De ontwikkeling van het zelfbeeld (10)

Tenslotte is er nog het existentiële zelfbeeld (9 en 10). Dit zelfbeeld raakt je hele bestaan: wat je doet klopt met wie je bent en hoe je over jezelf denkt is in overeenstemming met je levensplan. 

Er zijn twee vormen van existentieel zelfbeeld: het persoonlijke zelfbeeld en het algemene zelfbeeld. Maar dat wordt te ingewikkeld. Ik kan het althans zelf nauwelijks uitleggen. Dus heb ik het maar over het existentiële zelfbeeld.

Dit zelfbeeld raakt aan wat Erik Erikson ‘generativiteit’ en ‘rijpheid’ noemt bij oudere mensen. Dat heeft alles met zingeving te maken. Zie je, ook als je fysiek achteruit gaat, nog ‘zin’ in het leven. Ben ik het waard geweest om geleefd te hebben? Heb ik voldoende zin ontdekt in mijn leven om dat aan een volgende generatie door te geven?

Prof. R.E. Abraham noemt in dat verband het decentreren: het vrijwillig terugtreden uit allerlei verbanden. Daar hoort ook een levenshouding bij: je verwacht niet perse meer allerlei dankbaarheid van anderen omdat je goed gehandeld hebt: je doet gewoon zo omdat ze zo bent en omdat dat past in de manier waarop je in het leven staat. Vraagstukken uit je leven heb je een plek kunnen geven.

Het voorgaande heeft alles met zingeving te maken. Deze fase kan voor mensen nauw verweven zijn met hun geloof, met de levensovertuiging. Daar heeft psychiater Prof. H.C. Rümke al in 1939 een boek over geschreven dat tientallen herdrukken beleefde. Je bent er niet toevallig. Er is meer tussen hemel en aarde. Je maakt als mens deel uit van een veel grotere werkelijkheid.

Relatie tot anderen: je bent jezelf in relatie tot anderen en de manier waarop je naar anderen kijkt past bij je levensvisie of je levensovertuiging. Hoe je bent, hoe je je voelt, klopt met wie je bent. Dat laatste wordt ook wel ego-syntoon genoemd.

Literatuur:

  • R.E. Abraham: Het ontwikkelingsprofiel (Van Gorcum, 2005)
  • Lies Claes, Anne Verduijn e.a. Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking (Garant, 2013)
  • Prof. Dr. H.C. Rümke: Karakter en aanleg in verband met het ongeloof (1e druk 1938)