Kerstcantate

'Bent u met kerstmis hier, als ik vragen mag?' vroeg de abbé. Het was de dorpspastoor een eer en een genoegen dat de beroemde musicus in zijn dorp een huis had gekocht om er tot rust te komen van het jachtige leven in de concertzalen van Parijs. 'Blijft u met kerstmis hier?'

Ja, de beroemde musicus was van plan de kerstdagen in het dorp door te brengen.

‘Mag ik u dan uitnodigen voor onze kerstcantate? Ja, dat klinkt natuurlijk heel duur, kerstcantate, wij zijn natuurlijk maar amateurs, ons koor is niet meer dan een gewoon boerenkoortje, dat begrijpt u wel. En het orgel is al even gammel als de organist. Zelf ben ik ook geen echte dirigent, maar goed, we doen ons best, en ik stel er prijs op uw vakkundig oordeel te mogen vernemen.’

Het werd kerstmis, de grote musicus kwam, de abbé was nog zenuwachtiger dan anders, de organist en het koor deden hun uiterste best en iedereen was het erover eens dat de cantate dit jaar nog schoner klonk dan vorig jaar.

Na afloop nodigde de abbé zijn hoge gast uit op de pastorie, hij had zijn mooiste fles wijn uit de kelder gehaald. ‘En?’ vroeg hij gespannen, nadat hij de glazen had ingeschonken.

‘Heel goed,’ zei de man uit Parijs. ‘Werkelijk heel goed. Ik bedoel de wijn.’

‘En de cantate?’

‘Niet goed,’ zei de man uit Parijs. ‘U doet uw werk zonder twijfel met toewijding, maar als ik eerlijk ben: de toon is niet zuiver, de stemmen zitten niet goed onder elkaar, de tekst is onverstaanbaar, de inzetten zijn aarzelend, het forte is te hard, het pianissimo te zacht, de tempi zijn niet constant. Het spijt mij dat ik u dit zeggen moet, maar u vroeg mij ernaar.’

Bedroefd sloeg de abbé zijn ogen neer en tuurde in zijn glas. ‘Het is goed dat u het mij eerlijk zegt, monsieur. Ik ben ook geen vakman, ik ben maar een gewone dorpspastoor. Ik kan noten lezen en een beetje de maat slaan, maar dat is dan ook alles. Ik ben wel blij dat u zei dat wij ons werk met toewijding doen. Dat hoorde u er dus wel in?’

‘Jazeker,’ zei de musicus uit Parijs, ‘met toewijding. Alleen vals. Maar laat ik ophouden met mijn kritiek, liever doe ik u een voorstel. Ik heb zojuist van mijn dokter gehoord dat ik het het komende jaar kalm aan moet doen, zodat ik voor langere tijd in deze contreien zal vertoeven. Kan ik u misschien van dienst zijn door volgend jaar kerstmis de directie van uw koor over te nemen?’

En zo geschiedde. De grote musicus ving reeds in september met de repetities aan, de slechtste stemmen gooide hij eruit, een kennis uit Parijs lapte het orgel op en bracht de organist van het dorp de eerste beginselen van behoorlijk orgelspelen bij, en de verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen het weer kerstmis werd.

De abbé zat wat onwennig in de kerk, tussen zijn parochianen in, vijftien jaar lang had hij voor zijn geliefd koor achter die lessenaar gestaan, nu stond de grote musicus daar.

Met een gebaar dat de routinier verried hief de dirigent uit Parijs zijn slanke handen, het koor zette als één man in, en zuiverder dan ooit klonk de muziek door de gewelven. Zo had de kerstcantate nog nooit geklonken. Toch was er iets, maar de abbé wist niet wat.

‘En?’ vroeg de musicus. Net als een jaar geleden waren zij voor een goed glas wijn neergestreken op de pastorie. ‘En?’

‘Heel mooi, monsieur, heel mooi. Ik weet niet hoe u te danken. Woonde u maar altijd in ons dorp, dan kon u jaarlijks de kerstcantate dirigeren!’

Die nacht kon de abbé de slaap niet vatten en de abbé wist niet waarom. Hij zei nogmaals zijn avondgebed, maar het hielp niet. Hij lag maar in het donker voor zich uit te staren, totdat plotseling aan zijn voeteneind een zacht schijnsel zichtbaar werd. De abbé schrok, daar stond een engel. De abbé vreesde met grote vreze. Maar de engel zei: ‘Vrees niet, monsieur l’abbé, ik ben uit de hemel neergedaald om te zien hoe het met u is. Al vijftien jaar lang luisteren wij hierboven naar uw kerstcantate, maar nu laat de Eeuwige u vragen waarom de muziek dit jaar is uitgebleven, wij hebben niets gehoord.’

Jaren geleden heb ik dit verhaal eens in een cantatedienst verteld waarin het Westerkerkkoor onder leiding van Jan Pasveer het Weihnachtsoratorium zong. Ik zei er voor de zekerheid wel bij dat iedere gelijkenis met een bestaand koor en een bestaande dirigent een volstrekt toevallige was en een door de verteller niet gewilde.

Een dezer dagen kreeg ik bezoek van een jonge vrouw. ‘Weet u nog dat u een keer in een cantatedienst een verhaal over een kerstcantate hebt verteld? Daar moet ik u nog altijd voor bedanken.’

‘Dat vond u mooi?’

‘Ja. Mensen die achter mij zaten vonden het maar niks, die hadden zeker een echte preek verwacht, maar voor mij was het evangelie. Ik weet nog waar ik zat en wat ik aanhad, die dag. God is aanwezig in de eenvoud, dat hoorde ik in dat verhaal.

Ik zit in de verpleging en alles moet beter en mooier en sneller en professioneler. Maar of het een verbetering is? Als je het hart eruit haalt, haal je God eruit. Ik ben maar een gewoon mens, een eenvoudig mens, ik hoef me niets te verbeelden. Maar God werkt door gewone mensen. Ik lees dat verhaal ieder jaar als ik in mijn eentje kerstmis vier en ieder jaar ben ik er weer door ontroerd.’

Ds. Nico ter Linden in Trouw, december 1998

Kerststal en corona

De overheid durft nog geen voorspellingen te doen. Maar inmiddels circuleren er berichten als de volgende: 4 de kerstdagen met maximaal 6 maar houd de coronaregels in 8. 

Sommige mensen zijn nú al begonnen aan de bouw van een kerststal. Je moet toch wat als je in quarantaine zit.

Hou ook bij de inrichting van de kerststal rekening met de geldende corona-maatregelen. Jozef, Maria en Jezus horen bij één huishouden.

Kerststal in Den Haag, vorig jaar

De engelen zijn immuun voor corona. Over hen hoef je je geen zorgen te maken. Bovendien waren de engelen helemaal niet bij de geboorte van Jezus in de stal bij de herberg aanwezig. Je kunt ze dus ook weglaten. Als je ze er wél bij wilt hebben staat het misschien wel mooi, maar het is niet volgens de grondtekst.

Maar als de herders daar bij komen zitten we al in de problemen. Want de herders behoorden niet tot één huishouden. Ze waren wel collega’s, maar ze woonden niet samen in één appartement. Er mogen dus slechts drie herders in de stal.

‘Gebreide’ kerststal in onze kerk

Dan heb je geen plek voor de wijzen uit het oosten. De mensen gaan er vanuit dat het drie wijzen waren, maar dat staat nergens in de Bijbel. Mensen lezen de Bijbel verkeerd. Ze denken dan aan goud, wierook en mirre. Ja, dan moeten het wel drie wijzen zijn: de één met goud, de ander met wierook, de derde met mirre. Maar zó zit de Bijbelse wereld niet in elkaar.

Om dit probleem op te lossen moet je de herders laten vertrekken voordat de wijzen binnen mogen komen. Laat de herders een briefje invullen met hun naam, adres en telefoonnummer, voor het geval dat.

Pas de dag erna mogen er maximaal drie wijzen naar binnen. Onderzoek daarnaast welke dieren in de stal bevattelijk kunnen zijn voor corona. Nertsen worden niet toegelaten. 

Kerstboom en kerstberen

Met een kerstboom ben ik niet opgegroeid. Volgens mijn vader was dat een heidens gebruik. Dus geen kerstboom in huis.

De buren hadden wél een kerstboom. Maar die waren katholiek. Die wisten dus niet beter. Mijn jongere zussen mochten ieder jaar even bij die kerstboom zitten. Daar waren de oudere broers te oud voor. Wij geloofden niet in Sinterklaas én niet in de kerstboom.

Toen onze dochter N een keer erg ziek was en er buiten sneeuw lag (waar ze niet van kon genieten) heb ik een kerstboom gekocht. Geen idee wat daar allemaal in moest hangen, maar dankzij de knutselkunst van moeder en dochter werd het een mooi opgetuigde boom.

Ook in de volgende jaren kwam er een kerstboom in huis. Toen de kinderen de deur uit waren verdween ook de kerstboom weer uit het huis. Maar Tineke bouwde wel aan een kerststal en allerlei versieringen.

Sinds tien jaar hebben we een handige kerstboom die nooit ‘uitvalt’. Hij wordt ieder jaar gerecycled. Hij is in elkaar gezet van takken van de kronkelwilg die in onze Alkmaarse tuin stond.

Dit jaar heb ik er mijn beide beren onder gezet. Beer één heb ik gekocht toen ik van de fiets was gestort. Dat is mijn Beschermbeer. Beer twee heb ik gekocht toen Tineke naar de USA was. Ik zag die beer zielig helemaal alleen in de tweedehandszaak zitten. En ik was ook wel een beetje zielig. Nu zijn de beide beren dus tijdelijk kerstberen.

Kerst

Vandaag vieren we in ons kerkgebouw de verjaardag van Jezus. Het is feest in de kerk en daar past veel muziek bij.

In Lucas 2 wordt beschreven wat er die nacht gebeurde (foto: een stuk tekst uit de kanselbijbel). Nieuw leven, in een stal in Bethlehem.

Niet zoals keizer Augustus, die zichzelf als godenzoon zag en met veel geweld zijn rijk vestigde.

Dwang is een kenmerk van een dwaalleer. De goede boodschap heeft geen geweld nodig om te kunnen wortelen. Geweld eindigt, waar liefde begint.

Het kruis op het kerkgebouw symboliseert het einde van het leven van Jezus. Goede Vrijdag en direct daarna Pasen.

Oorlog, honger, ziekte en dood: het bestaat allemaal nog, maar er komt een einde aan.

Kerstboom, kerststal en kerstkoor

Bij ons thuis thuis trof je vroeger geen kerstboom aan.

En al helemaal geen kerststal.

De buren hadden wel een kerstboom. Maar ja, die waren Rooms-Katholiek en wisten dus niet beter. Dat was bijna heidens. Mijn jongere zussen mochten daar wel even kijken, maar de oudere broers moesten in hun eigen beschutte omgeving blijven om de verleiding te weerstaan.

Met kerststallen maakte ik nog later kennis. Meestal bij Rooms-Katholieke kerken in het zuiden van het land. En later op mijn werk. Ooit zelfs met een heuse kameel.

Ieder jaar werd er meerdere malen een kerstmusical opgevoerd. Eerst nog met een heuse baby (zoon of dochter van een personeelslid), maar toen de kribbe een keer was omgegooid door een boos lid van het engelenkoor werd de baby vervangen door een pop.

Tijdens één van de uitvoeringen kregen twee van mijn Scheveningse ‘bewoners’ zusdanig slaande ruzie dat ze elkaar al vloekend van het podium sloegen. Dat was de climax van de oplopende kerststress.

Later werden de kerstmusicals vervangen door de kerstreizen. In een reeks van tenten viel van alles te beleven en als je de goede volgorde liep klopte het kerstverhaal redelijk.

Als verteller moest ik 15 keer hetzelfde verhaal vertellen. Dat was aan mij niet zo besteed, dus het verhaal veranderde geleidelijk. Misschien ook wel doordat het zo koud was en ik – om mezelf te verwarmen – nogal wat glühwein tot mij nam.

De directeur (die het de eerste en de laatste keer hoorde) was het opgevallen dat de inhoud van de boodschap weliswaar hetzelfde was kerststal-liergebleven maar dat de verpakking aanzienlijk was veranderde. Zo werd het geboortekaartje van Jezus de laatste keer door de PTT door de brievenbus afgeleverd. Zonder postzegel, en toch geen straf(port)…

Op de foto een kerststal in Lier. 

Kerstactiviteit en -passiviteit

Ik hoef er niet bang voor te zijn dat ik ga verhongeren.

Vandaag had ik drie kerstlunches op dezelfde tijd in mijn agenda staan. Ze liggen geografisch nogal ver van elkaar verwijderd, dus het lukte me niet om me drie keer achter elkaar tegoed te doen aan allerlei lekkernijen.

Dat is natuurlijk wel wat jammer. Nu moest ik maar raden waar het meeste te halen viel. Dan ben je bij de één en je vraagt je af of er bij de ander niet nét nog iets lekkerders te scoren was. Het leven is dus best wel ingewikkeld!

Amsterdam Centraal met kerstboomEigenlijk heb ik het trouwens niet zo op kerst. Want als het perse gezellig moest zijn wordt het waarschijnlijk niet gezellig. Dat is hetzelfde als wanneer je de opdracht krijgt dat je spontaan moet zijn. Maar in die kerstallergie ben ik zeker niet de enige…. Wat hebben kerstlunches trouwens met kerst te maken? En er stond zéker geen kerstboom in de stal waar Jezus geboren werd…

Een eindje hardlopen is er deze kerst trouwens ook niet bij. Ik ging nog wel eens even mij fysiek een eindje ‘vertreden’. Je kunt wel de hele tijd in gesprek zijn, maar je moet de spieren ook onderhouden. Zo heb ik eens met kerst even 60 km. gefietst. Toen kon ik er weer tegen.

Maar deze keer heeft de dokter mij verboden om met kerst te sporten. Ook een sprintje trekken voor de trein mocht niet. Ik moet me voortbewegen in een tempo dat bij mijn leeftijd past. Een sprintje hoort natuurlijk ook niet meer bij mijn leeftijd…Het is gelukkig slechts tijdelijk: er moeten een aantal hechtingen in mijn arm en been op hun plek blijven zitten. Als ik er teveel spierspanning op zet gaat het niet goed.

Het schijnt dat je met de afwas ook je armen en benen in moet zetten. Ik denk dat dat nu ook even niet meer kan…

Kerst

Het was een zware tocht voor Maria geweest.

Je bent hoogzwanger en dan moet je ook nog eens een voettocht maken van zo’n 200 kilometer door het bergland van Israël.

KersttafereelDe keizer in Rome heeft opdracht gegeven om alle inwoners van Palestina te laten registreren. Ieder zijn eigen BSN-nummer. Dan kon de overheid gemakkelijker belastingen innen en wist men hoeveel er aan geld binnen zou komen.

De burgerlijke stand was niet gevestigd in de plaats waar je woonde. Je moest naar de plaats waar je familie vandaan kwam. Ik zou een voettocht over de Afsluitdijk hebben moeten maken en Tineke zou kippig naar Barneveld hebben moeten wandelen. In ons geval over redelijk effen wegen met zo nodig een tomtom bij de hand.

De keizer kon zo’n enorme opdracht zomaar eisen van de burgers. Jozef’s timmerbedrijf lag wekenlang stil. Het Joodse volk moest maar goed weten wie de baas was in Israël. Dat was de keizer.

Kerstdienst 4Ja, dat dacht die keizer. Maar hij was in werkelijkheid een stukje in de geschiedenis van de Bijbel. Het was al eeuwen voorspeld: de Messias zou geboren worden in Bethlehem.

Eenmaal aangekomen in Bethlehem begonnen bij Maria de weeën. Hoewel Jozef en Maria in het hoge Noorden van Israël woonden werd Jezus – zoals de profeet Micha had voorspeld – geboren in een dorp ten zuiden van Jeruzalem: Bethlehem.

Gehaakte kerststal

Kerststal Open Hof 2‘Haken’ is weer ‘in’.

In boekenzaken vind je allerlei boeken over het handwerk van de haakster (m/v), met bijvoorbeeld als titel ‘Haak zelf uw huisdier’.

In onze kerk werd de afgelopen weken ook hard gehaakt. Iedere adventszondag werd de kerststal uitgebreid. En vanmorgen was hij compleet. Zelfs de wijzen uit het Oosten waren alvast op bezoek.

De dominee preekte over de profetie van Jesaja. Er komt geen nieuwe aarde: deze aarde zal worden vernieuwd. Daarom Kerststal Open Hof 3komt Jesaja ook met voorbeelden uit het alledaagse leven. Zoals de leeuw die gaat logeren bij het lam, aldus de grondtekst. De zwakke verleent onderdak aan de sterke.

Dat is pas een vernieuwde wereld. De tranen worden van de ogen afgewist. Geen ziekte, geen dood, geen pijn. Een wereld waar alleen gerechtigheid zal heersen.