Via Antwerpen (2)

Rond drie uur fiets ik de Grote Markt weer af. Het is wat puzzelen hoe ik het centrum uitkom. Antwerpen is een drukke winkelstad met deels voetgangersgebied. Bovendien wordt op allerlei plekken aan de riolering of het wegdek gewerkt.

Ik fiets in de richting van Berchem, maar buig daarna af in noordoostelijke richting. Hier ligt de grootste Joodse wijk van Europa. Er wonen ruim 20.000 orthodoxe Joden. Ze maken zich massaal op om naar de Synagoge te gaan. Overal zie je mannen in hun traditionele kleding op straat. Vanwege de risico’s staan er ook in tal van straten militairen met het geweer in de aanslag.

Ik fiets onder de spoorlijn door en even later klinkt er een ondergronds geraas. Het neemt buitenaardse proporties aan. Ik heb er al eerder over geschreven. Dit is het verkeer op de Ring Antwerpen. In zuidelijke richting zit het muurvast (dat maakt niet zoveel lawaai), in noordelijke richting rijdt alles nog. Er zijn plannen om de hele ring ondergronds te gaan maken zodat dit gebied weer bewoonbaar wordt. Maar dat is een miljardenproject.

Ik fiets kaartloos mijn neus achterna in ongeveer noordoostelijke richting. Na de voorsteden Deurne en Borgerhout kom ik in een uitgestrekt park uit, maar ook hier klinkt nog nadrukkelijk het geraas van de Ring. Zo’n geluid heb ik in Nederland nog nooit gehoord. Vervolgens klimt de weg en kom ik op een hoge brug over het Albertkanaal uit. Een lange afdaling brengt mij in Schoten, een uit de kluiten gewassen dorp met 30.000 inwoners.

Ik zoek het Jaagpad langs het Kanaal van Turnhout naar Schoten op. Dat volg ik maar liefst 20 km. Het is inderdaad een Jáágpad: om de haverklap word ik ingehaald door forensende mannen op een speedpedelic. Soms is het schrikken geblazen, omdat ik ze niet aan hoor komen.

Het kanaal telt zeven sluizen: de schepen moeten vanuit de laagte van het Scheldebekken omhoog naar de Kempen. Om de twee of drie kilometer ligt er een sluis.

Uiteindelijk sla ik linksaf en fiets nu richting Hoogstraten. Ik heb flink de wind in de rug. Voordat het donker wordt wil ik zo ver mogelijk komen. Helaas krijg ik fietspech in het dorp Sint Lenaarts. Als ik een foto maakt valt mijn fiets en het spatbord is ontwricht en loopt stevig aan tegen de band. Zo kom ik niet meer thuis. Maar er woont in Sint Lenaarts een heel aardige fietsenmaker die zelfs na sluitingstijd nog even naar mijn fiets kijkt. Hij heeft de goede diagnose en de juiste apparatuur om het ongemak te herstellen.

De fietsenmaker van FD aan de Hoogstraatse Baan verdient een eervolle vermelding op dit weblog.

Na Sint Lenaarts is het 8 kilometer fietsen naar Hoogstraten. In dit centrumdorp staat een prachtige hoge toren van maar liefst 105 meter hoog. Maar er bevindt zich ook één van de mooiste begijnhoven van België.

Inmiddels is het bijna donker. De rest van de tocht moet ik in het donker fietsen. Aanvankelijk volg ik een vrij drukke provinciale weg, maar als ik dat zat ben duik ik een smalle zijweg in. Hoe ik precies fiets weet ik niet, maar bij het klooster van Meersel Dreef fiets ik de grens met Nederland over.

Ook verderop kies ik voor kleine wegen. Zo kom ik op het kronkelende fietspad langs de Mark uit. Dan is Breda niet ver meer.

Het is een hele omschakeling van het rustige land naar Breda, want daar is het carnaval begonnen. Ik ben zo ongeveer de enige passant die niet verkleed maar wel nuchter is. Her en der gaan mensen over hun nek, terwijl de avond eigenlijk nog moet beginnen. Ik maak maar even een ommetje buiten het centrum om, want deze hectiek vind ik niet prettig.

Station Breda is het eindpunt van deze fietstocht. Volgens de Strava App heb ik op deze eerste fietsdag van het jaar 110 kilometer gefietst.

De Ronde van Nederland (2)

Voor vandaag liggen start en finish vast: ik start in Goes en ik moet in Tilburg uitkomen.

In Goes zijn de scholen deze week begonnen en beland ik in de scholierenspits. Met gevaar voor eigen leven bereik ik Kloetinge, één van de oudste dorpen van Zeeland, gelegen op een kreekrug. De dorpskerk ligt aan een plein omringd door oude huizen.

Na Kloetinge volgt Kapelle, met een opvallende kerktoren, een station en één van de grootste kerkgebouwen in Nederland (van de Gereformeerde Gemeente). Rond het dorp zijn veel fruitboomgaarden, er is hier zelfs een fruitteeltmuseum. Het omringende landschap bestaat uit een aaneenschakeling van dijken, allemaal landaanwinning uit voorgaande eeuwen.

Ik fiets zonder kaart mijn neus achterna en kom langs dorpen als Schore en Hansweert, beklim de brug over het Kanaal door Zuid-Beveland en daal daarna af naar Kruiningen. Daarna volg ik de kronkelende dijken tussen de snelweg en de dijk langs de Westerschelde. Bij Waarde kom ik op de Schelde-Rhein-fietsroute uit. Zo’n 15 kilometer volg ik de dijk tot voorbij Bath, waar de Schelde een fascinerende bocht maakt (het Nauw van Bath). Het lijkt wel of de zeeschepen naar Antwerpen recht op de dijk afvaren.

Direct na de grenspaal aan de Schelde verandert het land; overal gedreun en gesis en zwaar vrachtverkeer. Dit is de haven van Antwerpen. Voorbij Zandvliet fiets ik de bossen in en ben weer in Nederland. Het grensdorp Putte ligt aan twee zijden van de grens, daar fiets ik het beboste België in. Langs de weg veel villa’s, omgeven door hoge hekken, en voorzien van vervaarlijke honden en alarminstallaties. Ik fiets door het dorp Kalmthout en na Wuustwezel kruis ik de autosnelweg en de HSL naar Antwerpen. Daarna is het nog even een eind doortrappen naar Hoogstraten, dat mij al van verre wenkt vanwege de zeer hoge toren van de Sint Catharinakerk (105 meter hoog).

Tip van de dag: Hoogstraten. De 105 meter hoge toren van het dorp steelt de show. Maar wat je niet mag missen is het Begijnhof (onderdeel van Unesco Werelderfgoed): 36 wit-geschilderde huisjes, een kerk, fruitbomen, tuintjes en een plaatselijke poes. Een oase van rust, zijdelings naast de drukke provinciale weg.

Daarna fiets ik door naar Castelré, één van de geografisch meest opmerkelijke buurtschappen in Nederland: bijna helemaal omgeven door België, maar toch is het Nederland, inclusief Nederlandse brievenbus. Daarna fiets ik België weer in, raak de weg kwijt en blijk opeens weer in Nederland te zijn: het dorp Ulicoten.

Dan is het een kwestie van stevig doortrappen door het Brabantse land: via Chaam (ik zou best wel een Chaamse Vlaai lusten, maar ik moet afvallen), de uitgestrekte bossen bij Chaam, het dorp Gilze, en dan een rustige route via Riel naar het station van Tilburg.

Er was vrij veel bewolking en af en toe een beetje blauwe lucht. Ik had grotendeels wind mee (zuidwest kracht drie á vier). De fietsteller heeft er vandaag 144 km. bij opgeteld. 

Grensfietsen (2)

Hoogstraten kerktorenDe toren van Hoogstraten is zeker niet de geringste onder zijn broeders. Het is één van de hoogste baksteengebouwen van de wereld: 105 meter hoog. Zo’n hoge toren verwacht je niet in een dorp in de Kempen. De spits wordt bekroond met een ui. Ontwerper was Rombout II Keldermans, die ook betrokken was bij de bouw van de grootse kerkgebouwen van Antwerpen en Mechelen. Veel bekende gebouwen in Nederland uit de 16e eeuw zijn ontworpen door familieleden van deze architect, zoals de Grote Kerk van Alkmaar en het stadhuis van Maastricht. De huidige kerktoren is echter nog maar een halve eeuw Hoogstraten kerkoud, omdat het vorige exemplaar in 1944 door de Duitsers was ‘gedynamitiseerd’, zoals de Vlamingen zeggen.

Ben je in Hoogstraten, bezoek dan zeker het Begijnhof. Dat ligt wat verstopt achter een tuinmuur langs de drukke Hoogstraten Begijnhofhoofdstraat. Gelukkig wist ik van het bestaan van dit prachtige begijnhof, anders waren we er zómaar aan voorbij gereden. Er staan 36 witgepleisterde huizen, waar ooit 160 begijnen woonden. Daarnaast staat er de barokke Begijnhof-Hoogstraten Begijnhof en kapelkapel. Een oase van stilte – onderdeel van het Unesco werelderfgoed – net buiten de drukke verkeersstromen.

Hoogstraten is een groeiende plaats, met tegenwoordig ruim 20.000 inwoners. 15% van de inwoners heeft de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast fietsten er op 3 mei twee Nederlanders rond.

Castelre 2Direct na Hoogstraten slaan we een kleine weg in, naar het dorp Wortel én naar een bijzondere Nederlandse plaats: Castelré. Hier wilde ik altijd al een keer naar toe, omdat de plaats zo’n eigenaardige geografische ligging heeft. Het is een bijna-enclave, die aan de oostkant slechts over een breedte van 200 meter met Nederland verbonden is. Als je hier woont heb je ook aan de noordkant Belgische buren. Het dorp ligt op slechts 1 km. afstand van Minderhout, maar valt Castelreonder de gemeente Baarle Nassau (op 11 km. afstand). Er staat een Nederlandse brievenbus.  Water en aardgas worden door Nederland geleverd, terwijl elektriciteit door een Belgisch bedrijf wordt geleverd. Kinderen gaan in België naar school en de mensen die er nog naar de kerk gaan bezoeken de parochie van Minderhout.

Castelre kapelIn Castelré landde in 1870 de eerste luchtpost in Nederland. Per luchtballon vanuit het belegerde Parijs. De bedoeling was om in Turnhout te landen, maar de wind waait waarheen hij wil en de eindbestemming van een ballon met luchtpost is dan ook ongewis.

‘Centrum’ van Castelré is een driehoekig dorpsplein met enkele woonhuizen benevens een klein kapelletje.