Supervisie met kater

Ik zou in Amsterdam bij een supervisie-bijeenkomst zijn. Maar vanwege corona-gerelateerde stress werd de fysieke bijeenkomst op het laatste moment met tromgeroffel afgeblazen. Er moest 'gezoomd' worden. 

Dus zat ik aan de lokale tafel met mijn plaatselijke laptop fimpjes te bekijken van behandelingen bij de tandarts. In de stoel zaten patiënten met autisme, een verstandelijke beperking en/of dementie. Of soms wilden ze niet in de stoel.

Supervisie met kater

De meest bijzondere gast was vandaag Ringo, onze huiskater in ruste. Hij is met pensioen en hij vindt dat zijn baas zich ook wat rustiger moet gedragen.

Om het gesprek enigszins in goede banen te leiden verscheen hij steeds in beeld. Aanvankelijk passeerde er steeds een staart voor het scherm, maar later zorgde Ringo er voor dat zijn baas niet meer naar het beeld kon kijken. Hij ging er gewoon tussen zitten.

Later op de dag ontdekte ik een andere oorzaak voor dit gedrag. Het was niet zozeer dat Ringo wilde dat ik stopte met werken. De brokjes waren op. Dus de werkzaamheden moesten alleen even onderbroken worden. Sorry Ringo!

Iets lekkers op de tafel

Soms denkt onze huiskater Ringo (15) dat er iets lekkers op tafel ligt. 

Maar Ringo is goed opgevoed. Hij weet dat hij niet op de tafel mag komen. Daarom maakt hij zich dan extra groot. Hij rekt zich maximaal uit en probeert met zijn poot dat lekkers te bemachtigen. Hij kan het niet zien, dus moet hij voelen met zijn voorpoot.

Niet dat er in dit geval iets lekkers lag, maar Ringo had kennelijk iets gehoord of geroken.

Uiteindelijk ging onze huiskater onverrichterzake terug naar zijn slaapplek op de bank.

De vraag die nog rest is: is de tafel te hoog of is Ringo te klein? 

Gast aan huis

Opeens liep er een zwarte kat met witte poten en een witte bef door ons vakantiehuis. Waar hij vandaan kwam: geen idee.

Er liepen wel meer katten rond het huis, en vooral veel koeien, maar deze kat was het enige opvallende dier dat binnen kwam.

Hij liep wat rondjes door de kamer en snuffelde wat aan onze handen en schoenen. Daarna vertrok hij naar boven om te kijken of er daar nog wat te beleven viel. Vervolgens ging hij op de trap zitten. Als je wat hoger zit heb je meer overzicht en dus meer controle. Na een uurtje vertrok hij weer.

De volgende ochtend om 8 uur zat er een kat voor de deur. Hij zat klagelijk te miauwen. “Ik mocht er toch in? Begrijpen jullie dat niet?” Nee, dat hadden we niet zo begrepen. Natuurlijk mag jij er in. Als je je maar een beetje gedraagt! Nu is slecht gedrag ook een vorm van gedragen, dus duidelijk was de instructie niet.

De kat moest natuurlijk wel een naam hebben. Ik noemde hem Tippie. Als ik “Tippie!” riep kwam hij meteen. Maar waarschijnlijk zou hij ook zijn gekomen als ik “Kastor”, “Zoef” of  “Gretha” had geroepen. Maar laat ik hem toch maar Tippie blijven noemen.

We hoorden trouwens ook van iemand die zijn kat “Kommaar!” had genoemd. Prima naam voor een kat.

Tippie begon zich al meer thuis te voelen. Hij kwam bij het koffie drinken naast me op de bank liggen. Hij wilde vooral graag geaaid worden, maar kennelijk was dat een te indringende ervaring. Hij rollebolde alle kanten uit, sloeg zijn nagels uit en probeerde mijn hand te pakken.

Na een uurtje vertrok Tippie weer, maar een paar uur later liep hij weer naar binnen en ging meteen maar op de bank liggen. Daar lag hij te ‘fietsen’ (de poten heen en weer bewegen zoals jonge katjes bij hun moeder doen). En als we in de buurt kwamen miauwde hij. “Aai me dan!” In de hedendaagse terminologie zou je kunnen spreken van ‘huidhonger’.

Gaandeweg werd het ook duidelijk dat Tippie een kater was. Niet dat hij ging sproeien, maar hij maakte geen geheim van zijn geslacht. Van enige schaamte was geen sprake.

Tippie was waarschijnlijk een jonge kater. Hij  was erg speels. Als er maar iets bewoog moest dat gevangen worden. Ook een bewegen van een teen kon aanleiding zijn tot een plotselinge aanval. Maar het meest hilarisch waren nog de aanvallen op de eigen staart. Dat is het voordeel van het hebben van een staart: je hebt altijd je eigen speeltje bij je.

Tippie had – en zo hoort het ook – zijn eigen voorkeuren. De één zit liever in een stoel, de ander ligt liever in een hangmat. Tippie lag graag op een schoen. Of op een voet. Als katten een vorig leven zouden hebben zou hij  een voeten-festisjist geweest.

Er was nog een ding in huis waar Tippie extra veel belangstelling voor had. Dat was de koelkast. Als de koelkastdeur open ging rende hij al miauwend naar de deur. De deur representeerde dus iets eetbaars. Zo kregen we ook een beeld van zijn communicatie-niveau.

Het afgelopen weekend was Tippie kind aan huis (of kater aan huis). Hij had zich de bank toegeëigend. Hij was nu een stuk rustiger en lag lang te slapen. Het liefst tegen mij aan, met een poot tegen mijn been aan: een vorm van fysieke verbinding. Tippie vond het heerlijk om geaaid te worden. Maar hij werd er niet meer wild van.

Tippie tegen de plint van het aanrechtkastje

Omdat Tippie rustiger werd, werd het ook gemakkelijker om een foto van hem te maken zonder ‘bewegingsruis’. Al blijft het fotograferen van een zware kat toch een bijzondere opgave. Wat opviel waren de bijzondere houdingen die hij aan nam. Zo lag hij met één poot omhoog op de bank en ook had hij een plekje gevonden op de vloer onder de aanrechtkastjes.

Vandaag hebben we afscheid van Tippie moeten nemen. Waarschijnlijk staat hij nu weer te miauwen voor de deur. Maar er is niemand die (hem) open doet.

Nu we thuis zijn valt op dat we zelf nogal bezaaid zijn met jeuk-plekken. Is Tippie in de Achterhoek gebleven en hebben wij zijn vlooien mee naar huis genomen?

Zonnige huiskater

Donderdag schrok huiskater Ringo zich een hoedje. Hij begreep dat de lock-down enigszins versoepeld gaat worden.

Ringo hoor je niet klagen. Hij is blij dat Het Baasje en De Vrouw (let op het verkleinwoord versus geen verkleining: zo liggen de verhoudingen) vaker in de stoel zitten zodat hij zich vaker op een schoot (naar keuze) kan nestelen.

Bovendien komt er minder bezoek. En al helemaal geen kinderen. Ringo vindt kinderen onmogelijke wezens: ze zijn te snel en te onvoorspelbaar.

Als de bel gaat duikt Ringo in de kast. En hij komt pas weer uit de kast als de visite vertrokken is.

Van Ringo (15 jaar oud) mag de lock-down nog wel even duren. Of op schoot, óf in de poezenmand, óf lekker in het zonnetje. Maar in ieder geval: lekker rustig.

Ringo en Rutte

Ringo is niet zo erg 'snaps'. Daar kan hij ook niks aan doen. Het zat niet zo erg in de genen. Zijn drie broers begrepen ook lang niet alles.

Toch doet Ringo wel zijn best om een beetje te volgen wat er in de samenleving in het algemeen en in het bijzonder in en rond ons huis gebeurt. Daarom wilde hij ook de persconferentie met premier Rutte meemaken.

Natuurlijk wilde hij ook weten welke consequenties de corona-maatregelen voor zijn leven hebben.

  • Moet hij voortaan binnen blijven of mag hij nog naar buiten om wat aan sport te doen?
  • Moet hij een mondkapje voor als hij naar buiten gaat of mag hij zo het pand verlaten?
  • Moet hij zich aan de 1,5 meter regel houden of wordt die maatregel versoepeld en mag hij dichterbij de baas komen?
  • Komen de kleinkinderen weer het huis onveilig maken, of blijven ze voorlopig uit de buurt?

Ringo luistert vol aandacht naar de persconferentie met premier Rutte

Van de toespraak van premier Rutte was weinig bij Ringo blijven hangen. Ik heb het hem allemaal nog maar eens uitgelegd.

  • Ringo mag gewoon naar buiten als hij zich bij binnenkomst maar goed wast.
  • Ringo hoeft geen mondkapje voor, want er is bij hem niet bewezen dat het effectief is.
  • De 1,5 meter regel geldt alleen voor andere katten, maar niet voor Ringo.
  • Kleine kinderen en poes-achtigen dragen zelden het corona-virus over op andere mensen en katten.
  • De kleinkinderen komen het huis niet onveilig maken, want de baas en het vrouwtje horen nog steeds tot de kwetsbare doelgroep (een nadeel heeft voor Ringo ook een voordeel).
Of Ringo over een tijdje nog wel genoeg te eten heeft heb ik maar in het midden gelaten. Dat de pensioenfondsen onder water staan hoeft hij nog niet te weten.

Kat in het bakkie

Bij ons geen paaseieren in een mandje, maar huiskater Ringo. Opeens ontdekte hij dit mandje als (voorlopig) favoriete ligplek op het balkon.

Katten functioneren in sociaal-emotioneel opzicht nogal eens op de leeftijd van twee jaar. Ze zijn twee en ze zeggen nee. Als je speciaal iets koopt voor je kat heb je grote kans dat hij niets met dat cadeautje doet. Hij zoekt zijn eigen cadeautjes. Ook wel graag op een plek die niet is toegestaan, bijvoorbeeld in bed.

Voor Ringo (15 jaar) hebben we diverse ligplekken bedacht, maar daar gaat hij dus niet liggen. Dit hadden we niet bedacht: daar gaat hij dus wél liggen.

‘Fish in a barrel’ zeggen de engelsen. ‘Kat in het bakkie’ zeggen de Nederlanders. Het schijnt van oorsprong boeventaal te zijn. “Een gemakkelijke vangst.” Je wilt een inbraak plegen en het kantoor blijkt niet eens op slot te zijn. En de kluis staat gewoon open op het kantoor van de directeur. Zoiets dus….

Ringo moet ook zoiets gedacht hebben. Als jullie zomaar een mandje neerzetten, dan kan ik dat wel in beslag nemen. Voor zo lang als het duurt, want volgende maand heeft hij waarschijnlijk weer een ander plekje bedacht.

Kat van onderen

Dit is een foto uit de oude doos. Want ons oude huis had een aanbouw met lichtkoepel.

Op een dag was onze toenmalige kat, die Poes heette, erg onrustig.

Ze blééf maar angstig naar boven kijken. Het leek wel een beetje of ze dingen zag die er niet waren. Dat kan ook bij poezen gebeuren. Dan wordt het tijd voor de Poezenpsychiater. En misschien ook voor twee maal daags een poezenhaldolletje. 

Maar in dit geval zag Poes iets wat er wél was.

Er zat een andere poes op de lichtkoepel van de aanbouw. Overal lag sneeuw, maar op de lichtkoepel was die sneeuw weggesmolten.

Kennelijk was dit dus op dat moment het beste plekje om te verpozen. Een beetje warmer en ook een beetje droger.

Sinds die tijd wisten we ook hoe een kat er van onderen uit ziet.

Stem kwijt

Het afgelopen weekend verkeerde ik in kennelijke staat. Ik was getroffen voor een minimaal virus.

“Daar moet je wel mee uitkijken” zei een bevriend huisarts, “je bent een risico-groep. Het kan zomaar afgelopen zijn.” Maar als ik aan zo’n minimaal virusje al zou overlijden zou het niet best met mij gesteld zijn.

Dinsdag moest ik cursus geven. Niet een klein beetje cursus, maar van 9 tot 17 uur. Je zult maar cursist zijn. Dat valt toch bijna niet te doen?

Toen ik met de cursus begon was ik al wat hees. Onze dochter en spraaktrainer N. heeft dan allerlei oefeningen om verder onheil te voorkomen. Maar in dit geval werd het ongemak niet voorkomen, ik ben grotendeels mijn stem kwijt. Slechts wat hoge geluiden begeleid met wat knarsende en piepende bijgeluiden passeren mijn strottenhoofd.

Vandaag zou ik een lange vergaderdag hebben. Die heb ik afgezegd. Mijn inbreng zou minimaal zijn en ik weet ook niet of mijn gehoest niet aanstekelijk werkt voor de rest van het gezelschap.

Tineke was de hele dag niet thuis. Ik heb deze donderdag in gepaste stilte doorgebracht. Samen met huiskater Ringo. Die was tijdens het lezen van zijn vakliteratuur in slaap gevallen.

Huiskat, stofzuiger en vuurwerk

Hoe kwamen jullie aan een kat? Dat zal ik jullie zeggen: dat was mijn schuld.

Een collega van mij had twee jonge poezen in de aanbieding. Het waren een halve pers en een hele cyper, die uit een sloot was gevist. Ik vond dat die poezen een goed onderdak verdienden.

Ik belde Tineke op met de vraag of er twee logé's konden blijven slapen. Ze vroeg niet door (er kwamen af en toe mensen van het werk langs). Ze maakte de logeerbedden klaar. En ik kwam met twee jonge katten thuis...: Moor en Barp. Tineke was niet met poezen opgegroeid, maar sinds die tijd zijn we zelden meer katloos geweest.

Bijna alle katten hadden één ding gemeen: ze waren ontzettend bang voor de stofzuiger. Alleen kater Gijs niet, die ging er zelfs voor liggen om gezogen te worden.

Onze kat Poes (what’s in a name) was behalve bang voor de stofzuiger ook  ontzettend bang voor vuurwerk. In de dagen voor Oud-en Nieuw was ze onvindbaar. Ook omdat ze zwart was, was ze in die donkere delen van het huis bijna onzichtbaar. Ze had zich ergens in een kast verschanst. We zetten wat water in brokjes op de overloop klaar en we hoopten dat ze niet overal de boel zou vervuilen.

Maar Poes ging wél gewoon met de trein mee. Dat dan weer wel. Dan lag ze lekker op een treintafeltje naar buiten te kijken.

Onze kater Ringo  maakt al dat vuurwerk weer helemaal niets uit. Hij gaat gewoon liggen slapen.

Je zou kunnen denken: ‘hij hoort het niet’. Maar met zijn gehoor is niets mis. Als hij kinderstemmen hoort is hij direct alert. Komen die kinderen dichterbij (staan ze bij de voordeur), dan heeft Ringo zich al onzichtbaar gemaakt.

Sommige kinderen die hier op bezoek komen hebben Ringo nog nooit gezien. Ze weten niet eens dat er hier in huis een kater woont.