Even de provincie uit (3)

Het langgerekte Roelofarendsveen is eigenlijk een lintdorp langs het water. Achter de lintbebouwing liggen nieuwere wijken.

Vanuit het centrum van Roelofarendsveen fiets ik naar de noordelijke rand van het dorp. Daar gaat de weg over de Ringvaart van de Haarlemmermeer. En daarmee ben ik de provincie uit & in Noord-Holland.

Ik volg de weg drie kilometer tot de volgende brug. Als ik die over fiets ben ik weer in Zuid-Holland. Rechts ligt het dorp Leimuiden, links liggen de Westeinderplassen. Over de Herenweg fiets ik in de richting van Kudelstaart. Onderweg koop ik bij een bollenboer een grote voorraad tulpen voor het thuisfront. Even later fiets ik Noord-Holland weer binnen.

Kudelstaart is een uit de kluiten gewassen dorp, met als bekendste inwoner André van Duin. De naam ‘Kudelstaart’ heeft ook wel iets humoristisch in zich. Aan de noordzijde van het dorp ligt een fort dat sinds 1880 dienst uitmaakte van de linie aan forten rond Amsterdam, de zogenaamde Stelling van Amsterdam. Deze stelling van 130 kilometer lang omvat 45 forten en is één van de Nederlandse werederfgoederen.

Maar mijn doel is de watertoren van Vrouwentroost. Het is één van de mooist gelegen watertorens van Nederland. Hij doet echter niet meer dienst als watertoren. De toren is rijksmonument en de gemeente Aalsmeer is eigenaar van de toren, maar men weet eigenlijk niet wat de bestemming zou moeten worden. Op zó’n locatie zou je kunnen denken aan een hotel, maar daar zijn de omwonenden tegen.

Direct na Vrouwentroost volgen de uitgestrekte nieuwbouwwijken van Aalsmeer. Hoewel de tuinbouw erg belangrijk is is het ook een forensendorp. Veel inwoners werken op en rond Schiphol. Het oude station van Aalsmeer staat er nog, compleet met een zogenaamde Sik voor de deur. De spoorlijn is in 1953 opgeheven. Daar heeft men nu weer spijt van. Eén trein kan 50 keer zoveel reizigers vervoeren als een streekbus. Die rijden in de spits dan ook bijna zelf als een file.

Aan de noordzijde van Aalsmeer beland ik opeens in de Randstedelijke drukte. Corona-crisis of niet: het is hier lang wachten bij de verkeerslichten vanwege de spitsdrukte. Ook een groot aantal wielrenners met ‘weinig rust in de kont’ maken het verkeer er niet eenvoudiger op. Eentje komt hardhandig in aanvaring met het blik van een auto.

Bij de Ringvaart sla ik linksaf. Nu fiets ik weer over de dijk langs de Ringvaart, alleen heb ik nu de wind mee. Rechts de kilometerslange bebouwing van het tuindersdorp Rijsenhout. Er werd gevreesd dat dit dorp plaats zou moeten maken voor een start-en landingsbaan van Schiphol, maar die claim lijkt van de baan te zijn. Er wordt zelfs geïnvesteerd in een nieuwbouwproject.

Het is lekker zoeven met de wind mee bij een laagstaande zon. Na bijna tien kilometer ben ik weer bij de brug van Leimuiden. Daar steek ik de Ringvaart weer over en dan ben ik ook weer in de provincie Zuid- Holland. 

Zoetermeer naar Haarlemmermeer (slot)

Afscheid van de dag in NieuweweteringUiteindelijk kom ik in Nieuwe Wetering uit. Het is een dorp met lintbebouwing, ingeklemd tussen een kassengebied, het HSL-tracé en de Ringvaart rond de Haarlemmermeer. Er wonen ongeveer 700 mensen.

Ik maak nog even de laatste foto van het daglicht. Binnen een aantal minuten zal het nu echt donker worden.

Daarna fiets ik over een brug en sla meteen rechtsaf. Dit is de weg langs de Ringvaart om de Haarlemmermeer. Het fietst hier niet onaardig, al zie ik weinig, want het is inmiddels echt donker geworden.

Vervolgens neem ik de Lisserweg, naar het noordwesten. Eén van de vele kaarsrechte wegen door de Haarlemmermeer. Maar helemaal recht is de weg niet meer. Het is af en toe een zoekplaatje vanwege de sterk veranderende infrastructuur. Uiteindelijk fiets ik weer in noordoostelijke richting, naar het plaatsje Kabel. Daar maak ik weer een haakse bocht naar links: naar Nieuw-Vennep. Je kunt de plaats ook Nieuw- Hennep noemen, want onlangs was het twee keer raak met hennepkwekerijen.

De Haarlemmermeer was het meest complexe werk dat Leeghwater nog uit had willen voeren. Schermer, Beemster, Purmer en Wormer, dat ging allemaal nog, maar de Haarlemmermeer: dat was te ingewikkeld. Pas in 1852 viel deze polder droog.

Ik had bedacht om in Nieuw-Vennep de sprinter te nemen naar Amsterdam, maar die rijdt net voor mijn neus weg. Dus fiets ik maar verder richting Hoofddorp. Ik passeer de eerste van de imposante bruggen die Brug Nieuw Vennepzijn ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava. De drie bruggen heten respectievelijk Citer, Luit en Harp. Ook het station Liège Guillemins en Garo do Oriënte in Lissabon (beiden elders op dit blog, zie archief) staat op zijn naam. Hij maakt zeer originele bouwwerken, maar ze zijn ook controversieel, o.a. vanwege de hoge kosten en de vele problemen achteraf, o.a. vanwege constructiefouten. In Lissabon word je door alle lekkages op het perron net zo nat als wanneer je gewoon buiten in de regen staat. Ook de Haarlemmermeer ondervindt veel problemen met deze bruggen. Men wilde zelfs de architect een proces aan doen.

Helaas: de wegen door de polder zijn verder duister en weinig aangenaam. Meerdere malen stuit ik op een verbod voor fietsers. Alle oorspronkelijke infrastructuur moet wijken voor de booming business rond Schiphol. Vanwege een wegafsluiting kom ik ook niet op station Hoofddorp terecht. Pas op station Schiphol kan ik de Batavus in de trein hijsen. Een uur later ben ik thuis.