Kees Faessens Rolwagensteeg

In Gouda, een middeleeuws stadje onder de rook van Rotterdam (bij zuidwestenwind althans) zag ik een bijzonder straatnaambordje. Ik zette het op de foto.

Ik dacht: zou ik het steegje voor onze rolcontainers ook de Henk50 Rolwagensteeg kunnen noemen? Maar voor het zo ver was en ik een aanvraag daartoe bij de gemeente Delft in zou dienen leek het me verstandig om even aan factchecking te doen.

De Kees Faessens Rolwagensteeg is een mannenband die Nederlandse liedjes zingt. Op de groepsfoto zijn het mannen die proberen de mid-life crisis door te komen met gezellige Nederlandstalige muziek. Alleen verkeren ze nu vanwege corona-maatregelen mogelijk in een tijdelijke crisis en hebben ze zich moeten werpen op de productie van Goudse kazen en Goudse kaarsen.

Maar er is dus ook een straat die zo heet. Dit staat in de folder (met allerlei taalfouten overigens). “Midden in het centrum van Gouda ligt de idyllische Kees Faessens Rolwagensteeg. Het complex in deze steeg is een aantal jaar gelden volledig gerenoveerd en er bevinden zich nu 14 luxe appartementen. Een gedeelte van de appartementen heeft een monumentale status, een ander gedeelte van de appartement zijn later gebouwd.”

Bijzonder is dat de appartementen voorzien zijn van een zwevend toilet. Dat lijkt me vooral ’s nachts in het donker ingewikkeld. Moet je ook nog op zoek naar een toilet dat ergens door de ruimte zweeft…

Maar is de band nu naar de steeg genoemd of is de steeg naar de band genoemd? Er blijven toch veel vragen  over in dit ondermaanse leven...

Retourtje Gouda (3)

Op het station van Gouda was ik in een geparkeerde trein gestapt. Vlak voor vertrek stapte ik weer uit. Op die manier was ik toch even wat opgewarmd.

Ik kies mijn eigen route door de woonwijken in het noorden van Gouda. Mijn doel is de brug van Waddinxveen. Niet die brug op zich, maar daar kan ik de Gouwe over.

Al na een paar kilometer strand ik bij een benzinepomp. De mensen vragen mij dan wel eens: ‘Henk, jouw Batavus loopt toch niet op benzine?’ Nee, dat klopt: de Batavus loopt op beenkracht. Maar die benen moeten aangestuurd worden door enige energie. En vanwege de indruk dat men hier wel iets warms in de aanbieding heeft stap ik af en voeg me in de rij van wachtenden. Helaas blijken er geen warme saucijzenbroodjes, soep of kroketten te koop te zijn. Dat staat wel op het bord, maar het bord is verouderd. Die kan ik wel krijgen bij de pomp aan de autosnelweg. Ik vraag de bedienmevrouw hoe ik dan bij de snelweg kan komen. Ik moet maar naar knooppunt X en dan naar afslag IJ. Hoe ver is dat fietsen, vraag ik. “Bent u op de fiets, dan? Ja, dan moet ik u teleurstellen. Op de fiets kunt u daar niet komen.”

Ik overweeg nog even om via de snelweg naar de pomp te fietsen. Dan komt er in de krant: 'Bejaarde man fietst op snelweg.' Zo erg is dat niet, ik zie dagelijks automobilisten op het fietspad. Dan breng ik de zaak nog wat in evenwicht.

De doolhoven in het noorden van Gouda leiden gemakkelijk op dwaalsporen, maar ik weet onbebord op een kleine weg naar Waddinxveen te komen. De brug heb ik al eerder geschreven op dit blog. Het is een hefbrug die in de loop van een aantal jaren naam heeft gemaakt vanwege technische storingen en neerstortende onderdelen.

De Hef van Waddinxveen in floodlight

Na Waddinxveen fiets ik over een donkere weg pal naar het westen. Het wordt steeds mistiger. Uiteindelijk ben ik alleen met mijn fiets en mijn koplamp. Na een paar kilometer zie ik een fietspad naar rechts. Geen idee waar dat naar toe gaat. Kijk, hier geniet ik nou van. Ik zie bijna niks om me heen, ik kom langs geen enkel huis, ik weet niet waar ik straks uit kom. Precies zoals het leven: het is vol verrassingen.

Zo beland ik uiteindelijk in het Bentwoud. Dat is een bos dat er niet uitziet als een bos. Het moet nog een bos worden. De bomen zijn maximaal twee meter hoog, maar er zijn ook grote open stukken. Benthuizen wordt links gepasseerd (voor de kijker rechts). Ik bedoel: het is maar hoe je deze zin leest. Benthuizen ligt links van mij, dus in het zuiden. Tenslotte beland ik aan de noordzijde van Zoetermeer.

Ik weet niet of jullie Zoetermeer kennen, maar als je een wijk met woonerven uit de jaren ’70 hebt dan is Zoetermeer dertig wijken met woonerven uit de jaren ’70 en ’80. Er komt geen einde aan. Borden verwijzen de fietser naar wijk 21 en wijk 29, maar ik heb geen enkel idee welke wijken dat zijn en waar dit liggen.

Dorpskerk van Zoetermeer

Ik fiets eerst langs de noordand van de stad en kies dan op mijn richtinggevoel voor een zuidelijke richting en kom daarmee uit in het dorpse centrum van een stad met 125.000 inwoners. De shoarma-afhaalzaak is Big Business en ik eet een boterham met kaas op de stoep van de dorpskerk.

Daarna is het tijd voor de laatste etappe. De ‘gewone’ weg naar Delft ken ik te goed: ik kies voor een alternatieve route. Onderweg kom ik langs het huis van een oude man die ik af en toe bezocht. Vanmiddag kreeg ik een bericht dat hij vannacht is overleden aan de gevolgen van corona. Het licht brandt nog wel in zijn huis. Een vreemde gewaarwording.

Na ruim 80 kilometer fietsen bij een temperatuur van rond het vriespunt ben ik weer thuis. Eerst maar even een warme douche en dan zie ik wel weer verder...

Retourtje Gouda (2)

Moordrecht blijkt bekend te zijn vanwege Satadurah. Die vindt zijn oorsprong in de Ambonese wijk. De naam van de club betekent 'Eén bloed'. Wereldwijd zijn er 85 afdelingen. Ik hoor geen motorgeluiden, de club is inmiddels ontbonden.

Moordrecht heeft een veerpont naar Gouderak, aan de overkant. Het is een zogenaamde koplader. De auto’s keren voordat ze de pont (achteruit) oprijden. Op de fiets mag je gewoon vooruit. Maar deze keer neem ik de pont niet, want ieder pontje gaat door het montje.

Avondlucht in Moordrecht

Na Moordrecht is het niet ver naar Gouda. Ten westen van Gouda wordt een enorme nieuwe woonwijk aangelegd. Ga rustig zo door, dan slibt het Groene Hart vanzelf helemaal dicht. Maar ja, de mensen moeten toch érgens wonen. Ernstiger zijn de autowegen en de bedrijventerreinen, die maken Nederland bepaald niet mooier. Maar in het donker zie ik dat niet zo goed.

Maan boven de Hollandsche IJssel

Gouda is één van de meest verzakkende plaatsen in Nederland. Dordrecht kan er ook wat van, maar in Gouda verdwijnt je duur aangekochte huis vanzelf onder water. Gelukkig zijn er veel goede fietspaden. Het is niet alleen maar ellende in de stad.

De binnenstad komt bij van de Black Friday op zaterdag. Het winkelend publiek gaat naar huis. Kramen worden onttakeld. Een fietser komt hardhandig in aanraking met een zich verplaatsend onderdeel van de groentenkraam. Er is verder niets meer dat in mijn kraam te pas komt. Ik heb wel zin in iets warms, maar de oliebollenkraam sluit ook de rolluiken. En voor de snackbar staat een lange rij van naar warme kroketten snakkende mensen.

Gouda: oude stadhuis op de Grote Markt

Ik vervolg mijn fietstocht met een extra rondje van de baas door Gouda. De stad telt veel monumenten, maar het is donker dus ik zie soms wat over het hoofd.

In politiek opzicht is het leven in Gouda best ingewikkeld: de vijf grootste partijen in de gemeenteraad tellen allemaal vier zetels. De SGP-burgemeester staat boven deze partijen.

Bij het station ontstijg ik de Batavus. Op het station staat een stilstaande trein. Zo lang die niet gaat rijden kan ik mij daar even opwarmen. Mijn fiets blijft op het perron.

Zo heb ik toch nog iets aan mijn treinabonnement dat verder dit jaar totaal niet uit kan. Maar zo komt Jan Splinter toch nog een beetje door de winter.