Corona-maatregelen in hapklare brokken

De persconferentie van afgelopen maandag werd door ruim 8 miljoen mensen bekeken. Op straat was het stil, het leek wel of er een voetbalwedstrijd aan de gang was. 

Ik was één van de ruim 8 miljoen mensen die de persconferentie niet heeft gezien. Ik zat op de fiets. De informatie kon ik later wel tot mij nemen.

Een groep mensen die de persconferentie niet heeft gevolgd zijn de mensen met een lichte verstandelijke beperking. Dat zijn er in Nederland ongeveer 2½ miljoen. Die haken meestal al af als er mannen in pakken en stropdassen op de TV verschijnen.

Ik heb dat eerder op dit weblog beschreven als het verschijnsel van de sociale interpretatie. Die mensen komen uit een andere wereld en zijn alleen maar bezig met ons te vertellen dat we het niet goed doen. Misschien kunnen Mark Rutte en Hugo de Jonge in voetbalshirts verschijnen en de gebaren overlaten aan Famke Louise. Maar ook dan haken deze jongeren af, maar dan twee minuten later.

Mensen met een lichte verstandelijke beperking zijn doorgaans mensen van de oneliners. Na drie zinnen zijn ze al afgehaakt. Deze boodschappen komen dus niet over. Laat staan de ellenlange en elitair klinkende verhandelingen van Willem Engel en Jeroen Pols, en de interviews op Café Weltschmerz en van Blue Tiger Studios.

Toch pikken deze jongeren die laatste boodschap wél op, maar dan niet via deze kanalen, maar wél van sociale media. Iemand vangt iets op en geeft dat meteen weer door aan iemand anders. Dat gaat razendsnel. Joe Biden is een pedo hoort iemand in Spijkenisse. En een minuut later wordt het bericht verspreid in Groningen. Kenmerkend is de argwaan tegen de gevestigde orde. Dat is de gemeenschappelijke deler van Viruswaarheid en van deze jongeren.

Op scholen wordt geprobeerd de boodschap van persconferenties te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Maar hoe kijken de jongeren naar die praktijk? Als het om de praktijk gaat: ze zijn inderdaad heel praktisch ingesteld. En ze kunnen goed associëren. Dat blijkt uit een verslag in de Volkskrant (16 december 2020).

Mondkapjes zijn natuurlijk onzin. Als je een scheet laat gaat die ook dwars door je onderbroek en jeans naar buiten. En dan moet een mondkapje corona tegen houden?

“Koop voor iedereen een Play Station 5. Dan gaat iedereen thuisblijven.”

Vaccinatie? Natuurlijk niet. Daar hebben ‘ze’ iets ingestopt. “Ik doe dat niet.” Maar het wordt niet verplicht. Maar als je naar het buitenland wilt moet je je misschien wel laten vaccineren, zegt de docent. “Discriminatie!” roept de klas. Niemand van de klas gaat zich laten inenten. Dat je je al jarenlang moest laten testen voor een bezoek aan tropische landen realiseren de jongeren zich waarschijnlijk niet.

En wat moeten premier Rutte en minister de Jonge vertellen op de TV?

“Doe wat je wilt, man, het is jouw leven!”

“Gewoon boetes man. Echt dure boetes!”

“Gewoon zeggen hoe het is. En niet zo netjes praten.”

“Koop voor iedereen een Play Station 5. Dan gaat iedereen thuisblijven.”

Dat laatste advies zou nog wel eens een stemmentrekker kunnen zijn bij de komende verkiezingen. En laten de betrokken ministeries dan uitzoeken of de kosten opwegen tegen de baten van het lagere aantal besmettingen. 

In de studio

Gisteren bevond ik mij in een heuse studio. Er was zelfs een opmaakgedeelte waar ik mijn gezicht kon poederen en mijn tanden kon stoken. Dat laatste doe ik zelden, maar nu moest ik wel. Ik was hier namelijk samen met een tandarts. Dan moet je wel het goede voorbeeld geven. 

We moesten samen een E-learning cursus geven over mensen met een lichte verstandelijke beperking bij de tandarts.

De studio met een medewerker van de techniek

We trekken al lang samen op rond de opleiding en in het werk, dus de opzet van de cursus ging soepel. Ik heb veel van de behandelingen van deze tandarts geobserveerd en nabesproken. En ook het uitvoeren van een duo-presentatie verliep prima. Het voelde als een thuiswedstrijd.

Mondzorg heeft voor mensen met een lichte verstandelijke beperking – om het eufemistisch te zeggen – geen prioriteit. Vaak zijn LVB’ ers van huis uit al gewend dat het helemaal niet erg is om met je 20e een kunstgebit te hebben. Dat scheelt ook weer bezoek aan de tandarts.

Als tandarts wil je toch graag mensen motiveren om hun gebit goed te onderhouden. Maar ja, die preken hebben ze al hun hele leven al gehoord. Dat gaat dus op die manier niet lukken…

Wat voor ons beiden wennen was is het optreden voor de camera zonder publiek. Zonder dat je het weet kan alles wat je zegt tegen je gebruikt worden. Want je weet niet wie er straks de cursus volgt. Maar dat is van later zorg...

Mentaliseren (20) : intelligentie en narcisme

Vanaf het vierde jaar leren kinderen te mentaliseren. Dat is de periode waarin ze 'ontdekken' dat mamma iets ander wil dan zij. 'Ik wil nog even spelen, maar mamma wil naar huis'. Het kind ontdekt dat een ander andere wensen heeft dan hij zelf.

De snelste groei in het mentaliseren vindt plaats tussen de vier en twaalf jaar, dus de periode van de basisschool. Maar op 12-jarige leeftijd is de klus nog niet geklaard. Ook pubers kunnen nog sterk egocentrisch denken en nog niet voldoende door hebben dat de ander andere wensen heeft dan zij zelf.

In feite gaat het proces van het mentaliseren door gedurende de volwassenheid. Mensen doen steeds nieuwe ervaringen op en leren hun kijk op de dingen en mensen bij te stellen.

In gezonde relaties leren mensen steeds beter te kijken naar elkaar en daarmee ook steeds beter in emotioneel opzicht te ‘finetunen’. Ze leren beter naar zichzelf te kijken, ze leren beter achter het gedrag van de ander te kijken en ze begrijpen ook beter hoe de onderlinge interactie verloopt.

Dat is de ideale situatie. Maar we weten ook dat het in de praktijk allemaal wat meer met horten en stoten verloopt. Onder invloed van stress zijn we niet goed in staat om naar onszelf te kijken en al evenmin om achter het gedrag van de ander te kijken.

Verstandelijke beperking

Daarnaast zijn er variabelen in de persoonlijkheid die het goed kunnen mentaliseren in de weg staan. De eerste factor is de beperkte intelligentie. Voor mensen met een verstandelijke beperking is het vaak moeilijk om vanuit meerdere posities te kunnen denken en kijken.

In Nederland wonen ruim 2 miljoen mensen met een lichte verstandelijke beperking. De complexiteit van de samenleving maakt dat ze veel stress ervaren. Daarnaast maakt hun beperkte intelligentie dat het voor hen erg ingewikkeld is om vanuit meerdere posities te (kunnen) kijken.

Narcisme

Maar ook psychische problematiek maakt dat mentaliseren ingewikkeld is. Voor mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis hebben bijvoorbeeld veel moeite om de onderlinge interactie vanuit meerdere standpunten te bekijken.

Narcisten vinden zichzelf meer competent, slimmer en ook socialer en/of aardiger dan andere mensen. Dat beeld hebben ze niet van hun partner. Die beschouwen ze als minder vaardig, als dommer, als minder sociaal. Ze zetten zichzelf op een voetstuk, maar de fouten van de partner worden uitvergroot (Campbell, Rudich en Sedikikes, 2001). 

Mensen met een gezonde eigenwaarde denken positief over zichzelf en de ander. Bij narcisten zie je dat de ander gediskwalificeerd wordt om daarmee zichzelf extra op een voetstuk te zetten. Dat gaat ten koste van het vermogen om echt naar de ander te luisteren.

Dat de ander gebeurtenissen heel anders ervaart is voor mensen met een ernstige narcistische persoonlijkheidsstoornis heel moeilijk te vatten.

Het denken en voelen doet denken aan de peuter die iemand een klap geeft. Die ander gaat huilen, want het deed echt zeer. Daar kan een peuter heel verbaasd van zijn. Hij heeft zelf niks gevoeld, hoe kan de ander dan zo'n pijn voelen?

Het werkgeheugen van kinderen van tien jaar

 Als ik aan jullie vraag om uit je hoofd uit te rekenen hoeveel 22 min 8 plus 12 is doe ik een beroep op jullie werkgeheugen. Je moet het eerste stukje van de som onthouden om daarmee het tweede deel op te kunnen lossen.

Werkgeheugen van 10-jarigen

Wat moeten kinderen in groep 6, 7 of 8 van de basisschool (op basis van het werkgeheugen dat past bij de leeftijd kunnen?

  • Zelfstandig huiswerk maken. Kenmerkend is dat je er zelf aan begint. Mensen met een beperkt werkgeheugen komen hier vaak niet toe. Ze hebben altijd een duwtje uit de omgeving nodig.
  • Activiteiten die planning vragen kunnen voorbereiden. Bijvoorbeeld: ik moet naar school, vanmorgen heb ik een spreekbeurt, daar moet ik mijn spullen voor meenemen, maar aan het eind van de middag hebben we gymmen, dus ik moet ook mijn gymspullen meenemen. Direct na schooltijd ga ik naar de verjaardag van Bart, ik moet voor hem ook nog een cadeautje meenemen.
  • Via allerlei stappen een rekenopgave oplossen en dat gestructureerd kunnen doen (ik begin hier, dan wordt dit de volgende stap en dan wordt dat de daarop volgende stap).
  • Mee kunnen doen met teamsporten, bijvoorbeeld samen kunnen spelen bij het voetballen, het veld kunnen overzien, in de gaten hebben waar de bal vandaan komt er waar je hem heen kunt schieten, terwijl het veld tijdens het maken van je plan ook nog eens verandert.

En als 10-jarigen een minder sterk ontwikkeld werkgeheugen hebben?  

  • Die kinderen hebben vaak een duwtje nodig om tot dingen te komen waar ze geen intrinsieke motivatie voor hebben (waar ze niet zelf voor gemotiveerd zijn).
  • Ze vergeten steevast om dingen mee te nemen die essentieel zijn voor een bepaalde activiteit, ze hebben hun zwembroek niet mee naar het zwembad of gaan naar muziekles zonder hun muziekinstrument
  • Ze lezen de opgave, maar slagen er niet in om de opdracht tot kleinere stapjes terug te brengen om op die manier tot een oplossing te komen. Ze beginnen dus gewoon ‘ergens’.
  • Ze hebben moeite met het overzicht over teamspelen, begrijpen de regels van het spel onvoldoende en handelen ‘zoals het op dat moment uit komt’.
Volwassen mensen met een lichte verstandelijke beperking hebben een werkgeheugen dat vaak vergelijkbaar is met dat van een 10-jarige. Het betekent dan ook dat ze gemakkelijk vastlopen in de samenleving. Er is iemand nodig die hen af en toe een duwtje geeft.

Vanessa heeft kiespijn

De afgelopen week heb ik een cursus herschreven over 'mondzorg en een lichte verstandelijke beperking'. Daarnaast heb ik twee hoofdstukken geschreven voor een mond over 'mondzorg en verstandelijke beperking'.

Het verhaal casus van Vanessa komt in het boek én in de cursus aan de orde. Veel uitgebreider dan hier op dit blog, maar ik licht een tipje van de sluier op. Of een slipje van de luier, zoals iemand vertelde.

Vanessa is 23 jaar oud. Ze woont nog bij haar ouders. Ze heeft vandaag een pijnklacht. Daar moet de tandarts wat aan doen. Tandarts Heleen geeft aan dat ze eerst moet kijken wat er precies aan de hand is. Dat vindt Vanessa onzin, het is haar lichaam en zij voelt te pijn. Daar hoeft de tandarts niet aan te twijfelen.

De tandarts vindt dat er eerst een overzichtsfoto gemaakt moet worden (elders in het gebouw). Vanessa gaat mokkend akkoord als ze dan ook even mag roken. Maar dat mag niet in het gebouw. Voer voor een nieuwe discussie. Dat is discriminatie, vindt Vanessa en drank is erger. Tandarts Heleen gaat er niet op in. Voor je het weet ben je een uur aan het discussiëren.

Als de overzichtsfoto klaar is blijkt dat Vanessa maar liefst twaalf gaten in haar tanden en kiezen heeft. Het blijkt dat ze nauwelijks poetst, zelfs vanmorgen heeft ze niet gepoetst, want één van haar dieren was ziek, en die moest verzorgd worden. Ze heeft alleen haar mond even gespoeld met Redbull (…).

De toestand van het gebit is zo ernstig dat Vanessa deze keer onder narcose gaat. Er doet zich nog een valkuil voor. Volgens Vanessa gebruikt ze geen medicijnen, alleen iets tegen de allergie voor de 15 (!) huisdieren in huis (en dat zijn geen vissen).  Tandarts Heleen vertrouwt het niet. Dankzij goed doorvragen blijkt dat Vanessa wekelijks een pakje ibuprofen en een pakje paracetamol ‘nuttigt’. En ze gebruikt ieder weekend XTC en MDA.

Maar dat zijn geen medicijnen en geen drugs, vind Vanessa. Medicijnen krijg je van de dokter en drugs spuit je in je lijf. Dit kan geen kwaad…

Vanessa vindt toch dat de kies vandaag behandeld moet worden. Tandarts Heleen kiest daar niet voor, het is geen goede optie. Daar is Vanessa boos over. Alwéér een tandarts die niet naar je luistert. Dan neemt ze wel wat extra pijnstillers. Een kind moet nu eenmaal altijd het laatste woord hebben…

Je zou zeggen: hier is geen beginnen aan. Maar dat is nu juist het werk van gespecialiseerde tandartsen. Niet opgeven, maar kijken waar ingangen zijn voor de behandeling. Alleen vraagt dat ook om een gespecialiseerde manier van benadering...  Daar is o.a. die cursus voor...

Ontwikkelingsdynamiek en functioneringsprofiel (2)

Mariska functioneert qua vaardigheden op de leeftijd van 10 tot 12 jaar, maar ze heeft de emotionele kwetsbaarheid van een peuter van 1½ jaar tot twee jaar.

Er is dus sprake van een groot spanningsveld tussen wat ze kán en wat ze áán kan. Ze ruikt als twaalfjarige aan ‘de grote mensenwereld’, ze wil een eigen huis, een baan, een vriend en kinderen. Maar qua sociale en emotionele ontwikkeling heeft ze de kwetsbaarheid van een jonge peuter.

Zelf willen bepalen en toch anderen nodig hebben

Als je Mariska een advies geeft wordt ze heel erg boos. Aanwijzingen zijn al helemaal uit den boze. Niemand mag zich met haar leven bemoeien. Ze is ‘allergisch’ voor alles wat op bemoeienis lijkt.

Tegelijkertijd heeft ze anderen in de nabijheid nodig: mensen die haar veiligheid moeten bieden. Het zelfstandig wonen liep vast: ze was veel teveel alleen. Maar ook de ambulante begeleiding functioneerde niet. Vooral ’s nachts was ze teveel alleen: er kwam dan niemand naar haar toe, ze moest wachten tot de volgende dag.

Het gevolg was dat Mariska 'verkeerde vrienden' mee naar huis nam. Dan was ze tenminste niet alleen. Die mannen kwamen op bezoek voor de sex en namen zelfs spullen van haar mee. En de volgende avond was ze wéér alleen.

Psychose

Mariska heeft ook een psychose gehad en ze heeft meerdere keren op de rand van een psychose verkeerd. Hoe valt dat te verklaren?

In mijn vorige blog schreef ik dat Erik Erikson de puberteit beschouwt als een fase voor herkansing. Je komt in deze fase de deuken en blutsen uit de vorige levensfasen tegen. Die herkansing kan je sterker maken, maar je kunt ook een te zware crisis meemaken, waardoor er iets van binnen knapt. Dat laatste is bij Mariska gebeurd.

Eigenlijk kun je stellen dat Mariska al van jongs af aan op haar tenen heeft moeten lopen en die spanning werd groter naarmate ze ouder werd. De basisschool was nog betrekkelijk veilig, maar het VMBO was dat al niet meer. Als de draaglast zóveel jaren groter is dan de draagkracht houd je dat niet meer vol. Mariska raakte in een reactieve psychose.

Vroeger werd ook wel de term debiliteitspsychose gebruikt: kenmerkend voor mensen die een lichte verstandelijke beperking hadden en die het uiteindelijk niet meer redden in de samenleving.

Zo'n psychose betekent bijna altijd een knik in de ontwikkeling. Een psychiater vergeleek dit met een bos. Er is een zware storm geweest en honderden bomen zijn omgewaaid. De stammen liggen er nog, het bos wordt niet onderhouden. Al snel groeien er weer nieuwe bomen, maar het bos wordt nooit meer zo mooi als het geweest is.

Bijsluitersyndroom

Maaike is een vrouw met een lichte verstandelijke beperking. In haar jeugd heeft ze veel meegemaakt. Al op jonge leeftijd kon ze niet meer bij haar ouders wonen. Ik vermoed dat er bij haar sprake is van een reactieve hechtingsstoornis.

Obsessief

Vanuit haar onveilige jeugd valt te verklaren dat Maaike veel obsessief-compulsieve trekken die laat zien. Ze wil alles onder controle houden.

De obsessie verwijst naar de dwang in het hoofd om iets te moeten doen, de compulsie is de daadwerkelijke handeling. Zo denkt Maaike iedere avond dat de deur niet op slot is (obsessie). Het gevolg is dat ze vanuit haar slaapkamer naar beneden loopt en de deur van het slot doet en weer op het slot doet. Als ze eenmaal weer in bed ligt maakt ze zich opnieuw zorgen of de deur werkelijk wel op slot is. Ze gaat weer naar beneden en de handelingen herhalen zich. Dat gedrag kan zich wel tien keer op een avond voor doen.

Medicatie

Omdat Maaike gezondheidsklachten heeft, heeft de huisarts medicatie voorgeschreven. Het eerste wat Maaike deed was de bijsluiter lezen. Vervolgens besloot ze dat de deze pillen niet in zou nemen. Als je al die bijwerkingen zag kon het niet anders of ze zou hoogstwaarschijnlijk dood gaan.

Maaike’s begeleider probeerde haar uit te leggen dat in de bijsluiter alle ooit gemelde bijwerkingen staan beschreven. De kans dat ze één van deze bijwerkingen zou hebben zou zeer beperkt zijn. Als duizend mensen deze medicijnen slikten zou één persoon een bepaalde bijwerking hebben. “Dat ben ik dan dus” zo onderstreepte Maaike haar bezwaar tegen de medicijnen.

(On-) logisch

De begeleider probeerde het nog op een andere manier. Hij probeerde het onlogische element van het denken van Maaike te onderstrepen. De bijwerkingen werden één voor één benoemd. Het was toch niet te verwachten dat ze ál die bijwerkingen tegelijk zou krijgen? Maar volgens Maaike was dat helemaal niet onmogelijk. Ze was immers vaker door ellende getroffen in het leven. Het kon dus heel goed zo zijn dat ze nu álle bijwerkingen tegelijk zou krijgen.

De begeleider probeerde het nog één keer. Bij enkele mensen was een te hoge bloeddruk gevonden na inname van deze medicatie, bij enkele andere mensen was de bloeddruk juist omlaag gegaan. Kon dat allebei? Nee, dat was wel een beetje vreemd. Hoewel Maaike ook wel eens had gehoord dat de bloeddruk opeens héél hoog kon zijn en daarna weer heel laag. Dat zou haar dus wel weer overkomen.

Verantwoordelijkheid

Maaike woont begeleid zelfstandig en ziet haar begeleider twee keer per week. Tegen de vasthoudende logica van Maaike heeft een ambulant begeleider geen schijn van kans. Maaike viel niet op andere gedachten te brengen. Ze heeft de medicatie niet ingenomen. In het team hebben we o.a. besproken welke verantwoordelijkheid je in zo’n situatie als ambulant begeleider hebt.

Het bracht mij op een nieuw woord: het bijsluitersyndroom. Voor sommige mensen vormen bijsluiters een gevaar voor hun eigen gezondheid.

LVB en poetsen

De afkorting LVB betekent Lichte Verstandelijke Beperking. Het hangt er vanaf welke statistische grens je hanteert, maar volgens een aantal onderzoekers zijn er 1½ miljoen mensen met een Lichte Verstandelijke Beperking in Nederland.

Het is een onzichtbare handicap. Veel mensen met een lichte verstandelijke beperking zijn ‘streetwise’. Ze kunnen de oren van je hoofd praten. Het probleem is dat ze in onze steeds complexere samenleving toch de weg niet kunnen vinden en zeker niet de digitale snelweg. Berichten van de overheid worden totaal niet begrepen, de kleine lettertjes worden niet gelezen, de schulden lopen gemakkelijk op.

Voor tandartsen en mondhygiënisten zijn mensen met een lichte verstandelijke beperking een ingewikkelde doelgroep. Ze zeggen alles te begrijpen en toch is de mondverzorging vaak zwaar onvoldoende. Maar wat vinden ze er zelf van?

Vorige week ondervroeg ik twee groepen van mensen met een lichte verstandelijke beperking over hun mondverzorging. Het bleken ideale patiënten.

Hoe belangrijk vind je het dat je goed je mond verzorgt? Op een schaal van nul tot tien? Een tien natuurlijk…

Hoe vaak poets je op een dag? Liefst drie keer, soms sla ik een keer over, dan is het twee keer. Maar hoe lang dan? Nou, minstens vier minuten.

Hoe vaak eet je tussendoor? “Nou” zei iemand, “ik mag maar zeven eet-en drinkmomenten op een dag, dus ik neem maar vier keer tussen het eten door iets. En de tandarts zei dat ik beter een hele zak snoep in één keer op kon eten dan in kleine stapjes, want dan rust mijn mond niet uit.”

En waarom poets je je mond zo goed? “Anders ga je stinken uit je mond en dat wil je niet dat iemand anders vindt dat je stinkt. En dan kan je ook niet zoenen.” Het was opvallend dat niemand het over gaatjes had…

Eén man had trouwens nog een interessante vondst. Hij at na het eten van uien en knoflook een paar happen tandpasta en slikte die door, dan kwam de pepermuntsmaak in je maag en dan stonk je ook niet meer uit je mond...

Dat ingewikkelde geld!

Quinto groeide op bij zijn grootmoeder. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Zijn moeder kon niet voor hem zorgen. Quinto heeft een aantal halfbroers en halfzussen, maar hij heeft geen idee hoeveel.

Op zijn 14e jaar kwam Quinto naar Nederland. Op de één of andere manier bleef hij ‘onder de radar’ van het schoolsysteem. Pas op zijn 16e ging hij naar school. Maar dat werd geen succes. Alleen op een praktijkschool boekte hij wat vorderingen.

De afgelopen tien jaar werd Quinto ambulant begeleid. Deze begeleiders zorgden er o.a. voor dat hij betaald werk kreeg bij de werkvoorziening. Ook werd zijn geld beheerd zodat hij geen omkijken had naar zijn rekeningen.

Ontevreden

Tegenwoordig is Quinto overal ontevreden over. Over zijn uiterlijk, zijn werk, zijn leven. Hij zegt dat hij geen vriendin heeft omdat iedereen hem uitlacht vanwege zijn gebit. Zijn eigen tandarts vindt een dure ingreep niet in het belang van Quinto.

Hij wilde ook niet meer dat anderen zijn geld beheerden. Dat mag hij sinds vorig jaar zelf doen. Er was niet voldoende juridische onderbouwing om hem onder bewind te stellen.

Vervolgens zocht hij contact met een commercieel bedrijf dat een aantal dure ingrepen aan zijn gebit heeft gedaan. Volgens zijn eigen tandarts zijn het riskante behandelingen die gezien de levensstijl van Quinto uiteindelijk duur uit zullen pakken.

Ruzie met de tandarts

Onlangs moest Quinto naar zijn eigen tandarts. Het bleek dat er dringend een behandeling nodig was vanwege een ontsteking aan één van zijn voortanden. Die ingreep ging ten koste van het eigen risico van Quinto.

Toen hij de rekening kreeg was hij ontzettend boos. Hij was echt niet van plan om de rekening te betalen, hij had op de klok gekeken en hij had maar 15 minuten in de stoel gezeten. De tandarts legde uit dat deze behandeling  gewoon zoveel kost, en dat Quinto in vorige jaren ook zijn eigen risico altijd kwijt was. Die redenering gaat er bij Quinto niet in: hij moet nu betalen en dat gaat hij niet doen. Hij gaat een andere tandarts zoeken die niet zo duur is.

Een dag later belt Quinto of de tandarts al een andere tandarts voor hem heeft gevonden. Nee, dat moet Quinto zelf doen. Maar dat is hij niet van plan, de tandarts is er immers de schuld van dat hij nu een andere tandarts moet zoeken? Daarna gaat hij in discussie over de rekening. De receptioniste heeft hem een half uur aan de lijn, maar ze slaagt er niet in om hem duidelijk te maken hoe het zit met deze rekening.

Na het weekend belt Quinto wéér op. Hij is niet eens naar zijn werk. Hij wil eerst ‘die rekening vereffenen’. De assistente staat hem te woord, maar er is geen doorkomen aan. Quinto gaat niet betalen en hij wil een andere tandarts.

Het gedrag van Quinto gaat zo ver dat het op stalken gaat lijken. Hij belt iedere dag op en op vrijdagmiddag staat hij zelf op de stoep. Er volgt een stevige woordenwisseling bij de balie.

Daarop wordt zijn ambulant begeleider gebeld. Deze vertelt dat het gedrag van Quinto steeds ‘obsessiever’ wordt. Hij snapt niets van zijn financiën. de achterdocht neemt enorme vormen aan. Hij begrijpt niet waar hij zijn geld aan uitgeeft. Maar hij heeft ondertussen al wel schulden opgebouwd. hij verdenkt allerlei mensen in zijn omgeving dat ze geld van hem ‘jatten’.

Verstandelijke beperking

Quinto kan goed zijn verhaal doen. Daardoor wordt zijn beperking gecamoufleerd. Hij heeft moeite met sociale contacten, maar ook een verstandelijke beperking. Hij denkt alles zelf te kunnen, maar de financiële kwesties groeien hem duidelijk boven het hoofd. Hoe minder hij er van snapt, des te meer is hij obsessief met dit thema bezig. Hij verzuimt nu zelfs zijn werk om zijn financiën naar eigen inzicht te kunnen regelen.

Ruimte in het hoofd.
In 2008 was ik betrokken bij interviews met mensen met een lichte verstandelijke beperking. Ze wilden graag alles zelf doen. Hulp was niet nodig. "Die begeleiders zijn nog erger dan mijn moeder." Maar over één ding waren de meesten het opmerkelijk eens. Sinds ze niet meer zelf hun geld hoefden te beheren ging het op dat punt beter. Al dat gedoe met brieven, instanties, digitaal bankieren, huur, diverse 'potjes': het was hen allemaal veel te veel. Eén man zei: "Ik heb ruimte in mijn hoofd doordat ik me daar niet meer zorgen over hoef te maken." 

Preken helpt niet!

In mijn werk ben ik regelmatig betrokken bij de mondzorg bij mensen met een lichte verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid. Met het eten en drinken, maar ook met het poetsen, is het bij deze groep mensen (zo'n twee miljoen Nederlanders) vaak niet best gesteld. En een bezoek aan de tandarts wordt liever ook overgeslagen, tenzij de pijn te heftig is.

Opmerking tussendoor: ik heb het over ‘de mensen met een lichte verstandelijke beperking’ of over ‘ze’, maar het gaat hierbij natuurlijk ook om een heterogene groep, met toch wel vaak een aantal gemeenschappelijke kenmerken.

Hoe motiveer je mensen met een lichte verstandelijke beperking om beter te poetsen? Je kunt ze een folder aanbieden. Je hebt dan op de praktijk een folder minder, maar die folder wordt heus niet gelezen. Dat heeft dus geen zin.

Je kunt ze ook waarschuwen dat niet goed poetsen heel ongezond is en dat ‘ze’ over tien jaar een kunstgebit hebben. Ook die waarschuwing heeft geen enkele zin. Over tien jaar is pas over tien jaar. Bovendien hadden hun ouders op hun 18e ook al een ‘klapper’. Dan ben je van alle gezeur af. Als je dan uit gaat leggen dat een kunstgebit ook tal van nadelen heeft horen ze die boodschap welwillend aan, maar hij gaat wel het ene oor in en het andere oor uit. Ook het dreigen met tal van enge ziektes heeft geen enkele zin.

En die eet-en drinkgewoonten? Is het wel zo verstandig om een fles cola naast je bed te hebben staan? Jawel, want als ik ’s nachts dorst heb moet ik wat drinken! Is gewoon water dan niet goed genoeg? Nee, want dat smaakt nergens naar.

Ik doe het toch nooit goed!

Als behandelaar wil je graag dat je patiënten zo gezond mogelijk leven, maar het ingewikkelde is dat die boodschap zelden goed over komt. Naar mijn idee komt dat omdat mensen met een lichte verstandelijke beperking al hun hele leven hebben gehoord dat ze het niet goed doen. Voor mijn idee komen ze vaak binnen met het idee ‘ik zal het toch wel weer niet goed hebben gedaan’. Op den duur horen ze de boodschap gewoon maar aan, maar ze doen er verder nauwelijks iets mee.

Sociale interpretatie

Bovendien komt de boodschap ‘uit een andere wereld’. De tandarts of de mondhygiëniste is een hoog opgeleide man of vrouw. Die mensen doen net zoals de meester op school niet anders dan jou vertellen dat je je leven moet beteren omdat het anders verkeerd met je afloopt. En de dokter doet ook niet anders dan jou vertellen dat het je eigen schuld is dat je niet opknapt omdat je je pillen vergeten bent in te nemen. Al die mensen vertellen jou dat je niet goed bezig bent. Dat is het thema van de zogenaamde ‘sociale interpretatie’.

Gezondheidsmoraal

Aan die situatie moest ik denken bij een column uit de Volkskrant van 6 juli 2018 onder de titel ‘Gezondheidsmoraal’. Hoe komen boodschappen over als ‘u bent te dik’ of ‘u rookt teveel’? Alles mag verkocht worden, maar als de mensen het dan kopen, dan wordt er een appel gedaan op de eigen verantwoordelijkheid. Ja, het lag wel in de winkel, maar u bent stom dat u het gekocht hebt, daar gaat uw eigen risico.

Er is lang gedacht dat moraliseren helpt om gedrag te veranderen. Als u zoveel rookt bent u onverantwoord bezig! Maar volgens sociaal psycholoog Susanne Täuber werkt dat moraliseren zelfs averechts. Het leidt zelfs tot een sociale norm die mensen tegen elkaar opzet. Dat je dik bent is je eigen schuld, je betaalt zelf ook de kosten maar die het gevolg zijn van jouw levensstijl.

Täuber: “Bij de overheid en in de wetenschap werken vooral hoogopgeleiden die allemaal door dezelfde moraliserende bril naar de levensstijl van mensen kijken.” Het gevolg is dat de mensen voor wie o.a. de reclamespotjes en de brochures gemaakt worden zich in de hoek gezet voelen. “Die gaan echt niet naar dat soort boodschappen luisteren.”

Täuber deed onderzoek naar het effect van bepaalde teksten om de leefstijl van mensen te verbeteren. Mooie teksten, bewerkt door tekstschrijvers, ook hoog opgeleid. Het effect: de boodschap werd niet gelezen en kwam al helemaal niet over. Täuber: “Het moraliseren van een gezonde levensstijl werkt gewoon averechts. ”

Geen opgeheven vingertje

Wat wel werkt volgens Täubler is: gezond leven als een vaardigheid presenteren. In mijn eigen woorden: de mensen om wie het gaat niet corrigeren over wat ze fout doen, maar nieuwsgierig maken. Dat gaat heel langzaam, in kleine stapjes, maar het is vaak toch mogelijk.

Twee ingrediënten: a) werken vanuit de relatie (dat is de basis: iemand zien als persoon), b) stop met het opgeheven vingertje en het rode potlood: werk bijvoorbeeld volgens de ideeën van het oplossingsgericht werken (of met elementen van het motivational interviewen).

"Preken helpt niet" is één van de eerste stellingen die ik in stelling breng als het gaat om gedragsverandering bij mensen met een lichte verstandelijke beperking. Als begeleider of behandelaar zul je iets anders moeten bedenken...