Hond laat vrouw uit

Wij wonen aan een grasveld. Er is weinig groen in de buurt. Daardoor wordt dat  veld wordt vooral gebruikt door bazen die hun hond uitlaten.

Onlangs verscheen er een nieuw stel met een nieuwe hond op het veld. Ja, er verandert nog wel eens iets in Delft! Het aantal uitgelaten honden neemt trouwens ook toe nu er weer nieuwe woningen zijn gebouwd. De woefdichtheid is groter geworden.

De man was de baas over de hond. De vrouw was nog in opleiding. De hond was ook in opleiding: hij zat nog in de fase van de speelse jeugdigheid.

De eerste testcase was trouwens het oprapen van een hondendrol. Dat vond de vrouw zichtbaar vies. Er werd eerst een rondje extra gelopen voordat de vrouw het aandurfde om deze weke massa in een zakje op te bergen. Naar het schijnt voelt een warme weke massa nog viezer aan dat een wat afgekoelde massa.

De tweede dag moest de hond leren om naar de vrouw te luisteren. Dat deed hij niet. Elke keer weer moest de man er aan te pas komen om weer orde op zaken te stellen. De derde dag ging het precies zo. Het was precies zo als bij een peuter: twee kapiteins tegelijk op het schip roepen verwarring op: wie heeft de regie?

De vierde dag ging de vrouw alleen op pad. Dat was een moedige daad. De hond wist de weg naar het grasveld. Daar ging hij eerst zitten poepen. Het drollen vangen door de mevrouw verliep al goed. Ondertussen ging de hond lekker liggen. Tegelijkertijd werden de hemelsluizen geopend en ging het hard regenen. Daar stond de vrouw kletsnat te worden. De hond ook, maar die vond dat kennelijk niet erg.

De vrouw probeerde met rukken en trekken de hond in beweging te krijgen. Hoe meer ze trok, des te meer zette de hond zich schrap. Zijn poten kregen greep op de aarde. Hij trok een potenspoor door het gras. Na twee meter was de vrouw buiten adem en lag de hond weer lekker te liggen in de regen.

De vijfde dag had de vrouw een speeltje meegenomen. De hond ging weer uitgebreid in het gras liggen liggen. De vrouw gooide het speeltje weg. De hond keek het speeltje na en bleef lekker liggen. Ze wees uitgebreid naar het speeltje. Maar de hond had geen idee wat een wijzende vinger betekende. Hij had nog geen joint attention ontwikkeld.

Gelukkig was de vrouw zo verstandig om de hond aangelijnd te houden. Zonder lijn zou hij er als een hazewind vandoor zijn gegaan. En dat terwijl het helemaal geen hazewind was. En zie maar eens een hazewindhond die geen hazewindhond is terug te vinden.

Vandaag is het een week geleden dat deze hond op het grasveld zijn kunsten vertoont. De hond ligt gezellig op grasspriethoogte de wereld te bekijken. De vrouw is zoveel mogelijk op ooghoogte met hem in gesprek. Ze nodigt hem vriendelijk uit om verder te wandelen. Aan de lucht te zien nadert er een fikse bui.  

Dieren op de fiets

Op de fiets kom je vaak heel wat dieren tegen. De meesten worden redelijk gedachtenloos gepasseerd. Maar sommige dieren vragen om wat meer aandacht.

Neem de heer Woefstra. Volgens mij is hij de braafste hond van het Westland. Soms moet je als fietser alert zijn op honden, want ze willen nogal eens fietskuiten bespringen. Zo niet de heer Woefstra. Ik wilde even een foto maken en daar kwam de heer Woefstra aangewandeld.

Met een ferme duw raakte hij mijn benen. Dat was geen aanval, maar een vraag, of meer nog een oproep: aai me!

Ik heb de heer Woefstra stevig geaaid en beklopt. Hij vond het zó prettig dat hij even later plat op het asfalt lag. Daar kreeg hij kennelijk opeens jeuk, want er moest stevig gekrabd worden. De heer Woefstra lag uiteindelijk helemaal in de knoop met zichzelf, zo ingewikkeld was de jeuk.

In het duingebied bij Den Haag kwamen we een file aan schapen en geiten tegen. De file was nogal tegendraads. De geiten wilden de ene kant uit en de schapen de andere kant. Omdat het pad langs het hek erg smal was en de stekels van de duindoorns erg scherp zat er niets anders op dan met zijn allen stil te blijven staan. Niemand kon meer vooruit, niemand wilde meer achteruit.

Uiteindelijk schrok één van de geiten en toen sprongen ze allemaal weg. Dat was aanleiding voor de schapen om hun weg te vervolgen. Maar op die weg kwamen ze de geiten weer tegen en die gingen bokkig met hun horens in de aanval. Uiteindelijk heb ik de meest bokkige geit bij de horens gevat zodat hij geen kopstoten meer uit kon delen. Daar had ik wel mijn beide armen voor nodig: bokkige bokken zijn best sterk.

Dit was dus een kwestie van schapen en bokken scheiden.

Daarop gingen de schapen schielijk langs hun belagers en vervolgden hun duinpad.

Tenslotte belandden wij op een terras in Den Haag. De zon scheen zó uitbundig dat we buiten konden zitten. Een kraai had het voorzien op de koffiecupjes, maar de plaatselijke mussen hadden zin in appeltaart. Er werd heerlijk van gesmikkeld.

Nu nog de vraag: is appeltaart schadelijk voor de huismus? (of hier: voor de cafémus?).