Chronogerontologie

Ik snap er niks van. Ik dacht dat ik na mijn pensionering alle tijd zou hebben. Maar de tijd vliegt zó hard dat ik helemaal geen tijd (over) heb.

Dat ligt ook wel een beetje aan mezelf. Ik heb nog steeds allerlei werkklussen aan mijn broek en fiets hangen. Volgende week heb ik weer op vier dagen werkafspraken. Echt met pensioen, die ervaring is mij dus nog niet overkomen. De enige ervaring in die richting was toen ik drie maanden lang in een rolstoel zat en gewoon geen energie had om veel na te denken.

Maar ik heb ik woord voor jullie dat je kunt toepassen bij galgje. Chronogerontologie. Hoe beleven ouderen de tijd? En ik zou daar aan toe willen voegen: niet alleen de ouderen…

Een werkdag duurde voor mij altijd véél te kort Vaak was ik 10 uur aan het werk en had dan nog steeds het gevoel dat ik nét begonnen was. Zo’n boeiende en afwisselende baan had ik. ’s Avonds voelde ik dat trouwens wél, ik ben kennelijk ook de jongste niet meer… Ik kon ’s avonds vanaf mijn 50e niet meer uitgebreid vergaderen.

Maar een dag zelf in een cursuslokaal zitten en naar anderen luisteren vind ik wel erg lang duren. Ik moet dus zelf aan het werk. Trouwens: een trein die 5 minuten te laat is lijkt vaak wel een uur te laat… Kloktijd is heel wat anders dan beleefde tijd.

Kloktijd is heel wat anders dan beleefde tijd

  • Tijd is een kwestie van psychologie: Als je geen idee hebt van de tijd duurt alles lang. 
  • De dag duurt lang als je de hele tijd moet wachten

Mevrouw Jongsma vertelt dat ze – sinds ze in het verpleeghuis woont – de hele dag zit te wachten. ’s Morgens zit ze te wachten op het ontbijt, ’s middags op het middageten en ’s avonds op het avondeten. Ze moet zelfs de halve dag op de ochtendkrant wachten: die mag ze niet zelf halen. 

  • Zonder ankerpunten duurt de dag extra lang en raak je je besef van dag en tijd kwijt

Meneer de Vries weet niet welke dag het vandaag is. Alle dagen lijken op elkaar sinds hij geen werk meer heeft.

  • De dag vliegt voorbij als je bezig bent, als je regie hebt over je eigen bestaan
  • Ouderen: 1950 lijkt als de dag van gisteren, vanmorgen lijkt een eeuwigheid geleden. Hoe kun je dat verklaren?
Ik heb er zelfs een boek over in de kast staan. Hoe beleef je de tijd als je ouder wordt? Vaak is de tijd voor mij een raadsel: hoe kort geleden iets lijkt terwijl het toch al dertig jaar geleden is. En omgekeerd: hoe lang het geleden lijkt dat ik op de fiets stapte, terwijl het nog vanmorgen gebeurde. 

Tijd en psychologie

Ooit schreef ik een artikel voor een krant over de vraag waarom mensen zo ontzettend mopperen op vertragingen bij het spoor. Drie minuten langer wachten lijkt kennelijk een eeuwigheid.

En waarom duren die laatste minuten van het jaar altijd zo lang? Als vijf minuten verstrijken heb je het meestal nauwelijks door. Behalve de laatste vijf minuten van het jaar. Beeld je eens in dat je in het ziekenhuis ligt. Je kunt niet slapen. Wat duurt zo’n nacht dan eindeloos lang! Dan is de nachtzuster een reddende engel. En de twee minuten dat de tandarts je kies aan het boren is duren ook een eeuwigheid.

We hebben het hier over het verschil tussen ‘kloktijd’ en ‘beleefde tijd’. Als je moet wachten duurt de tijd altijd langer dan wanneer je bezig bent. Er zijn allerlei onderzoeken gedaan waarbij aan mensen gevraagd wordt hoe lang iets duurde. Bijna altijd zitten ze er behoorlijk naast. We slagen er nauwelijks in om onze beleefde tijd in kloktijd om te zetten.

Vorige week maakte ik een situatie mee waarbij ik me opeens weer realiseerde dat ik last had van verlengde beleefde tijd. Ik zat in een overvolle trein en kon geen kant uit. Ik realiseerde me opeens dat het feit dat ik geen kant uit kon alleen al maakte dat de treinreis voor mijn gevoel langer duurde. Ik had geen controle meer over de situatie.

Het zou wel eens zo kunnen zijn dat – als je het gevoel hebt dat je geen invloed hebt – de tijd langer duurt dan wanneer je wel invloed hebt. Het is één van de factoren die leiden tot het langzamer verstrijken van de tijd…

Een kwestie van tijd (slot)

 Vermoeidheid

Voor iemand die moe is duurt de dag vaak langer. Vermoeidheid lijdt vaak tevens tot verlies aan grip op de tijd. De dag glipt uit je handen zonder dat je er invloed op hebt gehad. Mensen kunnen zelfs al moe worden van het idee dat er iets gedaan moet worden (Jacques Heijkoop omschrijft dit als moeite met overgangen).

Het is belangrijk om door te vragen naar de ‘kwaliteit van de vermoeidheid’. Vermoeidheid die er voortdurend is (ook zonder inspanning) kan uiteraard te maken hebben met lichamelijke oorzaken, met depressiviteit, maar ook met gebrek aan perspectief en zingeving. Wie zo de dag door moet komen voelt zich ook veel ouder.

In het boek Krachtig 80 (van de Putte) wordt beschreven hoe sommige andere ouderen hun leven nog als zeer zinvol ervaren, waardoor de dagen voorbij lijken te vliegen.

Ervaringsdieet

Mensen die ouder worden ervaren vaak meer problemen met de zintuigen. Het gehoor wordt minder, het gezichtsvermogen, de tast en de reuk. Minder zintuiglijke ervaringen maken dat de wereld als saaier wordt ervaren.

Bij verlies van smaak is iedere maaltijd hetzelfde en ook de maaltijd is dan niet meer iets waar men naar uit kan zien.

Echter: oudere mensen hebben – net als jongere mensen-  behoefte aan ‘verte’, aan perspectief. Maar naarmate men ouder wordt dienen zich ook begrenzingen aan waardoor het beleven van  ‘spannende ervaringen’ minder wordt. Wie moeite heeft met evenwicht durft minder goed te lopen, wie een keer beroofd is durft de straat niet meer op, wie uit ervaring weet dat hij de drukte op straat niet aan kan blijft achter de geraniums zitten. Dit (zelf of door anderen opgelegde) ervaringsdieet heeft ernstige consequenties voor de kwaliteit van bestaan.

We leven in een samenleving waarbij alle risico’s zoveel mogelijk moeten worden uitgebannen. Stel je voor dat er tijdens jouw dienst of op jouw instelling iets mis gaat: dan hang je. Het gevolg is dat iedere organisatie zich probeert in te dekken door risico’s te vermijden. Dat hoor je aan het frequentie gebruik van het woord ‘verantwoordelijkheid’. “Daar neem ik geen verantwoordelijkheid voor”. “Daar neem ik de verantwoordelijkheid voor”. Antwoorden verwijst naar een dialoog, maar in dit geval worden de antwoorden vaak eenzijdig opgelegd.

Leven in een instelling

“Waarom is deze woning op slot?” luidt de vraag aan een begeleider in een zorginstelling. “Omdat de bewoners kunnen gaan dwalen”, is het antwoord. “Wat is het risico?” luidt de vervolgvraag. “Dat ze kunnen vallen” is het antwoord.

In het Journaal van 29 november vertelde iemand uit de nachtdienst van een verzorgingshuis dat er ’s nachts regelmatig bewoners uit bed komen. Waarom? Omdat ze honger hebben! Om vijf uur wordt er gegeten, want om zeven uur moet de tweede dienst naar huis. Een deel van de bewoners moet dan ook nog worden gewassen. Sommigen liggen al om 20 uur op bed. Tsja, en dan word je dus om twee uur ’s nachts wakker. Je hebt er al een lange nacht op zitten. En je hebt honger. Dan duurt die nacht érg lang!

Het is de vraag of de wijze waarop binnen veel zorginstellingen risico’s zoveel mogelijk worden vermeden nog wel in verhouding staat met de behoefte aan perspectief die ieder mens heeft. “Vissen houd je ook niet in gedestilleerd water” schrijft Prof. Van Gennep. Wil je mensen kwaliteit van de bestaan geven, dan horen daar risico’s bij. Als je alle risico’s wilt uitsluiten leidt dat tot dagen met nauwelijks afwisseling. Als de dag weinig variatie met zich mee brengt wordt het leven wachten en het wachten maakt dat de dag eindeloos lang gaat duren. Het gevolg daarvan is weer dat nogal wat ouderen gedrag laten zien dat ten onrechte wordt gezien als een dementieel beeld. Het werkelijke reden is dat ze geen ‘zin’ meer hebben in het bestaan, omdat dit bestaan niet aansluit bij hun behoeften. Ze voelen zich een vreemde en sluiten zich af.

Zingeving

Waarom duurt een dag in het ziekenhuis veel langer dan een dag thuis? Omdat mensen in een ziekenhuis weinig invloed hebben op het bestaan. Het programma wordt door anderen bepaald. Als patiënt heb je weinig te vertellen. Je moet maar afwachten wanneer er tijd voor jou is.

Daarmee is de cirkel weer rond. Zingeving speelt een grote rol bij de ervaring van tijd. Sommige mensen hebben in de loop van hun leven veel ‘innerlijke zin’ op kunnen bouwen, ze ervaren zingeving in hun dagelijkse bestaan. Andere mensen zijn daar in veel minder ‘ontwikkeld’ en daardoor meer afhankelijk van de wijze waarom ze door mensen in hun omgeving bejegend worden.

Of de dag eindeloos lang duurt of ‘lang genoeg is’ hangt niet alleen af van de activiteiten die geboden worden. Met een vol programma van niet bij de persoon passende activiteiten kan een dag nog steeds eindeloos lang duren.

Op maandag is er bingo, op dinsdag volksdansen en op woensdag moeten we kaarten maken. Dan denken ze dat we ons niet vervelen. Maar weet u hoe vervelend dat is, om de hele tijd vermaakt te worden? En dan vinden ze dat ik dwars ben dat ik daar allemaal niet aan mee wil doen. Maar al die dingen, dat interesseert me niet. Waarom niet eens een paar avonden over Vaderlandse geschiedenis? Dan kom ik de dag wel door! Aldus meneer Van Dam.

Eén van de sleutels om dagen korter te laten lijken is het behouden van regie over het eigen bestaan. Daar horen inderdaad risico’s bij.

Daarnaast moet wachten zo veel mogelijk worden voorkomen door het vinden van bezigheden die de tijd verkorten. In het ziekenhuis bestaat de dag vaak uit wachten. Maar gelukkig is een verblijf in het ziekenhuis vaak tijdelijk.

In zorginstellingen bestaat het leven voor veel bewoners ook uit wachten.  Bewoners zijn afhankelijk het aanbod aan activiteiten, de maaltijden die gekookt worden, de tijd die er voor hen is, de diensten die de begeleiding draait.

Tenzij de instelling er als nog in slaagt om er voor te zorgen dat de bewoners eigen invloed op maat kunnen ervaren. Een programma dat aansluit op de individuele kleur van hun persoon in het kader van hun levensgeschiedenis. Een dagritme dat zoveel mogelijk aansluit op het bioritme van de bewoners (een avondmens hoeft niet ’s morgens vroeg naar de dagbesteding).

Dat hoeven begeleiders niet te bedenken, dat programma groeit vanzelf als er sprake is van een belevingsgerichte dialoog met de bewoners.