Bloemen plukken

Van jongs af aan plukte ik tijdens fietstochten vaak bloemen. Die waren bestemd voor de eerste vrouw in mijn leven: mijn moeder. 

Soms nam ik een beschermde bloem mee, zoals de zwanenbloem. Dat was niet de bedoeling. Maar als jongen van 8 of 9 jaar weet je niet of een bloem beschermd is.

Tegenwoordig pluk ik tijdens fietstochten ook regelmatig bloemen in bermen. Die neem ik mee voor de tweede vrouw in mijn leven: Tineke. Ik weet niet of bloemen plukken illegaal is, maar als de berm vol staat met duizenden bloemen van dezelfde soort denk ik dat het wel een keertje mag. Aan een berm zó vol geladen mist men één of twee margrieten niet.

Tineke weet (bijna) altijd hoe de bloemen heten. De gele bloem is de doronicum (de voorjaarszonnebloem). De witte bloem met het gele hart is de ‘gewone margriet’. Omdat die naam wat te gewoon is mag het ook in het latijn. Dan heet de bloem de Leucanthemum vulgare. Die staat veel in bermen. De ongewone margriet wordt gekweekt en is een slag groter.

De doronicum en de margriet zijn familie van elkaar. Ze behoren tot de composietenfamilie.