Angst en autisme (4)

Bij kinderen en jongeren in de USA is de angststoornis de meest genoemde psychische stoornis. De getallen lopen nogal uiteen: van 6% tot 20%. Dat komt doordat de angststoornis niet zo goed valt af te grenzen van andere stoornissen. Bovendien valt angst vaak samen met andere stoornissen, zoals een depressie.

Hoe zit het dan met kinderen en jongeren met autisme? Bonny van Steensel is gepromoveerd op dat onderzoek. Ze komt in Nederland op een percentage van 40%.

Onderzoek in de USA komt opnieuw op een grote spreiding uit: van 30% tot 80% van de kinderen en jongeren met autisme zou tevens een angststoornis hebben ontwikkeld. Ouders noemen dit bij de opvoeding één van de grootste problemen.

Naast, maar mede als gevolg van deze angsten treden ook andere problemen op, zoals problemen met de aandacht, oppositioneel gedrag en ook weer depressie.

De vormen waarin de angsten zich manifesteren zijn:

  1. De gegeneraliseerde angststoornis. Mensen met zo’n vorm van angst zijn met allerlei aspecten van het dagelijks leven bezorgd over wat of het allemaal wel goed komt en wat er zou kunnen gebeuren. Ze voelen zicht vaak gejaagd en rusteloos. Ze piekeren vaak en veel, hebben last van concentratieproblemen en slaapproblemen. Ook lichamelijke klachten komen voor, zoals spierspanning, zweten, misselijkheid, darmklachten, diarree of hoofdpijn komen bij hen vaker voor.
  2. Fobieën: angst voor specifieke voorwerpen, dieren, omstandigheden die het hele leven gaat beïnvloeden.
  3. Obsessief-compulsieve symptomen. De obsessie is dat je het idee in je hoofd hebt, de compulsie is dat je het vervolgens moet doen. Je bedenkt dat je aan de noodrem moet trekken in de trein en vervolgens krijg je die gedachte niet meer uit je hoofd, sta je van je plek op en trek je aan de rem. Tics vormen een variant op deze symptomen.
  4. Paniek: een heftige reactie op een bepaalde emotie. Die reactie is niet meer controleerbaar.
  5. Sociale angst: angst voor het contact met andere mensen, en vaak het meest hevig met groepen.
  6. Scheidingsangst en verlatingsangst: de angst om de meest vertrouwde mensen in je leven los te moeten laten.
  7. Symptomen die doen denken aan posttraumatische stress, bijvoorbeeld overmatige schrikreacties, wegrakingen, frequente hartkloppingen.
Advertenties

Angst en autisme (3)

Nog steeds eerst de normale ontwikkelingslijn van angsten bij kinderen. Het volgende deel van deze serie gaat het over kinderen met autisme.

Puberteit

  • Sociale angst: angst voor groepen, voor onbekenden
  • Sociale angst: de angst om er niet bij te horen, dat je buiten de groep valt.
  • Angst dat je niet voldoet aan de verwachtingen
  • Bang dat je er ‘vreemd’ uitziet, dat je uiterlijk niet voldoet aan de normen
  • Angst voor wat er in de toekomst met je zou kunnen gaan gebeuren, ook: dat je altijd alleen zult blijven
  • Bang voor verwondingen en ziekten
  • Angst voor rampen (oorlog, radio-activiteit, natuurrampen)
  • Angst voor gevaar, voor de dood.

De sociale angsten bij de puber vertalen zich nogal eens in het zich terugtrekken en het ontwikkelen van een eigen (schijn)wereld, zoals games. Anderen sluiten zich aan bij een hechte groep met radicale ideeën (daar horen ze er tenminste wél bij).

De andere angsten vertalen zich bijvoorbeeld in controlegedrag, zoals het obsessief bezig zijn met je lichaam.

Wat is een angststoornis?

Men spreekt van een angststoornis als de normale angsten, die passen bij de leeftijd, leiden tot zorg die het leven gaat beheersen, tot vermijding, tot een verhoogd lichamelijk stressniveau (inclusief slaapproblemen). Deze angst belemmert het dagelijkse functioneren aanzienlijk.

In de USA vormen angststoornissen de meest voorkomende vorm van psychische problematiek bij kinderen en jongeren.

Angst en autisme (2)

Voordat ik de stap maak naar angst bij mensen met autisme eerst even de normale ontwikkelingslijn van de angsten. Gisteren ging het over kleuters. Nu over kinderen in de midden-en bovenbouw van het basisonderwijs.

Kinderen van 7 tot 12 jaar

  • Kinderen op deze leeftijd kijken veel ‘om zich heen’. Vriendjes en vriendinnetjes zijn erg belangrijk. Daardoor zijn de angsten deels meer ‘sociaal’ van karakter.
  • Een deel van de kinderen is bang om hardop iets voor te lezen of te vertellen voor de klas of de groep.
  • Angst voor kritiek van de meester of de juf.
  • Bang voor uitslagen, cijfers.
  • Bang om fouten te maken.
  • Bang voor kritiek van klasgenoten
  • Bang om er niet bij te horen, buiten de groep te vallen (bijvoorbeeld: de ‘verkeerde’ kleding)
  • Bang voor pesterijen en intimidatie door dominante klasgenoten.
  • Angst voor de dood, zowel van mensen in de directe nabijheid, in het bijzonder de ouders, als van zichzelf.
  • Bang voor het ondervinden van pijn en verdriet.
  • Bang om anderen pijn of verdriet aan te doen
  • Angst voor (de gevolgen van) ziekten.

Angst en autisme (1)

Angst komt bij kinderen met autisme veel vaker en heftiger voor dan bij andere kinderen. Daar is de laatste tijd veel onderzoek naar gedaan. Zo promoveerde Bonny van Steensel in Nederland op zo'n onderzoek (2016).

Eerst maar eens een rijtje ‘gewone’ kinderangsten.

  1. Kleuters:
  • Angst voor heftige visuele en auditieve prikkels (sirene van de brandweer, enge plaatjes)
  • Kleine dieren (spinnen, torren, insecten)
  • Grote dieren die loslopen
  • Donker
  • Enge voorwerpen, dieren en mensen die niet echt bestaan, maar die voorkomen in bijvoorbeeld tekenfilms en animatiefilms
  • Verlaten worden door belangrijke mensen, angst als de ouders ’s avonds en ’s nachts weg zijn
  • Beschadigingen aan het eigen lichaam (als je bloedt kun je ‘leeglopen’) en dat van andere mensen (schrikken als een ander zich pijn heeft gedaan of bloedt)
  • Medische ingrepen (een prik, de tandarts)
  • Angstaanjagende dromen (nachtmerries): dat wat je droomt blijft je achtervolgen als je wakker bent.
  • Enge en spannende films

Volwassenen zullen zich trouwens ook herkennen in deze angsten. Bij kleuters hebben ze alleen meer impact. Dat komt omdat de kleuter minder in staat is om te bedenken wat fantasie en wat werkelijkheid is (Zie de klassieker van Selma Fraiberg: De magische wereld van het kind).

Daarnaast zijn kleuters minder in staat om te bedenken wat ze kunnen doen om de angst de baas te zijn.

 

Kinderangsten (13)

Een aantal therapieën gaat er vanuit dat angsten vroeger ontstaan zijn en dat de behandeling begint bij het ontrafelen van je levensgeschiedenis.

Soms kan dat inderdaad helpen. Aan de andere kant valt vaak nauwelijks te achterhalen waar een bepaalde angst vandaan komt. Hoe weet je nu waarom je bang bent geworden voor spinnen?

Over die angst voor spinnen doen de wildste verhalen de ronde. Zoals dat de harige poten van de spin doen denken aan de harige benen van vreemde mannen. Daarom zouden vrouwen banger zijn voor spinnen dan mannen. 

Stapsgewijze gewenning

De gedragstherapie zegt: ‘niet praten maar doen’. Als je bang bent voor spinnen gaan we niet wroeten in je verleden, we gaan aan de slag. Dat kun je stapsgewijs doen, bijvoorbeeld: eerst een foto van een klein spinnetje, dan een grotere spin, dan een dia, vervolgens een dode spin in een glazen doosje en uiteindelijk…. de confrontatie met een levende spin.

Flooding

De andere manier is dat je in één klap geconfronteerd wordt met het object waar je bang voor bent (dit wordt flooding genoemd). Het idee achter deze flooding is dat je ervaart dat je zelfs een heel enge situatie kunt overleven.

Stel dat je watervrees hebt, de badmeester gooit je in één keer kopje onder, je komt vervolgens weer boven, dan weet je dus: deze angst kan ik hanteren, ik hoef er niet meer bang voor te zijn.

Trauma

Bij kinderen, maar ook bij mensen met een verstandelijke handicap of een psychiatrische stoornis is flooding zelden een effectieve methode, omdat ze niet kunnen overzien wat hen overkomt. Ze hebben er geen enkele grip op. De angst neemt dan dus juist nog meer toe. De gebeurtenis wordt een traumatische ervaring.

Kinderangsten (12)

Op 28 april verscheen het laatste blog in deze serie, maar ik was er nog niet klaar mee. Nu volgen de drie laatste blogs. Dan ben ik er nog steeds niet klaar mee. Maar het moet een keer afgelopen zijn...

Een belangrijk aspect van de behandeling van angsten is dat je leert wat je kunt doen in een bepaalde situatie.

Zoals al eerder genoemd:  angstgevoelige mensen vullen een groter deel van hun hersencapaciteit met angsten, waardoor er minder ruimte over blijft om ander gedrag te laten zien. Door te oefenen wat je in een bepaalde situatie wél zou kunnen doen kun je beter je angsten hanteren.

In feite is dat een heel normale manier van omgang met angsten in de opvoeding van kinderen. Door te oefenen ervaren ze dat het toch niet zo erg is als ze dachten. Nabijheid van een ‘object’ dat veiligheid biedt leert kinderen sneller om over de angst heen te komen (bijvoorbeeld de nabijheid van pappa of mamma in de buurt of het bij zich hebben van een knuffel.

Opeens angstig worden

In de ontwikkeling van kinderen zie je nogal eens dat ze ‘opeens’ angstig worden van nieuwe dingen. We denken dan gemakkelijk dat dat met een traumatische ervaring te maken heeft. Maar dat is vaak helemaal niet zo. In de loop van hun ontwikkeling gaan kinderen andere dingen zien. Waar ze bijvoorbeeld eerst geen gevaar zagen, zien ze dat nu wél.

Een voorbeeld is het onderzoek van de doorzichtige glasplaat. Baby’s kruipen zonder problemen over een doorzichtige glasplaat. Maar als ze een peuter zijn van één jaar oud doen ze dat niet, omdat ze diepte hebben leren zien. Nu worden ze juist bang van die glasplaat.

Baby’s lachten vriendelijk tegen iedereen die aardig tegen heb doet. Maar als ze een maand of negen zijn wijzen ze vreemden af. Ze hebben het verschil leren zien tussen hun mamma en de ‘vreemde’ buurvrouw.

Ik herinner me nog als kind hoe prachtig één van de kinderen in huis de vuilnisauto vond. Zo’n auto waar van alles in gekieperd werd had iets magisch. De auto stond dan voor ons huis even stil en ‘kieperde’ (de lading werd daardoor naar voren geschoven). Tot mijn grote verbazing was die interesse er opeens af. De paniek sloeg toe als de vuilnisauto kieperde. Kennelijk was er een andere en nieuwe waarneming ontstaan, bijvoorbeeld de angst dat die auto ook om zou kunnen vallen.

Kinderangsten (11)

Angstgevoeligheid

Er bestaat een groot verschil in gevoeligheid voor angsten tussen mensen.

De angstgevoeligheid staat in nauw verband met de prikkelgevoeligheid. Mensen met een ‘gevoelig’ zenuwstelsel zijn eerder angstig. Er komen teveel prikkels op hen af, waardoor ze het gevoel hebben dat ze de controle verliezen. Kinderen die sneller angstig zijn zijn dus geen aanstellers. Vermoedelijk reageren ze sterker op wat er om hen heen gebeurt.

Voorbeelden van reacties bij volwassenen die verband houden met angstgevoeligheid:

  1. Als anderen iets op mij aan te merken hebben ben ik snel van slag
  2. Ik krijg gauw hartkloppingen of een versnelde hartslag
  3. Ik voel me vaak rusteloos en ik weet toch eigenlijk niet wat ik wil
  4. Ik maak me vaak zorgen over mijn gezondheid
  5. Ik heb vaak last van geluiden
  6. In gezelschap van anderen ben ik vaak teruggetrokken en stil
  7. Ik pieker vaak over dingen die ik verkeerd gezegd zou kunnen hebben
  8. Tegen onbekende situaties zie ik vreselijk op
  9. Ik heb vaak last van schuldgevoelens
  10. Beslissingen stel ik vaak uit

 Een deel van de bovengenoemde angsten houdt verband met sociale situaties. Veel mensen voelen zich ongemakkelijk in het sociale verkeer. Ze zijn liever in de buurt van enkele mensen die ze goed kennen.

Er bestaan tegenwoordig allerlei vaardigheidstrainingen om die angsten deels te overwinnen. Toch moet het effect van die trainingen niet overschat worden. Na zo’n training is iemand die altijd verlegen was heus geen ‘feestbeest’. Dat moet je ook niet willen.

Bovendien blijkt dat mensen in de oefensituatie uiteindelijk vaak goed presteren, maar dat ze in nieuwe situaties opnieuw onzeker kunnen zijn.

Het nadeel van het louter trainen is mijns inziens dat de vaardigheden wel geoefend worden, maar dat het zelfbeeld niet vanzelf positiever wordt. En dat zelfbeeld, het gevoel van eigenwaarde, is juist de accu die je nodig hebt om verder te kunnen.

Therapie voor Yoran

Yoran kan slecht tegen lawaai op de groep. Als er veel geluiden zijn raakt hij gespannen. Het gevolg is dat er regelmatig een tafel om gaat of dat er een stoel door de ruimte vliegt. In de training oefenen we wat je kunt doen als er veel lawaai op de woning is. Ik zet de radio hard aan en word daarna boos en gooi een kopje tegen de muur.

Een paar maanden later wordt de training afgesloten. Yoran heeft een aantal malen prima toegepast wat hij zou kunnen doen als er teveel geluid is. Het mooie is dat hij de oplossingen zelf bedacht heeft. Bij de afsluiting zegt hij tegen mij: “En je gooit ook niet meer met kopjes. Dat heb je van mij geleerd!” Yoran is niet alleen sterker geworden doordat hij nu zelf oplossingen kan verzinnen, zijn gevoel voor eigenwaarde is ook enorm gegroeid. Dat laatste aspect maakt dat de effecten van de training ook op langere termijn zichtbaar zijn gebleven.

Aanleren alternatief gedrag

Een belangrijk aspect van de behandeling van angsten is dat je leert wat je kunt doen in een bepaalde situatie. Zoals al elders gemeld: angstgevoelige mensen vullen een groter deel van hun hersencapaciteit met angsten, waardoor er minder ruimte over blijft om ander gedrag te laten zien. Door te oefenen wat je in een bepaalde situatie wél zou kunnen doen kun je beter je angsten hanteren.

Eigen invloed ervaren

Bij de angst voor de tandarts speelt het gevoel van controleverlies een belangrijke rol. Als de tandarts een mogelijkheid biedt om de behandeling even te stoppen (een noodrem aan de stoel) vermindert dat de angst. In de praktijk hoeft zo’n noodrem niet vaak gebruikt te worden, het idee dat je even kunt stoppen is al een richtinggevend alternatief.