Via Spijkenisse (2)

Al snel stap ik in Spijkenisse weer op de fiets. Ik fiets oostwaarts. Er is maar één optie om de Oude Maas over te steken: dat is via de Spijkenisserbrug.

Vanaf de brug heb je een mooi zich op de rivier, maar ook op de torenhoge nieuwbouw aan het water. Er staan diverse woontorens met een hoogte van ruim 80 meter.

Aan de overkant ligt Hoogvliet. Ook dit stadsdeel van Rotterdam heeft te maken met nogal wat grootstedelijke problemen. Als steden letterlijk in korte tijd uit de grond worden gestampt heb je daar een generatie later last van. Op allerlei plekken wordt jaren ’60 bouw afgebroken en komt er nieuwbouw (vaak grotere eengezinswoningen) voor in de plaats.

Ik volg de fietsborden richting de Waalhaven, maar ergens heb ik een bordje gemist. Op je richtinggevoel kun je hier niet goed fietsen, want dan strand je op bedrijventerreinen of enorme verkeersknooppunten. Ik maak daardoor een wat vreemde lus, want ik moet weer over de A 15 en de Betuwelijn. Als dat eenmaal gelukt is ben ik bijna in Pernis, dat een paar weken geleden beschreven werd op dit weblog.

Ik fiets nu in noordelijke richting en heb de wind pal tegen. Die voel je wel in dit open industriegebied: er is geen boom te bekennen en op enige afstand staan alleen maar tanks voor de opslag van olie.

Na een paar kilometer duik ik de Beneluxtunnel in. Over de volle lengte staat een tekst die ik later nog maar eens uitgebreider moet bestuderen. In ieder geval krijgt Ari te horen dat het leven eindig is en dat de mensen slecht zijn.

Aan de overkant van het water ben ik in Schiedam. Ik maak even een ommetje via het historische centrum. Veel mensen denken bij Schiedam aan vervuilende industrie, havens en eindeloze nieuwbouw uit de jaren ’60, maar de stad heeft een schitterend centrum.

Bovendien telt de stad de hoogste (‘klassieke’) windmolens van de wereld. Ooit waren het er 20, er zijn er zeven overgebleven. De laatste is overigens gewoon een windturbine, die een klassieke vorm heeft gekregen. Dat zou men vaker moeten doen, want die metalen turbomolens die op land en in zee worden neergezet verstoren het landschap.

Via uitgebreide bedrijventerreinen fiets ik aan de noordkant bij de Poldervaart en Kerkbuurt Schiedam weer uit. De provincie probeert al een halve eeuw om Midden Delfland als groene buffer te behouden, maar er wordt alweer een bedrijvenpark aangelegd. Toch kun je tussendoor nog steeds aardige weggetjes vinden. En als je het land ‘zo’ bekijkt zie je ook dat de lente in aantocht is.

Het is nog tien kilometer fietsen naar ons huis in Delft. Je kunt vanuit ons huis in drie uur fietstijd heel verschillende gebieden befietsen. Dat is trouwens ook wat het fietsen in Nederland zo aardig maakt. Niks geen eindeloze prairie of uitgestrekte bossen: welke route je ook kiest: je ziet continu verschillende landschappen.

Rondje Westland (5)

Je kunt je natuurlijk afvragen hoe groot het zelfkastijdend vermogen van Henk 50 is. Hij houdt van de natuur, maar hij fietst zich hier het apezuur. Dit gedeelte van Zuid-Holland is inmiddels zó vol gebouwd, dat de ruimte echt is gaan ontbreken. Daar zijn de mensen hier waarschijnlijk al gewend, maar ik ben eigenlijk een polderjongen die in de stad woont.

De stad is prima, als ik ook maar naar buiten kan: ruime weilanden, de zee. Dat alles is hier ver te zoeken. Wel zijn er door sommige steden, zoals Schiedam, aardige fietsroutes aangelegd, soms over voormalige oude landwegen.

Pernis 5Ik neem de Beneluxtunnel onder de Nieuwe Maas door. Aan mijn linkerkant bevindt zich een soort van reservaat, temidden van eindeloze olieraffinaderijen. Dit is het dorp Pernis. Kijk je alleen maar in de directe omgeving, dan denk je dat je door een vriendelijk dijkdorp fietst. Dat is ook wel zo, trouwens. Kijk je achter de huizen, dan zie je de grootschalige industriële bedrijvigheid van de Pernis lijnenspel containers en Betuwelijn2Rotterdamse haven. Je ruikt de olieraffinaderijen en je hoort het geraas van de autowegen. Dat is de prijs die de inwoners betalen voor de welvaart van dit gebied en voor heel Nederland.

Ik besluit om niet door Hoogvliet te fietsen. Het voormalige dijkdorp is bijna helemaal afgebroken. De plaats bestaat nu uit eindeloze nieuwbouwwijken waar de verpaupering soms toeslaat en anderzijds wordt geïnvesteerd in het aantrekkelijk maken van de wat oudere wijken. Dat zijn hier de wijken uit de Spijkenisse Hefbrugjaren ’70 van de vorige eeuw. Gelukkig kan ik groen buiten de plaats om fietsen. Alleen teistert het geraas van de autoweg wel mijn gehoor.

De Spijkenisserbrug werd wel de Brug der Zuchten genoemd. Als er een zeeschip door moest stond er binnen de kortste keren een enorme file. Ik fiets de Oude Maas over met een blik op de hoge torenflats die in de afgelopen 20 jaar zijn gebouwd aan weerszijden van de rivier. De hoogste woontoren is de Rokade: 33 verdiepingen hoog (113 meter). Het hoogste flatgebouw in Hoogvliet (Het Baken) telt eveneens 33 verdiepingen.

Spijkenisse heb ik meerdere malen bezocht in 2015. Ook van die plaats is nauwelijks meer geschiedenis over gebleven. Daarom vlucht ik naar veiliger beschutting: de groenstrook Europoort bij Hartelbruglangs het Hartelkanaal. De Hartelbrug brengt mij over het Hartelkanaal terug in het hart van de petrochemie.

De autoweg en de Betuwelijn lopen hier parallel. Ik moet toegeven: de gemeente Rotterdam heeft hier fors geïnvesteerd in een goed geasfalteerd fietspad. Tussen alle elektrische fietsen (de mensen willen kennelijk zo snel mogelijk dit gebied verlaten…) ben ik een Einzelgänger: ik peddel op eigen kracht tegen de wind in richting Rozenburg.