om niet onder water te lopen. We zijn ons dat meestal niet zo bewust, maar we zijn steeds op allerlei manieren bezig om het hoofd psychisch boven water te houden.

In de gedachte van Kernberg is het zo dat hoe zwakker het ‘ik’ is, des te meer afweer er nodig is. De dijk moet dan dus hoger zijn. Als het ‘ik’ gefragmenteerd is (je weet niet eens meer wie je bent, dat is bij borderline het geval) ben je eigenlijk de hele tijd bezig met het verleggen van zandzakken om te voorkomen dat de dijk niet instort. Ik zeg het nu overigens in mijn eigen woorden, want Kernberg heeft nooit in een polder gewoond.

Een volwassene die een goede relatie met zichzelf heeft en met zijn omgeving heeft minder afweer nodig en houdt dus meer energie over voor een gezonde ontwikkeling. Maar ook die volwassene maakt gebruik van zijn afweermechanismen. 

Ik ben de baas (1)

In 2012 verscheen een boek over Erich Honnecker, geschreven door één van zijn medewerkers (Lothar Herzog). Eén van de thema's in het boek is de verslaving aan de macht bij deze voormalige DDR-dictator. 

Ik ben altijd benieuwd naar de jeugd van latere dictators en van latere sekteleiders. Zo heb ik me verdiept in de jeugd van Adolf Hitler, Joseph Stalin, Nicolae Ceaușescu en van Saddam Hoessein. Daarnaast van de sekteleiders Jim Jones en van David Koresh. Bij Adolf Hitler is het patroon minder duidelijk, maar bij de andere vier zie je dat er duidelijk sprake lijkt te zijn geweest van emotionele verwaarlozing. De band met de vader was op grote afstand, in combinatie met lijfstraffen, De band met de moeder was vooral ambivalent.

Voor Honnecker telden persoonlijke relaties niet. Mensen waren voor hem inwisselbaar. Hii wlde de macht, de controle over iedereen. Maar als macht een obsessie is heeft dat een andere kant: je wordt ook steeds banger om de macht te verliezen. En dus zag je bij al deze machthebbers een toenemende mate van paranoia. Zelfs als beste vriend of als uitgesproken aanhanger van de leider was je je leven niet zeker. Tal van hoge partijfunctionarissen belandden op die maner in Stasi-gevangenissen.

Daarnaast is het voor deze alleenheersers overduidelijk wie de vijand is. Voor Hitler waren dat de Joden, voor Honnecker de imperialisten of fascisten, voor Pinochet de communisten, voor Mahmoud Ahmadinejad in Iran was dat Israël. Je kunt eigenlijk altijd al uit het taalgebruik herleiden hoe deze leiders functioneren. Ze kunnen niet zonder vijanddenken en dat vijanddenken bepaalt ook de retoriek.

Het maakt ook niet uit wat voor type dictatuur het was: communisme, fascisme, moslim-fundamentalisme: overal zie je dezelfde patronen. De partij en de dictator grijpen steeds meer de macht, de clan om hen heen wordt steeds kleiner, het menselijke aspect verdwijnt steeds meer en de paranoia neemt alsmaar toe.

Het alleen maar kunnen kiezen voor de boven-positie (‘ik bepaal’) is kenmerkend voor onvolwassen communicatie. Het past bij de jonge kleuter die in zijn spel wil bepalen hoe de ander moet handelen. Bij peuters en kleuters is dat een normale fase in het leven. Pas vanaf vijf jaar leert het kind steeds meer samen te spelen zonder dat er perse de hele tijd een volwassene in de buurt hoeft te zijn.

Als die persoon op alle levensgebieden bepalend is, is er iets mis met het functioneren. Het kan te maken hebben met een narcistische persoonlijkheid en mogelijk ook met kenmerken van borderline. Ik kan natuurlijk geen diagnose stellen, maar de kenmerken van narcisme waren bij alle dictators aanwezig en bij de beide sekteleiders zag je ook kenmerken van borderline. 

Disfunctionele managers (3)

Professor R.E. Abraham volgt in het schema van managementstijlen de lijnen van zijn zogenaamde ontwikkelingsdynamische ontwikkelingsprofiel. 

Bij de eerste twee fasen vroeg ik me af: hoe kan zo iemand leidinggevende worden? Als chaos en wisselvalligheid kenmerkend zijn voor de persoon, hoe wil je dan voor continuïteit binnen de organisatie zorgen? Hoe zijn de gesprekken gevoerd? Heeft er een assessment plaatsgevonden? Heeft niemand (in) gezien wat voor vlees men in de kuip had?

Het derde type leidinggevende is veel meer bekend binnen organisaties. De kenmerken komen in de buurt van het narcisme. Gisteren noemde ik deze manager al, vandaag het vervolg.

3. De egocentrische manager

Eén van de kenmerken van egocentriciteit is dat het moeilijk is om je te verplaatsen in de leefwereld of de denkwereld van anderen.

"De zaak hoeft nu niet geregeld te worden" zei een directeur van een zorginstelling, "want tussen kerst en oud en nieuw werkt er toch niemand." De directeur dacht vanuit zijn eigen kaders en had kennelijk niet in de gaten dat op een instelling de zorg dag en nacht doorgaat. Alleen het hoofdgebouw was tussen kerst en oud-en nieuw leeg en verlaten.

Andere kenmerken van egocentriciteit die mij zijn opgevallen:

  • Medewerkers dienen het doel van de manager. Als de manager iemand goed kan gebruiken heeft die persoon goede kansen binnen de organisatie. Iemand die minder ‘te vertellen heeft’ heeft ook minder kansen.
  • De PR staat hoog genoteerd binnen de organisatie. Breidt de PR afdeling aanzienlijk uit, komt de directeur zoveel mogelijk in het nieuws, dan heb je een aanzienlijke kans dat je met een egocentrische baas te maken hebt. De buitenkant moet flink worden opgepoetst.
  • In de publiciteit zie je dat ‘projecten’ waarbij een organisatie naar buiten toe goed kan ‘scoren’ veel meer kansen krijgen, terwijl de andere – meer stille – aspecten van het werk onderbelicht blijven.
  • Egocentrische leidinggevenden lijken ook een voorkeur te hebben voor opvallende en dure bouwprojecten. Daarmee zetten ze een standbeeld voor zichzelf neer.
  • Egocentrisch personen kunnen slecht met kritiek om gaan. Dat geldt ook voor egocentrische leidinggevenden.
Verschillende lezers van dit blog kunnen deze kenmerken nog met een aanzienlijke voorraad uitbreiden.

Splitting (5)

Aan de basis van het splitten ligt het onvermogen van het kind om in grijstinten te denken. De ander is óf goed, óf gevaarlijk. Je vertrouwt iemand óf je vertrouwt die persoon niet. 

Bij dat zwart-wit denken hoort de verwachting dat de goede het altijd met jou eens zal zijn en jou ter wille zal zijn. Het valt niet te verdragen dat de ander een keer ‘nee’ zegt. Waarom wordt dat niet verdragen? Omdat het ‘nee’ zeggen wordt ervaren als een persoonlijke afwijzing. De peuter/kleuter is nog niet in staat om gedrag van persoon te scheiden. Als de volwassene stopt met met hem spelen omdat er nu eenmaal ook andere dingen in huis moeten gebeuren wordt dat als afwijzing gezien.

Nog even in de herhaling:

De Volwassene speelt met kind, moet daarna iets anders doen > kind is teleurgesteld, maar gaat daarna toch verder. Het wordt verdragen dat de volwassene tijdelijk meer afstand houdt, want straks komt het wel weer goed.

B1. Volwassene speelt met kind, moet daarna iets anders doen > kind is woedend. Voelt zich als persoon afgewezen door een oppermachtige en bedreigende omgeving.

B2. Angst camoufleren door zichzelf groot te maken: brutaal zijn tegen Zwarte Piet

C. Ieder kind is uit op controle. Controle is ook: herhaling van patronen: wéér straf krijgen.

Verschil tussen narcisme en borderline

Mensen met narcisme zijn controlerend ten opzichte van de partner; ze willen de ander onder controle houden. Dat verklaart ook de stalking die zo kenmerkend is voor mensen met narcistische trekken. Het feit dat de ander er niet voor de persoon is (op afstand is) wordt als afwijzing en als krenking ervaren.

Bij mensen met borderline zie je een andere dynamiek in de relatie: die van aantrekken en afstoten: “Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt.” Aan de ene kant is er de neiging om veel ruimte op te eisen, aan de andere kant is het ook weer bedreigend als de ander afstand neemt. Dat leidt weer tot ‘claimen’: op allerlei manieren proberen de ander terug te halen. Dat gaat korte tijd goed en daarna begint het afstoten weer omdat nabijheid ook als bedreigend wordt ervaren.

Opmerkelijk is dat uit verschillende studies blijkt dat mensen met narcisme en mensen met borderline elkaar aantrekken. Maar je ziet dus tegelijkertijd ook het mechanisme van afstoting, waarbij de narcist koste wat het kost toch de nabijheid van de partner wil behouden.

Het oordeel over de ander wisselt daarbij van 'de beste man/vrouw die ik ooit ontmoet heb' tot 'de meest wrede potentaat met wie ik ooit te maken heb gehad'. Dat iemand goede en slechte kanten heeft past niet binnen dit denken. 

Splitting (4)

Ik ga (eindelijk) weer verder met het onderwerp 'splitting'. Volgens de meest simpele omschrijving houdt dat in dat de één op een voetstuk wordt gezet en dat de ander juist totaal verguisd wordt. Splitting is o.a. een bijproduct van narcisme en van de borderline persoonlijkheidsstoornis.

Een belangrijk verschil daarbij is dat het splitting bij narcisme de ander treft. De persoon met narcisme zet zijn volgelingen op een voetstuk en trapt degene die hem tegenspreekt de grond in. Mensen met narcisme verheffen zichzelf boven de ander en dat gaat ten koste van de ander.

Het zelfbeeld van mensen met narcisme is daarbij vrij consistent, al zit er bij het ‘verborgen narcisme’ meer variatie in. Maar ook dan zal de ‘klassieke narcist’ ontkennen dat het probleem bij hem ligt. Het ligt altijd aan de ander. Alleen als er winst de behalen valt (bijvoorbeeld strafvermindering, of iemand terughalen binnen de relatie) zal iemand met narcisme voor de buitenwacht erkennen dat hij fout zat.

De borderline persoonlijkheidsstoornis wordt tegenwoordig wel omschreven als een emotieregulatiestoornis. Niet alleen het beeld van de ander, maar ook het beeld dat de persoon van zichzelf heeft kan sterk wisselen. Mevrouw Janssen vindt zichzelf geweldig, maar een klein beetje kritiek is al voldoende om zichzelf totaal niets waard te vinden. Het is dus himmelhoch jauchzend oder bis zum Tode betrübt.

Mensen met een borderline stoornis zetten anderen vaak op een voetstuk, maar diezelfde persoon kan daar ook heel hard vanaf storten. Er bestaan geen grijstinten. En soms kan iemand vervolgens weer opeens ‘dé’ held zijn en opnieuw op dat voetstuk terecht komen.

Een oud voorbeeld dat ik toch weer even noem: ik was betrokken bij een patiënt die tegen de tandarts zei: "Eindelijk iemand die me begrijpt. Wat bent ú een geweldige tandarts!" Daarop zei ik tegen de tandarts: "Hou je dossier op orde!" Na het volgende consult lag er een klacht bij de directie van dezelfde patiënt. Ze had nog nooit zó'n slechte behandelaar meegemaakt. 

Vormen van narcisme (2)

Er zijn tal van indelingen van narcisme mogelijk. En voor allerlei indelingen valt wat te zeggen. Als we ons maar realiseren dat narcisme niet één beeld omvat, maar een breed scala aan verschijningsvormen. 

Exhibitionistisch narcisme

Ronningstam (2005) noemt het exhibitionistische narcisme. Deze persoon vertelt overal hoe geweldig hij is. Het is de klassieke betweter die  met een uurtje op internet beter weet hoe virussen zich verspreiden dan virologen die dag-in, dag-uit met hun vak bezig zijn.

Kenmerkend voor deze mensen met narcisme is dat ze voortdurend de strijd aangaan. Het leven is voor hen één grote wedstrijd, waarbij ze er niet tegen kunnen als een ander beter presteert dan zijzelf. Op den duur gaan ze verbaal om zich heen slaan en de ander degraderen om alsnog hun gelijk te halen. Dus het zichzelf verheffen gaat ten koste van de ander (‘splitting’).

Ze hebben vaak geen gelijk, maar ze willen wel de schijn ophouden en ze zijn er ook nogal eens van overtuigd dat ze ‘toch’ gelijk hebben. Ze zijn – volgens Runningham – ook opmerkelijk veerkrachtig. Als ze een keer enorm door de mand vallen hindert dat hen niet om even later gewoon weer op dezelfde voet verder te gaan. Zie ook de notoire oplichters die af en toe op TV verschijnen. Ze draaien met hun mooie verhalen uiteindelijk de gevangenis in, maar zodra ze vrij zijn begint ze weer van voren af aan.

Fragiel narcisme

In de tweede plaats is er het fragiele narcisme. Deze mensen hebben eveneens als doel om boven de ander te staan, maar ze zijn ook snel gekwetst. Zó snel, dat ze soms voor een isolement kiezen, omdat ze er niet tegen kunnen dat een ander meer succes heeft.

Mensen met exhibitionistisch narcisme walsen over alles en iedereen heen, maar mensen met fragiel narcisme zijn juist breekbaar. Ze overrulen de ander niet, maar ze trekken zich terug als de grond hen te heet onder de voeten wordt.

Er wordt in dit verband ook wel gesproken over depressief narcisme. Deze mensen kunnen wel ‘toetsenbordridders’ worden als het gaat om sociale media, omdat ze dan anderen kunnen blocken en zo een eigen groep van volgers in stand kunnen houden.

Agressie naar buiten of naar binnen

Als je kijkt naar deze beide vormen van narcisme zie je dat de eerste groep zijn agressie externaliseert; de ander moet lijden onder zijn behoefte aan aandacht en groot-zijn. Ook heeft de exhibionistische narcist een enorme behoefte om de controle te behouden. Hij helpt graag mensen uit de goot (de redder), maar daarna moeten ze hem wel levenslang uitermate loyaal blijven.

De tweede groep internaliseert de agressie. De agressie keert zich uiteindelijk tegen de persoon zelf. Hij trekt zich terug en verbreekt alle contact. Deze mensen zijn ook meer verslavingsgevoelig (drinken om de ellende maar niet te hoeven voelen).

Zoals al eerder gesteld: er worden inmiddels tal van vormen van narcisme onderscheiden, maar de indelingen die ik in deze twee blogs heb vermeld vond ik zelf wel herkenbaar.