Van Tilburg naar Herentals (slot)

Na een stagnatie tussen 1970 en de eeuwwisseling maakt Turnhout nu weer een groei door: de stad telt inmiddels ruim 40.000 inwoners. Er wonen bijna achtduizend katten in Turnhout. Het vreemde is dat ik er geen enkele heb gezien. Ze hadden zich allemaal verstopt.

In Turnhout staat een heus kasteel. Het dateert oorspronkelijk al uit de 13e eeuw. Maar toen de plaatselijke adel armlastig werd, raakte ook het kasteel in verval. Uiteindelijk werd het aangekocht door de gemeente, grondig gerestaureerd en de zetel van het plaatselijke Gerechtshof. 

Ook de fors uitgevallen Decanale kerk Sint-Pieter en Sint-Barbara is al heel oud (het oudste deel dateert uit de 12e eeuw). Omdat er steeds weer stukken werden aangebouwd kun je in de kerk diverse bouwstijlen herkennen. Helaas is er een zaterdagse markt aan de gang waardoor ik de kerk slechts met moeite (en maar voor een deel) op de foto kan zetten.

Daarna verlaat ik de stad Turnhout in zuidelijke richting. Nu is het zuiden niet zo ingewikkeld te vinden rond één uur in de middag als de zon schijnt, maar hoe de wegen in zuidelijke richting lopen is mij niet geopenbaard. Niet alleen in Nederland, maar ook in België fiets ik bij voorkeur zonder een landkaart raad te plegen gewoon mijn neus achterna. Die heb ik wel met factor 50 ingesmeerd vanwege de zon.

De weg naar Kasterlee en Geel blijkt veel te druk en weinig aangenaam, dus sla ik na het passeren van de autosnelweg Antwerpen-Eindhoven rechtsaf. Ik kom in een gebied terecht met veel bos, afgewisseld door percelen akkerbouw. Geen idee waar de weg heen leidt, maar dat wist Mieke Telkamp ook niet.

Het is een dunbevolkt gebied met af en toe een dorp met kerk, café en eventueel een muziektent.

Na weer een aanzienlijk stuk bos bereik ik tenslotte weer een wat grotere plaats: Herentals (bijna 30.000 inwoners). Ik wilde hier altijd al een keer naar toe om het plein met de Lakenhal te bekijken. Bovendien staan er aan het plein een aantal mooie historische panden. Op het plein staat een monument van de Boerenkrijg: de opstand van de Vlamingen tegen de Franse bezetter (1798).

Helaas blijkt ook hier weer een kermis aan de gang. Ik weet niet wat het is, maar in een aanzienlijk aantal middelgrote Belgische plaatsen waar ik de afgelopen jaren door ben gefietst blijkt uitgerekend bij mijn komst een kermis aan de gang te zijn. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat het in België altijd kermis is.

Gelukkig staat de Waldetrudiskerk (in Brabantse late gothiek gebouwd) net buiten het kermisgewoel. Deze kerk is een oase van rust. Hij lijkt qua uiterlijk sterk op de Sint Willibrordusbasiliek in Hulst (Zeeuws Vlaanderen). 

Kijk je op oude plattegronden, dan zie je dat Herentals er anders uit ziet dan veel andere Belgische steden. Het is vooral een langwerpige plaats, die later ommuurd werd. Je vindt hier dus geen cirkelvormige structuur terug.

Herentals ligt in de buurt van een knooppunt van belangrijke autosnelwegen, is een knooppunt van spoorlijnen en ligt aan het Albertkanaal. Geen wonder dat zich tal van logistieke bedrijven hebben gevestigd in deze gemeente.

Ik besluit de drukte verder te mijden en neem de trein naar Antwerpen om daar op de internationale trein naar Nederland te stappen. De fietsteller heeft er 70 kilometer bij opgeteld.

 

Fietsen naar de Ruhr (3)

Aha, de Niers. Leuk, zo’n riviertje, zou je denken. Maar het riviertje is dusdanig gekanaliseerd dat het nu een bijna rechte sloot van ongeveer één meter breed. Aan de ene kant is er een voetpad en aan de andere kant een fietspad. Duitsers lopen en fietsen graag langs het water. Dat kan hier dus.

Dan maar door naar Kempen. Voor mensen die kerkelijk zijn opgegroeid is de stad mogelijk bekend als de geboortestad van Thomas á Kempis, een aanhanger van de Moderne Devotie in de 15e eeuw. Omdat de boekdrukkunst nog niet was uitgevonden schreef hij in zijn leven de hele Bijbel maar liefst vijf maal keurig in schoonschrift over. Niet als strafwerk, hij vond het nodig. Hij werd ruim 90 jaar oud, dus hij kreeg er ook de tijd voor. Thomas á Kempis werd in Zwolle begraven (in het jaar 1471).

Nu weer naar het hedendaagse aardse bestaan van Kempen. Met de Duitsers is iets merkwaardigs aan de hand. Ze restaureren oude gebouwen zo dat de stijl wel wat heeft van de kenmerkende Beierse bierpullen. Ik bedoel daarmee: het is nét iets afwijkend, zo van ‘dit kan toch niet helemaal waar zijn’. Het is niet te netjes (zoals het kunstmatige van Nederlandse vestingstadjes zoals Bourtange en Heusden), maar toch klopt er iets niet. Dat gevoel krijg ik ook weer in Kempen. Leuk dat jullie dat allemaal willen bewaren voor het nageslacht, maar kan het iets meer authentiek?

Dan komt er nog iets anders bij. De Wederopbouw is in Duitsland nog voortvarender aangepakt dan in Nederland. Ze moesten ook wel, want een derde van de huizen lag in puin. De Wederopbouw kenmerkte zich door snel en goedkoop, met veel beton. In alle Duitse steden, of ze verwoest zijn in de jaren ’40 of helemaal zijn blijven staan, zie je tussen de historische gebouwen ook van die betonnen misbaksels die eigenlijk het liefst meteen afgebroken zouden moeten worden.

Kempen is een oude vestingstad. Men heeft zo’n veertig jaar geleden geprobeerd het historische karakter een ‘boost’ te geven. De stad werd autovrij gemaakt en historische panden werden gerestaureerd en/of kregen weer oude allure terug. Het is er prettig toeven. De plaats (met zo’n 20.000 inwoners) heeft zeker sfeer, het is allemaal niet onaardig, het is een ruime voldoende, maar een ‘goed’ kan het toch echt niet zijn.

Kempen telt een aantal historische gebouwen, zoals kerken, stadspoorten, een wiekenloze molen op één van de muren en aardige straatjes. Ga er gerust eens kijken. Het is maar 25 km. fietsen vanaf Venlo. Als je op tijd bent kun je ook nog ontbijten voor 4 euro. Dat deed ik ook, want mijn eerste ontbijt had ik al voor zeven uur genuttigd. Twee stevige bollen met ham en kaas, een croissant met jam, heuse roomboter en een kan koffie als lunch voor de prijs van een ontbijt. Zo komt Jan Splinter door de winter…