Jugendstil in Brussel

Waarom reisden we naar Brussel? Sinds een aantal jaren maken we in februari een uitstapje. Deze keer werd het dus Brussel. Daar kun je zonder vliegschaamte naar toe. En we kregen er geen spijt van.

Brussel bestaat niet. De plaats bestaat uit 19 deelgemeenten met elk hun eigen karakter. Vier dagen lang liepen we door de stad. En dankzij Tineke’s telefoon weten we dat we elke dag zo’n 15 kilometer hebben gelopen…

We waren vooral in de meer oostelijke stadsdelen St. Gilles en Elsene. In deze richting breidde Brussel zich aan het eind van de 19e eeuw sterk uit. Naast armoede was er ook sprake van een sterk groeiende middenstand. Er werd flink in de huizen geïnvesteerd volgens de toen geldende opvattingen. En dat was dat er veel werd gebouwd in de stijl van Jugendstil en Art Deco. En laten we daar nu allebei erg van houden…

Het werd dwalen van straat naar straat, van plein naar plein. We vielen van de ene verbazing in de andere. Terwijl de toeristen massaal via Manneke Pis naar de Grote Markt lopen hadden wij voor een groot deel het rijk alleen. Tenminste: samen met de inwoners van deze deelgemeenten natuurlijk.

Het gebruik van Jugendstil in de arcitectuur betekent dat bouwen en kunst naadloos in elkaar overlopen. Wat er gebouwd wordt is kunst. Het hoogtepunt van onze wandeling was het bezoek aan het Horta Museum. Het betreft het vroegere woonhuis en het naastgelegen atelier van architect Victor Horta. Je verbaast je over de details: hoe alles tot in de puntjes op elkaar aansluit: zelfs de gordijnroeden vormen één geheel met het behang: de vormen sluiten op elkaar aan.

Dankzij het gebruik van lichtkoepels is de woning op alle verdiepingen opvallend licht. Een middel om dat ideaal te verwezenlijken is de breed uitgemeten trap. Daar waar anderen dit deel van het huis als onnutte ruimte zouden bestempelen bouwde Victor Horta eigenlijk zijn huis rondom de trap.

Bijzonder is ook de overgang van de woning naar de tuin: voor je gevoel zit je in de woonkamer zo’n beetje in de tuin. En op de derde verdieping is een overdekte daktuin gerealiseerd. Groen en dat midden in de stad.

Ga je op bezoek naar Brussel: wijk af van de geijkte toeristische paden. Zoek de 19e eeuwse wijken op. Je blijft je verbazen. Honderden, nee, duizenden architectonische kunstwerken. En je vraagt je af: waarom kunnen we dat tegenwoordig niet meer?

Rams Woerthe

Een artikel op 1 februari 2018 in de Volkskrant bracht mij er toe om een bezoek te willen brengen aan de villa Rams Woerthe in Steenwijk. Maar het was vooral Tineke die bijna niet meer weg te krijgen was uit dit huis...

Villa Rams Woerthe is het eerste van 35 nieuwe museumhuizen die Hendrick de Keyser de komende jaren opent. Je kunt er rondlopen, op allerlei plekken gaan zitten, de boeken bekijken. Je krijgt een handige audiotour die per kamer en soms ook per attribuut vertelt wat er te beleven valt. Eén van de kamers is in staat van restaurantie, daar kun je goed zien hoe complex de restauratie is en hoe nauwgezet deze moet worden uitgevoerd. Achter het stucwerk komen allerlei lagen behang tevoorschijn (ook op het plafond).

De schilderingen, maar ook het glas in lood , het houtwerk en het ijzerwerk, de plafonds, de vloeren, dat alles ademt de sfeer van Jugendstil en Art Nouveau.

Het huis werd in 1899 opgeleverd. Het is maar kort bewoond geweest; acht jaar na de oplevering overleed de eigenaar Tromp Meesters. Hij was rijk geworden in de houthandel, doordat hij als één van de eerste industriëlen de houtzaagmolens had vervangen door stoommachines. Die konden 24 uur houtzagen, en daar kon geen concurrent tegenop.

Mevrouw Tomp Meesters vond het huis te groot en verkocht het aan de gemeente Steenwijk. De villa heeft decennia lang dienst gedaan als gemeentehuis.

Helaas kun je op de bovenverdieping maar twee vertrekken bekijken, de rest wordt verhuurd. Het waren de slaapkamers van de familie Tromp Meesters en van het personeel. Ik vermoed dat er nu allerlei bureaus staan. Het zou mooi zijn als op termijn ook één van de slaapkamers in oude glorie kan worden hersteld.

Rams Woerthe staat in de Top 100 van Nederlandse monumenten. Rond het huis ligt een enorm park, dat ook in de stijl van rond 1900 werd aangelegd.

Tijdens je bezoek krijg je ook nog een kop koffie of thee geserveerd, tesamen met een luxe stukje koek en een vers gebakken ‘kniepertje’. Je waant je bijna de eigenaar van het huis als je in de veranda deze lekkernijen krijgt aangeboden.

In de kelder van het huis vind je een uitgebreide tentoonstelling over de Steenwijkse beeldhouwer en houtbewerker Hildo Krop, die decennia lang stadsbeeldhouwer was van Amsterdam. Op veel bruggen en op een aantal gebouwen in Amsterdam vind je zijn beeldhouwwerk terug. Zijn bekendste werk is het Monument op de Afsluitdijk.

Dan nog de vraag waar die naam Rams Woerthe vandaan komt. De eigenaar van het land was boer Ram. Woerthe betekent zoiets als 'uiterwaard'. Dit perceel was dus van oorsprong het land van boer Ram. Vandaar dus...

Jugendstil in Berchem

Het station Antwerpen-Berchem kennen de meeste lezers alleen vanwege een tripje met de internationale trein naar België. Kijk je daar naar buiten, dan zie je een stationscomplex met achterstallig onderhoud. Aan de westkant kijk je de straten van Berchem in, een volkse wijk met soms grootstedelijke problematiek.

Kijk je naar de andere kant, dan zie je een plein dat niet tot de mooiste van België behoort. Het moet nodig een keer op de schop.

Maar als je een keer de trein mist, en je loopt in oostelijke richting, dan kom je in een wijk waar je van de ene verbazing in de andere valt. Mooier kan het bijna niet aan Art Nouveau en Jugendstil. Je vindt er een paar rustige straten en een grotere straat met stuk voor stuk juweeltjes van architectuur uit la belle epoque.

De bovenste foto van van een kruispunt tussen twee straten, met op de hoeken huizen met namen en versieringen behorende bij de vier jaargetijden.

Over deze wijk heb ik al eerder geschreven, maar ik ging er in het voorjaar nog een keer op zoek naar staaltjes van architectuur (of is het beeldhouwkunst) uit de periode van rond 1900.

De bouwmeesters moeten het bouwen hier als een groot feest hebben beschouwd waarbij ze zich heerlijk konden uitleven in balkons, ijzerwerken, deuren en tegeltableaus. Je zou een hele dag kunnen besteden aan het bekijken en fotograferen van alleen al de details die te zien zijn in de gevels.

Een paar foto’s geef ik weer in dit blog. Ze spreken voor zichzelf, denk ik.

De onderste twee foto’s zijn van een huis dat Waterloo heet, met verwijzingen naar de Slag bij Waterloo.

 

Electrische Rioolbemaling Maassluis

Veel mensen kennen Maassluis voornamelijk van de boeken van Maarten ’t Hart. Maar behalve Maarten zijn er nog andere bekende Nederlanders in deze plaats geboren: als daar zijn Abraham Kuijper, Reinder Zwolsman, Bassie én Adriaan en weerman Marco Verhoef. 

maassluis-rioolbemalingZondag liepen wij onder langs de dijk die de voormalige zeewering tussen Rotterdam en de Noordzee vormde. Maassluis bestaat voornamelijk uit nieuwbouw zoals je overal in Nederland aantreft. Maar hier zie je nog een stukje van het oude landschap: een dijkdorp met een historisch en stedelijk centrum.

Tijdens de wandeling stuitten wij op het gebouw van de Electrische Rioolbemaling Maassluis. Het bouwwerk is honderd jaar oud en vanuit cultuurhistorisch perspectief tot monument gebombardeerd.

Het gebouw is gebouwd in de Overgangsstijl. Wat dat precies is weet niemand. Eén van de kenmerken is dat er bepaalde stijlen, zoals Jugendstil en Art Deco in zijn verwerkt. Dat zie je bijvoorbeeld aan het hekwerk en ook wel aan de kop van de opvallende pilaar. Daarnaast werd vaak gebruik gemaakt van een combinatie van baksteen en gepleisterde delen.

Het bouwwerk is een ontwerp van een plaatselijk architect. Toen het werd gebouwd waren bouwstijlen als Jugendstil en Art Deco al uit de tijd, maar er was nog geen nieuwe trend. De wereld had het te druk met de Eerste Wereldoorlog. Dus borduurde de gemeentelijk architect voort op bekende thema’s.

Art Nouveau in Berchem

Ik was onderweg naar het station van Antwerpen Berchem.

Berchem dwarsstraat WaterloostraatVlakbij het station ligt de Waterloostraat. Deze straat is genoemd naar de Slag bij Waterloo in 1815. Eén van de woningen heet zelfs De Slag van Waterloo.

De straat is zó onverwachts mooi dat ik mijn rijwiel ontsteeg en vervolgens de trein naar Amsterdam miste. In de Waterloostraat is bijna geen enkel huis hetzelfde, ieder huis heeft weer een andere kroonlijsthoogte en breedte Berchem Waterloostraat 2van de gevel. Het lijkt wel of ieder huis weer door een andere architect is ontworpen.

Bijzonder zijn de huizen die in Jugendstil/ Art Nouveau werden gebouwd, zoals de Den Morgen, de Avond, de Dag, de Nacht. Op de vier hoeken met de Berchem Waterloostraat hoekhuis ZomerVan Merlenstraat staat vier identieke woonhuizen met de namen Zomer, Herfst, Winter en Lente.

De huizen werden gebouwd tussen 1899 en 1903. Opmerkelijk in dit stadsdeel is de uniciteit van ieder huis. Nu zagen de ontwerpers destijds hun werk ook als een persoonlijke kunstuiting, dus het zou vreemd zijn als een heel rijtje huizen er hetzelfde uit zou Berchem Waterloostraatzien.

Wie van Jugendstil en Art Nouveau houdt kan hier en in de zijstraten (zoals de Generaal van Merlenstraat) zich eindeloos verbazen en verwonderen. Mocht het teveel worden: er is in de straat ook een psychotherapeutisch centrum gevestigd.

Je vindt dit wijkje in Berchem op vijf minuten lopen van het station van Antwerpen Berchem (daar stopt ook de internationale trein van Amsterdam Centraal naar Brussel Zuid). 

Jugendstil in Alkmaar

Alkmaar woning ZilverstraatDit is één van de mooiste gebouwen met veel kenmerken van de Jugendstil in Alkmaar. Het huis staat aan de Zilverstraat. Het heeft als bijnaam ‘Het Kasteeltje’. Kenmerkend zijn o.a. de vele kleuren, de zwierige lijnen en de geglazuurde tegels met bloemmotieven.

In het Emmakwartier, ten zuiden van de binnenstad, vind je een aantal huizen in deze stijl. Daar vestigden zich rond 1900 de rijkere Alkmaarders. Het Kasteeltje dateert van 1901 en werd ontworpen door een plaatselijke architect.

Het koste nog wat moeite om het huis heelhuids op de foto te zetten, want de gemeente heeft de neiging om verkeersborden precies vóór beeldbepalend gebouwen te plaatsen. Daar wordt verder kennelijk niet over nagedacht: dit zijn de regels en dus doen we het zo.

In onze straat vinden we op die manier een boom die door de Alkmaar woning Zilverstraat detail dakkoepelgemeente is geplant op 1 meter afstand van de stoeprand. Dat die boom direct al in de knoop kwam met een boom in een tuin, daar hoeft de gemeente niet over na te denken. Zo zijn de regels nu eenmaal en zo doen we het dus ook.

Hetzelfde geldt voor een rolstoelopgang en een hek op de hoek van de straat. Het hek moest op punt a worden geplaatst en de rolstoelopgang op punt b. Dat je dan met je rolstoel nauwelijks de stoep op kunt, dat is jouw probleem. Ja, slimme jongens, die ambtenaren van openbare werken…

 

Stationshal Leeuwarden

Omdat ik de overstap in Leeuwarden miste had ik tijd om de stationshal aan een nader onderzoek te onderwerpen. Sommige stationshallen zijn zó mooi dat het jammer is dat reizigers er zo snel doorheen lopen. Daarom is vertraging af en toe goed voor een mens. Het was nog vroeg, vóór 9 uur, daardoor kon ik me niet te buiten gaan aan het scoren van een kroket: de automaat was nog leeg. Dus concentreerde ik me op het gebouw.

Station Leeuwarden interieur hal 2Ik heb me maar eens verwonderd over het plafond van de centrale stationshal. Eén van mijn vroegere cliënten noemde dat ‘plafonneren’. Dat gebeurde bij hem als hij tegen een psychose zat, volgens mij was dat bij mijzelf op dat moment niet het geval, ik had alleen maar koude voeten.

Als je naar het plafond kijkt vallen je steeds meer details op. Je zou hier eigenlijk een bed neer moeten zetten en heel ontspannen alles in je op moeten nemen. Helaas is er in mijn drie boeken over stationsarchitectuur in Nederland niets te vinden over het plafond van het station van Leeuwarden. Kennelijk ziet men niet in dat een plafond belangrijk is voor een station. Zonder plafond sta je als reiziger onder de open lucht. Dat kan ook, maar het is minder comfortabel.

Station Leeuwarden interieur halHet station is van een bouwstijl zoals kenmerkend voor veel gebouwen van de Staatsspoorwegen uit de tweede helft van de 19e eeuw. Het plafond is in 1904 ontworpen in de kenmerken van Jugendstil. Let alleen eens op die locomotief bovenin in het midden. Je moet even goed kijken en dat denk je: ‘wat een bijzonder detail om zo’n afbeelding in het plafond te verwerken!’

Mocht je nog eens in Leeuwarden komen, werp dan eens een blik op het plafond in de centrale hal van het station!

Tegeltableaus Haarlem station

Haarlem 100 jaarEén van de mooiste stations van Nederland is het station van Haarlem. Dit station heeft redelijk de tand of het kunstgebit des tijds doorstaan, zonder al te ingrijpende veranderingen.

Ik moet hier regelmatig overstappen. Maar vanaf volgende week zal ik er niet vaak meer komen: de sneltrein Alkmaar-Haarlem wordt vervangen door een stoptrein. Dan is de reis via Amsterdam Sloterdijk sneller. Trouwens: het station is steeds minder een knooppunt voor het spoor geworden. Vroeger reed hier de trein naar Maastricht (begint nu in Alkmaar) en de treinen naar Brabant, Zeeland en België rijden allemaal via Schiphol.

Het station dateert uit de periode rond 1910. Het is het enige nog bestaande stationsgebouw met kenmerken van de Art Nouveau en de Jugendstil. Het valt de reiziger misschien niet direct op, Haarlem 1e klasse (1)maar er bevinden zich in dit station maar liefst 15 prachtige tegeltableaus, allemaal in Jugendstil. Waarschijnlijk zijn de meesten ontworpen door Ed Cuypers, een neef van de bouwer van het Amsterdamse Centraal Station en van het Rijksmuseum (P.J.H Cuypers). Het tegeltableau ter gelegenheid van het eeuwfeest van de trein in Nederland (blauw op de bovenste foto) is van later datum. Het is uniek (Delfts Blauw), maar in een andere stijl dan de andere tableaus.

Moet je overstappen in Haarlem, neem eens de tijd om de architectuur van dit station te bekijken. Als je daar een beetje de tijd voor neemt mis je gegarandeerd de overstap (net als ik).

Jugendstil in Franeker

Franeker Bibliotheek 2Franeker is één van de Friese Elfsteden. Dat gegeven staat op zich al garant voor een groot aantal historische gebouwen. Maar aan Jugendstil denk je niet zo snel in Frentsjer. Ik moest hier zijn vanwege een bijeenkomst. Zo zie je nog eens wat.

Dit is het voormalig RC Vereenigingsgebouw, aan het Martiniplantsoen in het centrum. Dit bijzondere gebouw is in 1909 ontworpen door architect Nicolaas J. Adema (1860-1946), in opdracht van de St. Antonius Vereeniging. De oorspronkelijke functie is lange tijd gehandhaafd gebleven, waardoor in verhouding weinig veranderd of verbouwd is. Tegenwoordig is het echter een bibliotheek, Franeker bibliotheek voordeurwaardoor er toch nogal wat veranderd is aan het interieur. Maar enkele authentieke elementen, zoals het plafond, zijn goed behouden gebleven.

Opmerkelijk is de asymmetrische bouw. Op de hoek staat een soort zadeldakachtige bekroning, terwijl de ingang wordt bekroond met een verhoging die de illusie wekt van een toren.

De Heilige Antonius staat als beeld hoog in de gevel. Maar dit is niet de enige plaats waar hij minzaam naar de gelovigen kijkt: hij is in tientallen plaatsen in steen vereeuwigd.

Franeker bibliotheek 1In Franeker vind je ook enkele woonhuizen in diezelfde stijl en van de hand van dezelfde architect. Onlangs was ik in één die huizen te gast en keek mijn ogen uit.