Naar de bollen (5)

Vanaf De Zilk heb ik de wind in de rug. Dat is ook wel nodig, want het is inmiddels al aan het begin van de avond en ik moet nog naar Delft terug fietsen. Dat vind ik altijd een zwaardere klus, want in plaats van het steeds meer onbekende gebied kom je weer op steeds meer bekend terrein.

Voorlopig fiets ik nog tussen de bollenvelden door. Ook op het fiets is er sprake van spitsverkeer. Vooral de buitenlandse toeristen maken er een potje van als het gaat om de verkeersregels. Ze stappen her en derwaarts af en parkeren soms hun fiets midden op het fietspad.

Intercity van Amsterdam naar Vlissingen bij Hillegom

Langs de Oude Hillegommerwetering fiets ik naar Halfweg. In dit geval niet aan de spoorlijn tussen Haarlem en Amsterdam, maar aan de spoorlijn tussen Haarlem en Leiden. Links van mij trekken de NS dubbeldekkers een vertrouwd geel-blauw spoor door het land.

Na Halfweg is er nog meer drukte. Het schijnt dat de Keukenhof de drukte vandaag niet aan kon en dat veel mensen bij de poort hebben moeten staan wachten. Sommigen zijn gedesoriënteerd en gedesillussioneerd huiswaarts gekeerd. Wat vooral opvalt zijn de enorme parkeerterreinen. Wat een ruimtebeslag voor één maand in het jaar in de toch al overvolle Randstad.

Overal bollenvelden

Het land rond Lisse is opvallend beboomd. Dit is duidelijk een oude zandrug waar de bomen welig konden tieren en de bollenboeren wierig konden telen. Tussen de beboste percelen vingen de tulpen minder wind en groeiden ze als kool in Noord-Holland.

Er blijkt tussen de bossen een kasteel Keukenhof te staan. Om dat nader te inspecteren: daar heb ik vanavond geen tijd voor. Ik koers verder in zuidwestelijke richting en fiets zigzaggend over onbekende wegen.

Dorpskerk van Sassenheim

Rechts van mij Noordwijkerhout, links Lisse, beiden uit de kluiten gewassen dorpen. Daar tussen uitgestrekte percelen aan bollengrond, die overigens steeds meer in moeten krimpen vanwege de nieuwbouw. Mensen moeten toch ergens kunnen wonen.

Ook de buurtschap De Engel en het dorp Sassenheim (met het oudste kerkgebouw van Zuid-Holland) laat ik rechts liggen. Via deze route ontdek ik opeens dat een buffer van slechts 500 meter Voorhout scheidt van Sassenheim. De beide dorpen liggen aan verschillende spoorlijnen, dus ik had meer tussenruimte verwacht.

Hier staan nog de resten van een eertijds roemrucht kasteel en rondburcht Teylingen uit de 12e eeuw. De Spanjaarden hebben het kasteel in 1572 verwoest. Sinds die tijd staat hier een ruïne en even verderop een gevangenis die naar dit kasteel is genoemd. Daar zijn de muren steviger van. 

Bollenvelden bij Lisse

In Lisse, daar moet het allemaal gebeuren als het om bollenvelden gaat. Inmiddels is dat niet waar. De meeste bollenvelden bevinden zich elders in Nederland, zoals in de Kop van Noord-Holland en in de Noordoostpolder. 
Bollenveld bij Lisse

Wat wél waar is, is dat de meeste toeristen naar Lisse komen vanwege de bollenvelden. De toegang tot de Keukenhof was vrijdag zelfs tijdelijk afgesloten vanwege de te grote toeloop. Je zag wel mensen, maar geen bloemen meer. Benevens twee enorme parkeerplaatsen vol auto’s.

Wij waren ook even in Lisse en raakten daar verstrikt tussen files aan echtparen en groepen op de E-Bike. Het waren veel mensen die duidelijk niet zoveel ervaring hadden met fietsdrukte. Ze stopten groepsgewijs op de vluchtheuvel waar maar plek was voor twee fietsen. Of ze stapten zomaar midden op het fietspad af om een plotselinge foto te nemen. Moet er geen rijbewijs voor fietsers komen?

Gelukkig konden we heelhuids de drukte weer verlaten. Ondertussen maakten ook wij foto's. Zoals van de bollenvelden bij Lisse. 

De laatste bollenvelden

Vrijdagavond was mijn Batavus nog een rondje gaan fietsen. Uiteindelijk was hij in Lisse uitgekomen. Daar stonden de laatste (tulpen) velden van dit jaar in bloei. 
Bollenveld bij Lisse

Verder werden de bloemen overal ‘gekopt’. Dat moet nu eenmaal, wil je de kwaliteit van de bollen behouden.

Dit was een tulpentuin, met tientallen varianten. Een soort Keukenhof dus, bedoeld om de verschillende soorten te laten zien en om de bollen voor het komende voorjaar (2022) te kunnen verkopen. 

Naar de bollen (4)

Het grootste bloembollenareaal van Nederland bevindt zich in de Kop van Noord-Holland (rond Anna Paulowna). Vergeleken met dat gebied is de Bollenstreek maar peanuts. Het is wel de streek waar de toeristen massaal op af komen. Maar nu even niet.
Start vandaag: ten zuidwesten van De Zilk

Ten noorden van Noordwijkerhout bevinden zich de meeste bollenvelden van Zuid-Holland. Het zijn de zogenaamde geestgronden: veen, in de loop van eeuwen vermengd met zout duinzand. Opmerkelijk is dat je er veel dezelfde namen ziet van bollenkwekers als in de Kop van Noord-Holland.

Het is fris en fruitig weer. De bloemen staan in volle bloei en zullen niet snel uitgebloeid zijn met deze lage temperaturen. Wat er eerder zal gebeuren is dat ze massaal gekopt zullen worden. Daar begreep ik vroeger niets van, maar inmiddels is het mij geopenbaard: dan blijven de bollen beter. Het gaat dus niet om de bloemen, maar om de bollen.

Bollenvelden bij Noordwijkerhout

Eén van mijn favoriete bollenboeren bij De Zilk zit dicht: ik had daar graag nog even rondgestruind op zoek naar bijzondere variaties voor het thuisfront. Daarom fiets ik door naar Lisse. Even voor het dorp is de Keukenhof die in het kader van een Field Lab onderzoek vandaag geopend is.

Lisse is een zelfstandige gemeente op de zandrug achter de strandwal die hier in de IJstijd al moet hebben gelegen. De plaats heeft zijn 800-jarig bestaan al achter de rug. Dat kun je van Almere niet zeggen.

Bij Sassenheim

Omdat het al laat en koud is fiets ik niet door het dorp, maar ik volg de rondweg óm het dorp. Daarna kom ik op de oude Heereweg uit die de dorpen op deze zandrug met elkaar verbindt. Het volgende dorp is Sassenheim. Daar gaat de zon net onder. Nu moet ik écht stevig gaan doortrappen. Hoewel ik me van de Avondklok niets aan trek wil ik ook weer niet té laat thuis komen.

Dorpskerk Sassenheim

Na Warmond volgt Leiden. Een snelle fietsroute brengt mij naar het station. Daar nuttig ik mijn beide boterhammen in de stationshal. Buiten is het nog maar 4 graden Celcius.

Na het station is het zigzaggen geblazen in de richting van Voorschoten, want verder naar het zuiden is er in dit stuk van Leiden geen logische route in elkaar gezet.

Aan de oostzijde van de Vliet fiets ik verder (door Voorschoten en Leidschendam) naar Delft. Het is half elf als ik thuis ben. De fietsteller heeft er vandaag 110 kilometer bij opgesteld. 

Geleidelijk meer bewolking (5)

Het rijdt wel relaxed, over de dijk van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Je kunt alleen aan de kant van de polder de dijk volgen, aan de zijde van het oude land loopt geen fietsroute.

Wel valt de verrommeling van het land op. Overal bedrijven, bedrijventerreinen, plukjes woningbouw, nieuwbouwwijken, elektriciteitsmasten en kabels, wegen of wegen in aanleg. Nog even en in dit gebied is alles bebouwd, met plukjes parkachtig landschap of resten akkerbouw er tussendoor.

Aan de overkant van het water dijt Lisse steeds verder uit. Het bollendorp telt inmiddels 23.000 inwoners. In de polder (dus aan de kant waar ik nu fiets) ligt Lisserbroek, een uit de kluiten gewassen dorp met woningbouw en vooral veel oppervlakte aan bedrijfsterrein.

Na 4 kilometer Lisse is het aan de overkant één kilometer groen en daarna begint de bebouwing van Hillegom, bijna even groot als Lisse en tegenwoordig met een NS-station, dat overigens een eind buiten de dorpskern ligt. Ook hier weer een oversprong de polder in: het dorp Beinsdorp. 

Ik heb getwijfeld of ik verder langs de Ringvaart blijf fietsen of dat ik hier de sprong over het water maak. Ik doe het laatste via een ingewikkelde kruising, waarbij het als weltfremde fietser lastig oversteken is. Daarmee fiets ik de provincie Zuid-Holland binnen.

Hillegom laat zich bepaald niet van zijn mooiste kant zien: ik fiets door saaie nieuwbouwwijken en langs uitgestrekte bedrijventerreinen. Bovendien zijn de fietspaden van slechte kwaliteit. Maar dat is een bekend fenomeen in gedeelten van de provincie Zuid-Holland, al is een aantal steden met een forse inhaalslag bezig.

Uiteindelijk kom ik op de weg uit die al deze dorpen verbindt: de Hereweg. Over deze weg fiets ik Noord-Holland binnen in de plaats Bennebroek. Voor mij is de plaats vooral bekend van Vogelenzang, een grote psychiatrische inrichting waar destijds veel van mijn cliënten vandaan kwamen.  Vogelenzang is trouwens ook een dorp, met een schitterend station dat niet meer als zodanig in gebruik is.

Ten noorden van de beide dorpen ligt een andere grote instelling: de Hartekamp, waar ik in de loop van een aantal jaren ook heel wat keren op bezoek ben geweest. Ik ken deze omgeving vooral vanuit mijn werk.

Bennebroek is voor een deel een chique dorp met veel villa’s. De plaats maakt deel uit van de gemeente Bloemendaal. Een automobilist met een dure sportauto kan het niet waarderen dat ik een foto neem, maar ik zet gewoon een straat op de foto: dit is een openbare weg. Maar hoe dat allemaal zit met de nieuwe privacy-wetgeving die vanaf mei van kracht wordt weet ik niet.