H.J. Algrastraat

In de Amsterdamse Slotermeer (het meest westelijke stukje van de wijk) vind je een buurt met namen van politici uit de 20e eeuw. Bijvoorbeeld de Bruins Slotstraat en een straat die naar Willem Drees is genoemd. Daar bevindt zich ook de H.J. Algrastraat.

Mijn grootvader had een groot aantal bezigheden. Zo stond hij een aantal dagen per week voor de klas als leraar geschiedenis.

Afbeeldingsresultaat voor Hendrik AlgraDaarnaast was hij 35 jaar hoofdredacteur van het Friesch Dagblad. Met een onderbreking in de Duitse tijd omdat hij niet onder de Duitse censuur wilde werken. De hele krant kapte er overigens toen mee. Hij begon dagelijks om zes uur ’s morgens op een oude typemachine zijn blog (hoofdartikel), dat om zeven uur door een koerier werd opgehaald. ’s Middags om twee uur stond het dan gedrukt in de krant.

Hij zat 25 jaar lang in de Eerste Kamer voor de Anti Revolutionaire Partij. Hij treinde dan ’s morgens met de eerste trein vanuit Leeuwarden naar Den Haag. Want Friesland wilde hij niet verlaten.

Afbeeldingsresultaat voor Hendrik AlgraVanuit die politieke hoedanigheid is er in Amsterdam een straat naar hem vernoemd. Alleen heette mijn grootvader geen H.J. Hij had wel een tuin, maar was bepaald geen Hendrik Jan de Tuinman. Hij heette gewoon Hendrik. Ik ben naar hem vernoemd en heet ook gewoon Hendrik.

Het stadsdeel Slotermeer heb ik ooit gevraagd naar het waarom van die ‘J’ achter de H. Ik kreeg vervolgens de stukken opgestuurd van het besluit dat men in het jaar voor de bouw van de wijk had besloten deze straat de H.J. Algrastraat te noemen. Daar kwam toen geen bezwaar tegen. Daarom heet die straat dus zo.

Ik was dus te laat met mijn bezwaar. De straat die naar mijn grootvader is genoemd is niet naar mijn grootvader genoemd. Het besluit was immers al genomen. Zo eenvoudig ligt het allemaal.

Boem! Krrrrakkkerrrrdekrrrak!

Mijn grootvader (Pake) wilde als jongen predikant worden.

Hij werd echter niet toegelaten tot de Theologische Hogeschool in Kampen.

Dus studeerde hij in de avonduren (na de lange dagen werk op het land) voor leraar. Hij werd leraar geschiedenis en Nederlands aan de Gereformeerd Gymnasia van Kampen en van Leeuwarden. Dat bleek de opstap voor nog allerlei andere bezigheden. Zo schreef hij o.a. dagelijks een blog (en soms twee) voor het Friesch Dagblad, waar hij 35 jaar hoofdredacteur van was.

Twee van zijn kinderen, zijn oudste zoon (mijn vader) en zijn jongste dochter, studeerden wél theologie. Toch bleef ook mijn Pake een buitengewone interesse voor het predikantsschap bewaren. Hij imiteerde erg graag dominees. Hij vond dat iedere dominee uit het hoofd moest preken en daarbij ook beeldend moest kunnen spreken. En microfoons waren ook niet nodig. Waarschijnlijk zou een beamer voor hem grote onzin zijn geweest. Je kon als dominee immers prima uitbeelden wat er aan de hand was?

Tijdens de zondagse middagmaaltijden aan de Huizumerlaan in Leeuwarden (waar hij bijna 60 jaar woonde) voerde hij voor zijn kleinkinderen graag een act op als predikant. Diverse predikanten passeerden de revue. Eén van de beroemdste stukken was het begin van een preek over de ark van Noach.

Om de aandacht te trekken moest je volgens hem verbaal vuurwerk vanaf de preekstoel leveren.

(stilte, de dominee kijkt eerst eens de gemeente rond) 

en dan (héél hard):

“Boem!”

(stilte)

“Krrrrakkkerrrrdekrrrak!”

(stilte)

“Dáááárrrr zat de arrrk vast op de Arrraarrrat!”