Autisme en intelligentietest

Volgens Martine Delfos geven de gebruikelijke intelligentietesten geen goed beeld wat het werkelijke potentieel van de intelligentie is bij mensen met autisme.

Dat ben ik met haar eens. Trouwens: ook breder wordt de waarde van de uitkomst van de intelligentietest sterk overschat. Je kunt een bovengemiddeld IQ hebben en toch helemaal vastlopen in de samenleving.

Bovendien is de uitkomst van een intelligentietest helemaal niet zo objectief als wel gedacht wordt. Er zitten o.a. culturele verschillen in. Ook is inmiddels duidelijk geworden dat de moderne samenleving leidt tot een stijging van de uitkomsten van het IQ. Maar dat wil nog niet zeggen dat je intelligenter wordt. Je wordt alleen handiger in het oplossen van de vraagstukken binnen de intelligentietest.

Versnelling en vertraging

Delfos gaat uit van een versnelling van de ontwikkeling van mensen met autisme aan de ene kant (als het bijvoorbeeld gaat om het waarnemen van wat er in de omgeving gebeurt) en een vertraging op andere gebieden (o.a. op het sociaal-emotionele vlak). Een beetje vrij vertaald zou je kunnen zeggen dat jonge kinderen met autisme zó bezig zijn met wat ze waarnemen in de dingen om heb heen dat ze aan de mensen niet meer goed toekomen.

En als het om mensen gaat, dan vaak meer op de details van mensen dan op wat er allemaal in de relatiesfeer gebeurt. Bijvoorbeeld: het kijken naar de lipbewegingen van de moeder in plaats van het zoeken van contact.

Neiging tot precisie

Eén van de factoren die het IQ van mensen met autisme drukt is de snelheid waarmee je de test moet afronden. Mensen met autisme zijn bij een aantal onderdelen van de test veel trager. Dat komt niet omdat ze echt zo traag zijn, maar omdat ze te precies zijn.

Delfos draait het zelfs om: mensen met autisme zijn sneller en nauwkeuriger dan andere mensen. Het probleem is dat ze – als ze iets zien wat mogelijk niet klopt- dat probleem eerst in hun geest op willen lossen voordat ze verder kunnen. Maar de stopwatch van de testpsycholoog loopt door en het antwoord moet – als de tijd voortschrijdt – als fout worden gerekend. Dat drukt dus de uitkomst van de IQ test.

Specifieke interessen

Ook de specifieke interessen kunnen de uitkomst van de test drukken. Stel je voor dat iemand met autisme en met veel kennis van treinen wordt getest in een ruimte waar je de spoorlijn kunt horen. Dan zal hij worden afgeleid door het geluid van de trein omdat hij aan het luisteren is wat voor type trein er in aantocht is: een sprinter, een koploper, een dubbeldekker. Ondertussen is hij niet met de test bezig.

Faalangst

Een derde factor die Martine Delfos noemt is de faalangst die mensen met autisme vaak al van jongs af aan opbouwen. Als je bang bent dat je fouten maakt drukt dat je prestaties bij een intelligentietest. Je moet er eigenlijk onbevangen in durven stappen: we zien wel waar we uitkomen…

Al met al is de mening van Martine Delfos dat de intelligentie van mensen met autisme door de uitkomsten van intelligentietesten wordt onderschat. Ze zijn vaak intelligenter dan wat de uitkomst van de test zegt.

Is meten weten?

Hoe exact is het IQ?

Trouwens, het is ook de vraag hoeveel de exacte uitkomsten in jaren en maanden bij IQ-testen zeggen. Veel onderzoekers zweren bij IQ-testen, maar die uitkomsten bieden regelmatig ook een aanzienlijke mate van schijnzekerheid. Toch gaan de indicatiestellers helaas veel te teveel op de uitkomsten af.

Vanessa werd drie jaar geleden getest. Daar kwam een Totaal IQ van 78 uit. Op basis van die gegevens kwam ze niet in aanmerking voor ondersteuning vanuit de gehandicaptenzorg. Een half jaar geleden werd ze weer getest. Er kwam een IQ van 72 uit. Volgens de regels zou ze op basis van dat cijfer wel passen binnen de gehandicaptenzorg. Maar de gemeente weigert financiële ondersteuning. Op de leeftijd van 20 jaar kan het IQ-cijfer nog fluctueren, zegt de gemeente. Eerst moet er maar eens hard worden gewerkt in de richting van betaald werk. 

Als je naar de kwetsbaarheid van Vanessa kijkt kun je verwachten dat betaald werk geen haalbare kaart is. Die kwetsbaarheid komt tot uiting als je naar de sociaal-emotionele aspecten van Vanessa kijkt. Volgens Jan Gielen (NTZ, december 2016) loop je het risico dat je dan infantiliserend bezig bent. De gemeente meent dat het IQ de maatstaf is: Vanessa moet op basis van haar IQ gewoon in staat zijn om betaald werk te doen.

Inderdaad maakt het in kaart brengen van sociaal-emotionele aspecten van de persoon Vanessa kleiner. Maar dat is nog niet infantiliserend. Omgekeerd leidt het beroep van de gemeente op een IQ-cijfer tot overvraging, met mogelijk aanzienlijke emotionele schade. 

Exact meten?

In zijn algemeenheid leidt de hang naar evidence-based onderzoek naar een schijnzekerheid die tot verstarring leidt. Daardoor meent men te kunnen ‘meten’ of iemand wél of niet autistisch is, of iemand wél of niet depressief is, of iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft en of iemand wél of niet dement is.

Alsof er een exact kantelpunt bestaat: bij zoveel score ben je net niet autistisch en bij zóveel score net wel. Dat wordt vervolgens een selffulfilling prophecy. 

Het is Jacques Heijkoop geweest die met betrekking tot autisme zijn hele werkzame leven lang heeft laten zien hoezeer het denken in termen van autisme kan leiden tot kokerdenken, waarbij je andere factoren over het hoofd gaat zien.

Jan is autistisch. Mensen met autisme hebben een vaste structuur nodig. Mensen met autisme hebben ook altijd picto’s of plaatjes nodig.

Dynamiek van de persoon

Wat je dan gaat missen is de dynamiek die er is tussen de persoonlijke omstandigheden en de persoon. Die dynamiek komt beter uit de verf in de huidige DSM V, waar veel meer in gradaties gedacht wordt. Dan kun je ook beter beschermende en belastende factoren opsporen.

Meneer Baanstra

Waar het volgens mij om gaat is dat er veel meer gedacht moet worden in omstandigheden waaronder de problematiek scherper en/of minder scherp wordt.

Meneer Baanstra werkt twintig jaar bij hetzelfde bedrijf. Vorige jaar is het bedrijf gefuseerd. Hij werkt nu op een grotere afdeling. De oude werkwijze is verlaten, medewerkers moeten op een heel andere wijze hun werk invullen. Sinds die tijd valt op dat meneer Baanstra een zeer kort lontje heeft. Hij kan er niet tegen als spullen op zijn bureau anders liggen. Hij wil absoluut niet gestoord worden. Om het minste of geringste wordt hij boos. Hij luistert veel minder naar wat zijn collega’s te zeggen hebben. Hij overlegt ook niet meer. In de pauze zondert hij zich af.

Is meneer Baanstra nu opeens in sociaal-emotioneel opzicht veel kleiner geworden? Dit zijn kenmerken die passen bij een vroeg gestagneerde sociale ontwikkeling. Loopt er nu opeens een eigenzinnige peuter door het bedrijf? Of is meneer Baanstra opeens autistisch geworden? Of was hij dat al en is dat niet eerder onderkend?

Is een narcist een peuter?

Daarmee kom ik terug op het startpunt: hoe zit het nu met die volwassen peuter? Als uit het Ontwikkelingsprofiel van R.E. Abraham naar voren komt dat narcisme past bij het egocentrische denken van de peuter, lopen er dan allerlei peuters grote bedrijven te besturen? En worden veel landen geregeerd door peuters?

En als uit onderzoeken naar voren komt dat borderline-trekken passen bij een onveilige peuterfase, ben je dan getrouwd met een emotionele peuter?

Zo zit de wereld natuurlijk niet in elkaar. Mensen functioneren nooit maar op één niveau.

Sociaal-emotionele basiskleur

Daarom kies ik niet voor het begrip sociaal-emotionele ontwikkeling, maar voor de sociaal-emotionele basiskleur. Die druk je niet uit in een leeftijd, maar in een fase. En daarbij moet je je ook realiseren dat mensen in verschillende omstandigheden ook nog eens in verschillende fasen kunnen functioneren.

Die kleur maakt samen met de aangeboren temperaments-eigenschappen de persoon. Daarbij tekenen de kleuren zich scherper af naarmate de stress toeneemt. En als de omstandigheden meer gunstig zijn verbleken allerlei aspecten en blijkt iemand opeens veel steviger te kunnen functioneren.

Inderdaad: niet zo concreet, niet zo meetbaar. Maar deze manier van kijken doet volgens mij mensen wel meer recht.