Een jaar geleden: Hellevoetsluis

In maart 2020 ontploften mijn fietskilometers. Dankzij de lock-down fietste ik 1178 kilometer in één maand. En niet eerder heb ik zoveel wildgeplast. Dat kan niet anders als alles dicht zit. 

Vandaag precies één jaar geleden kwamen mijn fiets en ik in Hellevoetsluis uit. De zon ging onder in het Haringvliet. Net als gisteren toch weer Haring. Er stond een frisse wind en ik kreeg het steeds kouder. Er was nog geen avondklok, dus ik had ik principe de hele avond om thuis te komen. Maar ik wilde het niet te bont en te koud maken.

Via Hellevoetsluis

De Strava was van slag geraakt door de veerpont bij Hoek van Holland. Als je je telefoon uit zet weet hij niet meer waar je bent…

De lokale snackbar bleek een hamburger te serveren. Die mocht ik niet ter plaatse nuttigen en ook niet buiten op de stoep. Gelukkig was er bij het stadhuis een portiek waar ik mij te buiten kon gaan aan het verschalken van deze hamburger. Maar een hamburger met augurken en uien staande eten is ingewikkeld. Diverse onderdelen kwamen op straat terecht. Gelukkig was deze ingang van het stadhuis vanwege corona gesloten zodat hopelijk op niemand is uitgegleden over de restanten van een Randstedelijke Hamburger.

Zonsondergang boven het Haringvliet in Hellevoetsluis

Voor het geval jullie Hellevoetsluis niet kennen. Dat zou goed kunnen. Je komt er namelijk niet vanzelf doorheen. Je moet er goed je best voor doen om er te komen. Toch is het geen onaanzienlijke plaats. Het centrum is een variant op Den Helder met voormalige marine-etablissementen. Het grootste deel van de plaats bestaat uit fantasieloze uitbreiding in de vorm van bloemkoolwijken uit de jaren ’70 toen veel Rotterdammers een huis met tuin gingen zoeken. Dat zie je ook aan de grote aanhang van de PVV in deze plaats. Gelukkig heeft de stad een charmante burgemeester.

Na deze korte hamburgerbreak stapte ik weer op de fiets en reed door het donkere Voorne-Putten in de richting van het ook in coronatijd lichtgevende Europoort. Ik nam als enige passagier de pont naar Maassluis. Thuis nam ik eerst een warme douche en daarna trad de dooi van mijn voeten geleidelijk in. 

Via Hellevoetsluis (3)

Het duingebied van Voorne-Putten is één van de mooiste duingebieden van Nederland. Het zijn geen hoge duinen, maar ze zijn wel breed, met een verrassende variatie aan vegetatie.

Ik fiets langs de rand van Rockanje. Dat dorp blijkt inmiddels ook behoorlijk te zijn uitgebreid. Vooral langs de duinen zijn dure huizen verrezen. De overgang tussen dorp en duingebied is dusdanig dat ik in een perceel bos op zo’n honderd meter afstand van de huizen een hert zie lopen.

Voorbij Rockanje kom ik weer in het open land uit. Het is het drassige gebied langs het Haringvliet. Een eldorado voor vogels. Een stiltegebied kun je het nauwelijks noemen: de dieren maken veel kabaal.

Hellevoetsluis was tot in de 20e eeuw het Den Helder van het zuiden. Er lagen veel marineschepen en er was een groot garnizoen. Bovendien was het een havenstad: goederen werden uit de zeeschepen geladen en via het kanaal dat door het eiland Voorne-Putten loopt op kleine schepen naar Rotterdam vervoerd. In 1930 werd de marinebasis opgeheven, alleen werd er vanuit de haven nog op mijnen gejaagd. Hellevoetsluis verpauperde, inwoners trokken weg als gevolg van een tekort aan werkgelegenheid.

Het oude karakter van de marinehaven is nog goed zichtbaar in de vesting, een klein stukje van de plaats die inmiddels 40.000 inwoners telt. Want het stadje fungeerde de afgelopen decennia als ‘overloopgebied’voor Rotterdam. De beroemde tramlijn vanuit Rotterdam naar Hellevoetsluis bestaat niet meer. Een deel van die tram rijdt tegenwoordig tussen Hoorn en Medemblik. De forensen gaan vooral met de auto en deels met één van de vijf buslijnen naar Spijkenisse, waar ze de metro kunnen nemen.

Aan de haven zie ik een mooie zonsondergang. Verder is het stil in Hellevoetsluis. Er is geen plek waar ik even op kan warmen, vanwege de corona-maatregelen zijn alle etablissementen gesloten.