Wimhoofd

Ook bij mijn eerste baan belandde ik al snel in de schrijf-activiteiten. Zo was ik al snel verslaggever voor de Ondernemingsraad. Regelmatig plaatste ik cartoons in de verslagen. Daar was de toenmalige directeur niet altijd blij mee.

Op een dag kwam hij naar mijn werkkamer teneinde mij een reprimande te geven. Die kamer deelde ik met mijn collega Wim. Ik was op een paviljoen en Wim zat achter zijn bureau te werken. De directeur gaf Wim er verbaal stevig van langs. Daarna steeg hij weer op naar zijn werkkamer op de eerste verdieping. Vervolgens belde Wim mij op dat ik maar even uit de buurt van het hoofdgebouw moest blijven.

Deze anekdote is exemplarisch voor iets wat vele jaren lang gebeurde. Wij werden voortdurend ‘verwisseld’. Wim werd met Henk aangesproken en Henk werd met Wim aangesproken.

Toen ik de instelling verliet en Wim er bleef werken verdween deze persoonsverwisseling echter niet. Nog steeds werd Wim regelmatig Henk genoemd en Henk werd ook op zijn nieuwe werk soms Wim genoemd. En Wim’s vrouw G. schijnt hem zelfs wel eens Henk te hebben genoemd.

Lijken we dan zo op elkaar? Uiterlijk in ieder geval niet (vind ik). We hebben wel dezelfde roots. We begonnen op dezelfde dag aan onze studie aan de VU en Wim begon een maand later als orthopedagoog op dezelfde instelling te werken als waar ik net was begonnen. We zijn beiden domineeszoons met Friese wortels. We reizen beiden veel met de trein en hebben nooit een auto gehad.

Maar dat verklaart nog niet waarom Wim nog altijd soms Henk wordt genoemd en ik soms buiten mijn eerste baan nog Wim wordt genoemd. Waarschijnlijk heb ik een Wimhoofd.

Vernoemd

Opeens zag ik het. Er is een boot naar mij genoemd. 
De Hendrik A aan de kade in Wormerveer

Het is ook niet de Hendrika die op de Westerschelde bij Terneuzen in de problemen raakte en kapseisde. Een binnenvaartschip hoort eigenlijk ook niet in zout water. Daar kan de romp niet tegen. Er zit niet de goede verf op.

Dat is hetzelfde probleem als de vrouw die in de jaren ’60 een nieuw, flitsend en bodyfit badpak zou gaan showen in de zee bij Scheveningen. Het badpak was uitgebreid getest in zoet water. Maar toen mevrouw de zee in dook en weer boven kwam bleek dit badpak helemaal niet tegen zout water bestand te zijn.

Wil je een strandvakantie: test dan eerst uit of je badkleding bestand is tegen zout water. Dat staat op een merkje in de kleding. SWR hoort en dat te staan. Salt Water Resistant. 

Nee, het is niet de Hendrika. Dat is een ander schip. Een zeeschip. Dat kwam in het nieuws vanwege stormachtig weer en het gaan schuiven van de lading.

Dit is duidelijk de Hendrik A. Eindelijk ben ik vernoemd...

De N is van Namen

Namen is niet de grootste stad van Wallonië, maar wel de hoofdstad van het franstalige deel van België. De stad ligt aan de samenvloeiing van de Sambre en de Maas. De mensen spreken er koeterwaals. 

Al in 1975 fietsten we door Namen. We kwamen toen uit Leuven en daalden in hoog tempo af richting de Maas om daarna verder de Maas te volgen richting Frankrijk. We durfden niemand aan te spreken. Zes jaar Frans op school was van weinig nut geweest.

Straatje met zicht op de Citadel

Dit jaar wilde ik wel weer naar Namen, maar een buitenlands bezoek werd afgeraden. De handvatten van mijn fiets zijn namelijk bevattelijk voor corona.

In 2018 huurde ik mijn eerste Blue Bike fiets (de Belgische OV-fiets) op het (halve) Gare van Namen. Zoals veel Belgische stations verkeerde ook dat station in een permanente toestand van verbouwing, zodat het moeilijk was om de uitgang en de fiets te vinden. Sommige Belgische stations zijn jarenlang in renovatie en bij de nieuwbouw van het station van Mons heeft men de moed maar opgegeven: daar staat een noodgebouw al tien jaar naast een betonnen skelet dat een nieuw stationsgebouw zou moeten worden.

De markt van Namen

Namen is een oude en in strategisch opzicht ook van oudsher belangrijke stad. Aan de samenvloeiing van de Sambre en de Maas ligt één van de grootste forten van België. Het gebied van deze citadel heeft een oppervlakte van maar liefst 80 hectare. Maar aan de beklimming heb ik me niet gewaagd, ik daalde af naar het peil van de rivier. Die stond vandaag bijzonder hoog en klotste af en toe over de rand van de kade.

Namen was in de 16e eeuw tijdelijk een deel van Oostenrijk, eind 17e eeuw was het een Franse stad, maar drie jaar later veroverde de Nederlandse Koning Willem III de stad Namen. In 1746 veroverden de Fransen de stad, in 1748 werd Namen weer Oostenrijks grondgebied, in 1792 werden de Fransen hier weer heer en meester, om daarna door de Oostenrijkers verjaagd te worden. In 1794 volgde weer een Franse bezetting. Zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog werd er fel en langdurig gevochten om het bezit van de stad en met name de citadel. Het is een wonder dat er nog zoveel historische gebouwen in Namen te vinden zijn.
Blue Bike aan de Sambre

Opvallend vind ik de donkere toonzetting van de stad: veel donkergrijze en ook wel donkerbruine gebouwen langs een wirwar van smalle straatjes. De geuren van de etablissementen en de winkels zijn zoals overal in België met af en toe een Zeeman, een Blokker of een C & A.

Door de ligging op de noordhelling van de rivier schijnt het in de zomer behoorlijk heet te kunnen worden in Namen. Maar ook nu, op deze zaterdag in januari, laat de temperatuur het bepaald niet afweten. Diverse thermometers geven maar liefst 15 graden aan.

Aan de voet van de citadel van Namen zetelt het Waalse parlement. De stad telt 110.000 inwoners.

Langs de Maas (4)

Eigenlijk wil ik doorfietsen naar Dinant. Maar misschien is het verstandiger om terug te fietsen naar Namen. Zo'n langere rit is geschikter voor een zomerse fietstocht.

Stoomopwaarts van Profondeville is een verkeersbrug over de Maas. Omdat ik in (uit) principe geen twee keer dezelfde weg wil fietsen neem ik deze brug en ga aan andere kant terug in de richting van Namen.

Vanaf de linkeroever had ik al gezien dat de rotsen aan deze zijde loodrecht uit het water verrezen. Dus er was weinig ruimte voor de weg en de spoorweg. En inderdaad: de trein boort zich een tunnel door de rotsen. De autoweg neemt een fikse helling. Ik denk handig te zijn en fiets een klein weggetje in (verboden voor auto’s). Je weet maar nooit of je als fietser toch net nog niet langs het water verder kunt. Nee dus: de weg loopt dood.

Waar ik al bang voor was: de vrij drukke weg is smal en bochtig, zonder vluchtstrook. Voor een eenzame fietser is dat niet zo’n prettige ervaring. Belgen zijn niet zo gewend aan winterse fietsers. Maar uiteindelijk kom ik toch behouden in een weer wat ruimer land terecht. De weg heeft hier ook weer een vluchtstrook. In België is dat ook de plek waar afval, glas, afgewerkte olie en defecte onderdelen van auto’s gedumpt worden. ik hoop maar dat de Blue Bike stevige banden heeft.

Ik kom door het dorpje Dave. Er schijnen die kastelen te staan, ik zie er maar eentje, verstopt achter een hoge heg en een afgesloten hek.

Daarna leidt de weg mij naar Jambes. Ondanks de slechts 20.000 inwoners is het een drukke plaats, die zich over een lengte van 7 km. uitstrekt langs de Maas tegenover Namen. De plaats is met drie verkeersbruggen en een spoorbrug verbonden met de hoofdstad van Wallonië.

De grote weg is druk en weinig aangenaam. Er liggen grote winkels langs de weg en dat in Belgische stijl. Dat wil zeggen: enorme supermarkten op een soortement van bedrijventerreinen en vooral goed met de auto bereikbaar. Gelukkig vind ik een meer rustieke route (een kwestie van op goed geluk een zijstraatje inslaan) door een 19e eeuwse wijk. Zo kom ik ook weer aan de Maas terecht, met een mooi zicht op de Citadel en de gebouwen van het Waalse parlement (de rode gebouwen op de derde foto).

te hebben genomen moet ik mij temidden het het verkeer een weg banen door het verkeer van Namen. De binnenstad is verkeersluw, maar door de markt ook niet goed begaanbaar voor de fiets. De wegen rond het centrum zijn erg druk. Rond het station is het één grote bouwput met allerlei wegomleggingen. De fietsroute is mij niet duidelijk, het schijnt dat ik op een busroute terecht kom met een file van bussen achter me aan.

Uiteindelijk kom ik toch behouden aan bij het station. Ik lever mijn fiets voor in bij het geautomatiseerde Blue Bike punt, stap op de trein naar Brussel en stap daar over op de Internationale trein naar Amsterdam. In één dag kun je veel zien...

 

Namen (Wallonië)

Ik was met de trein in Namen beland. Het was bijna een halve eeuw geleden dat we daar de vorige keer waren. Op een fiets zonder versnellingen...

Zoals alle stations in West-Europa heeft ook het station van Namen te maken met een permanente verbouwing. Zodra het station ‘klaar’ is worden er alweer plannen ontwikkeld voor de volgende verbouwing. Achter de klassieke voorgevel van het station ligt sinds 2002 een betonnen stationstraverse. Het station is een overstappunt van de internationale lijnen tussen Brussel en Basel en tussen Brussel en Luxemburg met de regionale treinen.

De gids van de Blue Bike leidt mij zonder problemen naar de huurfiets. De fietsen staan in weer en wind buiten. Maar het zijn degelijke exemplaren en zo te zien worden ze goed onderhouden.

Voor het station loopt een drukke weg, met o.a. veel busverkeer. Het is even zoeken hoe ik met de fiets veilig de stad in kan komen. Met een omweg lukt het me om het juiste pad te vinden. Dat wordt echter al snel doorkruist door een kerstmarkt. Een hele reeks van straten wordt gevuld door kerststallen, kerstverlichting en glühwein. Het lijkt Duitsland wel. Dat wordt lopen geblazen. Wat mij o.a. opvalt zijn de vele bedelaars. Maar die was ik in de trein en op het overstapstation van Brussel ook al tegen gekomen.

Namen is een oude en in strategisch opzicht ook van oudsher belangrijke stad. Aan de samenvloeiing van de Sambre en de Maas ligt één van de grootste forten van België. Het gebied van deze citadel heeft een oppervlakte van maar liefst 80 hectare. Maar aan de beklimming heb ik me niet gewaagd, ik daalde af naar het peil van de rivier.

Namen was in de 16e eeuw tijdelijk een deel van Oostenrijk, eind 17e eeuw was het een Franse stad, maar drie jaar later veroverde de Nederlandse Koning Willem III de stad Namen. In 1746 veroverden de Fransen de stad, in 1748 werd Namen weer Oostenrijks grondgebied, in 1792 werden de Fransen hier weer heer en meester, om daarna door de Oostenrijkers verjaagd te worden. In 1794 volgde weer een Franse bezetting. Zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog werd er fel en langdurig gevochten om het bezit van de stad en met name de citadel. Het is een wonder dat er nog zoveel historische gebouwen in Namen te vinden zijn.

Door een wirwar van smalle straatjes loopfiets ik naar de Samber. Het schijnt hier in de zomer in het Maasdal tegen de hellingen behoorlijk heet te kunnen worden. Maar ook nu, op 30 december, laat de temperatuur het bepaald niet afweten. Diverse thermometers geven maar liefst 15 graden aan.

Namen is de hoofdstad van Wallonië (3½ miljoen inwoners). Aan de voet van de citadel zetelt het Waalse parlement. De stad Namen telt 110.000 inwoners.

Het waterpeil van de Samber staat erg hoog, de fietsroute langs het water houdt het nog maar net droog. Een oude boogbrug voert mij over de Samber en brengt mij op de linkeroever van de Maas die vanuit Namen gezien de rechteroever is.