Kaartloos fietsen (slot)

Bij het Albertkanaal was het alleen de keuze: moet ik naar links of moet ik naar rechts. Hoewel er in de Prediker staat dat de geest van de wijze zich naar rechts richt sla ik linksaf. Ik vermoed dat Herentals nog iets meer oostelijk ligt.
Albertkanaal met Jaagpad

Het Albertkanaal is een opmerkelijk breed kanaal. Het zou nog wel eens breder kunnen zijn dat het Noordzeekanaal. Nog even wachten en er varen zeeschepen naar Maastricht…

Ik trap deemoedig de kilometers weg. Aan de horizon liggen enkele bruggen. Ik vermoed dat Herentals daar ligt. Maar er is nog steeds geen bord te bekennen. Pas als ik de oprit van de brug op fiets zie ik bij een rotonde een bord naar Herentals. Waarschijnlijk heb ik een volkomen onbekende route genomen waardoor niemand ooit op het idee is gekomen om een bord te plaatsen. Overigens zijn de Belgen ook aanzienlijk zuiniger met borden dan de Nederlanders.

De Sint Gertrudiskerk in Herentals

Ik was eerder in Herentals geweest, maar toen werd mijn bezoek gestoord door een plaatselijke kermis die enkele historische monumenten aan mijn bijziende ogen onttrok. Nu moet er toch iets meer zijn te zien.

Eerlijk gezegd valt dat wat tegen. Herentals is niet zo’n bijzonder monumentale stad. Dat geldt trouwens voor meer steden in de Belgische provincie Limburg en in de Kempen. Toch staan er nog een aantal historische monumenten, zoals twee bescheiden stadspoorten, twee bescheiden kapellen en twee eveneens bescheiden kastelen. Herentals pakt het allemaal niet zo groot aan.

Herentals: Markt en Lakenhal

Mooi is de Lakenhal op het centrale plein, met het Boerenkrijgmonument. Dat gaat niet over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, maar het herinnert aan een opstand tegen de Franse bezetter in 1798. Daarnaast is er de Sint Waltrudiskerk die wat verstopt ligt achter een winkelstraat.

Herentals, Begijnhof

Ik was naar Herentals gefietst om het Begijnhof te zien. Ook dat is bescheiden. In tegenstelling tot andere begijnhoven is er maar aan één zijde historische bebouwing. Aan de andere zijde bevindt zich een instelling voor jeugdzorg met meer moderne bebouwing, die erg detoneert. Ook is er een kerk op het terrein. De staat van onderhoud is niet goed, maar er wordt getimmerd en gezaagd. Een belangrijk minpunt is ook nog dat er tal van auto’s geparkeerd staan op het terrein van het Begijnhof.

Ik fiets naar het station dat ook al bescheiden is. Het dateert uit de jaren '80 van de vorige eeuw en kan wel een opknapbeurt gebruiken. De enige restauratieve gelegenheid (broodjes en koffie) gaat om 18 uur dicht. Ik mis de koffie, maar niet de trein. De fietsteller heeft er bijna 100 kilometer bij opgeteld. 

Van Tilburg naar Herentals (slot)

Na een stagnatie tussen 1970 en de eeuwwisseling maakt Turnhout nu weer een groei door: de stad telt inmiddels ruim 40.000 inwoners. Er wonen bijna achtduizend katten in Turnhout. Het vreemde is dat ik er geen enkele heb gezien. Ze hadden zich allemaal verstopt.

In Turnhout staat een heus kasteel. Het dateert oorspronkelijk al uit de 13e eeuw. Maar toen de plaatselijke adel armlastig werd, raakte ook het kasteel in verval. Uiteindelijk werd het aangekocht door de gemeente, grondig gerestaureerd en de zetel van het plaatselijke Gerechtshof. 

Ook de fors uitgevallen Decanale kerk Sint-Pieter en Sint-Barbara is al heel oud (het oudste deel dateert uit de 12e eeuw). Omdat er steeds weer stukken werden aangebouwd kun je in de kerk diverse bouwstijlen herkennen. Helaas is er een zaterdagse markt aan de gang waardoor ik de kerk slechts met moeite (en maar voor een deel) op de foto kan zetten.

Daarna verlaat ik de stad Turnhout in zuidelijke richting. Nu is het zuiden niet zo ingewikkeld te vinden rond één uur in de middag als de zon schijnt, maar hoe de wegen in zuidelijke richting lopen is mij niet geopenbaard. Niet alleen in Nederland, maar ook in België fiets ik bij voorkeur zonder een landkaart raad te plegen gewoon mijn neus achterna. Die heb ik wel met factor 50 ingesmeerd vanwege de zon.

De weg naar Kasterlee en Geel blijkt veel te druk en weinig aangenaam, dus sla ik na het passeren van de autosnelweg Antwerpen-Eindhoven rechtsaf. Ik kom in een gebied terecht met veel bos, afgewisseld door percelen akkerbouw. Geen idee waar de weg heen leidt, maar dat wist Mieke Telkamp ook niet.

Het is een dunbevolkt gebied met af en toe een dorp met kerk, café en eventueel een muziektent.

Na weer een aanzienlijk stuk bos bereik ik tenslotte weer een wat grotere plaats: Herentals (bijna 30.000 inwoners). Ik wilde hier altijd al een keer naar toe om het plein met de Lakenhal te bekijken. Bovendien staan er aan het plein een aantal mooie historische panden. Op het plein staat een monument van de Boerenkrijg: de opstand van de Vlamingen tegen de Franse bezetter (1798).

Helaas blijkt ook hier weer een kermis aan de gang. Ik weet niet wat het is, maar in een aanzienlijk aantal middelgrote Belgische plaatsen waar ik de afgelopen jaren door ben gefietst blijkt uitgerekend bij mijn komst een kermis aan de gang te zijn. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat het in België altijd kermis is.

Gelukkig staat de Waldetrudiskerk (in Brabantse late gothiek gebouwd) net buiten het kermisgewoel. Deze kerk is een oase van rust. Hij lijkt qua uiterlijk sterk op de Sint Willibrordusbasiliek in Hulst (Zeeuws Vlaanderen). 

Kijk je op oude plattegronden, dan zie je dat Herentals er anders uit ziet dan veel andere Belgische steden. Het is vooral een langwerpige plaats, die later ommuurd werd. Je vindt hier dus geen cirkelvormige structuur terug.

Herentals ligt in de buurt van een knooppunt van belangrijke autosnelwegen, is een knooppunt van spoorlijnen en ligt aan het Albertkanaal. Geen wonder dat zich tal van logistieke bedrijven hebben gevestigd in deze gemeente.

Ik besluit de drukte verder te mijden en neem de trein naar Antwerpen om daar op de internationale trein naar Nederland te stappen. De fietsteller heeft er 70 kilometer bij opgeteld.