Waarom zweeg Henk?

Ik heb al eens eerder over deze brug geschreven. Hij staat in mijn geheugen gegrift vanwege een situatie die ik als kind meemaakte.

Dat ik er nu weer aan herinnerd werd kwam door een verhaal uit een roman over de Hongaarse geschiedenis die ik aan het lezen ben. Daar maakt een jongen tijdens de opstand in 1956 mee dat hij een vermoord persoon in een boom ziet hangen. Hij vertelt thuis niets.

In 1957 stepte ik van huis uit (in Gorkum) langs de Arkelse Onderweg in de richting van Arkel. Ik had geen fiets, maar was wel in het bezit van een step. Het was een instepmodel voor de fiets die mij later de ruimte gaf om de wereld te verkennen.

Een eindje verderop (voorbij de brug) zag ik een man lopend met een fiets de parallelweg (de provinciale weg: de Arkelse Dijk) oversteken. Er kwam net een bus aan. De man werd aangereden en klapte tegen de klinkers. De bus reed deels over hem heen.

Ik ben naar huis gestept en heb thuis niets verteld. Ik weet niet waarom niet. Misschien moest ik eerst woorden vinden voor wat ik had gezien. Of misschien schaamde ik mij omdat ik die man niet geholpen heb.

De brug bestaat nog steeds. Hij past binnen de monumentale bouwwerken van Rijkswaterstaat in de jaren '50. Hij is inmiddels verbouwd en er is een kunstwerk in aangebracht. Maar door het inmiddels zeer intensieve verkeer vraagt de brug extra onderhoud. Beton is niet voor de eeuwigheid ontworpen, aldus een vriend die gepromoveerd is op het verschijnsel beton. 

Fietsen in Coronatijd (6)

Ik zat al vroeg op de fiets in Middelburg. Het was windstil weer. Het Kanaal door Walcheren lag er verstild bij. Niet dat er anders wél veel gebeurd, maar toch...

Mijn eerste doel was een bezoek aan mijn vroegere huisgenoot B.

Wij bewoonden in 1969 samen de zolder van een verder verlaten pand aan de Amsterdamse Vaartstraat. Daar werd veel gelachen en weinig gestudeerd. Zo zijn we met een tafelkleed om naat het Rijksmuseum gegaan en hebben daar aan Amerikaanse toeristen voorlichting gegeven over schilderijen van Rembrandt. Ik vertelde de Amerikanen met verve dat Rembrandt leed aan depressies en dat de Nachtwacht daardoor in zulke donkere tinten geschilderd was. Van de suppoosten moesten we stoppen met onze activiteiten omdat we geen erkende gids waren. Later zijn we nog eens uit een ander museum verwijderd vanwege ontoelaatbaar gedrag (we deden of we een schilderij recht wilden hangen). Ook verschenen we nog op Radio Veronica omdat we een plaat hadden aangevraagd van het Urker Mannenkoor.

Omdat we beiden onze studiebeurs kwijt waren vanwege buitengewone studieprestaties aten we slechts één keer in de week warm. Dat deden we bij de vereniging voor vrouwelijke studenten aan de Universiteit van Amsterdam (…). Toch zijn we allebei nog goed terecht gekomen. B. zelfs in een huis in de duinen van Zoutelande. En de vriendschap is er nog steeds.

Om 8 uur was ik bij B voor een gezamenlijk ontbijt met gebakken ei in de tuin. Daarna werd de toestand in de wereld besproken aan de hand van de meerdere kranten die bij B dagelijks de buitenbrievenbus binnen glijden.

Maar ik moest nog naar Delft fietsen, dus om 11 uur stapte ik op de fiets. Westkapelle (met één van de mooiste vuurtorens van Nederland) sloeg ik over. Ik fietste dwars Walcheren over, een vriendelijk eiland met mooie kronkelende wegen en vriendelijke dorpjes. Het eiland leeft van het toerisme maar nu even niet. De politie controleert streng of zich geen allochtonen op campings en recreatieparken bevinden. Het schijnt dat ik als fietsende dagtoerist nog nét gedoogd werd.

Voorbij Vrouwenpolder kruiste ik mijn fietsroute van gisteren. Ik fietste de Veerse Dam over, maar nu in omgekeerde richting: naar Noord-Beveland. Dan een stukje – deels kunstmatig aangelegd, deels ontstaan als gevolg van de aanzanding na de aanleg van de dam – toeristisch duingebied.

Daarna volgde de Oosterscheldedam. 65 pijlers, verdeeld over 9 kilometer en een kostenplaatje van 2½ miljard euro. Maar op de fiets is het gratis.

Betwiste herinneringen (2)

Anders dan vaak gedacht wordt is het geheugen geen feitelijke opslagplaats van herinneringen. Het geheugen heeft vooral een adaptieve functie: het geeft mensen de mogelijkheid om te reageren op de eisen van de huidige situatie (MGv 2004, 7/8 naar aanleiding van een advies van de Gezondheidsraad inzake de zogenaamde ‘Hervonden herinneringen’).

Het betekent dus dat je dingen kunt vergeten en dat dat het leven in het heden zelfs kan vergemakkelijken.

Verdringing

Sigmund Freud had het in dit verband over verdringing, wat hij als de basis voor neuroticisme zag. In werkelijkheid zijn alle mensen voortdurend (onbewust) bezig om dingen uit hun geheugen weg te stoppen in het voorbewuste of onderbewuste. 

Dissociatie

Door je dingen niet meer te (kunnen) herinneren hoef je daar niet steeds aan terug te denken. Dat gebeurt ook bij dissociatie, maar dan is een het reactie op acute stress, waarbij een trauma dreigt te worden herbeleefd. Verdringing is een meer algemeen verschijnsel: als je je alle negatieve dingen uit je leven voortdurend moet herinneren raakt je hoofd overvol en heb je geen leven meer.

Associatie

De verschillende aspecten van een ervaring worden op allerlei manieren en in allerlei delen van de hersenen opgeslagen. Om er toch een geheel van te (kunnen) maken worden de diverse herinneringen (zoals emoties) met elkaar verbonden door associaties.

Je hoort het geluid van een boor en je denkt aan de tandarts. Je ruikt de lucht van drogende jassen in de gang en je denkt aan je schooltijd. 

Herinnering als reconstructie

Maar wat gebeurt er nu als je iets weer naar voren haalt wat je schijnbaar al lang was vergeten? “Het ophalen van een herinnering impliceert altijd een reconstructie” aldus het advies van de Gezondheidsraad. Kenmerken van de huidige situatie, hoe je nu leeft, kunnen de inhoud van de herinneringen vervormen of de betekenis veranderen. Maar door die reconstructie staan de feiten onder druk: aan de herinnering worden allerlei andere elementen toegevoegd met als doel: de adaptieve functie te behouden.

Amandelen pellen

Mevrouw De Jong is ruim 20 jaar niet naar de tandarts geweest. Vanwege ernstige pijnklachten is ze nu wel naar een tandarts gegaan. De tandarts adviseert mevrouw De Jong om naar een psycholoog te gaan. De psycholoog gaat op zoek naar de oorzaak achter het langdurige vermijdingsgedrag van de tandarts. Tijdens de gesprekken komen er bij mevrouw De Jong allerlei herinneringen naar boven uit haar verleden. Zo vertelt ze dat haar amandelen zonder verdoving werden geknipt en dat de KNO-arts haar heeft uitgescholden omdat ze moest overgeven. 

Toen dit verhaal van Mevrouw De Jong aan de orde kwam, leek het een goede verklaring voor het feit dat ze bang was geworden voor de tandarts. Immers: het kon heel goed zo zijn dat mondgebied belast was geraakt door deze traumatische ervaring.

Geen juridische waarheidsvinding

Maar stel je nu eens voor dat er geen verjaring zou bestaan en mevrouw De Jong zou alsnog een juridische klacht tegen de KNO-arts in willen dienen, kan de rechter zich dan baseren op het verhaal dat bij de psycholoog werd verteld? Nee, dat kan niet. “Een herinnering, ook als ze als authentiek beleefd wordt, kan niet gelden als maatschappelijk of juridisch feit. Juridische waarheidsvinding is geen taak van de behandelend therapeut.”

Achteraf bleek dat de amandelen van mevrouw de Jong weliswaar ‘gepeld’ waren, maar dat dit onder narcose moet zijn gebeurd. Dat kan zeker een heftige ervaring voor haar zijn geweest. Bijvoorbeeld omdat je wakker wordt met heftige keelpijn en veel bloed in je mond. Maar toen deze ingreep bij Mevrouw de Jong plaatsvond werden amandelen altijd onder narcose ‘geknipt’. De laatste behandelingen zonder narcose vonden 20 jaar voordat mevrouw De Jong behandeld werd plaats.

Ander verhaal ingevoegd

Het kan heel goed zo zijn geweest dat haar ouders wel eens hebben verteld hoe deze operatie bij hen ging (inderdaad zonder verdoving en met een ‘keelklem’). Dat verhaal is later, in de ‘hervonden herinnering’ ingevoegd in het operatieve verhaal zoals Mevrouw De Jong dat ervaren heeft. En je zou ook nog eens kunnen zeggen: het had een adaptieve functie, want op deze manier werd het voor haar aannemelijk waarom ze 20 jaar lang de tandarts gemeden had.

Niet bewust fantaseren

Was Mevrouw de Jong dan aan het fantaseren? Nee, dat was ze niet. Ieder mens kleurt onbewust herinneringen zó in, dat het past in het plaatje van wie je zelf bent en wat passend is.

De ziekenhuisopname is waarschijnlijk een heftige emotie geweest en die heeft ook het bezoek aan de tandarts mogelijk bemoeilijkt. Alleen werd daar in de herinnering van Mevrouw de Jong nog een element aan toegevoegd, waardoor het voor haar meer begrijpelijk werd waarom ze zo bang was voor de tandarts.

Mevrouw de Jong deed wat iedereen doet: het leven leefbaar maken door de geschiedenis op de eigen manier in te kleuren.