Prettige Hemelvaart

Dat zei iemand gisteren tegen mij…
Dat is (nu nog niet) te hopen, dacht ik bij mijzelf.

Je kunt het op allerlei manieren opvatten.
Zoals bij een man uit onze kerk, die ik zondag nog gesproken heb en die dinsdagavond is overleden. Bij hem kan ik dat woord bijna letterlijk opvatten: ik geloof (en dat is in dit verband: zeker weten) dat hij nu in de hemel is.

In een volle Kapelkerk dachten we vandaag aan de hemelvaart. De dominee legde aan de kinderen uit dat het nét zo is als wanneer de juf op school zegt: “Ik moet even weg, maar ik kom zo meteen weer terug.” Wat gebeurt er dan ondertussen in de klas? En weet je ook precies wanneer de juf terug komt?”

Over de hemel heeft iedereen zijn eigen gedachten. De Indianen dachten aan de eeuwige jachtvelden. Die aardse voorstelling heeft te maken met waar je hart(stocht) ligt.

De dominee vertelde in de preek welke beelden je daar bij kunt hebben. Maar we kunnen het ons niet voorstellen hoe het er werkelijk zal zijn. Wél dat er nooit meer oorlog en ellende zal zijn, nooit meer pijn.