De laatste bollenvelden

Vrijdagavond was mijn Batavus nog een rondje gaan fietsen. Uiteindelijk was hij in Lisse uitgekomen. Daar stonden de laatste (tulpen) velden van dit jaar in bloei. 
Bollenveld bij Lisse

Verder werden de bloemen overal ‘gekopt’. Dat moet nu eenmaal, wil je de kwaliteit van de bollen behouden.

Dit was een tulpentuin, met tientallen varianten. Een soort Keukenhof dus, bedoeld om de verschillende soorten te laten zien en om de bollen voor het komende voorjaar (2022) te kunnen verkopen. 

Naar de bollen (4)

Het grootste bloembollenareaal van Nederland bevindt zich in de Kop van Noord-Holland (rond Anna Paulowna). Vergeleken met dat gebied is de Bollenstreek maar peanuts. Het is wel de streek waar de toeristen massaal op af komen. Maar nu even niet.
Start vandaag: ten zuidwesten van De Zilk

Ten noorden van Noordwijkerhout bevinden zich de meeste bollenvelden van Zuid-Holland. Het zijn de zogenaamde geestgronden: veen, in de loop van eeuwen vermengd met zout duinzand. Opmerkelijk is dat je er veel dezelfde namen ziet van bollenkwekers als in de Kop van Noord-Holland.

Het is fris en fruitig weer. De bloemen staan in volle bloei en zullen niet snel uitgebloeid zijn met deze lage temperaturen. Wat er eerder zal gebeuren is dat ze massaal gekopt zullen worden. Daar begreep ik vroeger niets van, maar inmiddels is het mij geopenbaard: dan blijven de bollen beter. Het gaat dus niet om de bloemen, maar om de bollen.

Bollenvelden bij Noordwijkerhout

Eén van mijn favoriete bollenboeren bij De Zilk zit dicht: ik had daar graag nog even rondgestruind op zoek naar bijzondere variaties voor het thuisfront. Daarom fiets ik door naar Lisse. Even voor het dorp is de Keukenhof die in het kader van een Field Lab onderzoek vandaag geopend is.

Lisse is een zelfstandige gemeente op de zandrug achter de strandwal die hier in de IJstijd al moet hebben gelegen. De plaats heeft zijn 800-jarig bestaan al achter de rug. Dat kun je van Almere niet zeggen.

Bij Sassenheim

Omdat het al laat en koud is fiets ik niet door het dorp, maar ik volg de rondweg óm het dorp. Daarna kom ik op de oude Heereweg uit die de dorpen op deze zandrug met elkaar verbindt. Het volgende dorp is Sassenheim. Daar gaat de zon net onder. Nu moet ik écht stevig gaan doortrappen. Hoewel ik me van de Avondklok niets aan trek wil ik ook weer niet té laat thuis komen.

Dorpskerk Sassenheim

Na Warmond volgt Leiden. Een snelle fietsroute brengt mij naar het station. Daar nuttig ik mijn beide boterhammen in de stationshal. Buiten is het nog maar 4 graden Celcius.

Na het station is het zigzaggen geblazen in de richting van Voorschoten, want verder naar het zuiden is er in dit stuk van Leiden geen logische route in elkaar gezet.

Aan de oostzijde van de Vliet fiets ik verder (door Voorschoten en Leidschendam) naar Delft. Het is half elf als ik thuis ben. De fietsteller heeft er vandaag 110 kilometer bij opgesteld. 

Geleidelijk meer bewolking (5)

Het rijdt wel relaxed, over de dijk van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Je kunt alleen aan de kant van de polder de dijk volgen, aan de zijde van het oude land loopt geen fietsroute.

Wel valt de verrommeling van het land op. Overal bedrijven, bedrijventerreinen, plukjes woningbouw, nieuwbouwwijken, elektriciteitsmasten en kabels, wegen of wegen in aanleg. Nog even en in dit gebied is alles bebouwd, met plukjes parkachtig landschap of resten akkerbouw er tussendoor.

Aan de overkant van het water dijt Lisse steeds verder uit. Het bollendorp telt inmiddels 23.000 inwoners. In de polder (dus aan de kant waar ik nu fiets) ligt Lisserbroek, een uit de kluiten gewassen dorp met woningbouw en vooral veel oppervlakte aan bedrijfsterrein.

Na 4 kilometer Lisse is het aan de overkant één kilometer groen en daarna begint de bebouwing van Hillegom, bijna even groot als Lisse en tegenwoordig met een NS-station, dat overigens een eind buiten de dorpskern ligt. Ook hier weer een oversprong de polder in: het dorp Beinsdorp. 

Ik heb getwijfeld of ik verder langs de Ringvaart blijf fietsen of dat ik hier de sprong over het water maak. Ik doe het laatste via een ingewikkelde kruising, waarbij het als weltfremde fietser lastig oversteken is. Daarmee fiets ik de provincie Zuid-Holland binnen.

Hillegom laat zich bepaald niet van zijn mooiste kant zien: ik fiets door saaie nieuwbouwwijken en langs uitgestrekte bedrijventerreinen. Bovendien zijn de fietspaden van slechte kwaliteit. Maar dat is een bekend fenomeen in gedeelten van de provincie Zuid-Holland, al is een aantal steden met een forse inhaalslag bezig.

Uiteindelijk kom ik op de weg uit die al deze dorpen verbindt: de Hereweg. Over deze weg fiets ik Noord-Holland binnen in de plaats Bennebroek. Voor mij is de plaats vooral bekend van Vogelenzang, een grote psychiatrische inrichting waar destijds veel van mijn cliënten vandaan kwamen.  Vogelenzang is trouwens ook een dorp, met een schitterend station dat niet meer als zodanig in gebruik is.

Ten noorden van de beide dorpen ligt een andere grote instelling: de Hartekamp, waar ik in de loop van een aantal jaren ook heel wat keren op bezoek ben geweest. Ik ken deze omgeving vooral vanuit mijn werk.

Bennebroek is voor een deel een chique dorp met veel villa’s. De plaats maakt deel uit van de gemeente Bloemendaal. Een automobilist met een dure sportauto kan het niet waarderen dat ik een foto neem, maar ik zet gewoon een straat op de foto: dit is een openbare weg. Maar hoe dat allemaal zit met de nieuwe privacy-wetgeving die vanaf mei van kracht wordt weet ik niet.