“Een dubbeltje op zijn kant”

Ik zit niet altijd op de fiets. Zondagmiddag maakten we een wandeling van ruim 10 kilometer langs de Hollandsche IJssel.

Het was prachtig zonnig weer, maar wat nog meer voordeel bood was dat de weg afgesloten was voor alle verkeer. Voetgangers zijn geen verkeer en dus konden we gewoon in alle rust over de dijk lopen.

Ten zuiden van Nieuwerkerk aan den IJssel bevindt zich een monumentaal monument. Het heet: ‘Een dubbeltje op zijn kant’. En deze geschiedenis is ook echt een monument waard. Het verhaal gaat als volgt:

In de nacht van 31 januari op 1 februari woedt een zware storm over Nederland. Op tal van plaatsen breken dijken door. De dijk langs de Hollandsche IJssel is op eigenlijk niet meer hoog genoeg om het water (3 meter hoger dan normaal bij vloed) tegen te houden. Kritieker is echter de situatie bij Hitland, waar de dijk op doorbreken staat.

Monument ‘Een dubbeltje op zijn kant’ bij Hitland

Een zandhandelaar kwam op het idee om het beginnende gat te stremmen door er een schip in/ tegenaan te zetten. De burgemeester vorderde ‘in naam van de koningin’ een schip dat in de nabijheid lag. Het schip ‘de Twee Gebroeders’ werd met de kop tegen de dijk gezet, waarna de mensen op de dijk met een touw de kop van het schip op de plek konden houden.Vervolgens zwenkte het achtersteven van het schip door de stroming naar het gat en werd het schip als ware het een sluisdeur tegen de dijk gezogen. Een riskante operatie, het schip had immers makkelijk de polder in kunnen spoelen…

In de loop van de zondagmorgen werd het gat achter het schip met zandzakken en dekzeilen gevuld. Het werd een roemruchte redding van de daarachter gelegen polders. Het herdenkingsmonument werd in opdracht van het hoogheemraadschap van Schieland en in 1983 door schipper de schipper van de Twee Gebroeders onthuld.

Als dit schip er niet had gelegen, was de Randstad tot aan Leiden toe ondergelopen. De Prins Alexanderpolder, die zes meter onder NAP ligt, zou dan minimaal tien meter onder water hebben gestaan. 

Langs de Hollandsche IJssel (2)

Nieuwerkerk aan den IJssel is een uit de kluiten gewassen forensendorp. Leontien van Moorsel woont er, dus er zijn ook fietspaden. 

Ik was de plaats overdwars gekruist en aan de oostzijde weer in agrarisch gebied terecht gekomen (of wat er van over is gebleven). Dit is het laagste deel van Nederland: het ligt bijna zeven meter onder de zeespiegel.

Op een wat hoekige manier (dat ligt aan de rechte structuur van de Zuidplaspolder) kom ik via weinig gebruikte wegen en zelfs een ‘eigen weg’ in Moordrecht uit. Daar word ik door droefheid overvallen.

Moor was onze eerste en zeer eigenzinnige poes. Na een verhuizing is zijn spoorloos verdwenen. Ik heb nog maanden naar haar gezocht. Dat was bijna een halve eeuw geleden, dus de kans dat ze nog leeft is niet zo groot.

In Moordrecht is de motorclub Satudarah gevestigd. Er zijn mensen die de naam van de plaats daarom uitspreken als Moord-recht, maar dat gaat te ver als je geen bewijs hebt. Je verwacht alleen niet in zo’n vriendelijk dorp een internationaal bekende motorclub. De enige motor die ik er heb gezien was een passerende antieke Solex.

Moordrecht bij avond (foto tijdens een vorige fietstocht genomen)

In Moordrecht neem ik – zoals eerder al beschreven – de koplader (veerpont) naar Gouderak. Dit veer was bijna opgeheven, maar dankzij subsidie van beide zijden van het water bestaat het veer toch nog steeds.

Gouderak maakt deel uit van de gemeente Krimpenerwaard. De inwoners worden ook wel stenengooiers genoemd, maar daar merk ik deze middag niets van. De hoofdstad van de gemeente is Stolwijk. Daar komt één bus per uur. De Krimpenerwaard is – ondanks de nabijheid van Rotterdam – nog altijd een agrarische gemeente.

Hollandsche IJssel bij Gouderak

Ik fiets over de zuidelijke dijk langs de Hollandsche IJssel terug in de richting van Rotterdam. Dijken langs rivieren vormen nooit de kortste route. Rivieren lopen namelijk nooit recht, maar voornamelijk her en derwaarts. En als gevolg van dijkdoorbraken zijn er vaak nóg meer bochten in de dijk gekomen.

Maar het effect is verrassend: elke keer weer een ander panoramisch uitzicht. En als gevolg van de laagstaande zon wordt het uitzicht alleen maar mooier. 

Retourtje Gouda (1)

Helaas kan ik jullie niet verblijden met fietstochten door een andere omgeving. Voor coronatijd fietste ik het hele land door en ook regelmatig door België en Duitsland. Vanwege alle regels en maatregelen rond corona blijf ik nu voornamelijk in Zuid-Holland steken. Zo ook nu...

Zaterdag had ik twee dikke zaterdagkranten doorgenomen, wat correspondentie gepleegd en een aantal klussen van huishoudelijke aard verricht. Toen was de dag alweer bijna voorbij. Maar ik had nog niet gefietst. Dus besteeg ik maar weer eens het zadel van de Batavus Dinsdag. In onze garage waar nooit een auto staat staat ook een Batavus Weekend, dat was passender geweest. Maar je kunt het leven niet altijd passend maken.

Het was pittig fris weer met een kille oostenwind. Op zichzelf viel het trouwens wel mee, natuurlijk, we zijn gewoon niet veel gewend oftewel weerkundig verwend. Op de thermometer op ons dakterras was het nog altijd vijf graden. Maar ik had voor de zekerheid wel voor het eerst mijn winterjas aangetrokken en dat terwijl het november en dus herfst was. De wereld zit dus weer ingewikkeld in elkaar. Ik verwacht dit jaar trouwens wel een strenge winter. Dat wordt tevens een test voor de Friezen. Laten ze dan écht de Elfstedentocht niet doorgaan. Volgens mij halen ze dan bakzeil.

Genoeg geleuterd. Als ik zo blijf kletsen kom ik Delft niet uit. Ik fietste moedig zuidwaarts en probeerde mezelf een beetje warm te fietsen. Ter hoogte van Overschie begon het te broeien in mijn jas. Dan moet je weer langzamer gaan fietsen, anders gebeuren er ongelukken. Ik fietste dwars door Rotterdam. Van west naar oost is dat 20 kilometer. Overal stonden digitale borden dat het centrum gemeden moest worden vanwege de drukte in de stad. Bij een lokale Action stond een rij van zeker vijftig mensen. Ik vond dat ik niemand in de weg fietste en zette koers in oostelijke richting. De bebouwing beschermde mij tegen de kille oostenwind.

Krimpenerwaard met zicht op Ouderkerk aan den IJssel

Voorbij Capelle aan den IJssel kwam ik in landelijker oorden terecht. Achter mij ging de zon onder en voor mij kwam de maan boven. Alsof ze het zo synchroon hadden afgesproken. In het zuiden stak de torenspits van Ouderkerk aan den IJssel boven de dijk uit en in het noorden lag het alsmaar zich uitbreidende Nieuwerkerk aan den IJssel. Diverse fotografen stonden met grote camera’s met toebehoren foto’s te maken. Ik hield het bescheiden bij een kleine compact-camera.

Maan boven de polder

Uiteindelijk kwam ik op de dijk langs de Hollandsche IJssel uit. Dit is een wonderbaarlijk korte rivier Ik heb ooit gezocht naar het beginpunt, maar dat is mij niet helemaal duidelijk geworden. in ieder geval heeft de naam IJsselstein met deze rivier te maken. Volgens Wikipedia is de rivier 46 kilometer lang. De weg over de dijk is verboden voor fietsers, het uitzicht over de rivier is voorbehouden aan automobilisten. Maar ja, zij betalen dan ook wegenbelasting en ik fiets gratis.

De volgende plaats is Moordrecht. De naam van de plaats heeft met 'moeras' te maken (denk ik), maar ik moet altijd denken aan poes Moor, die na een verhuizing zoek geraakt is. Ik heb haar nog jaren gezocht, maar nooit meer aangetroffen. De vermissing is ruim 40 jaar geleden, dus de kans dat ze nog in leven is is ook niet zo groot...

Weer op de fiets (3)

De Hollandsche IJssel is een wonderbaarlijke rivier. Hij ziet er uit als rivier, met dijken, bochten en uiterwaarden. Maar waar ontspringt hij dan?

Ik heb dat wel eens proberen te achterhalen en ben toen tot IJsselstein (bij Utrecht) gevorderd. Daar raakte ik het spoor bijster. Het schijnt dat de rivier begint als Kromme Rijn bij Nieuwegein. Niks geen oorsprong in de bergen van Zwitserland, gewoon ergens in het platteland van de provincie Utrecht. Dat zo’n rivier dan nog loopt…

In ieder geval loopt de Hollandsche IJssel als rivier langs Capelle aan den IJssel. En hij ziet er ook wel als hollandse rivier uit. De rivier zelf is vrij smal, maar de dijken lopen soms een flink eind van het water, zodat er ruimte over blijft voor hoge waterstanden. Op andere plekken wordt de ruimte langs de rivier helemaal ingenomen door (meestal metaalverwerkende) industrie.

Aan de overkant van het water ligt Krimpen aan den IJssel, ook al een groeikern van Rotterdam met eindeloze nieuwbouw-doolhoven.

En dan opeens in het water de waterkering, één van de eerste deltawerken, met de Algerabrug. In 1953 had het een haartje gescheeld of alle polders rond Rotterdam waren ondergelopen. Door drastisch ingrijpen (er werd een schip gevorderd en in allerijl in een dijkgat gelegd) werd voorkomen dat de laagste polders van Holland onder water liepen.

Ik buig met de autoweg mee en kom uit op de Gravenweg, één van de voormalig landelijke polderwegen. Het fietst hier niet onaardig, al is het jammer dat er zoveel authentieke bebouwing gesneuveld is. Ik kruis twee metrolijnen en ga onder de snelweg door richting Kralingen. Dit voormalige dorp kent grote tegenstellingen. Er zijn straten met prachtige huizen uit het eind van de 19e eeuw. Maar er zijn ook deels verpauperde straten waar veel mensen wonen die van een uitkering rond moeten komen.

Hoe het ook zij, ik vind het een boeiende wijk om doorheen te fietsen. Met tegenwoordig prima fietsroutes. Ik heb niet gepland hoe ik ga fietsen, maar het zoeft hier redelijk vanzelf.

Molenfietsen (6): Krimpen, Capelle en Rotterdam

avondlucht-bij-krimpen-aan-de-ijssel-kopieVanuit Krimpen aan de Lek fiets ik via een groene buffer Krimpen aan den IJssel binnen. Het zuidelijk deel van de plaats bestaat bijna helemaal uit bedrijventerreinen aan de Lek. Daarna fiets ik langs uitgebreide nieuwbouwwijken.

Krimpen aan de Lek is vanaf de jaren ’70 erg hard gegroeid en telt nu zo’n 30.000 inwoners. Van het oude dorp is weinig meer over.

Voor wie hier op zondag naar de kerk wil: je kunt kiezen uit 14 verschillende kerken. De grootste kerkgebouwen bevinden zich aan de rechterflank van de protestantse kerken: een Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland (bijna 2000 leden) en een Gereformeerde Gemeente (bijna 1500 leden). Die kerken zitten zowel ’s morgens als ’s middags helemaal vol. Geen wonder dat de SGP de meeste stemmen kreeg bij de gemeenteraadsverkiezingen. Alleen verwacht je dat niet in de Randstad.

Tijdens de Watersnood in 1953 bleek het stroomgebied van de Hollandse IJssel bijzonder kwetsbaar te zijn. De Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden waren ook kwetsbaar, maar dit was een wel heel laag gelegen gebied (het laagst gelegen deel van Nederland) met bovendien honderdduizenden inwoners. Daarom werd hier begonnen met de Deltawerken: de stormvloedkering in de Hollandsche IJssel.

stormvloedkering-krimpen-aan-den-ijsselNaast de kering ligt een brug: de Algerabrug. Je hebt namelijk Algra’s en Algera’s. De oorspronkelijke naam is Algera, maar ergens is een foutje gemaakt, hetzij door een dronken ambtenaar van de burgerlijke stand (de ene lezing), hetzij door een vader die een borreltje op had (de andere lezing). Deze brug is naar een minister van Waterstaat genoemd.

skyline-rotterdam-2Op de brug heb je een goed zicht op de hoogbouw van Rotterdam. Vóór me ligt een onafzienbare vlakte aan gestapelde stenen en betonnen kolossen aan bebouwing. Tussen die bebouwing door raast dag en nacht autoverkeer in allerlei richtingen.

Maar ik ben nog niet in Rotterdam. Dit is (pas) Capelle aan den IJssel. Van het oorspronkelijke tuindersdorp is weinig meer over. In veertig jaar tijds groeide het dorp van 10.000 inwoners naar 60.000 inwoners. En toch mocht de plaats zich de Groenste Stad van Nederland noemen.

Ik heb geen idee of ik mij strategisch verplaats door de stad, ik fiets gewoon mijn neus achterna. Inderdaad fiets ik wel over door groen omgeven dreven, al is het niet meer goed zichtbaar in de duisternis.

Uiteindelijk kom ik bij de Kralingsche Plas uit, waar tientallen joggers proberen de conditie enigszins op peil te houden. Ik ben hier in de gemeente Rotterdam aangeland. Ik bel voorzichtig met mijn fietsbel als ik niet zeker weet of iemand mij aan heeft zien komen. Maar deze meneer wordt ontzettend boos. Hoe ik het in mijn stomme kop haal om te bellen als hij mij gezien heeft!!! Tsja, ik kan nu eenmaal geen gedachten lezen.

Door wijken aan de noordkant van Rotterdam fiets ik westwaarts: een schijnbaar eindeloos palet aan woonwijken, bedrijventerreinen, groenstroken en autowegen. Rechts van mij komt even verderop de Rotterdam/The Hague Airport, een volgens mij overbodige luchthaven op minder dan een half uur treinen van Schiphol.

Dan nog even het laatste stukje open land tussen Rotterdam en Delft (met veel lichtvervuiling door de kassengebieden) en dan ben ik weer thuis.

Vleugje rivierenland (1)

Na een halve dag stevig doorwerken is het tijd om de benen te strekken. Dat is (soms) het voordeel van het ZZP’erschap.

Ik stap in de trein om onderweg nog enkele stukken tot mij te nemen. Zo combineer ik het nuttige met het aangename.

Bij Rotterdam vind ik dat ik genoeg gelezen heb. Maar wat moet ik midden in Rotterdam? Ik wil ruimte om me heen. Die ruimte is in de Randstad steeds schaarser aan het worden. Maar af en toe vind je nog stukken land waar je toch ruimte ervaart. Daarnaast wil ik weer eens over rivierdijken kunnen fietsen. Henk Marsman die denkend aan Holland brede rivieren traag door oneindig laagland ziet gaan.

 

Hollandse IJssel Panorama

Ik besluit mezelf nog met één overstap te verwennen. Een kwartier later stap ik uit de Sprinter. Dit is Nieuwerkerk aan den IJssel. Voor de mensen die denken dat ik nu in Gelderland of Overijssel terecht ben gekomen: ik heb het over de Hollandsche IJssel. 

Nieuwerkerk aan den IJssel ligt grotendeels niet aan de Hollandsche IJssel. Tussen de autoweg en de spoorlijn naar Gouda zijn uitgestrekte nieuwbouwwijken verrezen. Het oorspronkelijk kleine en overzichtelijke dorp telt nu zo’n 22.000 inwoners. Jammer is dat er langs de oude wegen door het dorp zoveel authentieke woningen worden afgebroken om plaats te maken voor soms protserige villa’s.

Bij Nieuwerkerk aan den IJssel bevindt zich het laagste punt van Nederland: 6.76 meter beneden de zeespiegel. Voor de mensen die nu al nattigheid voelen: die was wel zeer nadrukkelijk aanwezig toen op 1 februari 1953 de dijk doorbrak. Een monument op de dijk langs de Hollandsche IJssel herinnert aan die ramp. Om de kwetsbaarheid te beperken werd later de nabijgelegen stormvloedkering gebouwd.

Hollandsche IJssel bij Nieuwerkerk aan den IJsselIk fiets door het oude dorp om bij het buurtschap Kortenoord op de Groenendijk langs de rivier uit te komen. Het water is glad, het is bijna windstil. Daarna fietst het heerlijk over de dijk in zuidwestelijke richting. Rechts van mij boerderijen, stukjes natuurgebied, vrijstaande huizen en links de vandaag zeer kalme rivier.

Maar wat is de Hollandsche IJssel eigenlijk voor een rivier? Oorspronkelijk was het een zijtak van de Lek (in de buurt van het voormalige Jutphaas, nu Hollandsche IJssel bij Klein HitlandNieuwegein). Deze zijtak werd afgedamd. Zo ging de rivier een eigen leven lijden en stroomt hij fris en fruitig 42 km. naar het westen om bij Kralingse Veer samen te vloeien met de Nieuwe Maas.

In het kwaliteitsplan Hollandsche IJssel (een 75 blz dik rapport over de rivier) staat dat de gemeenten goud in handen hebben. Men pleit voor bebouwing en industrie die passen bij het landschap. Dat is lang niet overal gelukt en het is de vraag in hoeverre lokale overheden dit rapport als uitgangspunt hanteren. Maar het moet gezegd worden dat het Zicht op Ouderkerk aan den IJssellandschap rond de Hollandsche IJssel meer authentiek oogt dan dat langs een aantal andere Nederlandse vaarwegen.

Ter hoogte van het buurtschap Klein Hitland maakt de rivier een scherpe bocht. Aan de overkant van de hier zeer brede rivier liggen de opvallende loodsen van Heuvelman Hout. 

En verder hobbelt mijn Friese Batavus weer door het Zuidhollandse rivierenland. Ik kom door het buurtschap Groot Hitland. In dit buurtschap maakt een klein pontje dagelijks de oversteek naar de Veerpont Ouderkerk aan den IJsseloverkant: Ouderkerk aan den IJssel. De wereld zit weer logisch in elkaar. Als er een Nieuwerkerk aan den IJssel is moet er ook een Ouderkerk aan den IJssel zijn. Dat is dus hier.

En als er ergens een pontje is moet Henk 50 de oversteek wel maken. Hij luidt de veerbel en even later komt het pontje aangetuft.