Elberadweg

Een fietser vertelde dat hij in de bovenloop en middenloop van de Elbe nergens had moeten lopen. Maar wel in de bovenloop.

Dat verwacht je niet. Bij de bovenloop van de Elbe is de hoogtekaart geel en lichtbruin. Er zijn heuvels en zelfs heuse bergen zoals het Erzgebirge. In de benedenloop is de landkaart groen. Hollandse polders dus…

Maar juist direct langs de Elbe hebben zich hier zandduinen opgehoopt. Vanuit Hitzacker moeten we dan ook stevig klimmen. En dat terwijl de temeperatuur tegen de 30 graden is. Zo krijg je nog meer bewondering voor de kamelen in de woestijn.

Het fietspad bestaat uit grinderig zand. Als je naar boven gaat is het te rul, ga je naar beneden, dan loop je grote kans om onderuit te gaan. En kleine kiezeltjes uit je knie vissen is ook geen leuke hobby. We zetten het dus op een lopen. Boven hebben we wel een erg mooi uitzicht over de Elbe. De hoogste heuvel is de 86 meter hoge Kniepenberg. 

Als we eenmaal boven zijn golft het land voortdurend, maar nu zitten we op de grote (asfalt-) weg. Af en toe fietsen we met een snelheid van zo’n 50 kilometer naar beneden om daarna halverwege de volgende helling weer bijna tot stilstand te komen. Het land is zeer dunbevolkt. Er zijn veel bossen (vooral dennen) en af en toe is er een perceel met graan. Veeteelt zien we in deze ‘duinen’ niet.

Dan volgt er een lange afdaling. We komen in wat meer bewoond gebied. Het zijn echter geen echte dorpen, maar meer buurtschappen aan de oude weg die langs de Elbe loopt. Het eerste dorp (Neu Darchau) is meteen ook een toeristendorp. Maar stel je daar niet teveel van voor. Er zijn enkele eetgelegenheden en overnachtingsmogelijkheden, de lokale boer verkoopt boerenijs (een ijsboer dus) er is een camping met een winkeltje.

We kunnen hier met de veerpont over de Elbe naar de overkant. Dat veer bestaat pas sinds 1990. Daarvóór lag aan de overkant de DDR en was er geen verkeer over het water mogelijk.

Er zijn plannen om hier een grote verkeersbrug te bouwen, maar dat kan ik me nauwelijks voorstellen gezien het weinige verkeer dat we in deze omgeving tegen komen. Of willen de overheid daarmee de streek een economische boost geven?

Hitzacker

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Hitzacker?" Dat zal ik jullie zeggen. In Hitzacker was ik nog nooit geweest. Pas afgelopen maand juni was ik voor het eerst in Hitzacker.
Bahnhof Hitzacker. Het station ligt 2 km. buiten het oude centrum van het stadje.

Je kunt naar Hitzaker fietsen via de Elberadweg. Je kunt er ook met de trein komen vanuit Lüneburg. Vijf keer per dag rijdt er een trein van Lüneburg via Hitzacker naar Dannenberg Ost. Dat zijn Franse toestanden. In Frankrijk is dit een gebruikelijke frequentie van treinverbindingen op het platteland.

Je zou denken: met zó’n lage frequentie jaag je de mensen vanzelf weg. Maar dat valt deze keer mee. De trein zit goed vol, o.a. het fietsers die vanuit Hitzacker willen gaan fietsen. Zoals wij.

Straatbeeld in Hitzacker

Hitzacker is een klein en parmantig historisch stadje aan de Fleetzel, die hier uitmondt in de Elbe. Je kunt het centrum qua grootte vergelijken met de Friese stadjes IJlst en Sloten, al drinken ze hier geen Beerenburg en al spreken ze hier geen Fries. De gemeente telt in zijn geheel (een 20-tal dorpen en buurtschappen) nog geen vijfduizend inwoners.

Er komen in Hitzacker nogal eens bewonderaars van het (Nederlandse) koninklijk huis, want in Hitzacker werd Prins Claus geboren.

Stadsplein in Hitzacker

Hitzacker was al in de 8e eeuw een handelscentrum. De Slavische bevolking bouwde hier een verdedigingswal. Opmerkelijk was destijds de wijnbouw in dit gebied. Ook nu nog bevinden zich de meest noordelijke wijngaarden van Duitsland rond Hitzacker. In 1258 kreeg de plaats stadsrechten. De stad en zijn omgeving kende een eigen taal: de Polabische taal. De plaats heette toen: Ljauci. 

Bij de stadskerk van Hitzacker

Zoals veel steden in Noord-Duitsland heeft de plaats veel te maken gehad met oorlogen en met branden. De stad brandde bijna helemaal af in 1548, in 1642 verwoestten de Zweden de plaats en in 1668 brak opnieuw een grote stadsbrand uit. In de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de plaats gebombardeerd, omdat zich hier een geheime opslagplaats van grondstoffen bevond. Niet helemaal geheim, overigens, want dan was deze opslagplaats niet gebombardeerd.

Interieur van de stadskerk

Als we met de trein in Hitzacker aan komen is het al half twaalf. Tijd om meteen maar op de fiets te stappen, zou je denken. Maar het plaatsje is teveel de moeite waard om niet toch even een stadswandeling te maken.

Hoofdstraat in Hitzacker

De plaats leeft voor een deel van het toerisme, maar dat is niet overdadig aanwezig. De meeste toeristen zijn fietsers die de Elberadweg fietsen. Die behoren tot een wat rustiger type, het zijn geen hooligans.

Tineke verzamelt op fietstochten vaak bloemen. In Hitzacker vinden we een pottenbakker die bloemenvaasjes voor aan het fietsstuur bakt. Tineke is nog niet jarig, maar dit is toch écht een cadeau dat we niet kunnen laten staan.

Verder lopen er her en der kabouters door de plaats. We hebben er eentje op de foto gezet.