Oorspreiding

Ik wil het niet over mijn fysieke ongemakken hebben, want die heb ik nauwelijks. Maar vanwege een kleine blessure aan mijn knie had ik gisteren bezigheden binnenshuis. Ik kon opeens mijn knie niet buigen en strekken, dus ik kon niet fietsen.

Tineke vond dat ik mij bij de dokter moet melden. Ik ben een gehoorzame man en ik ging aan de slag. Tegenwordig kun je dokters niet meer bellen, je moet inloggen. Dat wist ik niet, maar het bleek zo te zijn. Toen ik uiteindelijk een wachtwoord had bedacht zag ik een heel medisch dossier tevoorschijn komen. Ik heb 350 dagen geen contact gehad met de dokter. En daarvóór 320 dagen. Ik heb dus steeds minder vaak een dokter nodig. Wat zal hij blij zijn als hij mij weer een keer kan spreken.

Huiskater Ringo spreidt zijn oren

Een afspraak heb ik niet gemaakt. Dat kon niet. Maar dat geeft ook niet. Met zo’n knie kan ik niet lopen en fietsen. Dus ik kan tóch niet naar de dokter. En onderzoek wijst uit dat het meeste lichamelijke ongemak vanzelf weer over gaat. Wat er aan de hand is met mijn knie weet ik noet. Er zitten schroeven in en ik heb de indruk dat er een schroefje los is geraakt. Maar dat is altijd beter dan wanneer er een draadje in je hoofd los is geraakt.

Gisteren heb ik vooral veel achterstallig computerwerk verzet. Twee artikelen gecorrigeerd, een column geschreven, enkele afspraken gemaakt (behalve met de dokter) en achterstallige correspondentie via de mail verzonden. Daarnaast heb ik onderzoek gedaan. Dat gebeurde perongeluk.

Ik had de kookwekker ingesteld. Toen hij afliep keek ik toevallig net naar onze huiskater Ringo. Hij schrok zich wezenloos, want hij lag vlakbij de kookwekker. De oren bogen maximaal uiteen van schrik of onbehagen.

Zou onze huiskater kunnen wennen aan deze geluiden? Dus de kookwekker nog een keer af laten lopen. De tweede keer was de spreiding al wat minder. De vijfde keer zag je alleen aan het begin nog een klein beetje oorspreiding.

Ik zou mijn onderzoek als titel mee kunnen geven: “Oorspreiding. Een fenomenologisch onderzoek naar een meetinstrument voor stress bij katten.”

Op het idee dat hij ook ergens anders had kunnen gaan liggen is onze huiskater niet  gekomen. Het geluid wende wel, maar hij bedacht geen andere oplossingen. Er was dus wel sprake van een bepaalde vorm van kokerdenken, van inflexibilitas mentis.

Daar heb ik ook wel eens last van. Op den duur gaan Baas en Beest toch op elkaar lijken.