Windstil Midden-Delfland

Nu er nauwelijks ontmoetingen, verjaardagen en vergaderingen zijn ben ik overdag veel thuis aan het werk. Maar een mensen moet ook flink in beweging blijven. Dat schijnt de te helpen tegen dementie en corona (...). 

De afgelopen dagen besteeg ik steevast tussen vier en vijf uur ’s middags het zadel van mijn Batavus Dinsdag, die op alle dagen voor mij klaar staat. Niet alleen op dinsdag. Ik fiets dan een rondje van veertig tot zestig kilometer.

Gisteren was het vrijwel windstil. De wind die er was veroorzaakte ik zelf.

Op de terugweg fietste ik door het donkere Midden-Delfland, waar het nooit echt donker wordt. Over de weilanden hing een laag grondmist. In het zuiden rookte de economie van Europoort een stevige sigaar.

Daar moest natuurlijk wel een foto van gemaakt worden…

Aan de Vlaardingervaart in de buurt van Schipluiden

Versoepeling lock-down

Net zoals veel ouderen hebben ook duizenden mensen met een verstandelijke beperking tien weken lang in afzondering moeten leven. Zo ook mijn broer G.

Sinds de afgelopen week zijn de regels op de woning waar hij woont een beetje versoepeld. Er wordt één keer in de week (onder strikte voorwaarden) bezoek toegestaan.

Meestal stap ik zonder enig doel op de fiets, maar gisteren had ik dus een doel: ik ging op bezoek bij mijn broer. Maar eerst moest ik nog even via zoon en kleindochters om wat planten voor de tuin af te leveren. Kleindochters Droppie en Droffel (opa’s geven soms gekke namen aan kleindochters) waren bezig in de tuin een tent op te zetten.

Daarna fietste ik via de oude trambaan naar de Lier naar Maassluis. Daar wilde ik eerst nog langs twee winkels in het winkelcentrum om wat dingen voor mijn broer te kopen (hij mag zelf niet naar de winkel). Helaas stond er een lange rij voor de beide winkels. Wachten totdat ik aan de beurt was zou van het bezoekuur af gaan.

Broer G. was blij met het bezoek. En ik merkte dat ik best geëmotioneerd was. Het voelde een beetje alsof hij vrij kwam uit gevangenschap, ook al heeft de begeleiding erg zijn best gedaan om goede zorg te leveren. Het voelde ook erg vreemd dat ik meerdere malen door Maassluis was gefietst, maar dat ik hem niet eens heb kunnen zien, laat staan spreken.

Ik weet niet of jullie wel eens op een driewieler hebben gefietst. Mijn eerste ervaring was dat ik rechtstreeks de bosjes in ben gefietst. Zo’n fiets voelt onbestuurbaar aan. Je moet echt opnieuw leren fietsen. Met een maximum-snelheid van 8 kilometer per uur zoefden wij door Maassluis. Bij terugkomst was er koffie met tompouce in de tuin van de woning (het bezoek mag nog niet binnen). Na een uur was de bezoektijd voorbij en vertrok ik weer met onbekende bestemming om uiteindelijk in Delft uit te komen.

Ik fietste over de Zuidbuurtseweg naar Vlaardingen. Dit is één van de weinige overgebleven landelijke stukjes rond Vlaardingen. Helaas wordt er een enorme aanslag op het gebied gepleegd: er wordt een nieuwe autoweg aangelegd die aansluit op de Blankenbergtunnel (in aanbouw).

Bij een plaatselijke boer kocht ik plaatselijke aardbeien. Een medefietser kon niet betalen en had ook zin in aardbeien. Dus die betaalde ik meteen ook. Fietsers zijn betrouwbare mensen en ’s avonds had ik het geld alweer terug op mijn rekening.

Na Vlaardingen volgde Schiedam. Het is hier één groot doolhof aan woonerven volgens het zogenaamde model van de bloemkoolwijken. Er schijnen mensen de wijk in de fietsen en er nooit meer uit te komen. Soms worden ze dagen later pas gevonden als ze kattenbrokjes eten om niet van de honger om te komen.

Het centrum van Schiedam is overigens bijzonder mooi, met o.a. de hoogste molens van de wereld. En Kethel is nog een stukje historisch dorp temidden van de Schiedamse nieuwbouw.

Vanuit Schiedam fietste ik door de groene buffer van Midden-Delfland terug naar Delft. Daar kocht ik nog paprika's en trostomaten bij de plaatselijke groentenman. Goed gevuld kwam ik weer terug in onze flat aan de Delftse Schie. 

Retourtje Maassluis

Gisteren moest ik nogal wat sociale zeilen bijzetten. Eerst ging ik op ziekenbezoek, daarna was er een verjaardag, vervolgens een 12½-jarig huwelijksfeest en tenslotte ging ik op bezoek bij mijn broer. De verbindende factor was de fiets.

Ondertussen zette ik de Strava aan. Dat is toch wel een leuk speeltje om te kijken hoe ik ben gefietst. De weg uiteindelijk naar Maassluis was weinig logisch. Dat kwam door de wind die zichzelf af en toe gevaarlijke krachten aangemeten had. Meerdere malen ben ik – vanwege de veiligheid – even gaan lopen.

Vanuit de kerk (het 12½ jarig huwelijksfeest) fietste ik via het doolhof van de wijk Tanthof de polder in. Daar werd ik voluit gegrepen door de wind benevens een stortbui. Overal wind en geen plek om te schuilen.

Bij Schipluiden twijfelde ik of ik linksaf en rechtsaf zou gaan, maar in de Spreuken van Salomo staat dat de geest van de wijze zich naar rechts keert en de geest van de dwaze keert zich naar links. Ik sloeg dus linksaf. De reden was voornamelijk van windgevoelige aard. Ik vreesde dat ik op de oude trambaan naar Maasland teveel wind zou vangen.

Langs de weg richting Vlaardingen – dwars door de groene buffer van Midden Delfland – staat een aantal huizen en er zijn ook bomen, zodat ik af en toe in de luwte fietste. Daar waar de weg even een bocht maakt werd ik voluit gegrepen door de wind. Die kondigde meteen ook maar een nieuw schip met zure appels aan. Ik had het gevoel dat mijn fiets onder mij vandaan werd geblazen. Dat zou ook wel kunnen want mijn fiets weegt 15 kilo en ik ben vijf keer zo zwaar. Lichtere voorwerpen worden eerder door de wind meegenomen. Je ziet het voor je: de fiets die wegwaait en een bejaarde fietser die in de lucht hangt.

In de buurtschap De Kapel sloeg ik rechtsaf (nu dus wel), met links van mij de noordelijke rafelranden van de gemeente Vlaardingen. De wind was zo sterk dat ik niet sneller fietste dan ongeveer 10 kilometer per uur. Af en toe heb ik gelopen omdat ik dat veiliger vond (met name bij veel zijwind).

In het noordwesten van Vlaardingen ligt een uitgestrekt parkachtig gebied. Je kunt er echter slechts met een omweg komen: de eerstvolgende brug over het water ligt bijna 3 kilometer naar het zuiden. Maar toen ik in het park fietste boden de bomen en struiken doorgaans een redelijke beschutting tegen de harde wind. Ondertussen werd het geleidelijk donker.

Bij de Krabbeplas was de fietsroute afgesloten en moest ik zigzaggend door het park mijn weg vervolgen. Maar Maassluis was niet ver meer. Nog vijf kilometer door het (weer meer) open land en toen fietste in de bebouwde kom van de stad van Abraham Kuyper en van Maarten ’t Hart binnen.

De buitenwijken van Maassluis zijn vrij groen en in een parkachtig gedeelte zag ik het achterlicht van een gevallen fiets branden. Ik ging maar even op onderzoek uit: er kon zomaar iemand over een tak zijn gevallen. Er bleek een jongen aan de fiets vast te zitten die inderdaad was gevallen. Zijn voet zat klem tussen de spaken. Met nogal wat moeite lukte het in het donker om hem te bevrijden uit zijn symbiotische relatie met de fiets. Volgens hem had hij verder geen pijn en kon hij zelfstandig zijn huis bereiken.

Maassluis bestaat voor 95% uit nieuwbouw die zich over een lengte van 6 kilometer langs de Nieuwe Waterweg uitstrekt. Er is een klein historisch gedeelte rond de haven achter de sluis naar de Maas. Daar staat ook de Grote Kerk met een beroemd orgel. Ik maakte nog even een foto en fietste daarna door naar mijn broer.

Voor de terugweg koos ik voor een westelijke route. Nu had ik de wind mee en fietste soms meer dan 25 kilometer per uur. In het donker is het niet zo verstandig om alles uit je fiets danwel de beenspieren te halen, want je weet niet wat voor rommel er als gevolg van de harde wind op straat ligt. Ik hield me dus een beetje in.

Al zigzaggend bereikte ik onze woonplaats weer. Ik had koude voeten gekregen (een fietserskwaal), maar in huis was het lekker warm.

 

Rondje Midden Delfland (slot)

Ik was in De Lier in een plaatselijke supermarkt gaan shoppen met een drieledig doel: 1) onderzoek wat voor mensen er in De Lier wonen, 2) mijn voeten wat opwarmen en 3) kijken of er nog wat te snaaien viel.

In ieder geval was er gratis koffie. Daar maakten meer mensen gebruik van. De Polen in de winkel leken vooral hun stigma eer aan te doen: ze schaften vooral veel bier en worsten aan. Drie (vermoedelijk) Turkse mannen zaten aan de koffie. Ik voegde mij ben hen en het kwam tot enige uitwisseling van gedachten over het weer. Daar begint de meeste integratie mee.

Daarna haalde ik mijn Batavus weer van het slot en vertrok in de richting van ons huis. Ik weet wel dat de afstanden in het Westland niet groot zijn, maar ik had toch geen idee hoe ver Delft verwijderd was van De Lier. Bovendien weigerde ik nog steeds om een kaart te raadplegen. Henkie wil het zelf doen. Eigenlijk ben ik dus een soort padvinder. Alleen kan ik geen knopen leggen.

Ten oosten van De Lier loopt een wat bochtige weg waar de kassen nog niet tot de weg reiken. Het lijkt of hier een stukje van het oude landschap bewaard is gebleven. Het is echter wel een illusie, want kijk je achter de huizen en boerderijen, dan staan ook hier allemaal kassen. De weg loopt door een buurtschap die Burgersdijk heet. Ik kan rechtdoor richting ’t Woudt, maar daar ben ik vanmiddag al geweest. Met een scherpe bocht beland ik uiteindelijk in Schipluiden, de hoofdplaats van de gemeente Midden Delfland. 

Midden Delfland heeft een unieke status. De provincie probeert al een halve eeuw deze groene buffer tussen Haaglanden en Rijnmond groen te houden. En inderdaad heeft Midden Delfland een groen karakter, met vooral veel veeteelt. Wel zijn er diverse aanslagen gepleegd op het gebied, zoals de aanleg van een (verdiepte) autosnelweg, maar het valt toch vooral op hoe groen het land toch nog is.

Al zie ik dat nu niet, want het is donker. Maar rechts zie ik de skyline van Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen, vóór mij de hoogbouw van Delft met het iconische hoofdgebouw van de Technische Universiteit en achter mij ligt het verlichte kassengebied van het Westland. Even verderop de hoogbouw van Den Haag en Rijswijk, met o.a. één van de grootste gebouwen van Nederland: de nieuwbouw van het Europees Octrooiburau: 107 meter hoog en 156 meter lang. Er werken ruim 2000 mensen.

Schipluiden heeft een aardig centrum. Hier is het vroegere karakter van de streek redelijk bewaard gebleven (net als in het nabijgelegen Maasland overigens). Een kronkelende gracht met aan weerszijden oude huizen, een voet/fietspad langs het water en een vrij groot uitgevallen dorpskerk. Beide dorpen hebben een autoluw centrum. Bij Schipluiden bevindt zich ook een mooi monument van industriële architectuur: de oude trambrug (de foto is van een eerdere datum). Daar loopt nu een fietsroute over.

Ik vervolg mijn fietstocht aan de oostzijde van Schipluiden en fiets via de nieuwbouwwijken aan de zuidkant van Delft (uit de jaren '60 en '70 met torenhoge flats en daar tussen veel eengezinswoningen) terug naar het huis waar we inmiddels drie jaar wonen. De fietsteller heeft er ondertussen bijna 70 kilometer bij opgeteld.

Toen de regen stopte

Gisteren was het bijna de hele dag regenachtig. Niet de hele dag. Mijn adagium is namelijk: 'Het regent nooit een hele dag'. 

Om half vijf werd het droog. Ik stapte na een dag achter de PC gezwind op de fiets voor een nieuw rondje door de omgeving. Dat werden uiteindelijk 30 fietskilometers. Ouderen moeten meer bewegen, wordt gezegd. Welnu: ik doe mijn best!

Bij Hodenpijl kleurde de hemel prachtig oranje en rood. Je kijkt hier in de richting van Maassluis en Europoort. 

Maar er zit nog ruim tien kilometer groene buffer tussen. Dat is het gebied van de groene gemeente Midden Delfland. 

Rondje Midden Delfland (2)

Er loopt een aardig fietspad vanuit de Zwethzone naar 't Woudt. Dat dorpje ken ik vooral vanwege mijn moeder. Die was klein maar dapper en fietste tot in de jaren '70 van haar levensloop in haar eentje naar 't Woudt om daar concerten te bezoeken.

Zwethzone

Het volgende citaat komt uit Wikipedia: “Het is een klein dorp dat bestaat uit een laatgotisch kerkje, een paar boerderijen, enkele huizen, een herberg/café, een pastorie en een kosterswoning. In 2006 woonden er 36 mensen. Het gehele dorp is beschermd dorpsgezicht.”

Er is een boek dat ’t Woudt het kleinste dorp van Nederland noemt, maar daar kun je over van mening verschillen. Ik ken nog wel kleinere dorpen, met name in Friesland. Of zijn dat dan weer gehuchten of buurtschappen?

Het drukke verkeer passeert ’t Woudt op 500 meter afstand, via een doodlopende weg voor auto’s, maar doorgaand voor fietsers, kun je je in het dorp vervoegen. Daar maak ik een paar foto’s.

Daarna stoom ik weer door. De afstanden zijn hier klein, maar de wegen maken soms onverwachtse bochten. De kleinere wegen in dit gebied lopen zelden van A naar B. De weg gaat eerst naar B, maar slaat opeens af naar C. Dat geldt niet voor de provinciale wegen, maar al dát geraas wil ik niet in mijn oren hebben. Ze horen wel steeds minder, maar het is toch een irritant geluid.

Ik kom door de buurtschap Lierhand. Daar had ik nog nooit van gehoord. Maar een mens is nooit te oud om nog geografisch iets bij te leren. Ik dacht in de Lier uit te komen, maar de weg loopt in een wijde boog weer terug naar de Zwethzone. Daar begint het te regenen. Ik zoek onderdak onder een plaatselijke boom. De meeste bomen zijn kaal in dit tijdsgewricht, maar onder een conifeer is het goed schuilen. Wel kriebelen er allerlei spinnen in mijn nek. Ook een locale Woef probeert mij te verjagen. De kunst bij de meeste Woefen is dat je zo voorspelbaar mogelijk blijft. Dan zakt hun angst en/of boosheid meestal wel af.

Na een tijdje is het weer droog en bestijg ik mijn Batavus weer. Het water heet hier het Zwethkanaal. Het is een rechte vaart met aan weerszijden lintbebouwing. Het zijn bijna allemaal tuindersbedrijven met veel kassen.

Het is stevig trappen tegen de zuidwestenwind in. Achter me hoor ik voetstappen. Er blijkt een panda achter mijn fiets aan te lopen. Ik moet even nadenken, maar dan snap ik het. Ik heb vanmorgen een bamboehemd aangetrokken.

Fietsen rond middernacht

Voor een beetje warmte op de fiets ben ik nooit thuis gebleven. Als je fietst heb je altijd een soort van airco rond je hoofd. Je moet alleen niet stoppen...

Maar vanwege kwetsbare longen besloot ik om woensdagmiddag toch maar niet op de fiets te stappen. Ooit kreeg ik de diagnose COPD. Die diagnose is weer ingetrokken, want mijn longfunctie gaat al tien jaar niet achteruit. Alleen is het wel uitkijken geblazen. Dus als het weerbericht mensen met

Polder bij Den Hoorn

longproblemen adviseert om binnen te blijven blijf ik toch maar binnen als er smog wordt verwacht in het meest (lucht)vervuilde deel van Nederland.

Maar om elf uur ’s avonds begon het toch te kriebelen (en niet in mijn longen). Ik ‘moest’ nog een rondje fietsen. Rond ons huis was

’t Woud

het nog 33 graden. Zodra ik buiten de stad was zakte de temperatuur meteen een graad of vijf. En dat maakt behoorlijk wat verschil. Ik kon gewoon stevig doorfietsen.

Bij Den Hoorn fietste ik de polder in (of wat daar nog

’t Woud 2

van over gebleven is). Daarna langs de ook tegen middernacht nog drukke provinciale weg naar ’t Woud, een dorp dat min of meer een reservaat is gebleven temidden van het kassengebied en de Vinex locaties in het Westland. ’t Woud ligt nog net in het meer agrarische Midden Delfland.

Vervolgens over een fietspad langs de Monsterwatering richting Schipluiden, de ‘hoofdstad’ van de gemeente Midden Delfland. Het mooiste monument

Molen de Korpershoek aan de Vlaardingervaart in Schipluiden

in Schipluiden vind ik de oude trambrug, maar die wordt gerenoveerd en staat in de steigers. Wel maakte ik een foto van molen de Korpershoek, aan  het begin van de Vlaardingervaart.

Nog steeds was het nauwelijks donker geweest op mijn pad. Maar je moet ook niet denken dat het echt donker wordt in de Randstad. Achter me het kassengebied van het Westland en verderop de skyline van Den Haag. Rechts van me de industrie van Europoort en voor me de skyline van Rotterdam.

Snelweg A 4 bij Vlaardingen

Over de Zouteveenseweg fietste ik naar het zuiden en kwam bij Vlaardingen uit bij de tunnel die de snelweg A 4 onder de bebouwing tussen Vlaardingen en Schiedam door leidt. De A 4 loopt noordwaarts als verdiepte bak door naar Den Haag. Dit is om Midden Delfland nog wat te sparen (voor geluid, de vervuiling blijft hetzelfde).

Over het Broertjespad en verderop langs de Schie fietste ik weer terug naar Delft. Binnen de bebouwde kom viel de hitte meteen weer als een zware deken op me. In de steden koelt het ’s nachts buiten bijna niet meer af. Op ons balkon bleek het nog altijd 31 graden te zijn…

De foto's zijn gemaakt met de Sony RX 100 II. Dit is een zeer lichtsterke compact-camera. Bijna alle foto's zijn uit de hand genomen. Alleen voor de laatste foto heb ik een muurtje gebruikt. De foto's zijn op dit blog gecomprimeerd, het originele bestand is scherper.

Groene buffer

We wonen in het meest dichtbevolkte deel van Nederland. En toch zijn er nog wel landelijke plekjes te vinden.

Als ik vanaf ons huis vier kilometer langs het water naar het zuiden fiets ziet de wereld er zo uit zoals op deze foto. Fiets ik nog vier kilometer door, dan ben ik in Rotterdam.

In een boek uit 1968 over de provincie Zuid-Holland las ik dat de provincie als een leeuwin waakt over de groene buffer tussen de regio Haaglanden (waar Delft onder valt) en Rijnmond.

Desondanks zijn er nog diverse aanslagen gepleegd op dit groene gebied. De meest heftige aanslag was de aanleg van de A 4 tussen Rijswijk en Schiedam.

Toch is het idee van een groene buffer gebleven. Er is nog een beetje groene ruimte over de Regio Haaglanden (1,1 miljoen inwoners) en Rijnmond (ook 1,1 miljoen inwoners).

Langs de Schie

In de maand oktober heb ik zo'n 700 fietskilometers gemaakt, maar ik bleef in de inmiddels redelijk vertrouwde omgeving van ons huis. Zoals op een zonnige herfstmiddag, toen het fietsstuur fiets en berijder in de richting van Schiedam leidde. Ik volgde dat stuur maar, anders zou ik van mijn fiets zijn gevallen.

Vanuit ons huis leidt een fietsroute langs het water van de Schie naar Rotterdam en Schiedam. Beide plaatsen liggen binnen een straal van 10 km. fietsafstand. Het is allemaal midden in de Randstad, maar de provincie heeft zich met hand en tand verzet tegen de bebouwing van Midden-Delfland. Er moest een groene buffer blijven tussen Delft (agglomeratie Haaglanden) en de regio Rotterdam.

Via het Zuideinde en langs het Kruithuis verlaat ik Delft. Aan de overkant ligt – aan de Rotterdamse Wegscheepswerf Bocxe. Daar worden de laatste jaren veel elektrische schepen gebouwd, zoals rondvaartboten. ook worden er vrachtschepen in de houdgreep genomen en opgekalefaterd en/of verlengd. Een deel van de bedrijvigheid van Delft heeft zich in zuidelijke richting uitgestrekt langs de beide oevers van de Schie.

Bij boerderij Zwethzicht ligt aan de overkant van het water de buurtschap (De) Zweth, waar ik al eerder over geschreven heb. Het landschap oogt hier ruim, maar ik fiets hier al binnen de gemeente Rotterdam. De bebouwde kom van zowel Schiedam als Rotterdam liggen binnen 2 km. afstand.

Een kleine buurtschap is de buurtschap Kandelaar. Het zijn zo’n dertig huizen en boerderijen. De buurtschap is vermoedelijk genoemd naar een voormalige herberg die voor verlichting zorgde voor de schepen die hier afmeerden.

Als ik rechtdoor fiets kom ik op een bedrijventerrein in aanleg langs de Kethelse Kade. Er wordt dus toch nog een aanslag gepleegd op het laatste stuk groen.

Ik buig rechtsaf en kom uit in de buurtschap Driesprong. Hier ligt één van de twee overwegen op het treintraject tussen Den Haag en Rotterdam. Er passeren zo’n vijftien treinen per uur.

Een brug leidt de treinen over de Poldervaart, een water dat ooit de Schie met de Nieuwe Maas verbond. Tegenwoordig is een deel van deze vaart gedempt. Er varen nu voornamelijk eenden en meerkoeten.

 

Avondrondje Midden-Delfland

Vanwege mijn gemoedstoestand moest ik weer even uitgelaten worden. Dus Tineke zette mij de deur uit. Rond half acht 's avonds hees ik mezelf op de Batavus voor een rondje fiets. Ik weet dan nooit waarheen de weg leidt. Maar geleidelijk aan werden de contouren van dit ritje wat meer duidelijk. Via Den Hoorn kwam ik in Schipluiden terecht.

Schipluiden is een aardig plaatsje. Ondanks de import van veel randstedelingen heeft het een dorps karakter weten te bewaren. Schipluiden is de hoofdplaats van de gemeente Midden-Delfland.

Dwars door het dorp loopt de Vlaardingervaart. Over die vaart loopt de Trambrug, een prachtige vakwerkspoorbrug die in 1912 werd gebouwd door Werkspoor. Deze brug vormt tegenwoordig een markant onderdeel in de fietsroute die over dit voormalige spoor is gebouwd. Vanuit Schipluiden kun je vele kilometers lang bijna autovrij richting Maassluis fietsen.

Je kunt echter ook het fietspad langs de Vlaardingervaart nemen. Dat heeft een zeker risico, het pad is smal, loopt af en toe angstig dicht langs het water en soms is het niet verharde deel glibberig na regenval. Ik heb hier wel eens het water in zien storten, compleet met fiets en blaffend hondje.

Ik volg de Vlaardingervaart tot bijna de bebouwing van Vlaardingen. Waarschijnlijk heet de vaart zo, omdat deze naar Vlaardingen leidt. Dat zou tenminste zómaar kunnen. Even voor Vlaardingen is een driesprong aan vaarten. Naar het zuidwesten loopt de brede Middelvliet richting Maasland en Maassluis. Daar maak ik een laatste foto van de bijna windstille avondschemering.

Echt donker wordt het hier nooit, maar dit bedreigde gebied (de laatste groene buffer tussen Rotterdam en Den Haag) wordt al een halve eeuw krachtdadig beschermd door de provinciale overheid. Op één planologische misser na, ook een strijdpunt van decennia: de aanleg van de A vier tussen Den Haag en Schiedam. 

De weg betekent een aantasting van het laatste stuk open natuur in dit meest dichtbebouwde gedeelte van de Randstad. Maar gelukkig merk je op zich niet veel van de weg: hij is half verdiept aangelegd. Je ziet hem pas als je dichtbij bent en de geluidshinder is ook zeer beperkt. Dit vind ik één van de weinige aanvaardbare oplossingen in een landschap dat onder grote druk staat. Het zou ook rond steden moeten gebeuren, vanwege de overlast van het verkeer.

Via Kapel en het Abtswoudse Bos fiets ik weer terug naar onze woonplaats. Eerst de groene wijk Tanthof, met vooral laagbouw en dan de torenhoge hoogbouw uit de jaren ’60 van Delft Zuid. aan de achterzijde van ons huis zien we deze flats, aan de voorzijde het prachtige silhouet dat Vermeer schilderde: Zicht op Delft.