Naar de bollen (1)

Vrijdag was het zonnig en droog en warm bij de kachel. Buiten was het frisser. Hoogste tijd om Tineke een keer uit te laten. Dus stapten we halverwege de middag op onze Batavus Dinsdag. 

Tineke moest weer oefenen met fietsen nadat ze haar schouder had gebroken als gevolg van een losliggende tegel. Nu fiets je niet direct met je schouder, maar als één lichaamsdeel lijdt, lijden de andere delen mee. Na de fietstochten die ze inmiddels had ondernomen had ze ook elke keer weer flink last van lichamelijk ongemak. Inmiddels heeft ze een constructie op haar stuur laten zetten waardoor haar arm wat minder belast zou moeten raken.

We fietsten in noordelijke richting door de voormalige veenkolonie Delft en sloegen daarna rechtsaf richting de Delftse Hout. Daar wist ik een nest met meerkoeten te vinden. En ziedaar: er had gezinsuitbreiding plaatsgevonden. Er zaten maar liefst zeven jonge meerkoeten op het nest. De vader en de moeder hadden het er maar druk mee.

Daarna fietsten we door de Delftse Hout. Die weg had ik bewust gekozen omdat de bomen mooi als windsingel konden dienen. Helaas is een deel van het bos al een jaar afgesloten vanwege de reconstructie van het fietspad. Ik heb niet eerder meegemaakt dat de reconstructie van een fietspad een jaar duurt. Volgens mij is er sprake van een complot.

Ten westen van de Delftse Hout bevinden zich uitgestrekte Vinex-locaties. De gemeente Den Haag barstte uit zijn voegen en sloeg zijn slag toen het vliegveld Ypenburg gesloten werd. Alleen de voormalige verkeerstoren staat er nog als een monument tussen de veelal grote nieuwbouwwoningen (een woonoppervlak van meer dan 150 vierkante meter is geen uitzondering).

Een deel van de nieuwbouw heeft plaatsgevonden rond het dorp Nootdorp, een kleine historische enclave te midden van eindeloze nieuwbouwwijken. Vroeger was Nootdorp een tuindersdorp met een grote instelling voor mensen met een verstandelijke beperking.

Die instelling is er nog steeds, maar temidden van de nieuwbouw valt hij niet meer echt op. Een groot deel van het terrein is in het kader van de zogenaamde integratie in beslag genomen door nieuwe woningen. Ook hier is die integratie niet direct een succes geworden. De plannen werden vanuit Den Haag opgedrongen zonder veel kennis van zaken rond de behoeften van mensen met een verstandelijke beperking. 
Het dorpse centrum van Nootdorp (foto tijdens een eerdere fietstocht genomen)

In Nootdorp wilde ik Tineke nog iets bijzonders laten zien. Een plaatselijke inwoner heeft de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk van Delft nagebouwd in zijn tuin. Er is bijna geen tuin meer over. Toch is hij ook nog aan een nieuw project begonnen: de bouw van de Domtoren.

Ten westen van Nootdorp ligt een enorm verkeersplein dat vele vierkante kilometers in beslag neemt. Een paar lange fietsbruggen leiden over de snelwegen. Daarna fiets je Leidschendam binnen.

Het oude centrum van Leidschendam bevindt zich rond twee sluizen in de Vliet: de vaarweg tussen Den Haag en Leiden. We vonden het tijd voor koffie met een tosti.

Het centrum van Leidschendam (foto tijdens een eerdere fietstocht genomen)

Alle bankjes waren bezet, maar gelukkig konden we terecht op de trap van meneer pastoor van de H.H. Petrus en Pauluskerk, een indrukwekkend kerkgebouw dat rond 1880 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Evert Margry, een leerling van Pierre Cuypers.

Leidschendam bestaat – net als de andere plaatsen rond Den Haag – voornamelijk uit nieuwbouwwijken. Hier bevindt zich het grootste winkelcentrum van Nederland: The Mall of the Netherlands. Wil je een Amerika-ervaring opdoen zonder te vliegen, dan kun je hier een keer boodschappen gaan doen.

Molen de Salamander in Leidschendam

Even verderop om de hoek van de H.H. Petrus en Pauluskerk aan de Vliet staat de molen De Salamander indrukwekkend te zijn. Het is een houtzaagmolen die nog volop in bedrijf is. Je kunt er gewoon planken van allerlei soort bestellen.

We moeten bij deze molen spreken van een wedergeboorte. Hij was totaal vervallen, maar er is jarenlang gewerkt aan de restauratie. Sinds 1995 staat hij hier weer vrolijk te draaien.

Als men in Nederland wat meer van deze arcitectonisch verantwoorde molens zou bouwen zouden er minder van die lelijke metalen joekels hoeven te staan die inmiddels het complete landschap verpesten. 

Koufietsen (2)

Veel mensen zijn mooiweerfietsers. Zo niet mijzelve. Ik ben winterhard tot min tien. Dat is wel een beetje vreemd. Ik heb het namelijk snel koud. Maar het buiten moeten zijn wint het van de kou.

Tijdens de koudste fietstocht die ik ooit maakte bleek de temperatuur niet boven de min tien graden te zijn geweest. Dat was niet zo gepland, maar soms houdt het weer het KNMI voor het lapje.

Na afloop van die tocht vreesde ik dat ik geen tenen meer had. Maar na een tijdje zoeken en ontdooien heb ik ze toch weer in mijn sokken teruggevonden.

Maar ja, wat stellen die winters van tegenwoordig nog voor. Met veel moeite wist de temperatuur in Delft deze week heel even onder nul te komen. En teneinde valpartijen van verstrooide professoren te voorkomen rukten toen ook meteen de strooiploegen uit om de fietsers zand in de ogen te strooien.

Toch, geachte lezers, is ook een temperatuur van rond het vriespunt voldoende om het koud te krijgen op de fiets. En de laatste tijd ben ik op de één of andere manier wat gevoeliger voor koude geworden. Dus is het zaak om je te wapenen.

  1. Het eerste wat ik tegen mezelf zeg is dat het helemaal niet koud is. Gewoon gaan fietsen en dóórtrappen.
  2. Het tweede is dat ik een jas aantrek. In dit geval een winterjas.
  3. Het derde is dat ik geen pet op zet, maar een muts. Ook je oren kunnen het namelijk koud krijgen. Je bent dus een muts als je met koud weer alleen een pet op je hoofd hebt.
  4. Het vierde was dinsdag dat ik een lange thermo-onderbroek aan heb getrokken. Dat wilde ik niet, maar Tineke – die hier in huis doorgaans de broek aan heeft – vond dat ik deze keer maar eens naar haar moest luisteren.
  5. Het vijfde was dat ik winddichte hoge schoenen heb aangetrokken. Het woei helemaal niet, maar het hielp toch.
  6. Het zesde was dat ik bij wijze van proef opwarmers in mijn handschoenen heb gestopt. Je legt ze thuis in bijna kokend water en daarna kun je ze met een klinkje warm laten worden totdat het tegendeel blijkt.

Hoe het komt weet ik niet, maar ik dacht dat ik Zoetermeer binnen fietste, maar het was Den Haag. Nou ja, dat valt wel te reconstrueren. Ergens in het donkere bos heb ik een afslag gemist. Om wat specifieker te zijn: ik fietste de Vinexwijk Leidschenveen binnen. Twintig minuten later fietste ik er aan de andere kant weer uit.

Toen was het een kwestie van onder de snelweg door en ik was in Leidschendam. Deze plaats bestaat voornamelijk uit saaie nieuwbouwwijken. Het meer authentieke deel bevindt zich langs het Rijn-Schiekanaal. Daar staat ook molen de Salamander. De molen stond op instorten, maar werd rond 1990 van top tot teen gerenoveerd. Als hij in bedrijf is zaagt hij houtjes.

Inmiddels zijn mijn handenopwarmers uitgeschakeld. Ze blijken in de kou zo'n drie kwartier warm te blijven. Als ik een hele dag wil gaan fietsen moet ik iets anders verzinnen. Een fiets met verwarmde handvatten bijvoorbeeld.

Ritje Randstad (2)

De Batavus nadert een station. Het blijkt station Leiden De Vink te zijn. Een groene fietsroute voert mij verder langs de spoorlijn tot station Voorschoten. De route langs de spoorlijn naar Den Haag is mij bekend. Maar ik wil nu iets anders. Dwars door Voorschoten. Niet geschoten, altijd mis.

Avondlucht bij station VoorschotenVoorschoten is vooral een forsensengemeente. In de afgelopen 30 jaar is de plaats uit zijn voegen gebarsten. Het aantal inwoners is in die tijd vervijfvoudigd. Veel ruimte voor uitbreiding is er niet. Het dorp ligt ingeklemd tussen de ecologische groenstructuur rond Kasteel Duivenvoorde, recreatiegebied de Vlietlanden en de spoorlijn van Den Haag naar Leiden en soms ook omgekeerd.

Ik zie hier weinig oude huizen. Toch heeft de plaats een beschermd dorpsgezicht. Maar dat lees ik pas achteraf. Op de één of andere manier heb ik dat Voorschotenstukje van het dorp gemist. Om een drukke weg te vermijden heb ik mij begeven in een aantal straten uit de periode van rond 1920. Uiteindelijk ben ik via een complexe kruising met wonderbaarlijke fietsoversteekplaats op de oude Rijksstraatweg door het dorp uitgekomen. Deze weg voert mij gevankelijk door de ecologische groenstructuur naar Leidschendam.

Wat me opvalt is dat de plaatsen hier allemaal zo dicht bij elkaar liggen. Je hebt eigenlijk helemaal geen fiets nodig, je kunt eigenlijk ook wel gaan lopen.

Leidschendam Kasteel DuyvenvoordeVoordat ik in Leidschendam ben passeer ik Landgoed Duivenvoorde. Het kasteel ligt vér van de weg af, je kunt het nauwelijks zien. Hier zwaait een heuse barones de scepter. Ze heet: Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oije. Dan mis ik toch heel wat namen, ik heb maar één voornaam en één achternaam. Daarom ben ik ook niet voornaam. Maar voortaan zal ik vanuit de trein naar de barones zwaaien.

Voor Leidschendam ligt de Robert Fleurystichting. Daar ben ik een aantal malen op bezoek geweest vanwege mijn werk. Tegenover de stichting was een café waar voortdurend bewoners van deze stichting op bezoek kwamen. Daar zat ik ook graag, vanwege de bijzondere verhalen die ik af en toe te horen kreeg. Toen ik dat café nog niet had ontdekt was ik een keer in een restaurant beland, waar de soep alleen al zo’n 25 gulden kostte. Ik heb toen maar schielijk het pand verlaten.

Via binnenwegen met veel bomen en na de stormen van de afgelopen dagen ook veel takken (dus uitkijken op de fiets) fiets ik door de bebouwde kom van Leidschendam. Het oude centrum heb ik al meerdere malen bezocht, ik fiets nu door woonwijken, voor een groot deel uit de periode van voor de Tweede Wereldoorlog. Goed om dat ook even mee te maken, in mijn beeldvorming was Leidschendam eigenlijk alleen maar een plaats met stereotype naoorlogse woonwijken.

Ondertussen wordt het snel donker. De zon is onder gegaan, maar er nadert zo te zien ook een heftig buiencomplex. Ik weet niet of mijn Batavus en ik het droog gaan houden…